Een stukje geschiedenis

Lees hier het artikel dat in 2003 werd gepubliceerd ter ere van dertig jaar Tijdschrift LOVER.

 

‘LOVER heeft me geestelijk in leven gehouden’

Dertig jaar LOVER

door Romaike Zuidema

Anja Meulenbelt, Joke Kool-Smit, Maaike Meijer en vele andere feministen vonden in LOVER een platform voor hun ideeën. Wat begon als bijlage bij MVM-nieuws (Man-Vrouw-Maatschappij), werd een populair wetenschappelijk blad dat feministisch onderzoek voor een breed publiek toegankelijk maakt.

Begin jaren zeventig verscheen er zoveel literatuur op het gebied van de vrouwenbeweging, dat er een jungle van het geschreven woord dreigde te ontstaan. Er was grote behoefte aan een volledig literatuuroverzicht, weet oprichter Jeroen de Wildt, tegenwoordig ambtnaar bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het initiatief bleek een schot in de roos. ‘Binnen een paar maanden waren we het niveau van bijlage bij MVM-nieuws al ontstegen.’

Drie vaste rubrieken vormden tezamen LOVER, een afkorting voor LiteratuurOVERzicht. ‘Teksten’ behandelde recente en klassieke publicaties, voor zover die al bestonden. ‘Signalementen’ bracht het aanbod aan boeken, artikelen, rapporten, brochures en dergelijke in kaart. En als derde was er ‘Tijdschriften’ dat een korte inhoudsopgave gaf van recente feministische bladen.

Toenmalig rechtenstudent De Wildt was indertijd getrouwd met Annelies de Vries. Zij beheerde het secretariaat Lezen-Schrijven-Spreken, een werkgroep van Man-Vrouw-Maatschappij, en kwam als eerste met het idee om een literatuuroverzicht samen te stellen. De Wildt: ‘Het maken van LOVER was veel werk, omdat het blad met de hand moest worden gemaakt. Pc’s waren er niet, dus werkten we met schrijfmachine en stencils. Zodra de kopij binnen was, begon het overtikken, kopiëren, verkleinen, plakken, scannen voor een fotostencil. Het aantal abonnees groeide enorm, we hadden er al snel een paar honderd. Dit kwam ook omdat LOVER een toegankelijk blad was. Het adagium was dat iedereen mee moest kunnen doen. De eerste jaren hadden we artikelen van de hand van Anja Meulenbelt, Joke (Kool-) Smit en Selma Leyesdorf. Zeg maar, de crème de la crème.’

De redactie kreeg snel steun van andere feministen. ‘Het was een gemêleerd en niet eenkennig gezelschap van mensen die zeer actief waren in de vrouwenbeweging. Het was toen heel normaal als een redacteur al in de veertig was. Na de jaren zeventig zaten er meer twintigers in de redactie.’ De Wildt was de eerste en de laatste mannelijke LOVER-redacteur. Hij was, naar eigen zeggen, een ‘geaccepteerde uitzondering’. De Wildt stopte in 1979: ‘Ze hebben mij er niet uitegooid, maar vroegen of het niet eens tijd werd om iets anders te gaan doen.’

Fluorescerend kwaliteitsblad
LOVER ging al snel door voor kwaliteitsblad. Het publiceerd in de jaren zeventig veelvuldig over actuele zaken zoals abortuswetgeving en de rechten van de vrouw. Ook besteedde het blad aandacht aan lesbische relaties en vrouwengeschiedenis. Artikelen dienden informatief en reflecterend te zijn, zo dicteerde de bladformule destijds.1

LOVER vond in de zomer van 1981 een vast onderkomen aan de Keizersgracht 10 te Amsterdam. In dit pand was ook het Internationaal Archief voor de Vrouwenbeweging, het huidige IIAV gevestigd, alsmede het Informatie- en Documentatiecentrum voor de Vrouwenbeweging (IDC). Het aantal abonnees steeg in dat jaar naar 3200 en de oplage naar 5000. Het blad werd verkocht in zestig verschillende boekhandels, verspreid over Nederland.

Het groeiend aantal abonnees zorgde voor meer geld. De lay-out kon nu onder handen worden genomen. Was het voorblad in de kinderjaren nog fletsbruin of geel gekleurd, begin jaren tachtig kreeg het hippe, fluorescerende kleuren.

Voor veel oudgedienden betekende het redacteurschap van LOVER het begin van een succesvolle (wetenschappelijke) loopbaan. Zo ook voor Maaike Meijer, tegenwoordig hoogleraar-directeur van het Centrum voor Gender en Divesiteit van de Universiteit Maastricht. Hoewel zij niet tot de redactie behoorde, leverde Meijer regelmatig bijdragen in de periode tussen 1977 en 1983. In die tijd was zij lerares op een middelbare school. LOVER hield haar, naar eigen zegen, geestelijk in leven. ‘Ik vond het héérlijk essays te schrijven. Mijn schrijfplezier ontwaakte. Ik werd er zo gelukkig van. Het was het beste feministische blad van die tijd. Ik spelde het uit, net als mijn vriendinnenkring. De artikelen waren werkelijk veelvuldig onderwerp van gesprek; aan tafel, in de kroeg en in bed.’

Discussie ontstond niet alleen bij de lezers, ook binnen de redactie wezen de neuzen niet altijd dezelfde kant op. Tjdens een redactievergadering in 1980 kwam het tot een heftig meningsverschil. De rubriek homoseksualiteit werd onder druk van de hetero’s in de redactie opgeheven vanuit de gedachte dat homo’s niet langer in een hokje moeesten worden geplaatst. Het onderwerp viel voortaan onder seksualiteit. Voor de lesbische redacteuren was dit onoverkomelijk: de gewenste nadruk op het homoseksuele aspect zou hierdoor naar de achtergrond verdwijnen. Het kwam uiteindeljik tot een compromis waarbij het onderwerp bij verschillende rubrieken werd ingedeeld. 2

Meijer schreef onder meer in het decembernummer van 1981 een reportage over haar bezoek aan de Lesbian Herstory Archives in New York. 3 Het artikel leidde ertoe dat in Nederland een aantal lesbische archieven in het leven werd geroepen. Ook schreef LOVER begin jaren tachtig veel over actuele thema’s als vredesvraagstukken en sociale wetgeving.

LOVER ontving in 1981 de Annie Romein Verschoor-prijs, uitgeloofd door Opzij, vanwege ‘de grote informatieve waarde, niet-dogmatische en –sektarische aanpak en heldere visie’. Het tijdschrift was volgens de jury zelfs ‘een beetje te braaf en te bescheiden. LOVER is noch een vreselijk radicaal, provocerend of gedurfd blad, noch is het moralistisch of drammerig’. Vanwege deze laatste zinsnede uit het juryrapport overwoog de LOVER-redactie de prijs te weigeren. Redacteuren ergerden zich aan het woord ‘drammerig’ en ook aan de conclusie dat LOVER braaf en bescheiden zou zijn. Uiteindelijk accepteerde de redactie de prijs alsnog. 4

Turbulente periode
Een paar jaargangen later, in 1988, werd een veelvuldig besproken fusie een feit. Het IAV en het IDC fuseerden in 1988 tot IIAV, het Internationaal Informatiecentrum en Archief voor de Vrouwenbeweging.

Historica Geertje Mak versterkte in deze turbulente periode de redactie. Zij bleef zich tot medio 1992 actief inzetten voor LOVER. De economische malaise eind jaren tachtig kwam de kwaliteit van het blad ten goede. Mak: ‘Toen ik begon was iedereen werkloos. We hadden de hele dag de tijd om aan onze stukken te werken. Die toewijding straalde het blad ook uit.’

Ondanks dat de redactie inhaakte op recente ontwikkelingen, kunnen de artikelen tot op de dag van vandaag niet doorgaan voor ‘trendy’. Ook wil LOVER geen doorgeefluik zijn voor wat zich binnen vrouwenstudies en de vrouwenbeweging afspeelt. LOVER wil discussies uitlokken en bestaande discussies nieuw leven inblazen. 5 De redactie had volgens Mak een antenne voor wat belangrijke issues zouden worden.’ LOVER zette de toon en nam een voorhoedepositie in. Het blad was bijvoorbeeld de eerste die zwarte bevolkingsgroepen als krachtig en dus positief naar voren deed komen. LOVER had tal van zaken al lang en breed aangekaart, zoals ‘vrouwen en bouwen’, voordat andere media dit ook gingen doen. We waren nooit actueel op het moment dat een nieuw nummer verscheen. Pas achteraf bleek dat we voorop hadden gelopen.’

Anno 2003 biedt LOVER als enige tijdschrift in Nederland een podium aan feministen. Bladen als Lust & Gratie en Katijf zijn verdwenen en Opzij functioneert eerder als een ‘vriendin’ van de lezeres dan als een vrijplaats voor wetenschappelijke, politieke of maatschappelijke gedachtenwisseling en informatie. Akke Visser, redacteur in de periode oktober 1999 tot en met februari 2001 en momenteel coördinator van het Nederlands Genootschap voor Vrouwenstudies, vindt de aanpak van LOVER nog steeds uniek. ‘Ik zou het verschrikkelijk vinden als LOVER van de bladenmarkt zou verdwijnen. Voor mij is het een populair wetenschappelijk blad dat feministisch wetenschappelijk onderzoek voor een breed publiek toegankelijk wil maken. Daarom kunnen de artikelen best iets journalistieker.’

Dat LOVER zich met haar eigenzinnige houding al dertig jaar staande weet te houden, is een hele prestatie. Zeker gezien het lot van andere feministische bladen die nu allemaal verdwenen zijn. Petra de Vries, lid van de uidige redactieraad en universitair docent aan de Universiteit van Amsterdam, ziet LOVER daarom nog steeds intellectueel groeien: ‘LOVER is steeds meer een platform voor discussie waar elders geen plaats voor is. En dat moet zo blijven!’.

NOTEN

1 Zie LOVER-notulen december 1979, opgenomen in het archief van het IIAV.

2 Zie LOVER-notulen september 1980 en stageverslag van Margreet Arendsen, mart 1986, opgenomen in het archief van het IIAV.

3 Maaike Meijer, ‘De roddel van de een is de geschiedenis van de ander, the lesbian herstory archives in New York.’ LOVER, jrg.8(1981) nr.4.

4 ‘Annie Romein-prijs voor LOVER.’ Opzij, december 1981 en LOVER-notulen, opgenomen in het archief van het IIAV.

5 Sandera Krol, ‘Wij concurreren met niemand, de eigen identiteit van een jubilerende LOVER.’ Pheme, december 1988.