<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>

<urlset xmlns="http://www.sitemaps.org/schemas/sitemap/0.9"  xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"  xsi:schemaLocation="http://www.sitemaps.org/schemas/sitemap/0.9 http://www.sitemaps.org/schemas/sitemap/0.9/sitemap.xsd" >
	<url>
		<loc>http://www.tijdschriftlover.nl/home</loc>
		<title>home</title>
		<content></content>
	</url>
	<url>
		<loc>http://www.tijdschriftlover.nl/submenu</loc>
		<title>submenu</title>
		<content></content>
	</url>
	<url>
		<loc>http://www.tijdschriftlover.nl/submenu/agenda</loc>
		<title>agenda</title>
		<content></content>
	</url>
	<url>
		<loc>http://www.tijdschriftlover.nl/submenu/agenda/2011-12-22</loc>
		<title>Fucking Radical?! - Vuige talkshow over gender en seksualiteit </title>
		<content><![CDATA[King Betty &amp;amp; Pinched (CumShots, Drag King Betty, Get a Room) presenteren op donderdag 22 december in het kader van Pink Christmas een intieme interactieve feministische talkshow omtrent gender &amp;amp; seksualiteit. Aan de hand van uiteenlopende mainstream en alternatieve LBTQ pornofragmenten gaan de deelnemers onderzoeken wat ze als softcore porno, als schokkend of heftig, als vernieuwend of normdoorbrekend, of als radicale porno wordt ervaren. Ook wordt gekeken hoe representatie en identiteit hierin een rol spelen. Filmprogramma Mon premier picnic (Murielle Scherre), Fragmenten Foxxy Angel, Fragment TransEntities (Morty Diamond), Use.Destroy.Repeat (Todd Verow), Fragment Much More Pussy (Emilie Jouvet) Praktische informatie Let op: maximaal 40 personen, meld je aan via info@kingbetty.nl 22 December 2011 OBA (Hella Haasse/Simon Vestdijk Zaal) Aanvang: 20:00 uur Eind: 23:00 uur]]></content>
	</url>
	<url>
		<loc>http://www.tijdschriftlover.nl/submenu/agenda/2011-12-16</loc>
		<title><![CDATA[Get a room! film & debat: How to talk about sex]]></title>
		<content><![CDATA[Er zullen twee documentaires vertoond worden: - &#039;Let&amp;rsquo;s talk about sex&#039; laat zien hoe Amerikanen met jongeren over sex praten, en verschillen tussen de Amerikaanse en Europese houding ten opzichte van seks. De filmmaakster doet onder andere Nederland aan in haar zoektocht. Hoe praten jongeren zelf over seks? Wat willen ze weten? Biedt internet alle informatie die ze nodig hebben of leren ze alleen maar van porno online? - In &#039;Sexy&#039;, een documentairereeks van Menna Laura Meijer, praten jongeren zelf over hun seksleven, de eerste keer, uit de kast komen en verliefd worden. De serie is in 2007 te zien geweest tijdens Villa Achterwerk van de VPRO. Betekent meer kennis over seks automatisch ook dat ze het meer gaan doen? Hoe geven voorlichters les aan jongeren die alles al op internet hebben gezien? Zorgt internetporno ervoor dat jongeren niet meer weten wat normale seks is?. En hoe zit het met emotionele safe seks? Moeten we naar het promoten van &#039;onthouding&#039; zoals dat in Amerika gebeurt? De experts van de avond gaan in op deze en andere vragen. Praktische informatie: Wanneer: Vrijdag, 16 december Hoe laat: 20 uur Waar: Art-hotel Mary K, Oudegracht 25 in Utrecht Toegang: 7 euro (incl. 5 euro maandlidmaatschap Cultdealerenzo) Reserveren via: getaroomutrecht@gmail.com Meer informatie: www.facebook.com/getaroomutrecht]]></content>
	</url>
	<url>
		<loc>http://www.tijdschriftlover.nl/submenu/agenda/2011-12-05</loc>
		<title>De vernieuwe site van LOVER staat online</title>
		<content>De vernieuwe site van LOVER is gelanceerd. Elke week zullen er nieuwe en oude artikelen bij komen. Dus blijf www.tijdschriftlover.nl checken!</content>
	</url>
	<url>
		<loc>http://www.tijdschriftlover.nl/submenu/agenda/2011-11-07</loc>
		<title>Nieuwe site!</title>
		<content>Ja ja, zou het dan nu zover zijn? Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Vivamus in augue ac justo posuere luctus sodales vel justo. Integer blandit, quam id porttitor consequat, lorem libero bibendum ipsum, non auctor sem ipsum eu mauris.</content>
	</url>
	<url>
		<loc>http://www.tijdschriftlover.nl/submenu/agenda/2011-10-28</loc>
		<title>Open Huis bij Aletta</title>
		<content><![CDATA[Nieuwsgierig naar de nieuwe locatie van Aletta? Kom op vrijdag 28 oktober tussen 19:00 naar het Open Huis! Wat valt er te beleven? Neem deel aan rondleidingen gegeven door onze medewerkers. Zij leiden je van de nieuwe bibliotheek op de begane grond naar het depot op de eerste verdieping, waar Aletta&#039;s collectie veilig bewaard wordt, naar open kantoorruimte op de tweede verdieping. Maak van deze gelegenheid gebruik voor een kijkje &#039;achter de schermen&#039;! Verantwoordelijk voor de nieuwe inrichting van de locatie is architectenduo Rocha Tombal Architecten. Snuffel in de bibliotheek tussen de boeken over en door vrouwen geschreven. Kom je er zelf niet uit? De dames van de Culturele Apotheek staan klaar om een gratis boekenconsult te geven, afgestemd op jouw persoonlijke behoefte en wensen! www.cultureleapotheek.nl Aanmelden voor het Open Huis is niet nodig.]]></content>
	</url>
	<url>
		<loc>http://www.tijdschriftlover.nl/submenu/agenda/2011-10-18</loc>
		<title>Het is herfst</title>
		<content>Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Vivamus in augue ac justo posuere luctus sodales vel justo. Integer blandit, quam id porttitor consequat, lorem libero bibendum ipsum, non auctor sem ipsum eu mauris. Vestibulum condimentum, lectus sed aliquam rutrum, est velit pellentesque mauris, sed mattis sapien ante vitae enim. Quisque cursus facilisis molestie. Sed rhoncus lacus ac nunc interdum in laoreet mi rhoncus. Suspendisse ultrices fringilla felis, in porta mi pretium ut. Nunc nisl nulla, varius in lobortis a, dictum a purus. Sed consequat felis ut erat lobortis hendrerit. Donec bibendum lorem lorem. Fusce suscipit sapien id lorem mollis vel placerat nunc congue. Aenean non nunc tortor. Curabitur rhoncus neque eget nulla adipiscing euismod.</content>
	</url>
	<url>
		<loc>http://www.tijdschriftlover.nl/submenu/contact</loc>
		<title>contact</title>
		<content>Deze website wordt beheerd door: Stichting LOVER Vijzelstraat 20 1017 HK Amsterdam info@tijdschriftlover.nl</content>
	</url>
	<url>
		<loc>http://www.tijdschriftlover.nl/submenu/doneer</loc>
		<title>doneer</title>
		<content><![CDATA[Beste LOVER-lezer, De redactie en het bestuur van LOVER hebben besloten om een nieuwe kant op te gaan met LOVER, vanwege de financi&amp;euml;le vooruitzichten. Eind september zal de laatste papieren LOVER verschijnen zoals we die 38 jaar hebben gekend.* Vanaf dat moment zal de website van LOVER h&amp;eacute;t feministische medium worden. Met wekelijks nieuwe diepgravende en prikkelende artikelen vanuit de vertrouwde LOVER-blik. Via uw mailbox kunt u, desgewenst, geattendeerd worden op het verschijnen van nieuwe artikelen. De papieren LOVER zal niet helemaal verdwijnen: niet alleen is een Best of LOVER-boek in de maak, ook staat er een boek over feministische journalistiek gepland. Daarbovenop zal LOVER debatten en andere evenementen organiseren. Een beetje nostalgisch nemen we afscheid van de gedrukte LOVER. Maar we richten ons nu met veel enthousiasme op de digitale wereld. Deze biedt veel kansen: we kunnen meer mensen met ons feministisch geluid bereiken en we worden actueler. We hopen dat u ons blijft steunen. Want het onderhouden van een gratis toegankelijke website, het organiseren van activiteiten en het uitgeven van publicaties blijft geld kosten. Daarvoor hebben wij uw hulp nodig! Wat kunt u doen? Zet uw reguliere abonnement om in een donateurschap van 24 euro per jaar en word een &amp;lsquo;LOVERliefje&amp;rsquo;! U ontvangt in het voorjaar dan het Best of LOVER-boek, u krijgt gratis toegang tot onze activiteiten en korting op toekomstige LOVER-uitgaven. Of word een &amp;lsquo;LOVERlover&amp;rsquo; en zet uw reguliere of vriend(in)enabonnement om in een donateurschap van 50 euro per jaar. U ontvangt in het voorjaar het Best of LOVER-boek, toegang tot onze activiteiten, korting op andere publicaties en de wetenschap dat u ons nog sterker maakt. Voor andere &amp;lsquo;LOVERliefhebbers&amp;rsquo;: eenmalige donaties worden zeer gewaardeerd. Ons rekeningnummer is 39.03.40.618. Triodos Bank, t.n.v. stichting LOVER te Amsterdam. Geef uw wensen voor donateurschap aan via de antwoordkaart (die u hier kunt downloaden) of via de mail: abo@tijdschriftlover.nl. Dank u voor al uw steun. Voor zover uw mailadres bij ons bekend is, laten wij u weten op welke dag de vernieuwde en uitgebreide website gelanceerd wordt. Blijf ons vooral bezoeken op www.tijdschriftlover.nl. Met vriendelijke groet, Redactie en bestuur van stichting LOVER Amsterdam, 25 mei 2011 * De doorlopende abonnementen zullen automatisch gestopt worden of, indien aangegeven, omgezet worden in een donateurschap. Heeft u voor juni een abonnement afgesloten en wilt u gecompenseerd worden voor een ontbrekend papieren nummer, neem dan contact op via info@tijdschriftlover.nl.]]></content>
	</url>
	<url>
		<loc>http://www.tijdschriftlover.nl/submenu/over_ons</loc>
		<title>over ons</title>
		<content><![CDATA[Het feministisch tijdschrift LOVER is eigenwijs en opini&amp;euml;rend, intellectueel scherp, haakt in op actuele ontwikkelingen, maar heeft ook aandacht voor human interest. LOVER is een inspiratiebron voor vrouwen m/v die kritisch naar de wereld kijken. LOVER voedt je met informatie over ongelijkheid tussen vrouwen en mannen, geeft je argumenten om seksistische en/of rascistische opmerkingen te pareren en laat zien hoe verschillend en uniek vrouwen in Nederland en daarbuiten zijn. LOVER &amp;ndash; gewoon op z&amp;rsquo;n Nederlands uitspreken: L&amp;oacute;&amp;oacute;-ver - werd in 1974 in de hoogtijdagen van de tweede feministische golf opgericht. Van een tijdschrift was toen nog geen sprake: het eerste nummer bestond uit vier gestencilde velletjes en werd als bijlage meegestuurd met de nieuwsbrief van de emancipatie-organisatie aktiegroep Man-Vrouw-Maatschappij. LOVER is dus 38 jaar oud of jong en heeft in de loop der jaren uiteraard heel wat veranderingen ondergaan. Naast Opzij &amp;ndash; dat net ietsje ouder is dan LOVER &amp;ndash; en Tijdschrift voor Genderstudies is het een van de drie zich feministisch noemende bladen die Nederland (nog) telt. Sinds kort is LOVER online gegaan. LOVER anno nu is een fris vormgegeven online tijdschrift met een heuse missie statement. &#039;LOVER wil bijdragen aan de emancipatie en positieverbetering van vrouwen. Dit doet zij in de vorm van een tijdschrift dat een feministische visie geeft op actuele ontwikkelingen binnen politiek, cultuur en wetenschap. LOVER wil hiermee de discussie aanjagen over vrouwbeelden in cultuur en media en de effecten van politiek en beleid op de positie van vrouwen &amp;eacute;n mannen.&amp;rsquo; LOVER op het internet Volg LOVER door je aan te melden bij onze facebook pagina! http://www.facebook.com/pages/Tijdschrift-Lover/111593442232596 LOVER wordt gemaakt door de volgende mensen: Vakredactie Kunst &amp;amp; Cultuur Nora Uitterlinden Niels Vonberg Quinsy Gario Kiemlan Tjon Tjin Joe Vakredactie Politiek &amp;amp; Maatschappij Marielle Smith Janneke Veger Tessa Leonhard Vakredactie Wetenschap Elise van Alphen Heike Vis Sanne Koevoets]]></content>
	</url>
	<url>
		<loc>http://www.tijdschriftlover.nl/submenu/nieuwsbrief</loc>
		<title>nieuwsbrief</title>
		<content></content>
	</url>
	<url>
		<loc>http://www.tijdschriftlover.nl/submenu/gegevens</loc>
		<title>geschiedenis</title>
		<content>&amp;lsquo;LOVER heeft me geestelijk in leven gehouden&amp;rsquo; Dertig jaar LOVER door Romaike Zuidema Anja Meulenbelt, Joke Kool-Smit, Maaike Meijer en vele andere feministen vonden in LOVER een platform voor hun idee&amp;euml;n. Wat begon als bijlage bij MVM-nieuws (Man-Vrouw-Maatschappij), werd een populair wetenschappelijk blad dat feministisch onderzoek voor een breed publiek toegankelijk maakt. Begin jaren zeventig verscheen er zoveel literatuur op het gebied van de vrouwenbeweging, dat er een jungle van het geschreven woord dreigde te ontstaan. Er was grote behoefte aan een volledig literatuuroverzicht, weet oprichter Jeroen de Wildt, tegenwoordig ambtnaar bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het initiatief bleek een schot in de roos. &amp;lsquo;Binnen een paar maanden waren we het niveau van bijlage bij MVM-nieuws al ontstegen.&amp;rsquo; Drie vaste rubrieken vormden tezamen LOVER, een afkorting voor LiteratuurOVERzicht. &amp;lsquo;Teksten&amp;rsquo; behandelde recente en klassieke publicaties, voor zover die al bestonden. &amp;lsquo;Signalementen&amp;rsquo; bracht het aanbod aan boeken, artikelen, rapporten, brochures en dergelijke in kaart. En als derde was er &amp;lsquo;Tijdschriften&amp;rsquo; dat een korte inhoudsopgave gaf van recente feministische bladen. Toenmalig rechtenstudent De Wildt was indertijd getrouwd met Annelies de Vries. Zij beheerde het secretariaat Lezen-Schrijven-Spreken, een werkgroep van Man-Vrouw-Maatschappij, en kwam als eerste met het idee om een literatuuroverzicht samen te stellen. De Wildt: &amp;lsquo;Het maken van LOVER was veel werk, omdat het blad met de hand moest worden gemaakt. Pc&amp;rsquo;s waren er niet, dus werkten we met schrijfmachine en stencils. Zodra de kopij binnen was, begon het overtikken, kopi&amp;euml;ren, verkleinen, plakken, scannen voor een fotostencil. Het aantal abonnees groeide enorm, we hadden er al snel een paar honderd. Dit kwam ook omdat LOVER een toegankelijk blad was. Het adagium was dat iedereen mee moest kunnen doen. De eerste jaren hadden we artikelen van de hand van Anja Meulenbelt, Joke (Kool-) Smit en Selma Leyesdorf. Zeg maar, de cr&amp;egrave;me de la cr&amp;egrave;me.&amp;rsquo; De redactie kreeg snel steun van andere feministen. &amp;lsquo;Het was een gem&amp;ecirc;leerd en niet eenkennig gezelschap van mensen die zeer actief waren in de vrouwenbeweging. Het was toen heel normaal als een redacteur al in de veertig was. Na de jaren zeventig zaten er meer twintigers in de redactie.&amp;rsquo; De Wildt was de eerste en de laatste mannelijke LOVER-redacteur. Hij was, naar eigen zeggen, een &amp;lsquo;geaccepteerde uitzondering&amp;rsquo;. De Wildt stopte in 1979: &amp;lsquo;Ze hebben mij er niet uitegooid, maar vroegen of het niet eens tijd werd om iets anders te gaan doen.&amp;rsquo; Fluorescerend kwaliteitsblad LOVER ging al snel door voor kwaliteitsblad. Het publiceerd in de jaren zeventig veelvuldig over actuele zaken zoals abortuswetgeving en de rechten van de vrouw. Ook besteedde het blad aandacht aan lesbische relaties en vrouwengeschiedenis. Artikelen dienden informatief en reflecterend te zijn, zo dicteerde de bladformule destijds.1 LOVER vond in de zomer van 1981 een vast onderkomen aan de Keizersgracht 10 te Amsterdam. In dit pand was ook het Internationaal Archief voor de Vrouwenbeweging, het huidige IIAV gevestigd, alsmede het Informatie- en Documentatiecentrum voor de Vrouwenbeweging (IDC). Het aantal abonnees steeg in dat jaar naar 3200 en de oplage naar 5000. Het blad werd verkocht in zestig verschillende boekhandels, verspreid over Nederland. Het groeiend aantal abonnees zorgde voor meer geld. De lay-out kon nu onder handen worden genomen. Was het voorblad in de kinderjaren nog fletsbruin of geel gekleurd, begin jaren tachtig kreeg het hippe, fluorescerende kleuren. Voor veel oudgedienden betekende het redacteurschap van LOVER het begin van een succesvolle (wetenschappelijke) loopbaan. Zo ook voor Maaike Meijer, tegenwoordig hoogleraar-directeur van het Centrum voor Gender en Divesiteit van de Universiteit Maastricht. Hoewel zij niet tot de redactie behoorde, leverde Meijer regelmatig bijdragen in de periode tussen 1977 en 1983. In die tijd was zij lerares op een middelbare school. LOVER hield haar, naar eigen zegen, geestelijk in leven. &amp;lsquo;Ik vond het h&amp;eacute;&amp;eacute;rlijk essays te schrijven. Mijn schrijfplezier ontwaakte. Ik werd er zo gelukkig van. Het was het beste feministische blad van die tijd. Ik spelde het uit, net als mijn vriendinnenkring. De artikelen waren werkelijk veelvuldig onderwerp van gesprek; aan tafel, in de kroeg en in bed.&amp;rsquo; Discussie ontstond niet alleen bij de lezers, ook binnen de redactie wezen de neuzen niet altijd dezelfde kant op. Tjdens een redactievergadering in 1980 kwam het tot een heftig meningsverschil. De rubriek homoseksualiteit werd onder druk van de hetero&amp;rsquo;s in de redactie opgeheven vanuit de gedachte dat homo&amp;rsquo;s niet langer in een hokje moeesten worden geplaatst. Het onderwerp viel voortaan onder seksualiteit. Voor de lesbische redacteuren was dit onoverkomelijk: de gewenste nadruk op het homoseksuele aspect zou hierdoor naar de achtergrond verdwijnen. Het kwam uiteindeljik tot een compromis waarbij het onderwerp bij verschillende rubrieken werd ingedeeld. 2 Meijer schreef onder meer in het decembernummer van 1981 een reportage over haar bezoek aan de Lesbian Herstory Archives in New York. 3 Het artikel leidde ertoe dat in Nederland een aantal lesbische archieven in het leven werd geroepen. Ook schreef LOVER begin jaren tachtig veel over actuele thema&amp;rsquo;s als vredesvraagstukken en sociale wetgeving. LOVER ontving in 1981 de Annie Romein Verschoor-prijs, uitgeloofd door Opzij, vanwege &amp;lsquo;de grote informatieve waarde, niet-dogmatische en &amp;ndash;sektarische aanpak en heldere visie&amp;rsquo;. Het tijdschrift was volgens de jury zelfs &amp;lsquo;een beetje te braaf en te bescheiden. LOVER is noch een vreselijk radicaal, provocerend of gedurfd blad, noch is het moralistisch of drammerig&amp;rsquo;. Vanwege deze laatste zinsnede uit het juryrapport overwoog de LOVER-redactie de prijs te weigeren. Redacteuren ergerden zich aan het woord &amp;lsquo;drammerig&amp;rsquo; en ook aan de conclusie dat LOVER braaf en bescheiden zou zijn. Uiteindelijk accepteerde de redactie de prijs alsnog. 4 Turbulente periode Een paar jaargangen later, in 1988, werd een veelvuldig besproken fusie een feit. Het IAV en het IDC fuseerden in 1988 tot IIAV, het Internationaal Informatiecentrum en Archief voor de Vrouwenbeweging. Historica Geertje Mak versterkte in deze turbulente periode de redactie. Zij bleef zich tot medio 1992 actief inzetten voor LOVER. De economische malaise eind jaren tachtig kwam de kwaliteit van het blad ten goede. Mak: &amp;lsquo;Toen ik begon was iedereen werkloos. We hadden de hele dag de tijd om aan onze stukken te werken. Die toewijding straalde het blad ook uit.&amp;rsquo; Ondanks dat de redactie inhaakte op recente ontwikkelingen, kunnen de artikelen tot op de dag van vandaag niet doorgaan voor &amp;lsquo;trendy&amp;rsquo;. Ook wil LOVER geen doorgeefluik zijn voor wat zich binnen vrouwenstudies en de vrouwenbeweging afspeelt. LOVER wil discussies uitlokken en bestaande discussies nieuw leven inblazen. 5 De redactie had volgens Mak een antenne voor wat belangrijke issues zouden worden.&amp;rsquo; LOVER zette de toon en nam een voorhoedepositie in. Het blad was bijvoorbeeld de eerste die zwarte bevolkingsgroepen als krachtig en dus positief naar voren deed komen. LOVER had tal van zaken al lang en breed aangekaart, zoals &amp;lsquo;vrouwen en bouwen&amp;rsquo;, voordat andere media dit ook gingen doen. We waren nooit actueel op het moment dat een nieuw nummer verscheen. Pas achteraf bleek dat we voorop hadden gelopen.&amp;rsquo; Anno 2003 biedt LOVER als enige tijdschrift in Nederland een podium aan feministen. Bladen als Lust &amp;amp; Gratie en Katijf zijn verdwenen en Opzij functioneert eerder als een &amp;lsquo;vriendin&amp;rsquo; van de lezeres dan als een vrijplaats voor wetenschappelijke, politieke of maatschappelijke gedachtenwisseling en informatie. Akke Visser, redacteur in de periode oktober 1999 tot en met februari 2001 en momenteel co&amp;ouml;rdinator van het Nederlands Genootschap voor Vrouwenstudies, vindt de aanpak van LOVER nog steeds uniek. &amp;lsquo;Ik zou het verschrikkelijk vinden als LOVER van de bladenmarkt zou verdwijnen. Voor mij is het een populair wetenschappelijk blad dat feministisch wetenschappelijk onderzoek voor een breed publiek toegankelijk wil maken. Daarom kunnen de artikelen best iets journalistieker.&amp;rsquo; Dat LOVER zich met haar eigenzinnige houding al dertig jaar staande weet te houden, is een hele prestatie. Zeker gezien het lot van andere feministische bladen die nu allemaal verdwenen zijn. Petra de Vries, lid van de uidige redactieraad en universitair docent aan de Universiteit van Amsterdam, ziet LOVER daarom nog steeds intellectueel groeien: &amp;lsquo;LOVER is steeds meer een platform voor discussie waar elders geen plaats voor is. En dat moet zo blijven!&amp;rsquo; Romaike Zuidema studeert rechten en vrouwenstudies aan de Universiteit van Amsterdam en werkt tijdelijk bij LOVER. NOTEN 1 Zie LOVER-notulen december 1979, opgenomen in het archief van het IIAV. 2 Zie LOVER-notulen september 1980 en stageverslag van Margreet Arendsen, mart 1986, opgenomen in het archief van het IIAV. 3 Maaike Meijer, &amp;lsquo;De roddel van de een is de geschiedenis van de ander, the lesbian herstory archives in New York.&amp;rsquo; LOVER, jrg.8(1981) nr.4. 4 &amp;lsquo;Annie Romein-prijs voor LOVER.&amp;rsquo; Opzij, december 1981 en LOVER-notulen, opgenomen in het archief van het IIAV. 5 Sandera Krol, &amp;lsquo;Wij concurreren met niemand, de eigen identiteit van een jubilerende LOVER.&amp;rsquo; Pheme, december 1988.</content>
	</url>
	<url>
		<loc>http://www.tijdschriftlover.nl/submenu/colofon</loc>
		<title>colofon</title>
		<content><![CDATA[De redactie van LOVER bestaat - net als in 1974 &amp;ndash; uit een groep enthousiastelingen die LOVER onbetaald in elkaar zetten. Voor veel van hen is LOVER een springplank geweest naar een succesvolle professionele carri&amp;egrave;re. De LOVER redactie komt elke drie weken bij elkaar om de voortgang van het komende nummer te bespreken en actuele onderwerpen te screenen en te beoordelen of ze geschikt zijn voor LOVER. Heb je een interessante paper geschreven; wil je je scriptie bewerken voor een artikel of ben je journalist en heb je een interessant thema voor een artikel? Neem dan contact op met een van de redacteuren via tijdschriftlover(at)aletta.nu. In de eerstvolgende vergadering worden alle voorstellen besproken. LOVER wordt gemaakt door de volgende mensen: Vakredactie Cultuur Nora Uitterlinden Marije Janssen Niels Vonberg Vakredactie Politiek &amp;amp; Maatschappij Valeska Hovener Marielle Smith Vakredactie Wetenschap Tamar Doorduin Sanne Koevoets Rinske Koehorst Beeldredactie Cathelijne Berghouwer Eindredactie Elise van Alphen Webredactie Janiek Kistemaker Uitgever Stichting LOVER Bestuur Manu B&amp;uuml;hring Anja van den Einden Sarah Riach Marija Scheeve Vormgeving van de gedrukte LOVER Wildvlees De website is ontworpen door &amp;Oacute;ceaan Design en gebouwd door Jan den Besten]]></content>
	</url>
	<url>
		<loc>http://www.tijdschriftlover.nl/submenu/vacatures</loc>
		<title>vacatures</title>
		<content><![CDATA[LOVER zoekt redacteuren LOVER is een feministische website met een jonge, actieve redactie. LOVER houdt je scherp met diepgravende analyses, sprankelende opiniestukken en lichtvoetig commentaar. LOVER zoekt versterking en heeft vacatures in verschillende deelredacties. Schrijf je graag, ben je op de hoogte van feministische vraagstukken en heb je een frisse en kritische blik? Solliciteer dan snel! Een redacteur: - initieert, begeleidt en redigeert artikelen - legt en onderhoudt contacten met potenti&amp;euml;le auteurs - ondersteunt en bewaakt mede het productieproces en de redactieformule van LOVER - vergadert met de redactie en de vakredactie (ongeveer eens per drie weken) in Amsterdam - voert niet-redactionele taken uit, zoals het organiseren van extra activiteiten, notuleren van vergaderingen en activiteiten ter promotie van LOVER. Wat vragen wij? - een neus voor interessante verhalen en artikelen over politiek, beleid, maatschappij, wetenschap of kunst en cultuur - een relevant netwerk - actieve kennis van en affiniteit met vraagstukken rondom gender, feminisme en emancipatie - goede schrijfvaardigheden - kritische geest, creativiteit en inventiviteit, doorzettingsvermogen en flexibiliteit - deadlinebestendigheid, goede contactuele vaardigheden - circa 8 uur per week tijd. Wat bieden wij? - een tastbaar eindresultaat: de website van LOVER - ervaring opdoen in een professionele omgeving - een inspirerende werkomgeving, een platform voor discussie en samenwerking binnen de redactie, de bredere organisatie van LOVER - uitbreiding van je netwerk - vergoeding van onkosten. Heb je belangstelling? Stuur dan een e-mail met je motivatie en cv naar: info@tijdschriftlover.nl. LOVER roept met nadruk ook zwarte, migranten- of vluchtelingenvrouwen op om te solliciteren!]]></content>
	</url>
	<url>
		<loc>http://www.tijdschriftlover.nl/submenu/shopper</loc>
		<title>shopper</title>
		<content><![CDATA[Bestel nu deze unieke LOVER feminist shopper! Laat zien dat je feminist bent en vriend(in) van LOVER! Draag een tasje met meerwaarde: Fairtrade, EKO katoen, klimaatneutraal geproduceerd &amp;eacute;n: je steunt LOVER. Voor maar &amp;euro;11,85 incl. verzendkosten. Stuur een mail naar inf@]tijdschriftlover.nl, met daarin: 1. Het volledige adres waarheen het tasje verzonden moet worden. 2. Bank/gironummer met tenaamstelling van degene die de betaling doet. Maak meteen &amp;euro;11,85 over op rekeningnummer 390340618 t.n.v. Stichting LOVER te Amsterdam. Zodra de betaling bij ons binnen is, verzenden wij de shopper. ]]></content>
	</url>
	<url>
		<loc>http://www.tijdschriftlover.nl/submenu/zoeken</loc>
		<title>zoeken</title>
		<content></content>
	</url>
	<url>
		<loc>http://www.tijdschriftlover.nl/kunst_en_cultuur</loc>
		<title><![CDATA[Kunst & Cultuur]]></title>
		<content></content>
	</url>
	<url>
		<loc>http://www.tijdschriftlover.nl/kunst_en_cultuur/in_memoriam_doeschka_meijsing</loc>
		<title>In memoriam: Doeschka Meijsing </title>
		<content><![CDATA[In 1976 verscheen Robinson, de eerste roman van Doeschka Meijsing. Aan het eind van het verhaal loopt het meisje Robinson de leeszaal uit, het plein met de muziektent op: &amp;ldquo;En op hetzelfde moment dat alles op de marsmuziek in beweging kwam, was het Robinson of dat koperen plein wegliep van haar, in deze of gene richting, dat deed er niet toe, maar weg van waar zij stond, zonder dat ze het plein nog kon inhalen, steeds verder weg marcheerde dat plein, in een richting die ook zij zo graag was gegaan.&amp;rdquo; Het gevoel een buitenstaander te zijn, hunkerend naar het leven en de liefde. Voor Meijsing was dit een existenti&amp;euml;le ervaring, die ze meermalen verwoord heeft in haar verhalen en romans. Ze hoedde zich ervoor om geclaimd te worden door een groep, of het nou de feministische of de lesbische beweging was. Ze was v&amp;oacute;&amp;oacute;r alles schrijfster. Al op haar dertiende verklaarde ze in haar dagboek dat ze schrijfster wilde worden, en vanaf de vierde klas van het gymnasium begon ze serieus aan het schrijven van romans. Vanaf haar debuutbundel De hanen en andere verhalen (1974) liet ze zich kennen als een zoekende en experimenterende schrijfster. Ze schreef nauwkeurig geconstrueerd (Robinson), fragmentarisch (Tijger, Tijger, 1980), meeslepend (De beproeving, 1990) en filosofisch (De tweede man, 2000). Meteen vanaf haar debuut werd ze als vanzelfsprekend tot de belangrijkste Nederlandse schrijvers gerekend. Met haar jongere broer Geerten, die bijna gelijktijdig debuteerde, onderhield ze een rivaliteit, die in elk geval aan de oppervlakte beschaafd leek. Ze vond zichzelf een &#039;wezenlijker&#039; schrijfster, maar de vrees bleef altijd dat zou blijken dat hij t&amp;oacute;ch beter was dan zij. In 1988 zat ze in de jury die Geerten de AKO Literatuurprijs toekende, en in 2005 schreven ze zelfs samen een &#039;dubbelroman&#039; met de venijnige titel Moord en doodslag. In een interview met de VPRO-gids in 2008 zegt Meijsing: &amp;ldquo;Wat ik hoop in de liefde, is eeuwigdurendheid. Tot aan de dood. Het is absoluut romantisch maar het is een soort koppigheid van mij om er in te blijven geloven. Als ik liefheb, is het voor altijd.&amp;rdquo; Pip, de hoofdpersoon van wat Meijsings laatste roman zou zijn, Over de liefde (2008), hoopt en gelooft dit ook. In dit boek, dat verreweg haar meest persoonlijke is, ontleedt Meijsing haar eigen wanhoop, nadat ze verlaten is door haar grote liefde. Ze doet dit met een superieure ironie, waarachter een groot verdriet schuilt. Het verlangen naar liefde en de realiteit van verraad raken haar in haar ziel. In hetzelfde interview in de VPRO-gids zegt Meijsing: &amp;ldquo;(...) Over de liefde was een verschrikkelijk moeilijk boek, omdat ik de gevoelens die ik er in beschrijf ook beleefde.&amp;rdquo; Het boek werd bekroond met de AKO Literatuurprijs, de Opzij Literatuurprijs &amp;eacute;n de F. Bordewijkprijs. Bovendien kreeg ze er een grote schare lezers bij. Je kon bijna niet anders dan van de mopperige, goed van de tongriem gesneden Pip gaan houden. De eenzaamheid die het jonge meisje Robinson al voelde, is bij de oudere Pip misschien nog wel dieper: de dood heeft haar intrede gedaan. Om haar heen vallen geliefden weg, veel te jong. Ook Pip loopt over een plein, verlangend naar verbondenheid met degenen die haar lief zijn. &amp;ldquo;Ik kromp ineen bij de gedachte aan Lisa in haar laatste jaar terwijl ik het grote plein overstak, ik hunkerde plotseling naar de aanwezigheid van een paar van mijn andere doden (&amp;hellip;). Naar al degenen met wie ik nooit meer stevig gearmd het plein zou oversteken. Ik had een hele wereld onder mijn voeten, het rijk van de doden, en ik wenste intens daar met hen te mogen wandelen door de eeuwige hopeloze lanen en hun zwijgend verdriet te delen in een eindeloos gaan, naar niets gaan, maar gaan. De lantarens waren opgestoken, uit de grachten begon kou op te trekken, de stad maakte zich op voor de laatste uren. Ik droeg mijn onderwereld met me mee, ik hoefde nooit alleen te zijn.&amp;rdquo; Wij nemen &amp;ndash; veel te vroeg &amp;ndash; afscheid van een grandioze vrouw en van een groots schrijfster. Haar verhalen dragen we met ons mee. Foto &amp;copy; Leo van der Noort]]></content>
	</url>
	<url>
		<loc>http://www.tijdschriftlover.nl/kunst_en_cultuur/nette_opgevoede_jongens</loc>
		<title>Nette, Opgevoede Jongens</title>
		<content><![CDATA[Het is natuurlijk een jongeren programma: KRO&amp;rsquo;s Uit de Kast. Gepresenteerd door Arie Boomsma &amp;ndash;die man waarmee alle vrouwen en homo&amp;rsquo;s willen weglopen en de rest van de bevolking graag een biertje mee wil drinken &amp;ndash; krijgen we wekelijks een coming out te zien van een jonge lesbienne of homo. Het eerste seizoen werd ik wekelijks z&amp;oacute; ge&amp;iuml;rriteerd door Boomsma&amp;rsquo;s lach, de akoestische, instrumentale gitaarmuziek op de achtergrond en de goede bedoelingen die als kwijl van het tv-scherm afdropen, dat ik er geen blog aan wilde wijden. Nu het programma zijn tweede seizoen ingaat, doe ik toch maar een poging. Het probleem met Uit de Kast is het idee dat de coming out als een soort tovertruuk wordt voorgesteld. Na een coming out kun je jezelf zijn. Na een coming out ben je echt. Na een coming out hoef je nooit meer te liegen, de hemel zal haar poorten openen en echt waar, uiteindelijk behoor je &amp;oacute;&amp;oacute;k tot God&amp;rsquo;s koninkrijk. Al dan niet begeleid door de glimlach van Arie natuurlijk. Uit de Kast doet zijn uiterste best om het drama van Uit de Kast te beperken. Acceptatie bij Uit de Kast is kennelijk iets waar je om moet vragen, niet iets wat je kunt eisen. Wat daaruit voortvloeit wordt vooral veroorzaakt door de homo in kwestie zelf, lijkt het programma te willen zeggen, terwijl het eigenlijk de ouders en omgeving zijn die moeilijk doen over homoseksualiteit. Het script dat de Uit de Kast volgt is nauwgezet: interview met de hoofdpersoon, coming out met familie, evaluatie, coming out met vrienden, evaluatie, waarna vervolgens Arie Boomsma iedereen heel veel succes en plezier wenst. Een coming out loopt daardoor vrijwel altijd goed af voor de kijker. Iedereen zegt wat ze moeten zeggen. Een klopje op de schouders, een knuffel, een moeder die dan iets zegt over kleinkinderen en pleeggezin. Die ene keer dat er een moeder totaal over de schreef gaat krijgen we daar weinig van te zien, wordt er nauwelijks over gepraat. Over die keer dat een ouder zegt: &amp;lsquo;Ja, maar ik wil niet dat die met een handtasje gaat lopen&amp;rsquo;, blijft het ook stil. De aflevering van 10 januari is typerend: de coming out wordt niet verfilmd, omdat dit verkeerd zou vallen bij de familie. Later vertelt de jongen in kwestie dat het inderdaad niet goed viel bij de familie (&amp;lsquo;Ze zijn bang voor me.&amp;rsquo;) Bij een gesprek met Arie blijkt echter dat de familie alles accepteert, maar volgens hen zouden vooral Arie&amp;rsquo;s vrienden er moeite mee hebben. Daarvan zien we niets terug, behalve een stilstaand beeld van de familie met daartussen Arie Boomsma. Die vrienden zijn inderdaad erg negatief over homo&amp;rsquo;s in interviews en zelfs bij de coming out blijven ze terughoudend en overwegend negatief. Open armen zitten er in ieder geval niet bij. Iemand gaat huilen. Arie staat erbij en kijkt ernaar. De meeste homo&amp;rsquo;s die meedoen zijn mannen. Misschien dat lesbiennes moeilijker te vinden zijn voor dit programma, maar het wringt toch. Lesbo&amp;rsquo;s in Uit de Kast zijn op &amp;eacute;&amp;eacute;n hand te tellen. Het is er welgeteld &amp;eacute;&amp;eacute;n. Kennelijk andere koek? Maar het vervelendste is dit: wat Uit de Kast vooral laat zien, zijn jonge homo&amp;rsquo;s die graag geaccepteerd willen worden en daarom heel erg veel moeten slikken. Een vriend die van alles niet begrijpt en zegt dat hij homoseksualiteit vies vindt, krijgt een klopje op zijn rug. &amp;lsquo;Je hebt gewoon tijd nodig.&amp;rsquo; Ouders en vrienden worden ontzien in hun afwijzing, privacy van de hetero&amp;rsquo;s wordt gerespecteerd. Nee, mensen, een brutale relnicht zit er niet in, want dat zou waarschijnlijk een te grote bedreiging vormen. Homoseksualiteit is geen keuze in Uit de Kast, maar kennelijk moet er wel een soort verantwoording gedragen worden voor de omgeving. Het is de homo zelf die ervoor moet zorgen dat iedereen het begrijpt. En dat kunnen de homo&amp;rsquo;s in Uit de Kast goed: zij begrijpen hetero&amp;rsquo;s. Dat laten ze maar al te graag zien. Uit de kast komen lijkt daarbij wel heel erg op een soort heteroseksueel initiatie ritueel. Tuurlijk, Uit de Kast is een jongerenprogramma dat ongetwijfeld bedoeld is acceptatie van homo&amp;rsquo;s te bevorderen. Na 100 jaar homo-emancipatie doet de KRO daar ook wat mee, hoezee! Ik met mijn sarcastische 30 jaar moet gewoon iets anders kijken. Maar tegelijkertijd voel ik me ook aangesproken, want ik ben een homo en dit gaat daarom ook over beeldvorming van een groep waar ik me bij betrokken voel. De KRO lijkt vooral ge&amp;iuml;nteresseerd in nette, welopgevoede, naar acceptatie hunkerende homo&amp;rsquo;s, die een gezond en verstandig leven tegemoet gaan. Het is een onplezierige trap onder elke homoseksuele reet met de boodschap: dit is de juiste en enige manier. De enige hoop die ik koester is dat deze 30 minuten normativerende martelgang een aantal jonge, boze homo&amp;rsquo;s en lesbo&amp;rsquo;s produceert die op een dag Arie Boomsma kidnappen en hem verplicht de rest van zijn leven een travestiet laten spelen in een dorp met alleen maar orthodoxe Christenen. Camera erbij en we hebben materiaal voor een prachtige documentaire: Coming Out When the Going Gets Tough. Eens kijken of de KRO daarvoor ook een script heeft. titelfoto: CreativeCommons door malik ml williams bovenste foto : CreativeCommons door tanvach ]]></content>
	</url>
	<url>
		<loc>http://www.tijdschriftlover.nl/kunst_en_cultuur/dat_is_amerika_terminaal_gek_en_slecht</loc>
		<title>'Dat is Amerika. Terminaal, gek en slecht' </title>
		<content>Angels in America, het is inmiddels de derde keer dat ik het stuk zie in de uitvoering van Toneelgroep Amsterdam. Net als de miniserie, ook drie keer gekeken op dvd. Toch komt het weer even hard aan als was het de eerste keer. Weinig toneelstukken zijn zo genadeloos als deze vijf uur durende theatermarathon. Op een praktisch lege toneelvloer, ontdaan van iedere opsmuk, is elke zin die wordt uitgesproken in your face. Even bijkomen is er niet bij. De cast heeft je bij de kladden. Met name de brute Hans Kesting als advocaat Roy Cohn, symbool voor het hyper-individualistische, kapitalistische Amerika onder leiding van Ronald Reagan. Alleen ruimte voor de sterken; het gaat niet om wie je bent, maar om wie je kent. Eelco Smits is wederom fenomenaal als Prior Walter, de uitverkorene door HIV besmette boodschapper Gods. Vechtend tegen een ziekte die zijn omgeving uitroeit. Smits is licht en zwaar tegelijkertijd en weet de vele lagen van het toneelstuk van scenarioschrijver Tony Kushner te bundelen in zijn personage. Van de ontwortelende impact van Aids in de homogemeenschap tot de verstarrende invloed van religie en het Amerikaans conservatisme. Dit stuk is geen Midzomernachtsdroom, maar een diepgravende confrontatie met de rauwe realiteit van het leven, waar je alleen kan bestaan als je kan transformeren, als je kiest voor het leven en de liefde. Nog vier keer is het Angels in America te zien, ga kijken, als het even kan drie keer achter elkaar. fotograaf Jan Versweyveld Angels in America door Toneelgroep Amsterdam speelt tot en met 11 januari 2012 in Stadsschouwburg Amsterdam</content>
	</url>
	<url>
		<loc>http://www.tijdschriftlover.nl/kunst_en_cultuur/geen_feministisch_manifest</loc>
		<title>GEEN FEMINISTISCH MANIFEST</title>
		<content><![CDATA[In 2008 debuteerde Charlotte Roche met Vochtige streken (2008, Arbeiderspers), een roman vol taboes over hygi&amp;euml;ne en seks. Haar nieuwe boek Schootgebed (2011, Arbeiderspers) is een gevoeligere roman, maar even omstreden. De meeste recensenten zijn te spreken over de literaire kwaliteit, maar Roche weet daarnaast nog steeds te shockeren. Verwacht echter geen feministisch manifest, maar een verhaal over het alledaagse leven van een vrouw. Deze keer stelt Roche de lezer voor aan Elisabeth Kiel. 33, getrouwd met een man van 56, moeder van een dochter van 6. Omdat liefde en lust niet van elkaar te scheiden zijn, gaat Kiel elk mogelijk seksueel avontuur met haar man aan. Daarnaast gaat ze drie keer per dag naar een psychoanalytica, probeert de beste moeder te zijn, de beste vriendin voor haar ex-vriend &amp;ndash; de biologische vader van haar kind- en de beste rouwende zus voor haar drie broers. Die zijn omgekomen bij een auto-ongeluk op weg naar haar bruiloft. Deze gebeurtenis en de daaropvolgende chantagepogingen van een krant hebben Kiel getraumatiseerd. Ze breekt met haar manipulatieve ouders en hoopt eindelijk zo normaal mogelijk te worden. Om haar man en haar dochter gelukkig te maken. Zo gelukkig, dat ze haar niet meer nodig hebben en Kiel zelfmoord kan plegen. Net als in Feuchtgebiete is de ophef over de roman groot. Neem bijvoorbeeld de Duitse feministe Alice Schwarzer. Zij beschuldigt Roche ervan dat ze een boek heeft geschreven waarin de twee vrouwelijke personages &amp;ndash; de hoofdpersoon Elizabeth Kiel en haar moeder &amp;ndash; een verkeerd beeld neerzetten van een ge&amp;euml;mancipeerde vrouw. Roche zet in haar nieuwe roman een beeld neer van vrouwen die elk plezier aan seks zijn ontnomen door hun feministische, m&amp;auml;nnerhassende attitude en opvoeding. Alice Schwarzer stelt dat Roche met haar roman lijkt te beweren dat het feminisme het plezier uit de (heteroseksuele) vrouwelijke seksualiteit heeft gehaald. In haar open brief &amp;ldquo;Hallo Charlotte&amp;rdquo; vertaalt Schwarzer het personage Kiel &amp;eacute;&amp;eacute;n op &amp;eacute;&amp;eacute;n naar de schrijfster zelf. Roche/Kiel herhaalt volgens Schwarzer dezelfde fout als haar moeder en grootmoeder. Na wat onenigheden kiezen ze elk voor een ander extreem. Een gedwongen feministische houding staat tegenover een ouderwets burgerlijk ideaal. Roches roman is dan ook een bedreiging van het hedendaagse feminisme, aldus Schwarzer. Kiel ontrekt zich namelijk van deze idealen om haar dochter het maatschappelijke ideaal van de veilige core family te kunnen bieden: de saaiheid van het burgerlijk bestaan als ideale kinderjaren. Kiel is zich van deze basale behoefte evenzo bewust als van het feit dat louter haar vadercomplex de relatie tot haar man mogelijk maakt. Aanzienlijk ouder dan zij, heeft hij haar en haar dochter &amp;lsquo;opgevangen&amp;rsquo; na een ernstig ongeluk. Hij biedt haar emotionele zekerheid maar ook vervanging voor haar vader met wie ze het contact heeft verbroken. Kiel heeft een pijnlijke running gag met hem: van alle gekheden mag haar therapeute haar genezen, maar niet van het vadercomplex. Kiel ziet traditionele heteroseksualiteit namelijk als voorwaarde voor een gelukkige jeugd. Dat heteroseksualiteit noch traditie garant staan voor veiligheid vergeet ze voor het gemak. Het is voor haar belangrijker de fouten van haar ouders niet te herhalen. Deze angst toont niet alleen een generatiekloof tussen verschillende feministische houdingen. Roche laat met haar roman duidelijk zien dat ze tweede-golf-feministen verwijt een hele generatie vrouwen niet te hebben bevrijd maar juist opgesloten. Schwarzer voelt zich daarom bedrogen door haar voormalige &amp;lsquo;vriendin&amp;rsquo; Roche, voor wie ze ooit een heldin was, een opvoedster. Roche vindt die houding belachelijk zegt ze in een interview in de Stern, ze is immers niet Kiel, ze wilde ook geen feministisch manifest schrijven, noch zijn ze ooit vrienden geweest. Schwarzer heeft gelijk als ze in haar brief tegen Roche zegt: &amp;ldquo;du hast nicht die L&amp;ouml;sung, du hast das Problem&amp;ldquo;. Maar anders dan Schwarzer, pretendeert Roche ook niet een oplossing te hebben. Sterker nog, met haar roman lijkt ze Schwarzer haast te willen vragen, of zij, na al die jaren, wel een oplossing kan bieden. In die suggestie ligt vooralsnog een tijdloze kwestie waar veel mainstream-feministen niet meer aan durven komen. Het is een wezenlijk dilemma van het feminisme: als we de oplossing van het heteroseksuele, burgerlijke probleem van vrouwelijkheid hebben bereikt, is feminisme haar bestaansrecht als representant van vrouwen kwijt. Schootgebed is een moedige roman. Niet alleen vanwege de autobiografische elementen, of de besproken taboes maar ook omdat de roman laat zien dat het verhaal van de moderne, ge&amp;euml;mancipeerde vrouw nog steeds dilemma&amp;rsquo;s kent waar ook feministen niet direct een antwoord op hebben.]]></content>
	</url>
	<url>
		<loc>http://www.tijdschriftlover.nl/kunst_en_cultuur/no_gender_no_power</loc>
		<title>No gender, no power</title>
		<content><![CDATA[Cadeautjes kopen, gedichten schrijven, gekluns met surprises: de Sinterklaasavond wordt in Nederland groots gevierd. Het is een nationale feestdag waar jong en oud dol op zijn. Toch is Sinterklaas niet oncontroversieel. Elk jaar klinkt er wel ergens de kritiek dat zwarte piet racistisch is. Janneke Veger analyseert de zwartheid van piet en betoogt dat niet alleen kleur van piet, maar ook zijn onzijdige gender zijn lage status verklaart. De discussie of zwarte piet al dan niet racistisch is, leeft elk jaar vlak voor 5 december weer op. Voorstanders van zwarte piet beweren dat hij zo donker is geworden doordat hij zo vaak door de schoorsteen is gegleden. Persoonlijk vind ik het frappant dat hij in dat geval zijn kleding zo goed schoon weet te houden. Vaak wordt dit argument dan ook als onzin afgedaan. Anderen vinden het &amp;lsquo;gewoon&amp;rsquo; bij het Sinterklaasfeest horen, en zien geen verband tussen zwarte piet en racisme. Tegenstanders zien het als een uiterst racistisch verschijnsel. Maar hoe komen we &amp;uuml;berhaupt aan zwarte piet? Overwonnen duivel of vrijgekochte slaaf Zwarte pieten staan vandaag de dag bekend als de vriendelijke knechtjes van Sinterklaas. Het zijn over het algemeen blanke mensen die voor de gelegenheid hun gezichten zwart schilderen en kleurrijke kostuums aantrekken. Ze helpen hun &amp;lsquo;witte baas&amp;rsquo; met het uitdelen van cadeaus en snoepgoed en halen soms ondeugende streken uit. Er bestaan verschillende idee&amp;euml;n over de oorsprong van zwarte piet. In sommige optieken is hij een Ethiopische slaaf, die door Sint Nicolaas werd vrijgekocht, en uit dankbaarheid zijn hele leven vrijwillig Sinterklaas diende. Een andere verklaring van het fenomeen, is dat zwarte piet de bedwongen satan of de overwonnen duivel is die door Sinterklaas gedwongen wordt goede daden te verrichten. Ook beide verklaringen kunnen juist zijn: de Moren werden, in de tijd dat zwarte piet ten tonele verscheen in Nederland, door velen als duivels beschouwd. What&amp;rsquo;s in the name? Sint Nicolaas leefde in de vierde eeuw na Christus als bisschop van Myra, een plaats die in het huidige Turkije ligt. Na zijn dood werd hij heilig verklaard en zijn sterfdag, 6 december, werd een katholieke feestdag. Het fenomeen Sinterklaas verspreidde zich over vele Europese landen. Het werd een volksgebruik om kinderen op deze gedenkdag te trakteren. De manier waarop wij Nederlanders Sinterklaas vieren is wel vrij uniek. En dat verschil zit hem niet in de cadeaus of het strooien van snoepgoed. Nee, het verschil zit hem in de knecht van Sinterklaas. Volgens het verhaal heeft Sint Nicolaas in zijn leven de duivel overwonnen. Dit heeft tot gevolg dat in vele landen waar Sinterklaas gevierd wordt, de knecht van Sinterklaas een duivels figuur is. In Duitsland staat knecht Rupert Sinterklaas bij, in Frankrijk P&amp;egrave;re Fouettard, in Oostenrijk heet hij Krampus, in Tsjechi&amp;euml; wordt Sinterklaas vergezeld door een duivel en een engel en zo zijn er nog vele landen waarin de hulp van Sinterklaas steeds een andere verschijningsvorm aanneemt. Maar alleen in Belgi&amp;euml; kennen ze zwarte piet zoals we deze in Nederland kennen. Mensen die vanuit andere landen naar Nederland komen tijdens het Sinterklaasfeest, zijn verbaasd bij de aanblik van de zwarte pieten. Wat voor Nederlanders een ge&amp;iuml;ntegreerd onderdeel van een nationaal feest is geworden, wordt door hen vaak gezien als puur racisme. Alleen al de naam &amp;lsquo;zwarte piet&amp;rsquo; strijkt hen tegen de haren in, het feit dat ze de bedienden zijn van een blanke heilige valt ook niet in goede aard, maar wat hen vooral opvalt: de grote gelijkenis die zwarte piet vertoont met de vroegere racistische theatervorm Blackface. Wanneer je afbeeldingen van deze vroegere blackface-figuren naast foto&amp;rsquo;s van zwarte piet houdt, kan je ze moeilijk ongelijk geven. De kleding, zwarte schmink, geaccentueerde lippen en de komieke uitingen in gedrag: allemaal overeenkomsten tussen de racistische blackface-figuren en zwarte piet. Jan wordt Piet Lange tijd stond het Sinterklaasfeest in Nederland op een laag pitje, omdat de katholieke kerk een luxefeest niet binnen de religie vond passen. In de negentiende eeuw komt Sinterklaas echter terug, en nu ook als een fysieke verschijning. Hierbij is zwarte piet nog in geen velden of wegen te bekennen. Toen Sinterklaas voor het eerst een hulpje kreeg, heette deze nog Jan de Knecht. En hij was wit. Een interessant gegeven: zwarte piet als knecht van de blanke heilige was en blijft tot vandaag de dag de keuze van (wit) Nederland. Waarschijnlijk verscheen zwarte piet voor het eerst in het prentenboek van Jan Schenkman in 1850. Nederlanders vierden bijna een eeuw lang het Sinterklaasfeest met zwarte piet als helper, voordat de eerste protesten tegen zwarte piet als racistisch figuur begonnen te klinken. Van grote invloed hierop was de komst van immigranten van uiteenlopende culturele achtergronden. Niet alleen zij, maar ook andere Nederlanders, begonnen zich ongemakkelijk te voelen bij zwarte piet in zijn toenmalige vorm. De knecht van de Sint onderging een transformatie van een dom en beangstigend figuur, naar een vrolijke kindervriend die de verstrooide en ouder wordende Sinterklaas hielp om 5 december tot een succes te maken. Maar hiermee was de discussie over zwarte piet niet afgelopen&amp;hellip; Opposities Waarom heeft Sinterklaas eigenlijk een zwarte piet nodig? Sinterklaas en zwarte piet worden in vele opzichten tegenover elkaar gesteld, waarbij gebruik wordt gemaakt van binaire opposities. Sinterklaas is heilig, blank, gekleed in bisschopkledij en rijdt op een witte merrie. Zwarte piet is zwart (geschminkt), gekleed in felle kleuren en loopt naast Sinterklaas. De witheid van Sinterklaas wordt benadrukt door de zwartheid van zwarte piet. Maar witheid is niet Sinterklaas&#039; enige kenmerk waar veel nadruk op gelegd wordt, ook zijn mannelijkheid wordt benadrukt door zijn lange baard en kleding. Ondanks dat er wel eens gekscherend wordt gezegd dat &amp;lsquo;de sint een jurk aan heeft&amp;rsquo;, moge duidelijk zijn dat dit gewaad alleen maar bijdraagt aan zijn mannelijkheid door de symboliek die dit behelst in de katholieke kerk. En het bisschopsambt dat Sinterklaas bekleedt is tot op heden niet toegankelijk voor vrouwen. Bij de figuur van zwarte piet wordt echter geen enkele referentie gemaakt aan vrouwelijkheid noch mannelijkheid. Hoewel vaak naar zwarte piet wordt gerefereerd als &amp;lsquo;hij&amp;rsquo;, is zijn voorkomen 100% genderneutraal. Hij wordt zowel door vrouwen als mannen gespeeld, maar er zijn geen vrouwelijke of mannelijke pieten als zodanig. De kleding, de manier van praten, de handelingen: er wordt geen onderscheid gemaakt tussen man of vrouw. Tegenover de mannelijkheid van Sinterklaas, staat dus de onzijdigheid van zwarte piet. Deze onzijdigheid is meer dan het weglaten van feminiene of masculiene kenmerken, er wordt nadrukkelijk getracht om de zwarte pieten zo onzijdig mogelijk te houden. Om dit te illustreren een voorbeeldje: een zwarte piet met een decollet&amp;eacute;, op hoge hakken, met een stoere baard, een rokje, zichtbare spierballen&amp;hellip; Moeilijk voor te stellen? Zowel vrouwelijke kenmerken als mannelijke kenmerken zijn niet van toepassing en lijken zelfs vreemd in combinatie met zwarte piet. Bij Sinterklaas is het duidelijk erg belangrijk dat zijn mannelijkheid wordt benadrukt. Sinterklaas zonder baard, zonder staf en mijter, met een hoge stem. Een vrouwelijke sinterklaas? Nee, dat lijkt even onvoorstelbaar. Symbolen van mannelijkheid zijn voor Sinterklaas onontbeerlijk voor zijn autoriteit. Terwijl alle middelen worden ingezet om zijn mannelijkheid te bevestigen, wordt bij zwarte piet het tegenovergestelde gedaan: alle mogelijke uitingen van mannelijkheid of vrouwelijkheid worden onderdrukt door kleding en gedrag. Constructie van macht De binaire oppositie van wit versus zwart is overduidelijk in Sinterklaas en zwarte piet en krijgt in de maatschappelijke discussie ook alle aandacht. Maar de genderspecifiteit van beiden is onderbelicht, terwijl dit cruciaal is in de verklaring van de lage status die zwarte piet bedeeld krijgt in het Sinterklaasfeest. De constructie van mannelijkheid valt te ontleden aan de hand van twee modellen. In het fallocentrisch model wordt mannelijkheid geconstrueerd aan de hand van fysieke kenmerken, lichaamsafmetingen en prestaties op seksueel gebied. Vrouwelijkheid wordt hierbij geconstrueerd door hyperseksualiteit, kracht en seksueel bewustzijn. Wanneer we witheid en zwartheid hierbij betrekken, valt het op dat zwarte mannelijkheid meestal via het fallocentrisch model verloopt in hedendaagse mediale en culturele uitingen. Dit vindt zijn oorsprong in de koloniale geschiedenis, waarin de blanke kolonisten hun idee&amp;euml;n over &amp;lsquo;de ander&amp;rsquo; toebedeelden aan de bevolking. Hiermee bedoel ik niet te zeggen dat zwarte piet hetzelfde is als de zwarte bevolking van toen, maar het gaat om het idee dat er bepaalde idee&amp;euml;n over gender en seksualiteit vanuit &amp;lsquo;witheid&amp;rsquo; zijn opgedrongen aan &amp;lsquo;zwartheid&amp;rsquo; en dat deze idee&amp;euml;n eeuwen later nog steeds zijn terug te vinden. Zwarte piet is een witte creatie, en al zijn kenmerken zijn hem opgelegd. In het tweede, patriarchale, model wordt mannelijkheid veelal gedefinieerd als het macht hebben over anderen, en vrouwelijkheid als puurheid en seksuele onbereikbaarheid. Dat Sinterklaas binnen dit model een toppositie heeft moge duidelijk zijn, hij heeft talloze dienaren (zwarte pieten) onder zich en is van oorsprong een leider binnen de katholieke kerk. Zwarte piet heeft echter tot beide modellen geen toegang: hij heeft geen enkele vorm van macht over anderen. En waar het fallocentrisch model meestal nog uitzicht biedt op een beperkte vorm van macht, is dit voor zwarte piet ook onbereikbaar. Niet alleen zijn zwartheid, maar ook het onvermogen van piet om gebruik te maken van &amp;oacute;f mannelijke &amp;oacute;f vrouwelijke macht zorgt ervoor hij machteloos staat. Misschien moet er naast de vraag naar gekleurde pieten, een volgende evolutie van zwarte piet in gang worden gezet. Dat kan natuurlijk op verschillende manieren. Persoonlijk pleit ik voor pieten aan de macht. Hoe ze het doen, mogen ze zelf weten. Al hoor je mij niet protesteren als er volgend jaar een stoomboot vol mannelijke en vrouwelijk pieten aanmeert en mijn schoen gevuld wordt door piet met een n&amp;eacute;t wat te nauwsluitend pietenpakje. Waar hebben we Sinterklaas eigenlijk nog voor nodig? Op zaterdag 3 december behandelde het televisieprogamma Debat op 2 de vraag of zwarte piet racistisch is. Klik hier om de uitzending te bekijken.]]></content>
	</url>
	<url>
		<loc>http://www.tijdschriftlover.nl/kunst_en_cultuur/sterk_is_ook_authentiek</loc>
		<title>Sterk is ook authentiek</title>
		<content><![CDATA[Het is even schrikken, maar ik blijk steeds meer in het kamp van Jan-Peter Balkenende te staan. Ik lijk langzamerhand conservatief te worden en hoor mezelf regelmatig pleiten voor beschaving en het behoud van normen en waarden. Die begrippen vul ik tamelijk breed en los in; het draait bij mij vooral om fatsoenlijk gedrag en betrokkenheid bij de mensen om je heen en bij de samenleving waarvan je deel uitmaakt. Je weet je enigszins te gedragen in verschillende situaties, zonder slaafs het etiquetteboek van Amy Groskamp-ten Have tot op de letter te volgen. En je hebt een referentiekader dat verder reikt dan de laatste outfit van Lady Gaga of hoeveel je kunt drinken voor je kotsend boven de wc hangt. Met een dergelijk eisenpakket is televisiekijken niet altijd een onverdeeld genoegen. Programma&amp;rsquo;s als Oh Oh Cherso, Echte meisjes in de jungle of Van del tot dame zijn de podia waarop de realiteit zichtbaar gemaakt wordt. Een realiteit die enigszins gescript is, maar toch: realityseries gaan over gewone mensen, over hun dagelijkse leven, hun ambities en wensen. En gewone mensen zijn er in soorten en maten: van de ordinaire Barbie in Oh Oh Cherso tot het nieuwe en oude geld in Hoe heurt het eigenlijk? Overigens is het getoonde beschavingspeil daar soms niet veel hoger dan op het Griekse eiland, alleen beter betaald (zie Hoe heurt het eigenlijk?, op 22.20 min.). Mijn probleem is niet het bestaan van platvloerse of onnozele mensen. &amp;ldquo;Zolang hun hartje maar rein is&amp;rdquo;, en ik wil zelfs nog wel een vlekje of krasje accepteren. Als &amp;lsquo;echt meisje uit de jungle&amp;rsquo; Britt bij De Wereld Draait Door het Playboy-nummer mag presenteren waarin zij haar naakte borsten toont, dan vind ik haar enthousiasme aanstekelijk. Ze weet misschien niet wie Nelson Mandela is (zie Echte meisjes in de jungle, op 10.20 min.), maar ze heeft iets bereikt. De meeste LOVERlezeres vinden het bereikte niet zo begerenswaardig, maar Britt weet dat ze nu in hetzelfde rijtje staat als Katja Schuurman, Georgina Verbaan en Lieke van Lexmond. Britt is een BN&#039;er geworden en als achttienjarige uit Purmerend zonder interessante baan of positie, is dat meer dan ze kon verwachten. En ik gun het haar. Waar ik echter jeuk van krijg, is de discussie over de oorzaak van de populariteit van Britt. Zoals Matthijs van Nieuwkerk zegt: haar aantrekkingskracht zit in een aanstekelijke onnozelheid. Ze is het domme blondje in levende lijve en doet zich niet beter voor dan ze is. Britt is authentiek.Daarmee is echter de kous nog niet af, want deze authenticiteit zouden meer mensen moeten hebben - zo klinkt het kritiekloos in de media (Metro en tweets). Het publiek heeft genoeg van sterallures en identificeert zich liever met de onnozelheid van Britt. Dat is dus &amp;ldquo;focking vet&amp;rdquo; voor iedereen die authentiek onnozel is, maar de beperkte invulling van het begrip &amp;lsquo;authenticiteit&amp;rsquo; draagt wel bij aan de verdere uitsluiting van mensen die authentiek intellectueel of authentiek artistiek zijn. Authentiek ontwikkeld of zelfs maar authentiek welopgevoed verwordt tot een elitaire eigenschap die zonder twijfel tot de &amp;lsquo;linkse kerk&amp;rsquo; dan wel de &amp;lsquo;grachtengordel&amp;rsquo; behoort. Ik ben dus mijn eigen Occupy-beweging begonnen. Authenticiteit is niet het kenmerk van een grote groep mensen, maar ook van een minderheid die weggezet wordt als elitair. Ik claim authenticiteit voor iedereen die uitspraken doet op basis van kennis, die nuances aanbrengt, die &amp;lsquo;moeilijk&amp;rsquo; doet, die kanttekeningen plaatst, die reflecteert, die zich wenst te verheffen, die verantwoordelijkheid neemt, die zich fatsoenlijk gedraagt, die wenst te leren, die open staat voor anderen en hun meningen, en die geniet van kunst-met-een-grote-K. Ook beschaving kan authentiek zijn. ]]></content>
	</url>
	<url>
		<loc>http://www.tijdschriftlover.nl/kunst_en_cultuur/de_idylle_voorbij</loc>
		<title>De idylle voorbij</title>
		<content><![CDATA[Afgelopen vrijdag verdedigde Josje Weusten in de Aula van de Universiteit van Maastricht haar proefschrift De idylle voorbij. Verbeelding van moederschap in Nederlandse literatuur, 1980 tot 2010. In haar proefschrift slaat Weusten een brug tussen Nederlandse literatuur door vrouwelijke auteurs en de Nederlandse maatschappij. Zo heeft zij zich niet enkel gebogen over het werk van Renate Dorrestein, Vonne van der Meer, Saskia Noort en Maya Rasker, ook heeft zij geanalyseerd hoe het moederschap in onder andere vrouwentijdschriften, reclames voor babyproducten en opvoedkundige boeken wordt neergezet. In haar proefschrift beargumenteert Weusten dat het moederschap sinds het einde van de jaren 70 in Nederland op normatieve wijze ge&amp;iuml;dealiseerd wordt. Met de komst van onder andere de pil werd het moederschap steeds meer gezien als een keuze. Nu het een keuze is, moet het wel leuk gevonden worden. Het beeld dat tegenwoordig centraal staat is die van de moeder die een symbiotische relatie heeft met haar kind. Dit impliceert dat de moeder altijd juist zal handelen als het om haar kind gaat. Wat goed is voor het kind, is tenslotte ook goed voor de moeder. Mochten er zich onverhoopt toch problemen aandienen, dan is het aan de moeder om er zo snel mogelijk voor te zorgen dat deze opgelost worden. Het geluk van haar kind, en daarmee haar eigen geluk, is ten slotte haar verantwoordelijkheid. Het zal niemand verbazen dat dit ideaalbeeld er toe heeft geleid dat er een taboe rust op de onplezierige kanten van het moederschap. Veel vrouwen, zoals Weusten beargumenteerd, hebben het gevoel alsof zij niet mogen praten over de problemen waar zij tegen aan lopen. Zes jaar geleden beviel mijn eigen tante, na een slopende periode van temperaturen, IVF-behandelingen, hormoonpillen et cetera, van een gezonde dochter. Tijdens &amp;eacute;&amp;eacute;n van mijn bezoeken aan moeder en kind, gaf mijn tante schoorvoetend toe dat ze behoorlijk hard van die roze wolk was gevallen waar ze bijna negen maanden op geleefd had. Iets wat zij niet eens aan haar eigen moeder durfde toe te vertrouwen. De reden waarom mijn tante dit wel aan mij durfde te vertellen? Ik was de eerste die oprecht had gevraagd hoe het met h&amp;aacute;&amp;aacute;r ging, zonder daarna uit te roepen hoe fantastisch het wel niet was dat zij, na al die jaren, eindelijk moeder was geworden. Dat ze nu vast heel erg hard aan het genieten was. Weusten beargumenteert dat genieten in de Nederlandse maatschappij een norm is geworden. Ongelukkige moeders passen niet in het beeld dat wij hebben van moederschap. Zelfs wanneer vrouwen wel over hun problemen praten, dan wordt dit vaak in een normatief narratief gegoten. De problemen zijn net opgelost, het gezin heeft er net mee leren omgaan, of er is hoop voor de toekomst. Zo wordt alsnog benadrukt dat ook deze verhalen, hoe erg ook, een happy end hebben of zullen hebben. Wanneer het moederschap wel wordt geproblematiseerd in de media, dan betreft dit moeders die afwijken van de norm: de witte, heteroseksuele, middenklasse moeder die niet of parttime werkt. Hier legt Weusten belangrijke intersecties bloot: het heersende ideaalbeeld in Nederland sluit allochtone moeders, lesbische moeders, alleenstaande moeders en moeders met een fulltime carri&amp;egrave;re tot een zekere hoogte buiten. De centrale vraag in Weustens onderzoek is hoe Nederlandse literatuur in verhouding staat tot de maatschappij. Want, waar het moederschap in de maatschappij bijna verheven is tot een kunst, wordt het moederschap in Nederlandse literatuur juist vaak geproblematiseerd, en soms zelfs op gruwelijke wijze beschreven. In haar &amp;lsquo;lekenpraatje&amp;rsquo; benadrukt Weusten nogmaals dat het vooral vrouwelijke auteurs zijn die het heersende ideaalbeeld bekritiseren in hun werk. Zo gaat Dorrestein&amp;rsquo;s Een hart van steen over een moeder die na de geboorte van haar jongste kind haar hele gezin poogt te vermoorden, om daarna de hand aan haarzelf te slaan. Ook in Maya Rasker&amp;rsquo;s Met onbekende stemming maakt een moeder een eind aan het leven van haar dochtertje. Net als deze twee romans bieden ook De reis naar het kind van Vonne van der Meer en Nieuwe buren van Saskia Noort, waarin het centrale thema ongewilde kinderloosheid is, een kritische kijk op wat Weusten een hedonistische visie op het moederschap noemt. Het zijn dit soort literaire werken die ons kunnen helpen het dominante vertoog te ondermijnen en te transformeren. ]]></content>
	</url>
	<url>
		<loc>http://www.tijdschriftlover.nl/kunst_en_cultuur/van_stenciltje_tot_web-presence</loc>
		<title>Van stenciltje tot web-presence</title>
		<content><![CDATA[Door onze T-shirtcampagne en de rubriek &amp;lsquo;This is what a feminist looks like&amp;rsquo; weten we nu wel hoe een feminist (m/v) er uitziet, maar hoe ziet een feministisch blad er uit? En moet je eigenlijk vrouw of feminist zijn om dat vorm te geven? Het tijdschrift LOVER kent een rijke vormgevingsgeschiedenis. Die is tastbaar aanwezig als een prachtige schat &amp;ndash; 37 jaargangen LOVER &amp;ndash; in het archief van Aletta, instituut voor vrouwengeschiedenis. Janiek Kistemaker gaat op zoek naar de verhalen erachter. In het hoofdartikel van het jubileumnummer &amp;lsquo;10 jaar LOVER&amp;rsquo; (1983/4) zegt redacteur Pamela Pattynama: &amp;lsquo;Bij het doorlezen van de oudere nummers viel de inhoud me mee. Ik denk dat ik ervan afgehouden werd door het saaie uiterlijk en het grijze circulatiepapier. Het k&amp;oacute;n bijna geen niveau hebben wat erin stond. Ik ben bij LOVER gekomen, omdat LOVER wel voor mij alle mogelijkheden had om een interessant blad te worden.&amp;rsquo; Collega-redacteur Marijke Mossink reageert hierop met: &amp;lsquo;Ik viel juist op dat saaie, degelijke.&amp;rsquo; Marijkes voorkeur werd in die tijd nog breed gedeeld. Met een dergelijke vormgeving nam je deel aan een tegencultuur tegen de opkomende consumptiemaatschappij. Maar de tuinbroek, die op het eerste LOVERaffiche uit 1978 de drie Grati&amp;euml;n hun degelijkheid gaf, raakte uit de mode, net als het kringlooppapier. Al in 1980 werd Anneke Heinz gevraagd om de vormgeving en opmaak voor haar rekening te nemen. &amp;lsquo;Zoals het was, werd het saai gevonden. Het leek wel een gestencild dingetje&amp;rsquo;, herinnert Anneke zich. Zij was beginnend vormgeefster en actief in de vrouwenbeweging: &amp;lsquo;Ik vond het een mooie uitdaging om me hierin te ontwikkelen&amp;rsquo;. Zij kwam om te beginnen met een prachtig massief logo, dat bijna de hele omslag vulde, die door een felle steunkleur buitengewoon krachtig oogde. Er kwam wit papier en een gladde omslag. Ook maakte Anneke een eind aan de eentonigheid van de signalementenrubriek door die met korte strips te verlevendigen. BOUQUETREEKS In die tijd was het grafische vak nog een mannenbedrijf. Alle feministische bladen (en dat waren er nogal wat!) hadden uiteraard een vrouw als vormgever. Anneke herinnert zich een radio-uitzending waaraan zij deelnam. &amp;lsquo;Dan kwam natuurlijk de vraag of er een typisch vrouwelijke manier van vormgeven was. Daar stak ik toen graag de draak mee. Alsof vrouwen een lijntje dikker aanzetten en dat nog wat uitmaakt ook.&amp;rsquo; Wanneer Anneke in 1983 overstapt naar tijdschrift Diva, neemt redacteur Moniek van der Kroef het over. &amp;lsquo;Op het punt van leesbaarheid en aantrekkelijkheid was nog winst te boeken&amp;rsquo;, vertelt zij. &amp;lsquo;Bijvoorbeeld door beeld op te blazen of over de rand van de bladspiegel te laten lopen.&amp;rsquo; Voor haar was beeld echter vooral dienstbaar: &amp;lsquo;Het mag wel tegendraads zijn, maar nooit gaan domineren&amp;rsquo;. In de jaren dat zij het blad vormgaf, deed zich het meest geniale toeval voor dat LOVER ooit is overkomen: kunstenares Marieken Verheyen bood aan om voor &amp;eacute;&amp;eacute;n jaar de omslagen van LOVER te ontwerpen. &amp;lsquo;Een van de inspiratiebronnen in mijn werk was het vrouwbeeld in de media. LOVER was toen een toonaangevend blad binnen de vrouwenbeweging en het leek mij spannend om op de cover van LOVER dit onderwerp verder uit te diepen.&amp;rsquo; &amp;lsquo;Neem de eerste omslag&amp;rsquo;, verduidelijkt Marieken desgevraagd. &amp;lsquo;De tekst op de achterkant komt uit de Bouquetreeks en wordt ondersteund door een achtergrond van rozen, heel zoet. Vanaf de voorkant kijkt een zelfbewust vrouwengezicht je scherp aan. Je ziet dat zij met make-up in de weer is. Daarmee zette ik me dan weer af tegen de dogmatische kant van het feminisme, waar jezelf mooi maken ten strengste werd afgekeurd.&amp;rsquo; WONDER Maud Everwijn begon in 1986 en heeft bijna twintig jaar lang het gezicht van LOVER bepaald. Ook bij haar moet je niet om een expos&amp;eacute; over typisch vrouwelijke of feministische vormgeving komen. &amp;lsquo;Ik werkte vooral vanuit mijn eigen gevoel voor schoonheid. Toen ik bij LOVER kwam was de vormgeving nog altijd een &amp;ldquo;gewoeker&amp;rdquo; met de ruimte op de bladzij. Door meer wit te laten en ruim te openen, maak je een pagina uitnodigend zonder opdringerig te zijn.&amp;rsquo; Het is te zien: soms paginagroot beeld en titels die pagina&amp;rsquo;s met elkaar verbinden, leiden de lezer als het ware de tekst binnen. Waardering blijft dan ook niet uit. In 1989 hield LOVER een enqu&amp;ecirc;te onder haar abonnees: &amp;lsquo;Waar vrijwel alle lezeressen het over eens zijn, is de vormgeving: &amp;ldquo;Esthetisch vind ik het tijdschrift een wonder, zo mooi is het.&amp;rdquo;&amp;rsquo; Terwijl tussen &amp;lsquo;85 en &amp;lsquo;95 het binnenwerk steeds luchtiger en levendiger wordt, houden jaarlijks wisselende kunstenaars de kwaliteit van de omslagen hoog. De basis is telkens een beeldmontage, ge&amp;iuml;nspireerd door het zogenaamde &amp;lsquo;hoofdartikel&amp;rsquo;, maar de vrijheid die men neemt is groot. &amp;lsquo;KAALKOP&amp;rsquo; Voor de vormgevers uit die tijd zijn de feministen van LOVER niet altijd even gemakkelijk. Hierover zegt Kitty Molenaar, die van &amp;lsquo;95 tot &amp;lsquo;98 met veel enthousiasme de omslagen maakte: &#039;Toen ik met een voorstel kwam waarbij er een archetypisch nare man op de omslag zou komen te staan, was men daar niet voor te vinden. Misschien terecht, maar een dergelijk feminisme stond wel erg ver van mij af.&amp;rsquo; Voor Kitty was het ontwerpen van de omslag vooral een inhoudelijke en technische uitdaging. &amp;lsquo;De middelen waren beperkt, zowel technisch als financieel. Dus bedacht ik het beeld, vroeg vrienden of familie als model en fotografeerde zelf.&amp;rsquo; Een fraai voorbeeld daarvan zijn de omslagen bij het themanummer &amp;lsquo;Comix en cartoons&amp;rsquo; (1995/1) en &amp;lsquo;Spirifeminisme&amp;rsquo; (1997/4). &amp;lsquo;Een bevriende grimeur schminkte de gezichten en maakte een &amp;ldquo;kaalkop&amp;rdquo;. We hadden er veel lol in.&amp;rsquo; In 1998, toen studio Wildvlees (Emmy Brekelmans en Joost van Wilgenburg) het ontwerp verzorgde, zien we Photoshop zijn intrede doen. Model is Emmy Brekelmans zelf, die de komende jaren vaker op de omslag zal figureren. Joost was overigens de eerste man die aan de vormgeving van LOVER meewerkte. &amp;lsquo;Het was wel Emmy die solliciteerde, maar al gauw kwam ik ook mee naar het overleg met de eindredacteur.&amp;rsquo; BABYFOTO Joost herinnert zich dat Emmy en hij in het begin wel &amp;lsquo;een beetje voorzichtig&amp;rsquo; waren. Feministen hadden ook voor hen nog de reputatie rechtlijnig te zijn. De praktijk viel reuze mee. Eindredacteur Marije Wilmink bleek juist een stimulerende factor bij het loslaten van die voorzichtigheid. Zo kwam er in &amp;lsquo;99 toch een stukje man op de cover: de ogen van Joost zelf, met in de felblauwe iris een babyfoto van Emmy. Of je vrouw of feminist moet zijn om een feministisch blad vorm te geven? Joost haalt zijn schouders op: &amp;lsquo;Wat ik wel merk, is dat een artikel waarvan de inhoud mij aanspreekt ook mijn creativiteit als vormgever prikkelt. Sommige artikelen, zoals vakwerk, zijn notoir moeilijk.&amp;rsquo; Dat laatste is ook de ervaring van de huidige beeldredacteur Cathelijne Berghouwer. &amp;lsquo;Het is vaak heel lastig om beeld te vinden bij zo&amp;rsquo;n abstract verhaal. Aan de andere kant is dat ook weer een uitdaging en kan ik er soms een grapje mee uithalen dat mij in ieder geval plezier bezorgt.&amp;rsquo; In de jaren dat Cathelijne het beeld voor LOVER verzorgt, is er veel veranderd. &amp;lsquo;Om te beginnen ging het beeldbudget bij mijn komst drastisch omlaag. Gelukkig ben ik fotograaf, dus kan ik als dat zo uitkomt, zelf de foto&amp;rsquo;s maken.&amp;rsquo; In haar keuze voor beeld is Cathelijne de voorzichtigheid beslist ontstegen. &amp;lsquo;Meer naakt!&amp;rsquo;, lacht zij. &amp;lsquo;Ik probeer toch vooral esthetisch aantrekkelijk en ondersteunend te werken. Met beeld kun je een artikel maken of breken.&amp;rsquo; MAKE-OVER Vanaf 2006 spelen voor het eerst andere motieven dan schoonheid en tegendraads zijn een rol bij de vormgeving van LOVER. Het aantal abonnees moet omhoog en daarom zoeken de redactie en vormgevers naar een duidelijkere positionering op de bladenmarkt. Vormgeefster Mirjam Herrebrugh bedenkt voor LOVER een heuse make-over, die Joost als verfrissend heeft ervaren. &amp;lsquo;Het idee was om qua beeldvorming bij een blad als de Groene Amsterdammer aan te sluiten en van binnen speelser te worden. We kregen echt de vrijbrief om los te gaan.&amp;rsquo; Deze strategie heeft zeker een mooie LOVER opgeleverd, maar helaas bleef het aantal abonnees achter. Daarom heeft u hier het laatste nummer van het papieren tijdschrift LOVER in handen. Wij verdwijnen niet, maar gaan verder als open acces medium voor feministische journalistiek op het internet. Onze website is prachtig vormgegeven door Olga Lundgren (Oc&amp;eacute;aan Design). Maar zal die ooit een schat in het archief worden? Annette Mevis, archivaris van Aletta: &amp;lsquo;Jazeker. De Koninklijke Bibliotheek archiveert websites en Aletta heeft daarbij een adviserende taak waar het gaat om het documenteren van de geschiedenis van vrouwenemancipatie.&amp;rsquo; Zelf neem ik mij voor een mooie screenshot van de nieuwe LOVER site te maken. Die komt - ingelijst en wel - in het archief van Aletta.]]></content>
	</url>
	<url>
		<loc>http://www.tijdschriftlover.nl/kunst_en_cultuur/kwetsbaarheid_vangen_in_een_blik</loc>
		<title>Kwetsbaarheid vangen in een blik</title>
		<content><![CDATA[Monique de Leeuw staat al lang op mijn interview wish list. Tekenaar, fotograaf en vooral bedreven in het combineren van technieken. Steeds weer komt ze daarmee tot portretten waarin de blik van het onderwerp de hoofdrol speelt. De vrouwen en kinderen die ze neerzet laten zich kenmerken door een gemeenschappelijke kwetsbaarheid. Een kwetsbaarheid die vaak pas op het tweede gezicht binnenkomt. &amp;lsquo;Op dat grensgebied wil ik werken. Dat je denkt &amp;ldquo;goh, leuk&amp;rdquo; en dan &amp;ldquo;is dit eigenlijk wel leuk?&amp;rdquo; &amp;lsquo; De Leeuw begon op de Hogeschool voor de Kunsten in Amsterdam, de eerstegraads lerarenopleiding en later als beeldhouwer. Ze werkte graag met albast. &amp;lsquo;Heel praktisch&amp;rsquo;, zegt ze zelf. &amp;lsquo;Je moet heel alert zijn, want je kunt niks teruggummen. Daarbij breekt het en dwingt het materiaal je steeds nieuwe keuzes te maken. Toch raakte haar creativiteit enigszins in een impasse. Ze kwam terecht in de financi&amp;euml;le sector en werkte daarnaast af en toe aan een beeld. Tot ze in 2010 plotseling aan een atelier kon komen. Het oude gemeentehuis van Schagen bood een tijdelijk onderkomen voor een grote groep kunstenaars. De ruimte die haar geboden werd leende zich door de beperkte oppervlakte slecht voor beeldhouwen. &amp;lsquo;Ik heb altijd de zin gehad om te tekenen, maar nooit gedaan. Daarbij heb ik altijd graag combinaties willen maken, dus met fotografie, of tweedimensionale beelden plaatsen in een driedimensionale setting. Door dat atelier ben ik dat gaan doen.&amp;rsquo; Haar nieuwe uitdaging werkte wonderlijk goed uit. Geboren in een familie van fotografen bleek fotografie haar in het bloed te zitten. In haar tekeningen is de achtergrond in beeldhouwen terug te zien. Scherpe vlakken en sterk aangezette lijnen geven al haar tekeningen iets gebeeldhouwds. Ze doen soms denken aan het werk van Charley Toorop; Haar onderwerpen kennen dezelfde geleefdheid. Inmiddels is de Leeuw niet meer te houden. De productiviteit is hoog en ze vertelt vol vuur over haar werk. Het lijkt haast een verslaving. &amp;lsquo;Klopt. Voordat ik dit atelier betrad ben ik moeder geworden. Door de combinatie van werk en gezin en alles daaromheen, begon het gebrek aan creatieve uiting voor het eerst echt te knagen. Het tekenen bleek meditatief te werken. Heel anders dan het praktische beeldhouwen. Ik ben vrij druk van mezelf en van dingen als yoga word ik kriebelig. Hierin heb ik eindelijk die rust gevonden.&amp;rsquo; Ze vertelt echter ook dat het een baan is naast haar gewone werk. Is dat tegenstrijdig? &amp;lsquo;Nou, ik moet me soms wel echt naar mijn atelier slepen. Natuurlijk ben ik moe. Maar ik ben een gelukkiger Monique, moeder, vrouw, vriendin, dochter, zus en alles wat ik nog meer ben door deze discipline op te brengen en het ego&amp;iuml;sme daarin om te zeggen: &amp;ldquo;dit is mijn avond.&amp;rdquo; Ik werk alleen &amp;rsquo;s avonds, niemand heeft er last van. Dan lever ik maar in op andere dingen.&amp;rsquo; Vrouwen en kinderen vormen het thema. &amp;lsquo;Een subjectieve keuze, maar in mijn beleving vormen dat de meest kwetsbare groepen. Als je ziet in hoeveel landen kinderen, meisjes niet naar school mogen. Vorig jaar heeft de Taliban een meisjesschool vergast. Meisjesbesnijdenis&amp;hellip; Dat soort dingen maakt me woest. Of laatst, dat meisje dat is gestenigd in Roemeni&amp;euml;. Dat is een EU-land! Mensen gaan er graag op vakantie omdat het zo goedkoop is. Hoe is het in Godsnaam mogelijk dat jongeren daar op eigen initiatief een meisje stenigen? Dat haar gedrag zoveel onbegrip en haat op kan roepen, maakt me radeloos. In mijn werk wil ik die kwetsbaarheid vangen.&amp;rsquo; Ik vraag haar naar een van haar jongetjes, uit de serie Private Party for One. In deze serie heeft De Leeuw tekeningen van kinderen uitgeknipt en steeds in een andere context gezet, om vervolgens te fotograferen. Door de verschillende achtergronden krijgt hun blik steeds een andere betekenis. Het jongetje, wit T-shirtje, knokige schouders, staat bijvoorbeeld voor een wat versleten pictogram van een herentoilet. Hij lijkt zich af te vragen of hij ooit aan het kan voldoen aan het beeld van wat een man moet zijn. &amp;lsquo;Jongetjes kennen uiteraard dezelfde kwetsbaarheid als meisjes. Ik vind het zo tergend als jongetjes flink moeten zijn. Laat ze kind zijn, bij hun gevoel blijven. Dat wordt veel te snel wegopgevoed.&amp;rsquo; Ook in de serie NegaPositives zijn genderrollen goed terug te zien. &amp;lsquo;Ik vond op een gegeven moment oude glasnegatieven uit de jaren &amp;rsquo;20. Afbeeldingen van vrouwen, heel oubollig, volgens alle eisen die toen golden over hoe een vrouw eruit moest zien. Door de lange ontsluitingstijd moesten die vrouwen heel lang stil staan en werd hun glimlach heel geforceerd. Pas als je ze af zou drukken zouden het positieven worden, dat vind ik al een mooi idee. Ik heb daar vervolgens hedendaagse getekende portretten achter geplaatst. Dat oude negatief geeft letterlijk een doorkijk naar nu. Maar als je goed kijkt naar de hedendaagse portretten is er eigenlijk helemaal niet zoveel veranderd.&amp;rsquo; Zowel bij de glasnegatieven als bij haar andere werk, maakt elektrisch licht vaak deel uit van het concept. Zo tekent de Leeuw op bollampen, maakt ze gebruik van projectie, plaatst ze lampjes achter tekeningen en maakt ze kastjes met daarin door lampjes beschenen portretten. &amp;lsquo;Allereerst is dit een esthetische keuze. Maar ik vind het spannend dat je het werk in een donkere ruimte moet bekijken. Je wordt aandachtiger als je verder in het duister tast. We gaan doorgaans zo dankbaar voorbij aan andermans kwetsbaarheid. Nu zet ik er even de spotlight op.&amp;rsquo; Onlangs maakte De Leeuw een film getiteld Forest kids, een samenwerkingsproject met een visueel bewerker en een muziekproducer. Ook dit werk werd tijdens een expositie in het donker getoond. De film riep associaties op met The Blair Witch Project. De kijker wordt meegenomen een bos in om steeds plotseling geconfronteerd te worden met een kinderportret. De film was angstaanjagend en werkte daardoor ook op de lachspieren. Mensen waren zichtbaar gegeneerd om hun eigen schrik. &amp;lsquo;Achteraf zie ik wel de associatie met The Blair Witch, maar daar is het niet mee begonnen. Deze film zit diep voor mij. Het gaat in op misbruik. Kinderen die misbruikt worden beleven hun angstigste momenten in het donker. Alles wordt ze daarin afgenomen, alle geborgenheid. De portretjes die ik heb getekend zijn heel confronterend. De kinderen kijken haast uitdagend. Door er plotseling een licht op te schijnen, kan ik de rollen omdraaien. Volwassenen schrikken ineens van onschuldige kinderen. Daar weten ze geen raad mee en dat is precies wat ik wil bereiken.&amp;rsquo; Opnieuw begint De Leeuw bevlogen te vertellen over het waarom van een dergelijk werk. &amp;lsquo;Ik ben hiermee aan de gang gegaan naar aanleiding van een campagne van Sire waarin wordt opgeroepen kindermishandeling te melden. Blijkbaar wordt het dus wel gesignaleerd, maar melden mensen niet. Dat je niet uit je vel springt als je zoiets weet! Dat je niet de natuurlijke, maatschappelijk evolutionaire drang voelt kinderen te beschermen. Ik bedoel, zelfs apen hebben kinderopvang. Er wordt liefdevol en zorgzaam voor de jongen gezorgd terwijl moeders op pad zijn om voedsel te zoeken. Collectieve zorg voor het nageslacht, de soort in stand houden. Ik snap niet dat we dat zijn kwijtgeraakt.&amp;rsquo; Voorlopig is ze nog niet klaar. &amp;lsquo;Ik heb elke dag wel tien idee&amp;euml;n, en uiteindelijk voer ik de beste uit. Maar mijn nieuwste project wordt Butterfly Blindness. Over hoe liefde, voor je partner, je kind, je blind kan maken. Ik heb daarvoor dode vlinders kunnen krijgen van een vlindertuin, echt de mooiste exotische soorten. Ik wil portretten maken in van die vlinderkastjes. Een bizar concept op zich. Dat mensen die oprecht van de natuur houden, vlinders vergassen om ze in zo&amp;rsquo;n kastje in hun woonkamer op te kunnen hangen. Die van mij zijn een natuurlijke dood gestorven gelukkig, maar evengoed vinden mensen het een beetje luguber. Ach, ik hou daar juist van, call me sick. Ik wil die vlinders op de ogen van de geportretteerde plaatsen om hun blindheid weer te geven. Laatst heb ik ook mooie veren gevonden, dat zal ook weer ergens toe leiden denk ik. Iets van vederlicht, of toch niet&amp;hellip; Het ene werk brengt me altijd tot het volgende. Maar het blijft behelpen hoor naast werkend ouderschap. Soms moet ik inleveren op de concepten, juist door tijdgebrek. Ik zou bijvoorbeeld wel eens op grotere schaal willen werken, maar dan verlaagt de productiviteit en daarmee ook de voldoening. En daar gaat het om, die voldoening. Het is echt kunst omdat het moet.&amp;rsquo; Monique de Leeuw exposeert vanaf 26 juni in Tuin Loet, gevestigd aan Loet 30 te Schagen en op 16, 17 en 18 december in Galerie 28, Nes 28 te Schagen Zie: http://www.moniquedeleeuw.nl/news/tuinexpo-loet-30-06.html en http://www.moniquedeleeuw.nl/news/expotosee-16till19-12.html Ga voor een sneakpreview van Forest Kids the movie naar: http://www.moniquedeleeuw.nl/monique/expo-monique/forestkids-movie-preview.html Wie alles wil weten gaat naar: www.moniquedeleeuw.nl]]></content>
	</url>
	<url>
		<loc>http://www.tijdschriftlover.nl/kunst_en_cultuur/verantwoord_wat_je_bent</loc>
		<title>‘Verantwoord wat je bent’ </title>
		<content><![CDATA[Een oudere vrouw met stevige kaaklijn heeft kinderlijk lief haar arm om een andere vrouw geslagen. Een zwaar opgemaakte travestiet lacht naar een 50+ cowboy met een pijp in zijn mond. Een jongen hurkt met een camera naast een wat oudere man, vermoedelijk zijn vader, die een groot wit badpak draagt. Niet de doorsnee helden die je op filmposters verwacht. Een greep uit films over de problemen &amp;eacute;n de trots van een lang transleven. Dat je als acteur na je dertigste uitgerangeerd bent, lijkt niet alleen in Hollywood te gelden. De formule &amp;lsquo;jong is hip&amp;rsquo; lijkt ook gevolgd te worden door film- en documentairemakers buiten de mainstream. Films over oudere transgenders zijn een stuk moeilijker te vinden dan producties waarin jonge hippe transen centraal staan. Volgens Kam Wai Kui, jarenlang organisator van het Transgender Filmfestival in Amsterdam, was het nogal een klus om films over ouderen voor het festivalprogramma te vinden en te promoten. De reden: transgender ouderen zijn niet populair. &amp;lsquo;Ouderen zijn geen belofte meer, ze worden afgerekend op wat ze zijn geworden. Dat maakt dat we meedogenloos naar ze kijken. &amp;ldquo;Kijk, nou wat er van geworden is&amp;hellip;&amp;rdquo; Niet zo handig voor een emancipatiebeweging. Dan is het natuurlijk gemakkelijker om jonge hippe mensen neer te zetten.&amp;rsquo; Voor oudere transgenders speelt dat zij op een latere leeftijd hun transitie in zijn gegaan dan dat de jongeren van nu gemiddeld gaan. Hierdoor hebben de ouderen vaak de volle werking van de hormonen van hun vroegere geslacht ondergaan. Tijdens hun jeugd waren sociale acceptatie en mogelijkheden tot medische behandeling nog ver te zoeken. Kui: &amp;lsquo;Oudere transgenders zien er vaak minder &amp;ldquo;overtuigend&amp;rdquo; uit dan de jonge transgenders van nu, die soms al voor de puberteit met een beter ontwikkelde behandeling mogen beginnen. In de meedogenloze blik van kijkers komen oudere transgenders meestal niet zo goed uit de verf. De jonge transgenders hebben iets schattigs, hun aaibaarheid maakt dat de mainstream ze gemakkelijker accepteert. Ondertussen zijn de pioniers van de transgenderrechtenbeweging zelf oud geworden en komt er weer meer aandacht voor de oudere groep.&amp;rsquo; &amp;lsquo;Gelukkig&amp;rsquo;, vindt Kui, want in de jaren dat hij films programmeerde voor het Transgender Filmfestival werd hij wel eens moe van de goedkoop geproduceerde hippe films over jonge transen. &amp;lsquo;Ze zijn vaak populair, maar die films worden op een gegeven moment &amp;oacute;&amp;oacute;k eenvormig.&amp;rsquo; Reden voor Kui en mede-organisatoren om bewust films over ouderen te programmeren. HALLMARK De grootste festivalfavoriet over oudere transgenders is de documentaire Southern Comfort (Kate Davis, VS 2001). &amp;lsquo;Het was in 2001 per ongeluk onze openingsfilm&amp;rsquo;, vertelt Kui. &amp;lsquo;De zaal zat vol mensen en het werd een enorme hit. Hoewel het Nederlandse publiek wel rustiger scheen te zijn geweest dan het publiek in andere landen. Bijna overal was de reactie van het publiek een combinatie van enorme verontwaardiging en uitbundigheid.&amp;rsquo; Verontwaardiging, omdat de documentaire toont dat in Georgia, VS, iemand als Robert Eads een noodzakelijke medische behandeling ontzegd wordt enkel omdat hij transgender is. Tegelijkertijd riep de film een uitbundigheid bij de kijkers op, omdat de camera een groep transmannen volgt die elkaar steunen en liefhebben, niets verhullend. Iets waar de beste cowboyfilm nog van kan leren. Door sigarettenrook heen gefilmd, geeft Southern Comfort een intieme kijk in het leven en de dood van Robert Eads. Hij is al in de menopauze als hij kanker aan zijn eierstokken krijgt: &amp;lsquo;the last part of me that is female is killing&amp;rsquo;. De dokter die de kanker constateerde, durfde hem niet aan te raken. Pas de zevenentwintigste dokter met wie Robert contact had, wilde hem behandelen. Volgende probleem: een beschikbare operatiezaal. Geen enkel ziekenhuis durfde het aan. Toen hij eindelijk door een ziekenhuis werd opgenomen, was dat alleen om hem te laten onderzoeken door studenten. Zij bestudeerden zijn transseksualiteit en lieten de kanker voor wat het was. De tijd die Robert nog heeft, brengt hij zo veel mogelijk door met zijn nieuwe liefde Lola, een transvrouw. Zowel aan haar als aan de kijker vertelt Robert over zijn jeugd. Wijzend op een foto van een meisje in een schattige jurk, zegt hij: &amp;lsquo;That&amp;rsquo;s not me, that&amp;rsquo;s my evil twin sister&amp;rsquo;. Dat deze cowboy met baardje en &amp;lsquo;snelle ogen&amp;rsquo;, ooit een vrouwenlichaam heeft gehad, is niet meer terug te zien. Zelfs de Ku Klux Klan probeerde hem te rekruteren. Een man sprak hem aan op de parkeerplaats van een supermarkt: &amp;lsquo;He said I&amp;rsquo;d fit right in with the boys.&amp;rsquo; Naarmate het slechter met Robert gaat, zie je zijn verdriet groeien: &amp;lsquo;I&amp;rsquo;d like to live long enough to see my grandson grow up, to see my farm grow and to make Lola my wife&amp;rsquo;. Onder deze zin zijn beelden gemonteerd van de engelachtige kleinzoon die gek op Robert is. De dood die zo duidelijk niet gewenst is, brengt ook mooie dingen met zich mee. Roberts ouders worden milder over zijn geslachtsverandering. Ze sturen hem op zijn verjaardag zelfs een Hallmark-kaart &amp;lsquo;to our son&amp;rsquo;. Misschien is de kracht van deze film wel dat alle overwinningen de volle impact op de kijker uitoefenen, maar niet willen dramatiseren. Als Robert over die kaart zegt: &amp;lsquo;It makes dying worthwile&amp;rsquo;, is dat voor de kijker een onnavoelbare wijsheid die tegelijkertijd heel even begrijpelijk geworden is. Ondanks de verschrikkingen die de film laat zien, is Southern Comfort op een bepaalde manier ook licht. Er hoeft niks meer uitgevochten te worden. Robert zegt: &amp;lsquo;I could very easily go home right now to God and be at peace with it, because my family finally is at peace with me.&amp;rsquo; TENT Een transgender persoon die nog helemaal niet in vrede kan sterven, is de Noorse Esben Esther Pirelli Benestad. Zij wordt door haar zoon gefilmd en ondervraagd in Alt Om Min Far (Even Benestad, Noorwegen 2002). &amp;lsquo;Had je niet kunnen wachten?&amp;rsquo;, vraagt zoon Even aan zijn vader. &amp;lsquo;Waarop?&amp;rsquo; &amp;lsquo;Totdat we het zouden snappen. Niet zo na&amp;iuml;ef ineens ermee beginnen.&amp;rsquo; Vader antwoordt: &amp;lsquo;Jij hebt nog tijd, maar ik heb al tweederde van mijn leven achter de rug.&amp;rsquo; Het is een liefdevol portret, maar vader en zoon komen er niet uit. Esben Esther is bi-gender en wil haar leven soms als man en soms als vrouw leven. De zoon wil dat zijn vader dat leven als vrouw toch alsjeblieft eens zou laten en weer zoveel mogelijk man zou zijn. Maar tegelijkertijd is het dezelfde zoon die de film maakt en probeert uiteen te zetten waarom zijn vader zich vaak w&amp;eacute;l vrouw voelt. Dat het camerateam (het lijkt een groepje vrienden van de zoon) soms door een andere camera wordt gefilmd, versterkt dit expliciete van het maakproces. Als zijn vader in de badkamer zonder shirt rondloopt, komt dat op band. &amp;lsquo;Ik vind het niet erg dat mijn borsten groeien nu ik ouder word&amp;rsquo;, zegt zijn vader terwijl hij naar zijn borsten kijkt. Zijn zoon neemt het in de film op. Wel is het duidelijk moeilijker om over zijn vaders geslachtsorgaan te praten. Veel verder dan: &amp;lsquo;Plas je nu staand of zittend?&amp;rsquo; en &amp;lsquo;Het is bij mij zo aangepast dat ik geen tent meer in mijn jurk kan krijgen als ik opgewonden raak&amp;rsquo;, komen ze niet. De film is misschien zo interessant, omdat er geen oplossing komt. De zoon vraagt vaak: &amp;lsquo;Voel je je niet schuldig?&amp;rsquo;, want in zijn ervaring is zijn vader ego&amp;iuml;stisch met zichzelf aan de slag gegaan. Vader antwoordt duidelijk ge&amp;euml;motioneerd: &amp;lsquo;Je moet verantwoorden wat je bent en daardoor voel je je onbeschermd, alsof je geen huid hebt&amp;rsquo;. Maar zijn zoon kent geen genade. &amp;lsquo;Ik heb recht op een reactie&amp;rsquo;, vindt hij. &amp;lsquo;Ik moet door de fa&amp;ccedil;ade kijken om mijn vader te zien.&amp;rsquo; &amp;lsquo;Maar&amp;rsquo;, zegt zijn vader, &amp;lsquo;ik ben nog steeds je vader&amp;rsquo;. De zoon blijft verlangen naar een mannelijke vader. Die botsende verlangens brengt hij eerlijk in beeld. Het verlangen van zijn vader om de helft van de tijd tot een ander geslacht te horen, laat hij namelijk &amp;oacute;&amp;oacute;k intact. Een voorbeeld hiervan is de sc&amp;egrave;ne waarin Even zijn vader laat vertellen over zijn coming-out. Je hoort zijn vader zeggen: &amp;lsquo;Ik wist dat als er iemand was die het aankon, dan was ik het wel&amp;rsquo;. Hieronder heeft Even beelden van zijn vader gemonteerd waarop hij als jonge man met ontbloot bovenlijf in de sneeuw loopt. NAALDHAKKEN Een portret van een sterk mens geeft ook de film Claudette (Sylvie Cachin, Zwitserland, 2008). De 69-jarige Claudette vindt dat ze met haar sekswerk aan sociale hulpverlening doet. Geboren als intersekse, kozen haar ouders ervoor dat ze als jongen op zou groeien. Dat bleek een verkeerde keuze: ze voelde zich altijd meer meisje dan jongen. Opgroeiend in Algerije, raakt ze verliefd op een vrouw die haar prostitueert. Hoewel ze ook nare ervaringen heeft, doet Claudette het werk uit liefde, in de eerste plaats voor haar pooister maar ook voor het vak. Later krijgt ze wel een andere baan en een andere vrouw met wie ze kinderen krijgt, maar op een gegeven moment wil ze toch weer terug het sekswerk in. &amp;lsquo;Niemand doet daar ooit vervelend over dat mannelijk geslachtsorgaan dat ik ook heb&amp;rsquo;, zegt ze. &amp;lsquo;Ze vinden het vooral spannend&amp;rsquo;. In de sc&amp;egrave;ne op het strand wordt het getrouwde stel prachtig neergezet. Je ziet een oudere korte ronde vrouw, onopvallend gekleed, over het strand lopen met aan haar arm de lange dunne Claudette in leren broek en op naaldhakken. Terwijl je ernaar kijkt, voel je de naaldhakken weg-glijden in het gladde zand, maar Claudette loopt met verende pas door. Ze weet maar al te goed, zoals ze zelf ook zegt, dat ze op dit moment in haar leven, oud, maar in spannende kleren, met mannelijke gezichtstrekken, maar ook met geprononceerde borsten, &amp;lsquo;provoceert&amp;rsquo;. Het liefst was ze 100% vrouw geweest, maar ze lijkt niet te lijden onder haar bestaan. Wel heeft ze een duidelijke boodschap over de keuzemogelijkheden voor interseksuelen: laat die kinderen wachten tot ze zestien of twintig zijn, voordat ze beslissen bij welke gender ze willen horen, anders is de kans groot dat de ouders de verkeerde keuze maken. &amp;lsquo;Een kind is niet voor zijn ouders gemaakt.&amp;rsquo; SCHREEUWEND Niet alle ouderen zijn blij met het publiekelijk tonen van films over transgenders en helemaal niet over oudere transgenders. Kui: &amp;lsquo;We voelden bij het organiseren van het eerste Transgender Filmfestival in 2001 veel weerstand. Het waren de ouderen die zeiden &amp;ldquo;niemand komt hoor&amp;rdquo;. Er was veel oud zeer, dat was weleens lastig. We hebben schreeuwende trans ouderen aan de lijn gehad die niks te maken wilden hebben met ons filmfestival of die vonden dat we iets verkeerd hadden gedaan. Denk je iets voor de gemeenschap te doen&amp;hellip; Maar datzelfde mechanisme zie je ook bij mensen die de Tweede Wereldoorlog hebben meegemaakt. Zij hebben echt shit aan den lijve ondervonden, hoe doe je daar recht aan? Dat kun je misschien nooit helemaal goed doen.&amp;rsquo; Toch gaat volgens Kui bij het ouder worden ook voor velen de verleiding spelen om weer een ontmoeting te hebben met de beweging waar je actief in bent geweest. &amp;lsquo;Het delen van herinneringen wordt op een goed moment weer belangrijk. &amp;ldquo;O ja, dit waren mijn mensen.&amp;rdquo;&amp;rsquo; Ook het komende transgender filmfestival in Nederland zal aandacht besteden aan ouderen. Jiro Ghianni, een van de organisatoren van het festival TranScreen dat in 2011 voor het eerst gehouden wordt, is blij dat er tegenwoordig zo&amp;rsquo;n rijke keuze aan films is. &amp;lsquo;Lange tijd waren het alleen medische documentaires, die vertellen niet zo veel over de levens van transgenders. Omdat de publieke omroepen de laatste tijd met een aantal documentaires het grotere publiek hebben laten kennismaken met transgenders, kunnen wij nu n&amp;oacute;g verder kijken. Zo willen we laten zien dat transgender zijn niet een westerse hobby is, maar hebben we aandacht voor transgenders in verschillende werelddelen. Ook ouderen blijven belangrijk. Ik denk dat de meeste Nederlanders niet eens over het bestaan van oudere transgenders nadenken. Laat staan dat mensen bedenken dat er verschillen zijn tussen transgenders die op jonge leeftijd in transitie zijn gegaan of die dat pas later in hun leven deden. Als er al een beeld is van de oudere transgender dan is dat iemand die opvalt als trans, iemand die niet passabel is. Maar er is zo veel meer te vertellen over het leven van een oudere transgender, juist omdat zo iemand de medische ontwikkelingen en de maatschappelijke acceptatie heeft meegemaakt.&amp;rsquo; VERLIEFDHEIDSJARGON Misschien wel de meest eerlijke film van de laatste tijd is Gewoon Liefde (Eveline van Dijck, Nederland 2007). Kui vertelt enthousiast: &amp;lsquo;In Gewoon liefde zie je prachtig hoe ouderen aandoenlijk kunnen zijn. Net als bij kinderen, speelt schaamte minder en is het tonen van affectie lekker vol in beeld. Ze zoenen elkaar op de mond voor de camera. Het verliefdheidsjargon van ouderen is ook anders dan dat van jongere mensen, het zenuwachtige op momenten dat je het niet verwacht... dat vind ik mooi in beeld gebracht.&amp;rsquo; De film vertelt het verhaal van Marcella die eerst als Marcel met Ada getrouwd was. Een oude liefde van Marcella schrijft na veertig jaar een liefdesverklaring gericht aan Marcel. Wat volgt is een verkenning van de twee ouderen of ze &amp;lsquo;op hun oude dag&amp;rsquo; nog samen kunnen zijn. &amp;lsquo;Gewoon liefde had het zo veel beter kunnen doen op het festival&amp;rsquo;, zegt Kui. &amp;lsquo;Blijkbaar trekt het toch minder publiek als een film over ouderen gaat. We zijn het als maatschappij niet meer gewend om naar ouderen te kijken. We vinden ze al snel knullig en verliezen dan onze interesse. Waarschijnlijk komt dat door ons algemeen wantrouwen naar het leven.&amp;rsquo; Liever worden we gerustgesteld dat het leven oneindig is en de natuur overzichtelijk. KNUFFELEN De sc&amp;egrave;ne waarin Ada terugblikt op hoe haar gevoelens voor haar voormalig partner Marcella veranderden, is een voorbeeld van hoe mensen het leven en het geluk erin wantrouwen. Ada had het moeilijk met Marcella&amp;rsquo;s transseksualiteit in hun relatie. Erg knap, zowel van Ada als van de filmmaker, is dat Ada voor de camera vertelt: &amp;lsquo;Marcella wilde wel een liefdesrelatie met mij houden, maar dan moesten we gaan knuffelen en dat wilde ik niet. Maar dat is mijn eigen probleem: ik durf niet te pakken wat er aan prettigheid in het leven is.&amp;rsquo; Ze wantrouwde het mogelijke geluk dat er na de verandering van Marcella in een liefdesrelatie zou kunnen zijn. Terwijl ze Marcella wilde begrijpen, voelde ze ook &amp;lsquo;wegren-gevoelens&amp;rsquo;, zoals zij ze noemt. Daarmee stopte hun liefdesrelatie. Ze vervolgden hun contact als zorgrelatie. Marcella weet nog heel goed dat Ada haar tijdens haar transitie bij heeft gestaan en wil er dus ook voor Ada zijn, ook al heeft Marcella ondertussen in haar jeugdliefde Marijke haar nieuwe partner gevonden. De drie vrouwen vertellen, terwijl de camera loopt, wanneer ze jaloers zijn op elkaar. Hoe heeft Eveline van Dijck zulke intieme momenten kunnen filmen? &amp;lsquo;Omdat ik Marcella en Ada al heel lang kende, was er een groot vertrouwen in elkaar&amp;rsquo;, vertelt Van Dijck. &amp;lsquo;Ik heb Marcella al eerder gefilmd voor de documentaire Anders bekeken (1993). Toen was ze net vrouw geworden en ik filmde hoe zij na zo&amp;rsquo;n grote verandering weer met haar gezin het leven oppakte. Door dat vertrouwen konden er nu gemakkelijk, ondanks de camera, intieme situaties ontstaan.&amp;rsquo; Van Dijck vertelt over een van haar favoriete sc&amp;egrave;nes: &amp;lsquo;Het telefoongesprek dat Marijke heeft met haar zus vind ik een prachtig moment. Daarin vertelt ze hoe blij ze is haar jeugdvriend Marcel teruggevonden te hebben. Ze zegt tegen haar zus dat er &amp;eacute;&amp;eacute;n &amp;ldquo;maartje&amp;rdquo; is: &amp;ldquo;Het is niet meer Marcel, maar Marcella&amp;rdquo;. En vervolgens vertelt ze dat het haar eigenlijk niet uitmaakt, omdat ze de persoon zocht en die ook weer heeft gevonden.&amp;rsquo; HANGOORBELLEN De film volgt de vele beproevingen waar Marcella en Marijke voor komen te staan. Die komen dichtbij voor de kijker: als er geen hoop meer is in een liefde waar al zo veel moeite voor is gedaan en die pas op zo&amp;rsquo;n late leeftijd (opnieuw) is gevonden, waar is dan nog wel hoop voor? Deze mogelijkheid tot herkenning van dromen, angsten en verlangens vormt een belangrijke drijfveer voor de festival-organisatoren om een diversiteit aan films te programmeren. &amp;lsquo;We willen met het festival laten zien hoe verschillend transgender levens kunnen zijn&amp;rsquo;, zegt Ghianni. &amp;lsquo;Daar hebben niet alleen transen wat aan, maar ook anderen. Transgenders kunnen zien dat ze niet aan alweer een norm van &amp;lsquo;de echte&amp;rsquo; transseksueel hoeven te voldoen. En anderen, die er misschien wat minder bij stil staan, zien hoeveel impact gender op je leven kan hebben. En uiteindelijk is het natuurlijk bijzonder om tussen alle verschillen, verlangens te herkennen die je misschien w&amp;eacute;l deelt.&amp;rsquo; Zoals ook de mooiste sc&amp;egrave;ne uit Gewoon liefde: Marcella wacht op de trein die Marijke eindelijk weer uit Oostenrijk naar Nederland zal brengen. Ze heeft zich netjes aangekleed en draagt grote hangoorbellen. Ze kijkt zenuwachtig en wat hulpeloos om zich heen op Rotterdam Centraal. Een van de weinige momenten waarop je als kijker denkt: och ja, ze is natuurlijk al een wat oudere vrouw. Dan spreekt Marcella de onsterfelijke woorden: &amp;lsquo;Ze heeft mij geschreven: &amp;ldquo;ik wil samen met je oud worden&amp;rdquo;.&amp;rsquo; Nora Uitterlinden is redacteur van LOVER. TranScreen vindt van 1 tot 5 juni plaats in de Balie in Amsterdam. Op het programma staan onder meer de ouderenfilms Regretters (Marcus Lindeen, Zweden, 2009), Forever&amp;rsquo;s gonna start tonight (Michelle Lawler, VS, 2009) en Je les aime encore (Marie-Pierre Grenier, Canada, 2011).]]></content>
	</url>
	<url>
		<loc>http://www.tijdschriftlover.nl/kunst_en_cultuur/transcreen_filmfestival</loc>
		<title>TranScreen Filmfestival</title>
		<content><![CDATA[Begin juni dit jaar vindt in De Balie het eerste TranScreen Filmfestival plaats. TranScreen presenteert zich nadrukkelijk als voortzetting van het Nederlandse Transgender Filmfestival, dat in het eerste decennium van de 21ste eeuw tweejaarlijks werd georganiseerd door Kam Wai Kui. LOVER sprak met Jiro Ghianni, een van de organisatoren van TranScreen, over visie, dilemma&amp;rsquo;s en toekomst van transgender cinema. Jiro steekt zijn bewondering voor Kam Wai Kui niet onder stoelen of banken: &amp;ldquo;Kam Wai was werkelijk visionair. Hij lanceerde zijn eerste filmfestival niet in een keldertje waar je voor 50 ct bier drinkt uit plastic bekertjes, maar meteen in een gerenommeerde locatie midden in de hoofdstad. En daar bracht hij vervolgens wel films die de mainstream bioscopen of media nooit zouden halen.&amp;rdquo; TranScreen bouwt hier met succes op voort: De Balie doet weer mee en de Gemeente Amsterdam is een van de sponsors. Een andere schijnbare oppositie ligt in het publiek dat het festival beoogt. &amp;ldquo;Wij richten ons weliswaar in eerste instantie op transgenders zelf, in al hun onderlinge diversiteit. Zij mogen natuurlijk herkenning vinden in ons aanbod, maar het zou mooi zijn als zij door wat wij laten zien ook oog krijgen voor hoe zij van elkaar kunnen verschillen. Voor het grote publiek willen wij een positief beeld brengen van de levens van transgenders. Van hoe die levens over veel meer gaan dan het trans zijn. Dat is iets wat de gangbare documentaires meestal juist buiten het blikveld laten.&amp;rdquo; Behalve dit dienende aspect heeft TranScreen ook een duidelijke eigen ambitie. Er zullen niet alleen films vertoond worden die heel direct aan empowerment of emancipatie bijdragen, maar ook werken die de verdienste hebben een controversieel thema aan te snijden. &amp;ldquo;Zo is er de film Regretters die misschien best eens slecht zou kunnen vallen bij een deel van het transpubliek, maar wij vinden deze film zo ontzaglijk buitengewoon, dat we deze echt willen &#039;pushen&#039;. Het is dan ook de enige film die we tweemaal tonen!&amp;rdquo; Vergelijkbare overwegingen treden op de voorgrond als het gaat om de kwaliteit van wat TranScreen aanbiedt. De laatste jaren is er op dat punt veel vooruitgang geboekt en dat zal het publiek ook merken. &amp;ldquo;Maar,&amp;rdquo; zegt Ghianni, &amp;ldquo;soms hebben we toch gekozen voor films die technisch erbarmelijk zijn, maar z&amp;oacute; bijzonder dat je ze op een festival als dit wel een podium moet geven.&amp;rdquo; Tenslotte hoopt Jiro met dit festival een verrassende ervaring te brengen. &amp;ldquo;Ik zie graag dat mensen gaan nadenken over hoe het zit met &amp;lsquo;mannelijkheid&amp;rsquo; en &#039;vrouwelijkheid&amp;rsquo;. Zoals wanneer bijvoorbeeld een homo merkt dat hij een transman eigenlijk wel heel leuk vindt. Dan gaat hij zich toch afvragen wat het dan is waar die aantrekkingskracht &#039;m in zit als het niet noodzakelijkerwijs die piemel is.&amp;rdquo; Het festival, dat van 1 tot en met 5 juni 2011 in de Amsterdamse Balie plaatsvindt, biedt rond de zestig films, verdeeld in 23 blokken. &amp;ldquo;Omdat het vaak korte producties zijn, voegen we er telkens een paar samen. Het is wel de bedoeling dat je waar voor je geld krijgt,&amp;rdquo; lacht Ghianni. Daarbij gaat men uit van een aantal thema&amp;rsquo;s, zoals transgender jongeren, transgender ouderen, queer seksualiteit, Latijns-Amerikaanse transvrouwen en Scandinavische avant-garde. Ook is er een speciaal porno programma. Als een van de toppers noemt Jiro Fake orgasm van Jo Sol, met in de hoofdrol Laszlo Pearlman. &amp;ldquo;FO is responding to the fact that we live in a world in which the need to be &amp;lsquo;real&amp;rsquo; is actually the same as the the need to &amp;lsquo;fake.&amp;rsquo;&amp;ldquo; Het werken aan dit festival is voor Ghianni ook een boeiend avontuur geweest. Zo heeft hij gemerkt dat het belangrijk is dat het team bestaat uit medewerkers van velerlei snit. &amp;ldquo;Zo hef je elkaars blinde vlekken op, terwijl je films beoordeelt op geschiktheid. Soms lijkt een film op het eerste gezicht heel aardig, maar die kan op een cruciaal punt toch dubieus zijn. Dat zie je pas als je bepaalde persoonlijke ervaringen hebt gehad.&amp;rdquo; Tijdens de making of van TranScreen is een structuur opgebouwd die hecht in elkaar steekt en goed overdraagbaar is. &amp;ldquo;Daarmee zou in principe iedereen een transgender filmfestival kunnen maken,&amp;rdquo; meent Jiro. Dat is goed, want we kunnen en willen niet meer zonder. Kijk op de website van TranScreen voor het programma en de extra&#039;s: de TTALK Expo en de TransGlitter Party!]]></content>
	</url>
	<url>
		<loc>http://www.tijdschriftlover.nl/kunst_en_cultuur/seksisme_is_de_laatste_tien_jaar_enorm_toegenomen</loc>
		<title>"Seksisme is de laatste tien jaar enorm toegenomen"</title>
		<content><![CDATA[Een vrouw met hoofddoek houdt een stuk papier vast met de tekst: &#039;I wish I had a penis&#039;. In een volgend plaatje zegt ze in ondergoed: &#039;because then I&#039;d fuck you&#039;. &#039;Then,&#039; concludeert ze strak in het pak: &#039;steal your job&#039;. Sarah Maple (25) fotografeert en schildert zelfportretten van een identiteit die ze nog verkent. Ze is Brits, moslim en vrouw. Die combinatie levert voor Maple eindeloos materiaal om vooroordelen aan de kaak te stellen. Opvallend is haar feministische houding. &#039;Toen mensen me een paar jaar geleden vroegen of ik feminist was zei ik altijd keihard &#039;Nee!&#039; Maar op een gegeven moment zei een vriendin: &quot;Dat ben je wel. Als je jouw kunst maakt, dan ben je gewoon feminist&quot;.&#039; Maple liet de afgelopen jaren veel van zich horen. In 2007 werd ze als winnaar uitgeroepen van de New Sensation wedstrijd van de Saatchi Gallery en de afgelopen jaren organiseerde ze o.a. guerilla kunstacties en een feministische ansichtkaartenveiling. Aanstaande zaterdag opent haar eerste Nederlandse tentoonstelling. celebrity culture Haar aandacht voor de positie van vrouwen komt voort uit wat ze een achteruitgang in de geschiedenis noemt. &#039;In de UK,&#039; vertelt ze me tijdens haar bezoek aan Amsterdam, &#039;draait een groot deel van de media tegenwoordig om &#039;celebrity culture&#039;. Celebrities doen vaak de verschrikkelijkste dingen, maar we blijven ze wel volgen. Op jonge vrouwen heeft die celebrity culture een enorme impact. Vooral meisjes die tijdschriften lezen, leren via celebrities de wereld kennen. En dat is totaal oninspirerend, er is zo weinig dat je na zou kunnen doen. Tenzij je als jong meisje een uitdaging ziet in siliconenborsten en scheiden, want dat is al het nieuws dat er over celebrities te lezen is. Als dat de cultuur is die je als jongere te zien krijgt, wat leer je dan? Dat je niks hoeft te maken van je leven, alleen wat rondhangen op feestjes, een voetballer trouwen, uit de kleren gaan voor Nuts magazine? Je borsten laten beoordelen, is een van de weinige &#039;activiteiten&#039; die je als vrouw in die celebrity culture nog kunt &#039;ondernemen&#039;. Het seksisme is de afgelopen tien jaar enorm toegenomen, dat vind ik wel schrikken! Dan is het toch bizar dat het tegelijkertijd steeds minder geaccepteerd is om feminist te zijn?&#039; ironie Tegenwoordig profileert Maple zich w&amp;eacute;l als feministisch kunstenaar. Maar ze blijft op haar hoede voor ouderwetse connotaties. Zo organiseerde ze afgelopen oktober een feministische kunstveiling van ansichtkaarten. &#039;Bij die veiling,&#039; vertelt ze, &#039;was een kunstwerk van David Rusbatch dat sommigen niet begrepen. Hij beeldde op &amp;eacute;&amp;eacute;n ansichtkaart drie tijdperken uit: prefeminism was Frida Kahlo, feminisme werd vertolkt door Germaine Greer met een chagrijnige kop en post-feminism toonde een vrouw met sperma over haar gezicht. Ik vond het een heel interessant idee: we zijn zo ver gekomen met het feminisme en nu ligt de nadruk van het empowerment vooral op seks. Dat is ironisch en Rusbatch heeft het krachtig verbeeld. Er was iemand bij de veiling die niet zag dat hij een punt maakte. Zij zei: &#039;dit is niet waar feminisme over gaat&#039;. Er kwamen veel reacties op internet. Ik dacht telkens &quot;Kom op! Met zo&#039;n houding help je het feminisme niet.&quot; Juist humor is heel belangrijk. Dan begrijpen mensen je punt sneller, nou ja, als ze het begrijpen dus.&#039; Voor zichzelf besloot Maple dat dit haar manier van werken zou worden: licht, humoristisch maar onverminderd feministisch. Dat bleek empowering te werken: &#039;Toen ik &#039;I wish I had a penis&#039; had gemaakt, toen viel het voor mij op z&#039;n plek: ik kon iets z&amp;eacute;ggen met mijn beeld. Ik kon een zwaar punt maken met licht ogende foto&#039;s.&#039; Wat kun je dan zien als je naar de fotoserie kijkt? Zie je Maple&#039;s standpunt erin verkondigd? Nee, je kunt als kijker alleen concluderen dat ze zich niet conformeert aan &amp;eacute;&amp;eacute;n rol als moslimvrouw. Maple: &#039;Ik vind het belangrijk dat kunst je wat langer bij blijft dan alleen dat eerste moment dat je het ziet. Als ik naar een tentoonstelling ga en ik verveel me er, dan vind ik dat echt zonde. Ik wil geprikkeld worden, er nog dagen over na moeten denken.&#039; Van haar eigen publiek verwacht ze een zelfde houding, waarbij ze weet dat de reactie niet altijd positief zal zijn: &#039;Ik hou er wel van om in discussie te gaan met mensen die mijn kunst niet snappen. Je kunt niet iedereen overtuigen. Maar ik vind het bijzonder als ik mensen die zich beledigd voelen door mijn werk over de islam, toch n&amp;oacute;g een keer kan laten kijken. Zo was er eens een Turkse man die nogal beschuldigend was over mijn werk. Ik heb hem toen van een paar werken uitgelegd wat mijn motivatie was. Hij antwoordde: &quot;OK, ik vind het nog steeds niet mooi, maar ik snap nu waarom je het doet&quot;. Ik ben blij dat mijn publiek bestaat uit mensen uit verschillende culturen en van verschillende leeftijden. Ik krijg e-mails van ouderen die mijn werk goed vinden maar ook van tienermeisjes.&#039; mooi moment Toch waardeert niet iedereen haar kunst. Zo is ze bedreigd door mensen die haar kunst een belediging vonden voor de islam. Dat zoekt ze zelf op, zou je kunnen zeggen, maar haar &#039;provocerende kunst&#039; kun je ook een gevolg van een cultureel gemixte achtergrond noemen. Maple groeide op met een islamitische moeder en een niet-islamitische vader. &#039;Ik voelde me vaak schuldig dat de meeste van mijn vrienden op school niet-islamitisch waren. Ik fantaseerde altijd over islamitische vrienden, ik dacht dat zij zoveel verder zouden zijn met hun moslim-zijn, dat idealiseerde ik wel. Maar terwijl ik ouder werd, ontdekte ik dat ik niet meer ge&amp;iuml;nteresseerd was in &amp;eacute;lke moslim.&#039; Maple noemt zichzelf nog steeds moslim. Ze vindt het belangrijk om onderscheid te zien tussen wat de Koran zegt en wat moslimculturen daarmee doen: &#039;Ik erger me eraan dat vrouwen nog altijd iets moeten bereiken in islamitische culturen, terwijl mannen, tja, they already got it. Ik merkte dat vooral vroeger. Mijn broer was door zijn man-zijn veel makkelijker gewaardeerd dan ik. Hij hoefde niks te doen, ik moest het nog bewijzen.&#039; In haar werk verwijst ze expliciet naar dit mechanisme. Zo maakt ze voor haar Cock Series (&#039;an ongoing project&#039;) foto&#039;s van zichzelf met een schuin omhooggericht voorwerp voor haar kruis. Van champagnefles tot tandenborstel tot iPod. Maple kijkt me onderzoekend aan. &#039;Mijn moeder,&#039; vervolgt ze, &#039;ziet niet alle kunst die ik maak. Ik probeer haar niet overal mee in aanraking te laten komen. Ik kan me ook wel voorstellen dat zij bezorgd is als ik bedreigingen krijg. Maar laatst was ik ook enorm opgelucht. Mijn moeder zag mij per ongeluk bezig aan een kunstwerk dat juist over die bedreigingen ging. Het was niet de bedoeling dat ze het zag, maar ze vond het een ontzettend grappig werk. Dat was zo&#039;n goed moment! Goedkeuring van je moeder is ergens toch belangrijker dan wat wie dan ook van je werk vindt.&#039; body issues Ze fotografeert zichzelf vaak in ondergoed. Zou ze dat ook hebben gedaan als ze minder... mooi was geweest? Maple lacht: &#039;Ik heb over mezelf altijd gedacht dat ik stevig was,&#039; zegt ze. &#039;Geen model, zeker niet! Ik dacht in het begin zelfs dat ik een statement maakte over dik-zijn door in mijn ondergoed te poseren. Maar pas zo&#039;n jaar geleden begreep ik dat mensen dat er niet in zagen. Het is heel moeilijk om naar jezelf te kunnen kijken zoals anderen naar je kijken. Ik heb nog steeds wel body issues, hoor. Dat hoort volgens mij gewoon bij jonge vrouwen, en misschien dat andere meisjes daardoor ook wel ge&amp;iuml;nteresseerd zijn in mijn werk.&#039; Zelf is ze ge&amp;iuml;nspireerd door punk bands als The Clash en The Sex Pistols. &#039;Ik hou van hun drang naar vrijheid. Op een heel andere manier werkt Frida Kahlo hier ook mee. Haar werk had ik wel willen kennen terwijl ik opgroeide. De manier waarop zij huid schildert vind ik intrigerend. Zij heeft &amp;eacute;cht aandacht voor een lichaam.&#039; Sarah Maple&#039;s werk is te zien in galerie Kochxbos van 12 maart t/m 2 april 2011 Eerste Anjeliersdwarsstraat 5 in Amsterdam Beeld: copyright Sarah Maple 1 Cock series: Champs cock 2 Signs 3 A tribute to Frida]]></content>
	</url>
	<url>
		<loc>http://www.tijdschriftlover.nl/kunst_en_cultuur/sterk_kijkt_naar_meisjes</loc>
		<title>Sterk kijkt naar meisjes</title>
		<content><![CDATA[Model Tyra Banks, geflankeerd door Mr. Jay en Miss J. Alexander, &amp;lsquo;catwalk diva extraordinaire&amp;rsquo;, presenteert al zestien seizoenen lang America&amp;rsquo;s Next Top Model Het programma wordt uitgezonden in 170 landen en is ongekend populair. In verschillende landen is het format aangekocht. Er bestaan tientallen nationale varianten van deze realityshow: van Benelux Next Top Model tot Phillipines Next Top Model. Overal op de wereld blijken hordes meisjes te dromen van een carri&amp;egrave;re als topmodel. Van mooie kleren, spotlights en visagisten, van aandacht, roem en veel geld. En overal op de wereld worden dezelfde formules gebruikt: &amp;lsquo;I see eight beautiful girls in front of me. There are only seven pictures in my hand&amp;hellip;&amp;rsquo; Of een lokale variant van &amp;ndash; uit te spreken met tandpasta-glimlach &amp;ndash; &amp;lsquo;a CONtract at the Woooorld FAmous Elite MMModels, a COVER and SIX PAGE spread in SevenTEEN MagaZINE, and a HUNdred THOUsand dollar CONract with-th-th COVer Girl cosMEtics&amp;rsquo; (de prijs voor de winnaar van het seizoen en wekelijks genoemd om redenen van sponsoring). America&amp;rsquo;s Next Top Model krijgt voor elkaar wat Esperanto niet lukte: mensen over de hele wereld begrijpen wat er gebeurt, ook al spreken ze de taal niet. In Nederland wordt op dit moment seizoen dertien van America&amp;rsquo;s Next Top Model uitgezonden. En dit keer gaat de strijd tussen modellen die niet langer zijn dan 1.72, terwijl catwalkmodellen ten minste 1,78 moeten zijn. Tyra heeft namelijk een nobele missie: ze wil aantonen dat schoonheid niet het exclusieve terrein is van lange, dunne vrouwen. Zwarte vrouwen, plus size-modellen (overigens: hoogstens maat 38!), transgenders, een vrouw met brandwonden op haar lichaam en nu dan kleine vrouwen, ze zijn allemaal welkom in Tyra&amp;rsquo;s universum. Dat kijkers een programma trouw blijven als er enige variatie in het format zit, is uiteraard een andere reden. Maar die klinkt te opportunistisch voor een protegee van Oprah, de koningin van de massamediale maatschappelijke betrokkenheid. Toch zit er medialogica achter het programma.Sp!ts meldde eind november dat de Amerikaanse zender CW Television Network in eerste instantie overwoog om eens een mannelijke versie van America&amp;rsquo;s Next Top Model te produceren. Het idee zou snel van tafel geveegd zijn, omdat de show met mannelijke modellen geen spannende televisie zou opleveren. Toen ik dit aan vriendinnen voorlegde, was hun eerste reactie: de producenten hebben gelijk. Mannen zouden in het modellenhuis voor de televisie hangen, pizzaatje eten. Gaap. En in het geval van een conflict? Ze zouden er iets van zeggen, een boer laten en samen een biertje drinken. Probleem opgelost. Het zou wel leuk zijn om eens een keer naar een kudde mooie mannen te kunnen kijken, maar Tyra&amp;rsquo;s tv-hit is niet fascinerend vanwege de esthetiek, maar vanwege de onderlinge competitie tussen de modellen in spe. De meiden roddelen, ze zijn jaloers en sluiten bondjes tegen andere leden van de groep. Ze logenstraffen elk vooroordeel over de geringe competitiedrift van vrouwen: deze meiden kleineren elkaar en steken zonder scrupules een dolk in de smalle rug van hun kamergenoot. Alles om deel te mogen nemen aan de harde wereld van topmodellen! De mannelijke modellen in een ander Amerikaans realityprogramma, the Janice Dickinson Modelling Agency, gedragen zich inderdaad erg keurig. Onderling zijn het misschien geen vrienden, maar het mannelijke equivalent van de catfight ontbreekt. Als er iets op ze is aan te merken, dan gaat het om drugsgebruik, nonchalance of lomp gedrag tegenover Janice. Mannen gedragen zich niet als krabben in een mand, in ieder geval niet voor de camera. Ik vond het een tamelijk droevig gegeven. Stereotype bevestigend en weinig flatteus voor de sekse. America&amp;rsquo;s Next Top Model blijkt een heldere illustratie van Judith Butlers gender performativity.(1) Niet alleen tonen de modellen hun vrouwelijkheid via hun gedrag, het programma biedt hen bovenal een context waarin dat gedrag geritualiseerd en bevestigd wordt. Nog treuriger is het dat kijkers vaak wegkijken bij tegendraads gedrag op televisie, behalve als het gebracht wordt als spektakel of als het humoristisch is. Kun je mannen zo gek krijgen dat ze hysterisch beginnen te krijsen bij het dagelijkse briefje: TYRA MAIL!!!!! of lukt dat alleen bij een walk in fridge vol flesjes Heineken? Noten 1. Judith Butler, Bodies That Matter: On the Discursive Limits of &amp;lsquo;Sex&amp;rsquo;. New York: Routledge, 1993: Hierin, p. 94: &amp;lsquo;Performativity cannot be understood outside of a process of iterability, a regularized and constrained repetition of norms. And this repetition is not performed by a subject; this repetition is what enables a subject and constitutes the temporal condition for the subject. This iterability implies that &#039;performance&#039; is not a singular &amp;ldquo;act&amp;rdquo; or event, but a ritualized production, a ritual reiterated under and through constraint&amp;rsquo;. ]]></content>
	</url>
	<url>
		<loc>http://www.tijdschriftlover.nl/kunst_en_cultuur/digitale_zwartgalligheid</loc>
		<title>Digitale zwartgalligheid</title>
		<content><![CDATA[Ook genoeg van door commercie gedreven gecomputeriseerde popmuziek, Hollywood-romantiek en literaire thrillers? Neem eens een online duik in de geschiedenis van de transgressieve cultuur. Deze heeft haar wortels in het New York van de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw. Dat waren zwarte jaren voor de stad. New York City werd getroffen door armoede, die criminaliteit en nihilisme als respons had. Als men niet dood zou gaan door de bom, dan ging men wel dood aan AIDS of doodslag. Deze sfeer vertaalde zich in film, fotografie, muziek en performance art. Degenen die zich niet konden vinden in de burgerlijke consumptiemoraal kwamen samen in gekraakte panden. Ge&amp;iuml;nspireerd door de punkbeweging vormden zij exponenten van een trangressieve cultuur, een cultuur die vooral de donkere kant van het menselijk bestaan belichtte. Niet omdat ze dat zo interessant vonden, maar omdat er in hun visie geen ander leven was om te laten zien. Film bleek een geschikt medium om de ruwheid van het bestaan te verbeelden. Het werd de plek waar verschillende disciplines samen kwamen: muziek, performance, spoken word et cetera. Een overzicht van cinematografisch werk is te zien op www.ubu.com/film/transgression.html. De omvattende documentaire Llik Your Idols (2007) van filmmaakster Angelique Bosio toont de opkomst, ondergang en hoofdrolspelers van de transgressieve beweging: www.myspace.com/llikyouridols. Een van de bekendste uitdragers van de transgressiegedachte was Lydia Lunch (www.lydia-lunch.org), inmiddels vooral bekend van haar muziek en spoken word. In de jaren tachtig speelde ze in Fingered (1986) van Richard Kern, een radicale, nihilistische film die volgens Lunch haar eigen leven weergeeft en kritiek levert op de verdekte en geromantiseerde manier waarop er in de westerse maatschappij met vrouwelijke seksualiteit om wordt gegaan. Voor Lunch maakt seks deel uit van de donkere kant van het leven, het zijn verlangens die wellicht taboe zijn of mensen afschrikken, maar die wel bestaan. Ook de Canadese filmmaker, fotograaf en auteur Bruce Labruce (www.brucelabruce.com), maakte films en foto&amp;rsquo;s die sterke raakvlakken hadden met de transgressieve stroming in New York. Zijn werk heeft een ontwikkeling doorgemaakt van rauwe underground, zeer expliciete gay films tot werk dat uiterlijk wellicht esthetischer is, maar nog altijd een sterke anarchistische toon heeft. De website nowave.pair.com/no_wave geeft eenzelfde impressie. Deze site biedt een behoorlijk compleet fotoarchief. Het is jammer dat de site niet meer wordt ge&amp;uuml;pdatet. Wie complete informatie zoekt, kan beter de stukken van Alex Vasey lezen. Op haar persoonlijk blog feministmusicgeek.com heeft Vasey verschillende uitgebreide bijdragen over de underground no wave stroming van de jaren zeventig en tachtig, altijd met een duidelijk feministische insteek. Ook geeft ze voorbeelden van vrouwelijke muzikanten van tegenwoordig die ge&amp;iuml;nspireerd worden door de muziek uit de transgressieve periode. Transgressieve literatuur uit de jaren tachtig is een stuk lastiger om te vinden: veel van de werken uit die tijd zijn verloren gegaan. Toch is de invloed van schrijvers als Lynne Tillman, Eileen Myles en Gary Indiana van groot belang geweest voor huidige schrijvers als Jonathan Safran Foer en Chuck Palahniuk. De beruchtste schrijfster en volgens ons interessantste van die tijd is Kathy Acker. In haar werk vind je een afkeer van de maatschappij samen met porno en punk. Op writing.upenn.edu/pennsound/x/Acker.php staan diverse soundbites van lezingen, vraag &amp;amp; antwoord-sessies en spoken word opnames. Veel van haar vroege teksten gaan over hoe vrouwen in deze maatschappij hun genotvolle lichaam wordt ontzegd. Daarnaast is de website van Dennis Cooper (www.denniscooper.net/lhotb.htm) ook de moeite waard. Cooper is &amp;eacute;&amp;eacute;n van de weinige schrijvers uit de transgressieve literaire scene die nog steeds actief is en een eigen uitgeverij heeft. Zijn verhalen gaan vaak over jonge mannen met hun seksuele avonturen, disfunctionele families en geweld. Wie ondertussen genoeg heeft van de zwartgalligheid kan deze donkere tocht in het digitale darmkanaal van de maatschappij het beste afsluiten met de website www.annmagnuson.com. Ann Magnuson balanceert met haar cabaretachtige performances tussen het absurde en het serieuze. Of bekijk het filmpje &amp;lsquo;Ann Magnuson &amp;ndash; Made for TV&amp;rsquo; op YouTube. Deze compilatie van nagespeelde reclamefragmenten is even grappig als dat het een nachtmerrie is. Voor je het weet maak jij ook deel uit van een wereld die wordt gedomineerd door geld, reclame en kapitalistisch genot. Maar ondertussen heb je wel de kennis dat je niet de enige bent die daar problemen mee heeft en dat je altijd zelf je camera, gitaar of computer erbij kan pakken om jouw duisternis in beeld te brengen.]]></content>
	</url>
	<url>
		<loc>http://www.tijdschriftlover.nl/kunst_en_cultuur/calorieloos_genieten</loc>
		<title>Calorieloos genieten</title>
		<content><![CDATA[Het internet biedt ruimte aan duizenden en duizenden receptensites. Iedere zichzelf respecterende hobbykok heeft wel een eigen plekje bemachtigd om favoriete gerechten online te delen. Of dat nu via het zeer populaire digitale kookschrift van Albert Heijn is of met een op de zolderkamer zelf vormgegeven website. Keuze te over. Maar waar zijn de echt spannende projecten te vinden die verder gaan dan &amp;lsquo;mijn favoriete recept&amp;rsquo; of &amp;lsquo;de perfecte bereiding van oma&amp;rsquo;s tomatensoep&amp;rsquo;? In Nederland houdt kunstenaar en designer Debra Solomon een &amp;lsquo;culiblog&amp;rsquo; bij www.culiblog.com. Een persoonlijk blog, zonder het gebruikelijke dagboekgevoel, waar Solomon met de gecombineerde ogen van een designer, kunstenaars en gepassioneerd voedselliefhebber kijkt naar het eten van alledag. Maar ook schrijft ze over de eetculturen over de hele wereld, eten als cultuur op zich en de omstandigheden waarin ons voedsel heden ten dage groeit en bloeit. Het heeft ook een hoog Do It Yourself-gehalte (veel prachtige foto&amp;rsquo;s van het eten dat ze kweekt in haar eigen tuin) zonder kneuterig te worden. Ze weet actuele onderwerpen als duurzaamheid en bewustzijn over de herkomst van eten op een prettige en esthetische manier onder de aandacht te brengen. De Canadese blogster Nicolla Twilley onderzoekt de eetcultuur aan de hand van geografie op www.ediblegeography.com. Zo beschrijft ze de invloed van geografische mobiliteit op de manier waarop we eten en besteedt ze aandacht aan projecten als &amp;lsquo;Eating the street&amp;rsquo; &amp;ndash; een groot, internationaal opgezet project waarin mensen op zoek gaan naar de oorsprong van datgene wat ze op straat aan eten kunnen kopen. Door te praten met de producenten wordt duidelijk hoe grote invloed geografische ontwikkelingen en socio-economische factoren hebben op ons eetgedrag. Ook aan te raden is haar blog over een recent werk van de Nederlandse kunstenares Esther Polak omtrent de melkproductie in Nigeria (Nomadic Milk). Een heel andere insteek heeft de site The Feminist Kitchen (thefeministkitchen.wordpress.com). Hier wordt aandacht besteed aan hoe voedsel in diverse media gepresenteerd wordt. De blogbijdragen van de Amerikaanse Addie Broyles vari&amp;euml;ren van een verkenning van de relatie van kookboeken uit de tijd van Het kleine huis op de prairie met het negentiende-eeuws feminisme tot een uitgebreide recensie van de film Eat, Pray, Love (waarin de auteur de rake constatering maakt dat het tonen van een vrouw die zonder schuldgevoel geniet van eten een unicum is, zeker in Amerikaanse blockbuster films). De politieke boodschap van eten met een duidelijk feministische insteek is terug te vinden op (www.oh-hells-nah.blogspot.com). Met veel humor schrijft de naamloze auteur over de betekenis van eten in Sex and the City, een serie &amp;lsquo;she loves to hate&amp;rsquo;. Mede omdat de hoofdrolspeelsters zo vaak in restaurants te vinden zijn, maar nauwelijks lijken te worstelen met hun gewicht. Daarnaast linkt ze haar eigen eetervaringen aan de culturele geschiedenis van de Verenigde Staten. De Vietnamese Pho die ze eet, of de Cubaanse snacks die ze bereid, is een opstap voor een uitgebreide verhandeling over maatschappelijke ongelijkheid en het Amerikaans oorlogsverleden. Op een fijne wijze combineert ze lichtvoetige stukken over eten, gerechten en favoriete restaurants met een feministisch activistische blik op het dagelijks bestaan. De vrouwen die achter het Britse Gastronomista (www.gastronomista.com) zitten, houden zich minder bezig met politiek maar besteden aandacht aan alles wat maar met eten te maken heeft. Hun onderschrift is &amp;lsquo;Eat like a girl&amp;rsquo;, waarvan ik niet per se weet of dat nou een aanrader of een afknapper is. Soms is het truttigheidsgehalte wel erg hoog, maar het collectief vrouwen schrijft op andere momenten uitgebreid en met gevoel voor humor over kunst en eten. Kunst en eten komen ook samen op de enorme flickr-pool aan foto&amp;rsquo;s die mensen soms dagelijks van hun eigen voedsel nemen: www.flickr.com/groups/i_ate_this. Uiteenlopend in stijl, uitvoering, kwaliteit en creatief gehalte heeft deze hoeveelheid foto&amp;rsquo;s een verslavende werking. Je blijft doorklikken om toch nog even te kijken wat een bepaald persoon vandaag heeft gegeten, gisteren, met kerst of juist op jouw verjaardag. Genieten van voedsel zonder te eten kan dus gemakkelijk op het internet. Ons dagelijks brood biedt brandstof voor zoveel meer dan alleen ons lichaam. beeld: cc Emily]]></content>
	</url>
	<url>
		<loc>http://www.tijdschriftlover.nl/kunst_en_cultuur/vorm_of_vent</loc>
		<title>Vorm of vent? </title>
		<content><![CDATA[Hoe zinnig is het dat media zich afvragen waarom een Surinamer klassieke muziek maakt? Verandert de betekenis van een gedicht als je ontdekt dat de maker een migrant is? Garjan Sterk volgt het Nederlandse debat over het omstreden belang van de etnische identiteit van de kunstenaar. Begin twintigste eeuw woedde er in Nederlandse literaire kringen een discussie over de mate waarin &amp;lsquo;vorm&amp;rsquo; of &amp;lsquo;vent&amp;rsquo; centraal moesten staan in de kunst.(1) Menno ter Braak en E. du Perron vonden dat een kunstwerk alleen van belang is als het getuigt van maatschappelijk engagement. Zij zetten zich af tegen &amp;lsquo;sierschrijvers&amp;rsquo; als Leopold en Martinus Nijhoff. Voor de &amp;lsquo;ventisten&amp;rsquo; werd een kunstwerk niet voldoende gelegitimeerd door de opvatting l&#039;art pour l&#039;art: een echte vent staat ergens voor. Hierbij was &amp;lsquo;vent&amp;rsquo; niet m/v, want als de kunstenaar een vrouw was &amp;ndash; met uitzondering van Henriette Roland Holst &amp;ndash; werd dat vrijwel altijd gezien als verklaring voor inhoud en stijl. Naar aanleiding van de po&amp;euml;zie van Gerrit Achterberg kwam er later in de twintigste eeuw een vergelijkbare discussie op gang. Een belangrijk thema in zijn werk, een niet (meer) bereikbare geliefde, krijgt extra lading als het priv&amp;eacute;leven van de dichter betrokken wordt bij de interpretatie: Achterberg heeft in 1937 in een vlaag van verstandsverbijstering zijn hospita vermoord. Sommige critici beschouwen Achterbergs gedichten als een verwerking van deze gebeurtenis, volgens andere is de onbereikbare liefde slechts een behandeling van een universeel thema. In deze gemodificeerde Vorm of Vent-discussie draait het om de mate waarin context een rol speelt bij de interpretatie van een kunstwerk. Kan een kunstwerk juist ge&amp;iuml;nterpreteerd worden als je niet op de hoogte bent van de ervaringen en visies van de kunstenaar? Of is een kunstwerk autonoom en is de betekenis besloten in het werk. HANG NAAR EXOTISME De Vorm of Vent-discussie is nog altijd actueel en tegenwoordig in een etnisch jasje gestoken.&amp;lsquo;Allochtone&amp;rsquo; schrijvers en beeldend kunstenaars hebben altijd al deel uitgemaakt van de Nederlandse kunst- en cultuurwereld. Het publiek was bekend met het werk van Jan Toorop, met literatuur van Astrid Roemer en Hella Haasse, met muziek van Julian Coco en de Blue Diamonds. Maar pas tijdens de jaren 90 probeerde een grote groep migrantenkinderen, volwassen geworden in Nederland, een plek te veroveren in de culturele sector. Dit leidde tot nieuwe vragen: is de etniciteit van de kunstenaar een relevante factor? Is een theatervoorstelling van bijvoorbeeld Surinamers anders dan een voorstelling van autochtone Nederlanders? Verandert een tekst van betekenis als je ontdekt dat de dichter een Iraanse vluchteling is en niet geboren in Zwolle? En wat als een schrijver Marokkaanse ouders heeft, maar opgroeide in Rotterdam? Deze nieuwe invulling van de Vorm of Vent-discussie werd uitgebreid met de discussie over de kwaliteitscriteria in de Westerse kunstsector. Zijn deze wel toereikend om kunst uit andere delen van de wereld &amp;eacute;n van mensen in de diaspora (arbeidsmigranten, vluchtelingen, mensen uit de voormalige koloni&amp;euml;n) te kunnen beoordelen? Niet zelden werd het werk van deze kunstenaars vooral beschouwd als kunstuitingen die bedoeld waren om &amp;lsquo;hun eigen gemeenschap&amp;rsquo; te bedienen. In recensies werden producties, van onder andere Rufus Collins, Maarten van Hinte en Marjorie Boston, niet beoordeeld op hun artistieke kwaliteiten, maar op hun mogelijk sociaal-maatschappelijke effecten. Het ging niet over schoonheid, visie of engagement, maar om de vraag: wat leren wij over de multiculturele samenleving? Het verzet kwam vanuit ge&amp;euml;ngageerde theatergroepen als DNA en Made in da Shade eind jaren negentig. Ze wilden niet langer betaald worden uit welzijnspotjes, maar volwaardig deelnemen aan de culturele sector. Migrantenkunstenaars namen deel aan het publieke debat en problematiseerden elk aspect van de Nederlandse kunst- en cultuursector: van de eenzijdige samenstelling van culturele besturen tot het programmeerbeleid van podia, van opleidingen die geen aandacht besteden aan tradities in niet-westerse kunst tot de hang naar exotisme bij delen van het publiek. PIJNLIJKE SITUATIES In het afgelopen decennium veranderde ook de visie van het publiek: kunstuitingen van migranten zijn niet alleen voor &amp;lsquo;hun gemeenschap&amp;rsquo; van belang, maar verrijken de Nederlandse cultuur. Kunstenaars met een migrantenachtergrond worden nu geprezen om hun andere, soms scherpere blik op de Nederlandse samenleving. Hun ervaringsdeskundigheid met andere muzikale tradities leidde tot de muziekstroming die de naam fusion kreeg. De voormalige taalachterstand werd een bron van taalvernieuwing en herontdekking van betekenissen die in de loop van de tijd verloren waren gegaan. Binnen dit kader is het noemen van de etniciteit van de kunstenaar of artiest niet helemaal onterecht. Toch blijft het ongemakkelijk als een blueszangeres, die al jaren in Amsterdam woont, aangekondigd wordt als &amp;lsquo;African-American&amp;rsquo;, of als de bloemrijke taal van Hafid Bouazza, die zich nadrukkelijk verwant voelt met de Tachtigers, in verband wordt gebracht met zijn Marokkaanse afkomst en de Arabische poezi&amp;euml;. De grens tussen authenticiteit en stereotypering is echt flinterdun. Het kan tot pijnlijke situaties leiden als de relatie met de persoon zelf en niet met de artistieke uiting gelegd wordt. En dit gebeurt helaas steeds vaker. MADAME BOVARY Zo mocht ruim twee jaar terug de cellist Steven Bourne als net verkozen &amp;lsquo;Jonge Musicus van het Jaar&amp;rsquo; bij Pauw &amp;amp; Witteman aanschuiven en kreeg hij van Witteman de vraag: &amp;lsquo;In Suriname is er, naar wij weten, niet veel belangstelling voor Westerse klassieke muziek. Hoe is dat bij jou zo gekomen?&amp;rsquo;. Witteman is op zoek naar de mens achter de cellist, maar hij activeert ook een oud stereotype beeld van trommelende negertjes. Hij had beter naar de persoonlijke motivatie van Bourne kunnen vragen. &amp;lsquo;Surinaams&amp;rsquo; en &amp;lsquo;klassieke muziek&amp;rsquo; is een combinatie die net zo min vanzelfsprekend is als &amp;lsquo;jong&amp;rsquo; en &amp;lsquo;klassieke muziek&amp;rsquo;. Het ongemak dat de relatie tussen etniciteit en kunst soms teweegbrengt, is alleen op te lossen door de kunstenaar of artiest de ruimte te geven om zelf te vertellen over het werk en zijn persoon. Twee jaar later is Bourne te gast bij Kunststof TV. Ondanks de verscheidenheid van de tafelgasten &amp;ndash; drie vrouwen en twee mannen, maar ook: drie actrices, een musicus en een schrijver, of: drie allochtonen en twee autochtonen &amp;ndash; wordt de etnische achtergrond van de gesprekspartners niet eenmaal genoemd. Kunststof TV (2) is dan ook een programma over kunst en de functie van kunst, en niet over de mens achter de kunstenaar. Toch slaagt ook dit programma er niet altijd in om een werk onbevooroordeeld door kennis over de maker te bespreken. Afgelopen winter was Yasmine Allas te gast bij Kunststof TV om te spreken over haar roman. Voor een documentaireserie van de IKON ging Allas na vele jaren weer terug naar haar geboorteland Somali&amp;euml;. Daar raakte ze tamelijk overstuur: ze vond niets terug van haar jeugd en haar herinneringen waren mooier dan de werkelijkheid. Ze nam haar toevlucht tot de verbeelding en besloot ter plekke dat ze een boek moest schrijven. Als presentator Joost Karhof tijdens het gesprek over Een nagelaten verhaal de ik-persoon laat samenvallen met de schrijfster, onderbreekt Yasmine Allas hem. Het personage heeft weliswaar een aantal vergelijkbare ervaringen en is voortgekomen uit de persoonlijke urgentie een verhaal te vertellen, maar het personage is n&amp;iacute;et Yasmine Allas. Vorm of vent, that is the question, zeker als het gaat om de relevantie van de etnische identiteit van de kunstenaar voor de betekenis van een werk. De ik-persoon uit haar roman is niet Yasmine Allas, maar zonder de persoonlijke geschiedenis van Yasmine Allas was dit personage niet tot leven gewekt. Het is dus heel verleidelijk om een verband te veronderstellen met de etniciteit van de auteur. Maar waarom zou etniciteit een afdoende verklaring zijn voor een verhaal of personage en andere categorie&amp;euml;n niet? Madame Bovary is tenslotte niet minder geloofwaardig omdat ze voortkomt uit een mannelijke verbeelding. Garjan Sterk is zelfstandig onderzoeker en adviseur op het gebied van diversiteit, cultuur en media. Noten: 1 De dichter J.C Bloem schreef in 1932 het essay Vorm of Vent, waarmee deze discussie haar naam kreeg. Bloem had voor beide standpunten begrip en betrok geen van beide posities. 2 http://www.nps.nl/page/programma/3769/kunststoftv. Beeld bij dit artikel is van Farida Laan.]]></content>
	</url>
	<url>
		<loc>http://www.tijdschriftlover.nl/kunst_en_cultuur/get_fresh_with_me</loc>
		<title>Get fresh with me</title>
		<content><![CDATA[De nekharen van menig feministe gaan er van overeind staan: de portrettering van vrouwen in hip hop en r&amp;amp;b. De schaars geklede dames die door de videoclip huppelen, lijken niet het verlichte boegbeeld van de volgende generatie sterke vrouwen. Des te opvallender is het om dan te moeten constateren dat juist in dit genre, onder al die bling en bitches, zowel vrouwelijke als mannelijke artiesten in hun liedteksten op zoek gaan naar gelijkwaardige liefde en relaties. De popster Britney Spears zingt in haar hit 3 over trio&#039;s dat &#039;everybody loves ho counting&#039;. Het woordje ho klinkt als een kreun en is niet door de televisiestations gecensureerd, maar de boodschap komt zelfs op de niet oplettende luisteraar over: het is hip om mensen ho te noemen en om expliciet te zijn over je seksleven. Salt &#039;n Pepa&#039;s hit let&#039;s talk about sex uit 1990 zou in 2010 met opgetrokken wenkbrauwen zijn ontvangen. Er wordt nu in de popmuziek zo expliciet over seks gezongen en gerapt dat we meteen willen weten: hoe, waar en met hoeveel? Als je al die vragen niet beantwoordt, had je er ook niet over hoeven te beginnen, lijkt de trend. Er valt natuurlijk nog altijd honderduit te praten over &amp;lsquo;all the good things and the bad things that may be&amp;rsquo;, want ongelijke seksuele verhoudingen zijn ook nu aan de orde van de dag in de popmuziek. Vooral hip hop en r&amp;amp;b worden hierop aangekeken. In de hit Video Phone zingen supersterren Beyonc&amp;eacute; en Lady Gaga: &amp;lsquo;if you likin&amp;rsquo; this position you can tape it.&amp;rsquo; Is dat inderdaad wat mannen en vrouwen in de r&amp;amp;b en popmuziek willen? Maken mannen het liefst een filmpje van hun vriendin in een sexy positie dat ze op youtube kunnen zetten? En ambi&amp;euml;ren vrouwelijke artiesten die rol als seksobjecten? Bitches en ho&#039;s Vrouwen als walking bling aan de arm van een rapper zijn de afgelopen decennia inderdaad een dominant beeld van r&amp;amp;b en hip hop. De Amerikaanse schrijver en muziekcriticus Kevin Powell stelt dat er voor 1985 nog een balans was tussen het aantal mannen en vrouwen in hip hop clips.1 Het was begin jaren negentig nog een schok dat er halfnaakte vrouwen in de clips van 2 Live Crew dansten. Deze &amp;lsquo;schokkende&amp;rsquo; clips bleken onderdeel van een langdurige rage in de hip hop cultuur. Twintig jaar later worden de mannen, die als middelpunt van de clips fungeren, nog altijd omringd door een grote hoeveelheid bijna blote vrouwen. Tegelijkertijd is er in de lyrics van hip hop en r&amp;amp;b vanaf begin jaren negentig een discussie over seksuele relaties en verhoudingen aanwijsbaar. Zangeressen als Michel&#039;le en Mary J. Blige maakten nummers waarin mannen en vrouwen om beurten rapten en zongen, vaak over elkaar. Zo ontstond er in de hip hop cultuur ruimte voor een oud verschijnsel in de zwarte muziek: een (fictieve) dialoog tussen mannen en vrouwen over seksuele relaties. De Amerikaanse hoogleraar genderstudies Gwendolyn Pough ziet dit nieuwe hip hop podium als &amp;eacute;&amp;eacute;n met oneindig veel mogelijkheden om het publieke domein te be&amp;iuml;nvloeden, en dus bij uitstek voor feministen erg interessant. Maar, waarschuwt ze, het tellen van vrouwonvriendelijke termen als bitches en ho&amp;rsquo;s door feministen leidt af van de diepgang van de strijd die in de nummers uitgevochten wordt.2 Tobberige nummers Interessanter is dan ook om te kijken naar de dubbelzinnige opstelling van vrouwen, door wie het debat, bedoeld en onbedoeld, op scherp wordt gesteld. Mary J. Blige, Lil&amp;rsquo; Kim, Rihanna en Keyshia Cole hebben allemaal in gewelddadige relaties gezeten, en verheerlijken afwisselend hun onafhankelijkheid als vrouw en complete overgave aan hun man. Dat Mary J. Blige het refrein &amp;lsquo;You&#039;re all I need&amp;rsquo; zingt, is veelzeggend over de rol die vrouwelijke artiesten zichzelf vaak in nummers aanmeten. Onvoorwaardelijke trouw van vrouwen aan hun man wordt door vrouwelijke rappers en zangeressen ge&amp;iuml;dealiseerd, waar mannelijke loyaliteit door mannelijke rappers enkel voor de vriendengroep wordt gereserveerd. Mannelijke rappers als Method Man promoten ondubbelzinnig de onderdanigheid van de vrouw met hits als I&#039;ll be there for you. Hierin krijgt de geliefde van Method Man een hele lijst eisen voorgeschoteld voordat hij van haar, of eerder van haar liefde voor hem, kan houden.3 Op het eerste gezicht lijkt het debat over relaties in de hip hop en r&amp;amp;b nog erg traditioneel: er wordt veel met twee standaarden gemeten en de heteronorm blijft onaangetast. 4 Zelfs bij een vrouwelijke rapper die niet binnen de stereotypen past, zoals de butch looking Missy Elliott, is het nog altijd een no go area om te suggereren dat ze lesbisch zou zijn. Maar, weliswaar op heteroseksueel gebied, lijken hits van bekende namen als R. Kelly, Jeremih, Kerry Hilson, Kanye West, Keyshia Cole en Kid Sister wel degelijk op een verandering in de mainstream hip hop en r&amp;amp;b te wijzen: er wordt steeds meer over gelijkwaardige relaties gezongen en gerapt. Op MTV verschijnen dan ook meer en meer serieuze, tobberige nummers over problemen in relaties . Birthday sex Volgens R. Kelly in Number One gaat alles helemaal geweldig in zijn relatie. Vooral de seks. In hyperbolen vertelt hij over hoe geweldig het is om seks te hebben met zijn geliefde, zangeres Keri Hilson: &amp;lsquo;sex is like making hits&amp;rsquo;. De geliefde, die zelf, heel gelijkwaardig, ook award winning ster is, zingt: &amp;lsquo;this is a race where you don&amp;rsquo;t wanna come first&amp;rsquo;. Met volledige inzet de tijd voor elkaar nemen, dat lijkt ideaal. Enige twijfel ontstaat bij R. Kelly&#039;s regel: &amp;lsquo;after we lay down, you get to know the real me&amp;rsquo;. Dit kan een beetje opschepperig zijn, maar nog erger: het kan de boodschap uitdragen dat seks altijd eerst komt en je pas daarna elkaar beter gaat leren kennen. Nog een stapje verder met het idee van de geweldige relatie, gaat Jeremih in Birthday Sex. In een chique en ruim huis zie je Jeremih zijn vriendin verwennen met eten en seks: &amp;lsquo;tell me where you want your gift&amp;rsquo;, vraagt hij. Jeremih&#039;s vriendin verdient het allerbeste zingt hij, maar het is behoorlijk self-centered dat hij zo zeker weet dat haar mooiste verjaardagscadeau seks met hem is. Je zou bijna denken dat mannen in hip hop en r&amp;amp;b in hun tevredenheid over zichzelf en hun rol in de relatie, nog steeds blind zijn voor de wensen en behoeftes van hun vriendin. Ride &amp;amp; die Een figuur die duidelijk niet tevreden is met zichzelf is Kanye West. Moeilijke relaties vormen onuitputtelijke inspiratie voor nummers over zijn gebroken hart. In de clip Love Lockdown zit hij alleen in een leeg huis en herhaalt hij voortdurend: &amp;lsquo;I&amp;rsquo;m not loving you the way I wanted to&amp;rsquo;. Strijders dringen Wests appartement binnen tijdens het refrein: &amp;lsquo;Keep your love lockdown&amp;rsquo;. De strijd die hier gevoerd wordt, zit in West zelf en wat hij uitdraagt is geen machismo maar kwetsbaarheid. De clip eindigt met West in foetushouding. Eveneens gevoelig is de eerdergenoemde Keri Hilson uit de Number One clip. In het nummer Energy worstelt ze met een relatie waar ze veel van zichzelf in stopt, maar te weinig van terugkrijgt: &amp;lsquo;this love is taking all of my energy&amp;rsquo;. &amp;lsquo;I don&#039;t want us to be the end of me&amp;rsquo;. Volgens Gwendolyn Pough is dat precies waar veel vrouwelijke r&amp;amp;b en hip hop artiesten, zowel in hun eigen leven als in hun teksten, toch niet in slagen. Ze vallen vaak weer terug in de ride&amp;amp;die figuur die alles voor de man zou doen en zo nodig de gevangenis in gaan of sterven.5 Maar Keri Hilson voelt wel hoe haar relatie ten koste gaat van haarzelf en vraagt zich af: &amp;lsquo;how do we reverse the chemistry?&amp;rsquo;. Keyshia Cole levert in haar nummers de strijd van iemand die een onderdanige positie heeft in een relatie. Ze laat de impact van manipulatie zien met bittere zinnen als: &amp;lsquo;I might as well have cheated on you as much as you accused me of cheating&amp;rsquo;. In een van haar laatste clips Trust lijkt haar gevoel van eigenwaarde minder beschadigd. Ze belt met Monica, een artiest die haar altijd heeft ge&amp;iuml;nspireerd, om relatieadvies. Monica zegt haar: &amp;lsquo;if he loves you, he needs to show y&amp;ograve;u that he loves you.&amp;rsquo; Keyshia Coles en Keri Hilsons hits wijzen op een andere rol van vrouwen in de hip hop scene, vrouwen die opkomen voor hun eigen behoeftes in de relatie. Voor mannelijke zangers is het ondertussen ook lang niet meer uncool om hun liefde en kwetsbaarheid te tonen, zoals Kanye West laat zien. Single ladies De dialoog over gelijkwaardige relaties wordt, net als de meeste discussies in de maatschappij, ook in de r&amp;amp;b en hip hop soms diepgravend en soms slechts oppervlakkig gevoerd. Een artiest die het afgelopen decennium gestaag hits heeft afgeleverd, is Beyonc&amp;eacute;. In haar nummers zitten zulke uiteenlopende boodschappen dat bijna iedereen zich erin kan herkennen. Werd Independent Women van Beyonc&amp;eacute;s act Destiny&#039;s Child uit 2001 nog door feministen omarmd, in het nummer Single Ladies uit 2008 wordt de dubbelzinnigheid van Beyonc&amp;eacute; en misschien wel van de main- stream r&amp;amp;b en hip hop mooi samengevat. De misleidende titel doet een verhaal over sterke vrouwen vermoeden, maar in de refreinen wordt duidelijk dat single ladies hoe independent ze ook zijn, uiteindelijk een man nodig hebben die hen trouwt. Bij de charismatische Beyonc&amp;eacute; lijkt emancipatie slechts leuk om zich mee te profileren. Ze mist echter een mooie kans om zich inhoudelijk in de discussie te mengen. Dan is Aaliyah, een paar jaar daarvoor, veel evenwichtiger in haar boodschap. In de hit Resolution vraagt ze actief om de dialoog aan te gaan met haar partner. &amp;lsquo;U got issues, I got issues (..) Am I supposed to change? Are you supposed to change?&amp;rsquo;, zingt ze. Met deze simpele opzet voor een gesprek met je partner heeft ze een heel volwassen nummer. De rapper Kid Sister die met hip hop grootheden als Kanye West heeft samengewerkt, is een jonge artiest voor wie die gelijkwaardigheid al meer vanzelfsprekend is. Ze benadrukt in Get Fresh haar onafhankelijkheid met zinnen als: &amp;lsquo;I work my own angle-What you trynna say?-I got my own cut means I stick my own green&amp;rsquo;. Deze vrouw is niet alleen economisch onafhankelijk zoals Destiny&#039;s Childs Independent Women ook al waren, belangrijker nog: je kan haar geen onzin verkopen. &amp;lsquo;D-don&#039;t step to me, get fresh with me&amp;rsquo;, herhaalt ze in het refrein. Waardeloos gedrag Veel vrouwelijke r&amp;amp;b en hip hop artiesten switchen tussen bitches die no-matter-what loyaal blijven aan hun man en get-fresh-with-me sisters. Er komen steeds meer jonge artiesten die niets van ongelijkwaardigheid tussen seksen willen weten, maar helaas zijn er nog altijd hits, van zowel mannelijke als vrouwelijke artiesten, die seksuele onderdanigheid van vrouwen verheerlijken. Het discours in r&amp;amp;b en hip hop is echter diverser dan in veel andere muziekstromingen, waardoor het podium toegankelijker en de discussie breder is dan in de meeste andere genres. Volgens Kyra D. Gaunt (in navolging van Brian Ward) heeft hip hop zelfs nu al meer bereikt dan witte popmuziek ooit heeft gedaan, als het gaat om het leveren van kritiek op waardeloos gedrag van mannen en het defini&amp;euml;ren van de waarde van een trotse vrouwelijke seksuele identiteit.6 De ruimte voor een dubbelzinnige seksuele houding in r&amp;amp;b en hip hop zorgt ervoor dat dit genre een platform voor sociale verandering is geworden. Wie de beweging niet ziet, kan beter luisteren. Gijs Loots is muzikant in diverse bands en muziekkenner, Nora Uitterlinden is redacteur van LOVER en zit met Gijs in meerdere bands. Noten: 1 Kevin Powell, in gesprek met mensen uit de hip hop industrie, gevonden op: http://www.youtube.com/watch?v=r2q5zlgkKas&amp;amp;feature= related op 1-11-&#039;09. 2 Gwendolyn Pough, &amp;lsquo;Hip Hop Soul Divas and Rap Music: Critiquing the Love that Hate Produced&amp;rsquo;, in: Eileen M. Hayes and Linda F. Williams, Black Women and Music, More than the Blues, Urbana and Chicago: University of Illinois Press, 2007, 29. 3 Pough, 38. 4 Natuurlijk zijn er vele subculturen van r&amp;amp;b en hip hop die kritiek leveren op sociale verhoudingen, bijvoorbeeld ook op de heteroseksuele toon van de mainstream. In dit artikel richten we ons alleen op trends in de mainstream. 5 Pough, 43. 6 Kyra D. Gaunt, The Games Black Girls Play, Learning the Ropes from Double-Dutch to Hip-Hop, New York and London: New York University Press, 2006, 123. Muzikale voetnoten: Salt N Pepa &amp;ndash; &amp;lsquo;Let&amp;rsquo;s Talk About Sex&amp;rsquo; van Black&amp;rsquo;s Magic, Next Plateau, 1990. Britney Spears &amp;ndash;&amp;lsquo;3&amp;rsquo; van The Singles Collection, Jive, 2009. Beyonce ft. Lady Gaga &amp;ndash; &amp;lsquo;Videophone&amp;rsquo; van I Am&amp;hellip;Sasha Fierce, Sony, 2008. LL Cool J &amp;ndash; &amp;lsquo; I Need Love&amp;rsquo; van Bigger And Deffer, Def Jam, 1987. Method Man &amp;ndash;&amp;lsquo;I&#039;ll Be There For You&amp;rsquo; van Tical, The Island Def Jam Music Group, 1994. R. Kelly ft. Keri Hilson - &amp;lsquo;Number One&amp;rsquo; van Untitled, Jive 2009 Jeremih &amp;ndash; &amp;lsquo;Birthday Sex&amp;rsquo; van Jeremih, Def Jam, 2009. Keri Hilson &amp;ndash; &amp;lsquo;Energy&amp;rsquo; van In A Perfect World, Interscope, 2009. Keyshia Cole &amp;ndash; &amp;lsquo;I Should Have Cheated&amp;rsquo; van The Way It Is, A&amp;amp;M, 2005. Keyshia Cole ft. Monica &amp;ndash; &amp;lsquo;Trust&amp;rsquo; van A Different Me, Geffen, 2008. Destiny&amp;rsquo;s Child &amp;ndash; &amp;lsquo;Independent Women pt. 1&amp;rsquo; van Survivor, Sony, 2001. Beyonc&amp;eacute; &amp;ndash;&amp;lsquo;Single Ladies&amp;rsquo; van I Am Sasha Fierce, Sony, 2008. Aaliyah ft. Timbaland &amp;ndash; &amp;lsquo;We Need A Resolution&amp;rsquo; van Aaliyah, Virgin, 2001. Kid Sister &amp;ndash;&amp;lsquo;Get Fresh&amp;rsquo; van Ultraviolet, Downtown Records, 2009.]]></content>
	</url>
	<url>
		<loc>http://www.tijdschriftlover.nl/kunst_en_cultuur/vrouwen_veroveren_de_stripwereld</loc>
		<title>Vrouwen veroveren de stripwereld</title>
		<content><![CDATA[De tijd dat de strip een wereld van, voor &amp;eacute;n door mannen was, is definitief voorbij. De nieuwe rol van vrouwen in de graphic novel hebben het genre &amp;lsquo;salonf&amp;auml;hig&amp;rsquo; gemaakt. Boekhandels wereldwijd pronken met de hit Persepolis van de Iraans-Franse Marjane Satrapi in hun etalages. Ook in Nederland staat jong talent te trappelen in de coulissen. Klaar om het literaire toneel te veroveren. Aan het eind van de achttiende eeuw werden er voor het eerst complexe verhalen met beelden verteld. De Zwitser Rodolphe T&amp;ouml;pffer is als oervader van de Europese strip de geschiedenis ingegaan. Tijdgenoot Goethe zag in hem een talent, maar vond T&amp;ouml;pffer iets te lichtzinnig: &amp;lsquo;Mocht hij in de toekomst iets minder frivole onderwerpen kiezen en zich nog iets meer beheersen, dan zou hij dingen maken die elk begrip te buiten zouden gaan.&amp;rsquo; Begin twintigste eeuw voegt zich naast de komiek het avontuur bij de strip. Strak gespannen spierballen, sullige losers en rondborstige dombo&amp;rsquo;s domineren sindsdien de comicwereld. De Amerikaan Wil Eisner brak in 1978 met deze striptraditie. Hij publiceerde de eerste offici&amp;euml;le graphic novel, genaamd A contract with God. A graphic novel, bestaande uit vier verhalen uit de Bronx tijdens de grote depressie van de jaren 30. Elk van zijn vier verhalen bevat veel meer een epische vertelstructuur dan een gebruikelijk stripverhaal dat juist gekenmerkt wordt door een in het oog springende en eenvoudige verhaallijn. Eisner zelf verwachtte veel van een complexe vertelstructuur voor het beeldverhaal: &amp;lsquo;Deze nieuwe vorm van communicatie kan een wezenlijke, nog niet eerder gemaakte bijdrage leveren aan serieuze literatuur en de zoektocht naar de wereld van menselijke emoties.&amp;rsquo; Verkrachting en incest Helaas lijkt de &amp;lsquo;serieuze literatuur&amp;rsquo; niet te zitten wachten op het beeldverhaal. In 1992 won Art Spiegelman met zijn veelgeprezen dierfabel over de Holocaust Maus weliswaar de Pulitzer prijs in de categorie &amp;lsquo;speciaal&amp;rsquo;. Maar sindsdien is geen enkele literatuurprijs van betekenis meer naar een beeldverhaal gegaan. En dat terwijl juist de graphic novel meer dan een literair (tekstueel) werk kan spelen met emoties, doordat zij ook beeld kan inzetten. Soms versterkt de tekst het beeld, maar de tekst kan ook een ander gevoel dan het beeld oproepen. De graphic novel brengt emoties vaak heel subtiel over. Het is lezen en kijken en dan nog een keer kijken en lezen. Pas dan begint het beeldverhaal te leven. Als er een beeldverhaal is dat zeker een literaire prijs heeft verdiend, dan is dat wel Persepolis van Marjane Satrapi. In dit boek raken geschiedenis en politiek verstrikt met de individuele worstelingen van het kleine meisje Marjane om een eigen identiteit te ontwikkelen. En dat laatste valt niet mee in het Iran van de jaren 80. De kracht van Persepolis ligt in de ogenschijnlijke eenvoud die het beeldverhaal uitstraalt. Satrapi tekent alleen met zwart. Het beeld is eendimensionaal, de personages gestileerd en kinderlijk. De tekst bestaat vooral uit dialogen gevormd uit korte zinnen. En toch lukt het tekst en beeld samen om een ontroerend, diepzinnig en vaak verontrustend verhaal te vertellen. Satrapi is niet de enige succesvolle auteur in dit genre. Al in 1996 publiceerde de Amerikaanse Debbie Drechsler het zeer geprezen en ook voor een prijs genomineerde Daddys girl. Drechsler snijdt in dit verhaal over een opgroeiend tienermeisje taboeonderwerpen zoals verkrachting en incest aan. Met dit beeldverhaal heeft zij een standaard voor (vrouwelijke) auteurs neergezet. Een goede graphic novel is een semi-autobiografisch, sociaal bewogen en maatschappijkritisch werk met een ingetogen tekenstijl. En het zijn deze karakteristieken die de beeldverhalen van vrouwen tot succesvolle verhalen maken. Vieze winkels Mannen en vrouwen schijnen het genre van de strip en de graphic novel verschillend te benaderen. Dat begint al bij het uiterlijk: &amp;lsquo;Vrouwen willen een boek met een kaft, geen slappe boekjes die in series verschijnen&amp;rsquo;, vertelt Jeanette Scheepers, eigenaar van de stripwinkel Het Beeldverhaal in Amsterdam. &amp;lsquo;Ik heb mijn zaak zo ingericht dat ook vrouwen binnenkomen: geen donkere hoeken, alles mooi overzichtelijk neergezet en af en toe gaat de mop over de vloer. Vrouwen komen namelijk liever niet in vieze winkels.&amp;rsquo; Volgens Scheepers trekt de nieuwe generatie vrouwelijke auteurs de lezeressen naar haar winkel, omdat het herkenbare verhalen zijn en omdat de tekenstijl ruimte voor verbeelding laat: &amp;lsquo;Mannen overdrijven vaak. Vrouwen tekenen veel meer ingetogen. Zij beheersen de kunst van het weglaten. Vrouwen vertellen ook andere verhalen. Vaak is het autobiografisch en eigenlijk altijd wel ge&amp;euml;ngageerd voor het een of ander.&amp;rsquo; Intussen heeft ook uitgeverij De Bezige Bij het potentieel van de graphic novel ontdekt. Samen met de Nederlandse stripuitgeverij Oog&amp;amp;Blik brengen zij jaarlijks zo&amp;rsquo;n 100 beeldverhalen op de markt. Mare Joustra van Oog&amp;amp;Blik is blij met de groeiende belangstelling van vrouwen: &amp;lsquo;De wereld van de strips was vooral een mannenwereld. Dat verandert de laatste jaren heel snel. Steeds meer vrouwen tekenen en maken graphic novels. En steeds meer vrouwen raken ge&amp;iuml;nteresseerd in dit genre. Dat is belangrijk omdat vooral vrouwen lezen. Dat verhoogt dus de omzet.&amp;rsquo; Ook Peter van de Zwaag van De Bezige Bij noemt het &amp;lsquo;opvallend dat in de oorspronkelijk door mannen gedomineerde stripwereld de laatste jaren zoveel boeken verschijnen van vrouwelijke auteurs.&amp;rsquo; Het genante verhaal In 2009 ontving Barbara Stok als eerste vrouw sinds 36 jaar de Stripschapsprijs, de belangrijkste oeuvreprijs voor striptekenaars in Nederland. Stok is vooral bekend als tekenaar van korte verhalen over haar dagelijkse leven. In haar werk spelen emoties een belangrijke rol. De Nederlandse striptekenares huilde zelf voor het eerst toen ze Daddy&amp;rsquo;s Girl las en vindt het dan ook logisch dat het beeldverhaal kan ontroeren: &amp;lsquo;Een beeldverhaal zit wat mij betreft tussen film en proza in. En door allebei kan ik geraakt worden.&amp;rsquo; De getekende verhalen van Alien Kominsky-Crumb hebben Stok net dat duwtje gegeven om striptekenaar te worden: &amp;lsquo;Toen dacht ik: dat kan ik ook. Haar tekeningen zien er niet uit, maar het zijn fantastische verhalen en onweerstaanbaar. Kominsky heeft me ge&amp;iuml;nspireerd en voor mij de drempel weggehaald om zelf aan de slag te gaan.&amp;rsquo; En op haar beurt inspireert Stok weer anderen. Zoals het jonge talent Edith Kuyvenhoven: &amp;lsquo;De kracht van Barbara&amp;rsquo;s tekeningen ligt in de eenvoud en de relatie met het alledaagse. Ik vertel zelf ook het liefst de kleine verhalen uit mijn leven. Ik heb een voorkeur voor het genante verhaal: daar waar iets net niet goed gaat. Iedereen herkent dit soort situaties en dat waarderen mensen in mijn werk.&amp;rsquo; In juni 2010 verschijnt Kuyvenhovens eerste grote beeldverhaal Ik, God en mijn oma. Het bestaan van vrouwelijke striptekenaars wordt steeds normaler, ook voor de mannen in dit genre. Soms heeft Kuyvenhoven nog last van de oude gewoontes uit het stripwereldje: &amp;lsquo;Grapjes over &amp;ldquo;lekkere wijven&amp;rdquo; - daar ben ik echt zo klaar mee.&amp;rsquo; Parel Ondanks de groeiende aandacht van vrouwen verkoopt het beeldverhaal in Nederland nog moeilijk. Oog&amp;amp;Blik haalt zeventig procent van haar omzet uit de Vlaamse markt. De nieuwste parel uit Belgi&amp;euml; is Net doen alsof is ook liegen van Dominique Goblet. Goblet vertelt hier meesterlijk het tragische verhaal van een door alcohol en sociale achterstand ontwricht gezin. Als geen ander laat Goblet zien wat de kracht van het beeldverhaal is: meerdimensionaal kunnen vertellen. Goblet stelt alles - kleuren, lijnen, letters en tekst - in dienst van de zeggingskracht en toont zich een meester in timing. In de sleutelsc&amp;egrave;ne speelt Goblet het klaar om drie verhalen gelijktijdig te vertellen, waardoor de lezer de verschillende lagen van het verhaal in &amp;eacute;&amp;eacute;n keer waarneemt. Het ontknopen van meerdere verhaallijnen in een sc&amp;egrave;ne kennen we uit films en toneelstukken, maar deze techniek was tot Goblets werk nog nooit in het beeldverhaal toegepast. Glanzend slijm De lijst van vrouwelijke talentvolle graphic novel auteurs is lang. Nog enkele namen zijn: Judith Vanistendael, Farida Laan, Zeina Abirached, Alissa Torres, Julie Doucet en Rutu Modan. Al deze vrouwen kiezen voor sociaal ge&amp;euml;ngageerde verhalen en een ingetogen tekenstijl: geen sappig soppend bloed, geen glanzend slijm of protagonisten die tegen de lamp lopen en letterlijk sterretjes zien. Vrouwen die voor de graphic novel kiezen, willen verhalen vertellen over wat mensen drijft. Vaak snijden zij hun eigen verleden open en tonen ze nietsontziend hun ontdekkingen. Het genre wordt dankzij de vrouwen volwassen en een jaarlijkse Nederlandse literatuurnominatie voor een beeldverhaal lijkt onvermijdelijk. Ako en Libris zullen hun definitie van literatuur moeten updaten. Laten we hopen dat het dan niet weer 36 jaar duurt voordat een vrouw deze prijs wint. Het talent is er, nu de prijzen nog. Manu B&amp;uuml;hring heeft een eigen tekstbureau en is de penningmeester van stichting LOVER. Noten: 1 Eckermann, Johan Peter. Gepspr&amp;auml;che mit Goethe.,1836. Stripwinkel Het Beeldverhaal in Amsterdam heeft een eigen website. De website van Dominique Goblet. Uitgeverij Oog&amp;amp;Blik vind je hier. Meer van en over Barbara Stok. En hier de website van Edith Kuyvenhoven.]]></content>
	</url>
	<url>
		<loc>http://www.tijdschriftlover.nl/kunst_en_cultuur/laat_het_maar_mysterieus_zijn</loc>
		<title>"Laat het maar mysterieus zijn."</title>
		<content><![CDATA[Zes jaar lang, tussen 2003 en 2009, fotografeerde Van Gemert meisjesachtige jongens en jongensachtige meisjes tijdens hun ontwikkeling van kind tot puber. Het resultaat: uiterlijkheden die eens n&amp;iacute;et snel te plaatsen, laat staan te beoordelen zijn. &amp;lsquo;Mannelijkheid in meisjes en vrouwelijkheid in jongens hebben mij altijd geboeid&amp;rsquo;, zegt Van Gemert in haar atelier in Nijmegen. &amp;lsquo;Twintig jaar geleden fotografeerde ik voor een project meisjes die met poppen speelden. Het was een soort ontdekkingstocht naar vrouwelijkheid, maar daar kwam ik toen niet uit. Later, tijdens mijn &amp;lsquo;grote gezinnen&amp;rsquo;-project, merkte ik dat ik de jongensachtige meisjes en meisjesachtige jongens uit die gezinnen een leuke uitstraling vond hebben en interessant vond om te fotograferen.&amp;rsquo; Maar hoe is iemands uitstraling in een foto vast te leggen? Hoe kijkt een fotograaf naar de kleine details die de uitstraling bepalen? Voor Van Gemert is iemands blik belangrijk. &amp;lsquo;Ik kijk vooral naar hoe de ogen staan&amp;rsquo;, zegt ze. &amp;lsquo;Sommige mensen kijken heel indringend, anderen juist niet.&amp;rsquo; Maar Van Gemert kijkt ook naar beweging en houding: &amp;lsquo;Sommige mensen kunnen goed poseren, anderen zijn houteriger. Maar daar weet ik wel goed mee om te gaan. Dan loop ik om zo&amp;rsquo;n houterig persoon heen en fotografeer ik vanuit allerlei hoeken. Soms zet ik iemand ergens op, of geef ik een voorwerp om vast te houden.&amp;rsquo; Op die zoekende manier heeft Van Gemert ook de androgynie van de kinderen gefotografeerd. &amp;lsquo;Het zit vaak in de houding: meisjes die wijdbeens staan of zitten of met armen over elkaar, een houding van &amp;ldquo;kom maar op&amp;rdquo;. Bij sommige jongens zag ik een ballethouding. Maar soms kijk je toch naar kleine trekken in het gezicht, die uiteindelijk een groot effect kunnen hebben op de uitstraling. Bij bijvoorbeeld de puberjongen met de krullen bijvoorbeeld zit het zachte in het gezicht, met name in de volle lippen en de zachte ogen. Ik ben ook expres van de zijkant gaan fotograferen om hetzelfde gezicht juist als mannelijk te benadrukken. Maar als je van voren kijkt en naar de ogen, dan kun je die blik niet negeren, en die is zacht.&amp;rsquo; Het decollet&amp;eacute;-tijdperk Van Gemert wil de kijker in verwarring brengen, niet om te shockeren, maar om de schoonheid te tonen van iets dat nog onbenoembaar is. Als kijker word je geconfronteerd met een situatie die je niet kunt duiden. Van Gemert lacht: &amp;lsquo;Ik heb op een kunstmarkt een keer een groot vel met kleine printjes van deze kinderen laten zien. E&amp;eacute;n man werd boos. &amp;ldquo;Welke geaardheid hebben deze kinderen? Ik vind het verschrikkelijke foto&amp;rsquo;s.&amp;rdquo; Zo&amp;rsquo;n reactie is veelzeggend. Veel mensen kunnen iets pas waarderen als ze het kunnen plaatsen. De media maken het er niet beter op. Als je naar tv-programma&#039;s kijkt waarin jongeren auditie doen voor hun zang- of topmodeltalent, dan zie je hoe traditioneel de rollenpatronen in die programma&amp;rsquo;s zijn. Meisjes komen heel ver als ze uitdagend gekleed en sexy zijn. Zij worden gewaardeerd om hun uiterlijk, bij jongens gaat het meer om een ruige uitstraling. Zij mogen geen zacht karakter hebben, want dan worden ze afgeschreven als een mietje. Ik wil van die etiketten af. We leven in een etiketjesmaatschappij waar alles benoemd moet worden en als dat niet lukt, dan krijg je t&amp;oacute;ch iets opgeplakt. Dan is het leuk om eens stil te blijven staan bij die momenten dat het niet lukt. En waarom moeten onze vragen over categorisering altijd een antwoord hebben? Ik ben ge&amp;iuml;nteresseerd in het nog ongedefinieerde, juist omdat dat minder gewaardeerd wordt in de media. In de modewereld zie je gelukkig al wat meer mannelijkheid en vrouwelijkheid door elkaar lopen.&amp;rsquo; Veel mensen vinden dat we al vrij genoeg zijn en &amp;lsquo;onszelf&amp;rsquo; kunnen zijn, maar daar is Van Gemert het zeker niet mee eens. &amp;lsquo;Die etiketten komen telkens weer terug. De kinderen uit mijn project werden vaak gepest. Op de Vrije Scholen wat minder, maar daar zat dan ook meteen het grootste aandeel androgyne kinderen op. Zo heb ik ook maar &amp;eacute;&amp;eacute;n Surinaams meisje en &amp;eacute;&amp;eacute;n Chinees meisje in mijn project. Veel kinderen uit het project komen uit hoogopgeleide, vaak kunstzinnige milieus die hen blijkbaar wel de mogelijkheid bieden androgyn te leven. Maar als je naar populaire televisieprogramma&amp;rsquo;s kijkt dan zie je dat vrouwen worden afgerekend op hun mannelijkheid en mannen op hun vrouwelijkheid. Veel vrouwen die inhoudelijk weinig te zeggen hebben, zitten om hun vrouwelijke buitenkant toch in de televisiewereld. Dan leren ze door de jaren heen wel gebruik te maken van hun andere kwaliteiten. Maar dat hun carri&amp;egrave;re met hun uiterlijk moet beginnen, dat is armoede. Net als het beeld trouwens dat het publiek krijgt voorgeschoteld, een eenzijdig, standaard beeld. Ik noem dit ook wel het decollet&amp;eacute;-tijdperk: vrouwen die hun imago gebruiken om carri&amp;egrave;re te maken. Het zou om het innerlijk moeten gaan.&amp;rsquo; Testosteron Een foto blijft toch beeld en draait dat niet altijd om uiterlijk? &amp;lsquo;Ik hoop&amp;rsquo;, zegt Van Gemert, &amp;lsquo;dat je soms aan de blikken van mensen iets van een innerlijk ziet. Daarom laat ik mensen nooit lachen op een foto, dat vind ik zonde, dan krijg je een oppervlakkiger beeld.&amp;rsquo; Diepgang bereikt Van Gemert ook door de ontwikkeling van de kinderen te laten zien. Doordat ze de kinderen gedurende enkele jaren telkens weer opzocht om te fotograferen, raakt de kijker betrokken bij die ontwikkeling. Zo zie je Julia op drie foto&amp;rsquo;s als weerbarstige tiener, en op de vierde en vijfde met dezelfde sterke ogen maar een beetje eyeliner ineens als vrouw. Of Laurens, die er als tienjarige sereen uitziet, als elfjarige en profile als een zelfbewuste vrouwelijke filmster uit de jaren zestig oogt, maar op twaalfjarige leeftijd ineens zichtbaar testosteron door zijn lichaam heeft gieren en gel door zijn haar. Van Gemert stond er zelf ook versteld van hoeveel de kinderen veranderden. &amp;lsquo;Vaak dacht ik, vooral van de meisjes, dat ze wel jongensachtig zouden blijven, en niet dat ze zo om zouden slaan naar &amp;ldquo;vrouw&amp;rdquo;.&amp;rsquo; Stopcontact Eigenlijk zijn de geportretteerde kinderen zelf in grote mate het kunstwerk van dit project. Had Van Gemert deze serie dan ook kunnen maken door een selectie te maken uit hun schoolfoto&amp;rsquo;s? &amp;lsquo;Nee&amp;rsquo;, zegt ze stellig. Dat heeft te maken met haar manier van naar het kind en door de lens kijken. &amp;lsquo;Een schoolfotograaf zet de kinderen er op hun voordeligst op, zonder na te denken over wat &amp;ldquo;voordelig&amp;rdquo; dan is. Hij wil zijn foto&amp;rsquo;s verkopen dus moeten ze geaccepteerd worden. Hij maakt &amp;eacute;&amp;eacute;n of twee foto&amp;rsquo;s en dan is de volgende aan de beurt. Ik maak altijd veel opnames van &amp;eacute;&amp;eacute;n kind, en wacht tot de uitstraling goed is. Die is pas goed als de kinderen wat rustiger zijn en niet meer op de camera letten. Soms zie ik dat het beter is om van opzij te gaan fotograferen, dat je dan bepaalde trekken beter ziet. Een schoolfotograaf zoekt daar niet naar.&amp;rsquo; Een overeenkomst is wel de neutrale achtergrond waarvan zowel een schoolfotograaf als Van Gemert in dit werk gebruik maken. In haar boek Uniformiteit, waarvoor ze meisjes in internaten heeft gefotografeerd, heeft ze juist veel aandacht voor de verschillende achtergronden waarin de meisjes zich begeven, bijvoorbeeld voor hun kamers die in tegenstelling tot de uniformen niet eenvormig zijn. Daar was een portret eigener in een eigen omgeving. &amp;lsquo;Het is bij portretten moeilijk om een balans te vinden tussen de geportretteerde en de omgeving&amp;rsquo;, legt Van Gemert uit. &amp;lsquo;Maar de kamers van deze kinderen waren vaak te druk. Ik wilde een nadruk op de uitstraling van de kinderen. Daar had ik een rustige omgeving voor nodig. Ik vind het vaak al storend als je een stopcontact of een stuk kast ziet.&amp;rsquo; Dit boek is in tegenstelling tot veel van Van Gemerts eerdere werk grotendeels in kleur. Dat was een bewuste keuze. &amp;lsquo;Ik heb zo lang met zwart-wit gewerkt, ik had echt zin in kleur. Maar ook zou er zonder kleur informatie verloren zijn gegaan. Een beeld van een kind geef je toch beter in kleur weer. Voor mijn kloosterproject was ik ge&amp;iuml;nteresseerd in ruimtes en lichtval, en dat komt mooi uit in zwart-wit, daar zou kleur juist afleiden. Van deze kinderen wilde ik de kleur van hun kleren, ogen en lippen kunnen laten zien.&amp;rsquo; Geen lachende marionetten Kleur of geen kleur, mensen die kinderen het liefst op een vakantiekiekje zien, snappen soms niet dat de kinderen in Van Gemerts werk niet lachen. &amp;lsquo;Vroeger ging ik er nog uitgebreid op in, maar nu vind ik: het spreekt je aan of niet. Je kan ook aan een touwtje trekken zodat die lipjes omhoog gaan. Dat zou leuk zijn, een fototentoonstelling waarbij je op een knopje drukt zodat alle kopjes ineens gaan lachen. Dat zou wel een grap zijn. Maar ik vind het niks vertellen. Mensen kennen andere mensen vaak als lachende mensen, maar wat weet je dan van iemand? Ik laat kinderen wel in de lens kijken, zodat je, zoals iemand dat zo mooi zei: &amp;ldquo;bijna bij hen naar binnen kan kijken&amp;rsquo;&amp;rsquo;.&amp;rsquo; Wanneer is iemand dan zichzelf en waar kan een fotograaf dat aan zien? &amp;lsquo;Ik wacht tot het moment dat een kind niet meer op de camera reageert&amp;rsquo;, zegt Van Gemert. &amp;lsquo;In het begin weten ze zich vaak geen houding te geven. Vaak gaan ze lachen, dan wacht ik totdat dat moment over is. Kinderen zijn het meestal niet gewend. Dan zeg ik dus niet &amp;ldquo;je mag niet lachen&amp;rdquo;, want daar schrikken ze van, dan is het moment kapot, dat is natuurlijk niet de bedoeling.&amp;rsquo; Borsten Van Gemert neemt de kwetsbaarheid van de kinderen die ze heeft gefotografeerd, zeer serieus: &amp;lsquo;De kinderen hebben altijd meegekeken naar de foto&amp;rsquo;s van henzelf en de andere kinderen uit het project&amp;rsquo;, zegt ze. &amp;lsquo;Ik had een mapje dat elk jaar dikker werd en waarin je de ontwikkeling van de kinderen mooi zag. Dat mapje was echt van die kinderen, dat kenden ze, en gaf hen misschien ook een gevoel van controle over of betrokkenheid bij het project.&amp;rsquo; De kinderen hebben ook wat te zeggen in de tekst van het boek. Marijke Libert met wie Van Gemert eerder samenwerkte, heeft een aantal kinderen ge&amp;iuml;nterviewd over hun ontwikkeling en (vroegere) androgyniteit. Wat zij te vertellen hebben, is vaak zo reflecterend en zelfbewust dat je je afvraagt of er nog wel volwassenen nodig zijn om hen te helpen bij de acceptatie van hun androgyniteit. Veel kinderen zien voordelen. &amp;lsquo;Ik kan twintig pannenkoeken op voor een weddenschap&amp;rsquo;, zegt Ruth, die blij is dat ze door haar sportieve achtergrond niet in de meisjesval van di&amp;euml;ten is gestapt. Of Jelle, die trots is op zijn kennis van &amp;lsquo;wat vrouwen belangrijk vinden&amp;rsquo; aan borsten. De ge&amp;iuml;nterviewden zijn over het algemeen blij met de zichtbare nieuwe gender waarin de puberteit hen duwt. Slechts &amp;eacute;&amp;eacute;n van de ge&amp;iuml;nterviewde kinderen heeft zich even echt willen verzetten tegen de uiterlijke veranderingen in de puberteit, zij drukte met te strakke hemdjes haar beginnende borsten plat. Sommigen vonden het zelfs een periode leuk om als ander geslacht gezien te worden. Maar het boek gaat niet over kinderen die een volledige geslachtsverandering zouden willen. Als de gefotografeerde kinderen al moeite hebben met de veranderingen in de puberteit dan komt dat meer door verandering an sich dan door het krijgen van hormonen van een geslacht waar ze niet bij willen horen. Zoals de elfjarige Alex, die blij is dat zich bij haar nog geen borsten ontwikkelen, zegt: &amp;lsquo;We hebben een meisje in de klas dat al borsten heeft en bij haar vind ik het dus niet mooi. Maar bij mama omdat die al volwassen is, vind ik het niet lelijk. Stel je voor dat mama geen borsten had, d&amp;aacute;t was pas lelijk geweest. Het kan natuurlijk te maken hebben met het feit dat ik mama alleen ken m&amp;eacute;t borsten.&amp;rsquo; Jongens en meisjes is een prachtboek dat uitdaagt tot nadenken en ook gewoon mooi is om naar te kijken. Gewoon mooi? Van Gemert: &amp;lsquo;Ik vind het esthetisch mooi om het mysterieuze wat betreft de gender van de kinderen in mijn foto&amp;rsquo;s in stand te houden. Daarnaast vanwege de sociale kant. De moeilijkheid om het geslacht van het kind op mijn foto&amp;rsquo;s te bepalen, doet immers recht aan de verschillende kanten van het kind. Als serie vertellen de foto&amp;rsquo;s een verhaal over de ontwikkeling van de kinderen. Ik heb bewust geen namen onder de foto&amp;rsquo;s gezet, die staan achterin, want een naam verraadt soms al of het een jongen of een meisje is. Laat het maar mysterieus zijn.&amp;rsquo; Jongens en meisjes, fotografie door Annie van Gemert, tekst door Marijke Libert, ISBN: 97890806958. Verkrijgbaar in de boekhandel. Exposities: 5-9-2009 t/m 3-1-2010 in het Nationaal Onderwijsmuseum te Rotterdam 24-7-2010 t/m 24-10-2010 in het Limburgs Museum te Venlo. ]]></content>
	</url>
	<url>
		<loc>http://www.tijdschriftlover.nl/kunst_en_cultuur/ik_maak_porno_waar_ik_van_houd</loc>
		<title>Ik maak porno waar ik van houd</title>
		<content><![CDATA[In het keurige Vlaanderen weet Murielle Scherre keer op keer stof te doen opwaaien met haar lingerie, boeken en uitspraken. Zo ook met haar pornografisch getinte film Je fais du porno et j&amp;rsquo;aime &amp;ccedil;a die dit jaar uitkwam. En dit alles om de vrijheid van vrouwen te vergroten om hun eigen seksualiteit en identiteit, los van het heersende vrouwbeeld, vorm te geven. Krachtige, jonge vrouwen in alle vormen en maten die in intieme poses &amp;lsquo;photoshopvrij&amp;rsquo; te zien zijn in lingerie die aan de jaren &amp;rsquo;50 herinnert? Dat zijn de vrouwen die Belgische activiste Murielle Scherre toont op haar website van het lingeriemerk La Fille d&amp;rsquo;O. Op haar vijfentwintigste begon Scherre haar eigen lingeriemerk met het doel dat vrouwen zichzelf en hun lichaam meer gingen waarderen. Om deze boodschap over te brengen heeft Scherre in de laatste vijf jaar ook andere middelen ingezet, zoals haar boeken, haar columns en haar aanwezigheid in de media. Ook haar burlesque shows en performances, de Devilles Harem Girls, staan in het teken van een actieve vormgeving van eigen vrouwelijke seksualiteit. Scherre ziet zichzelf dan ook als activiste, als iemand die het traditionele Belgi&amp;euml; opschudt om zo de communicatie over seks en seksualiteit op gang te brengen. Ze schrijft openhartig over haar polyamoreuse leven en verzet zich tegen het traditionele (heteroseksuele) ideaal van de monogame liefde. Zo weet ze in het katholieke Belgi&amp;euml; nog flink wat stof te doen opwaaien. Ook neemt ze stelling over een eerlijker vrouwbeeld in media, wat de bekende vrouwenglossy&amp;rsquo;s haar zeker niet in dank hebben afgenomen. Al snel werd Scherre in het keurige Vlaanderen een Bekende Vlaming. Plezier in seks In februari van dit jaar kreeg Scherre van Studio Brussel (het Radio 3 van Belgi&amp;euml;) de kans om een film te maken in het kader van Valentijnsdag. Alhoewel in de media veel aandacht besteed werd aan haar plannen om een seksueel expliciete film te maken, bleef het lange tijd rumoer in de marge. Totdat er vanuit de overheid protestgeluiden klonken die zo sterk waren dat de film niet door mocht gaan, aldus Scherre. &amp;lsquo;Men wilde niet dat er belastinggeld naar een pornofilm ging. Terwijl dat totaal niet aan de orde was. Er werd geen geld van Studio Brussel uitgegeven, iedereen deed vrijwillig mee en het was juist bedoeld om de commerci&amp;euml;le porno-industrie aan de kaak te stellen. Dat seks ook liefdevol en plezierig kan zijn, dat mensen er geen geld mee hoeven te verdienen. Naderhand heb ik gesproken met de politicus die uiteindelijk heeft besloten dat de film niet door zou gaan. Na dat gesprek keek hij heel anders tegen mijn idee&amp;euml;n aan en had hij zijn beslissing liever teruggetrokken. Maar toen was het al te laat.&amp;rsquo; De vele commotie over de film trok de aandacht van Goedele Liekens, die inmiddels een maandelijks tijdschrift uitgeeft. &amp;lsquo;Ze wilde me de kans geven de film alsnog te maken en uit te brengen bij het zomernummer van haar tijdschrift Goedele. Ik kreeg een budget en totale vrijheid om te maken wat ik wilde. Zonder enige ervaring, ik wist niet hoe ik moest monteren, hoe ik moest editen of wat dan ook, ben ik erin gesprongen. Via mijn eigen kanalen, maar ook via Facebook en MySpace heb ik mensen gevonden die mee wilden doen. Allemaal authentiek, ze hadden geen filmervaring en al helemaal geen porno-ervaring. Het waren mensen die zich konden vinden in mijn plan om een film te maken die compleet anders was. Waar liefde, intimiteit, authenticiteit en vooral plezier in seks getoond wordt.&amp;rsquo;De film kreeg dan ook als titel Je fais du porno et j&amp;rsquo;aime &amp;ccedil;a, ik maak de porno waar ik van hou. Lust In de afgelopen jaren is de aandacht voor pornografie in Belgi&amp;euml; toegenomen en met name de &amp;lsquo;vrouwvriendelijke&amp;rsquo; variant. Er is een nieuwe generatie vrouwelijke filmmakers opgestaan die zich actief zijn gaan bewegen binnen (en buiten) de wereld van de pornografie. In veel gevallen zien ze hun werk naast opwindend als iets dat meer is dan enkel een film om de lust op te wekken. Deze &amp;lsquo;andere&amp;rsquo; porno wordt gekoppeld aan een duidelijk feministisch statement. Dat Scherre juist nu een seksueel expliciete film produceert, maakt haar dus niet uitzonderlijk. De manier waarop ze het heeft aangepakt echter wel. Zelf zegt ze over de stap om een pornofilm te maken: &amp;lsquo;Eigenlijk heb ik me tot vorig jaar nooit met porno en de betekenis ervan bezig gehouden. Het was iets wat ver van me vandaan stond en waar ik eigenlijk niet echt een uitgesproken mening over had. Pas toen ik me erin ging verdiepen merkte ik dat ik er ongemakkelijk van werd. Het maakte me onrustig, iets wat ik van mezelf al ben en dan moet ik er iets mee gaan doen. Ik ben die film gaan maken omdat ik in de reguliere pornografie en verbeelding van seksualiteit alleen maar hardheid zag. Ieder gevoel en intimiteit ontbraken in mijn ogen. Ook de mensen die in de films te zien waren, deden me niets.&amp;rsquo; Stigma Als je kijkt naar het werk van Murielle Scherre dan zie je duidelijke raakvlakken met het seks positieve feminisme van de jaren &amp;lsquo;80 en &amp;lsquo;90. In de Verenigde Staten gingen vrouwen als Annie Sprinkle en Carol Queen in tegen het idee dat openbare uitingen van seksualiteit altijd negatief waren. Alsof je je als feministe niet zou kunnen verbinden aan pornografie. Zij zagen in seksualiteit een mogelijkheid waarin vrouwen zich konden emanciperen. Seksualiteit is een onderdeel van ieders identiteit, hoe je het ook wendt of keert. Om de beeldvorming omtrent vrouwen en seksualiteit te veranderen moet je je niet afwenden, maar het je juist toe-eigenen, was de overtuiging van de &amp;lsquo;sex positive&amp;rsquo; feministische beweging. Ondanks Scherres uitgesproken werk om bij te dragen aan een sterker en positiever vrouwbeeld, was de feministische beweging voor Scherre lang een ver van mijn bed show. &amp;lsquo;Ik vond de term feminisme een uitgeholde term, een spook uit het verleden dat van elke betekenis ontdaan was. Alhoewel ik zag dat er raakvlakken waren met de idee&amp;euml;n die ik zelf had, liet ik me weerhouden door het stigma dat feminisme in Belgi&amp;euml; nog altijd heeft. Ik kon en kan me volledig vinden in de strijd voor de verbetering van de positie van de vrouw, maar ik had het gevoel dat de specifieke term die strijd enkel benadeelde. De afgelopen anderhalf jaar heb ik ontdekt dat er een nieuwe generatie vrouwen opstaat die de term feminisme een andere invulling geeft, zowel in Nederland als in Belgi&amp;euml;.&amp;rsquo; Freakshow Uiteindelijk staat bij Scherre alles in het teken van verandering en ontwikkeling van de positie van de vrouw. Op activistische wijze maakt ze gebruik van de media om mensen te dwingen na te denken. Het gaat haar om het doen, om de actie: &amp;lsquo;De vrouwen die in Belgi&amp;euml; in the picture zijn, hebben geen voorbeeldfuncties. Ze zijn &amp;oacute;f politieke fossielen &amp;oacute;f tuttige Misses Belgi&amp;euml;. Bij ons is het glazen plafond een onbekende term, vrouwen zijn er simpelweg niet of nauwelijks mee bezig. Het enige voordeel van een land waar zo weinig gebeurt, is dat je je makkelijker verstaanbaar kan maken, er is verder gewoon niemand anders. Ik haal mijn inspiratie uit de ontwikkelingen in Nederland, het zet me aan om activistisch te worden in Belgi&amp;euml;. Zo&amp;rsquo;n documentaire als die van Sunny Bergman roept hier nauwelijks iets op, het wordt hier eerder als een freakshow gezien dan dat mensen gaan nadenken.&amp;rsquo; &amp;lsquo;In Nederland wordt er tenminste gediscussieerd over onderwerpen als commerci&amp;euml;le schoonheidsidealen, pornoficatie en het vrouwbeeld. Het is een maatschappelijk debat geworden en de politiek spreekt zich erover uit&amp;rsquo;, legt Scherre verder uit. &amp;lsquo;Goedele Liekens is bij ons de enige die zich uitspreekt in de media hierover. Maar zij is vooral bezig met seksuele voorlichting en dat is ook de hoek waarin ze wordt neergezet. Over het vrouwbeeld in de media, over pornoficatie, over seksualisering ontbreekt ieder gesprek.&amp;rsquo; Dat het huidige vrouwbeeld hardnekkig is, weet Scherre maar al te goed:&amp;lsquo;Ik besef me dat het moeilijk is om een alternatief beeld te bieden dat echt oorspronkelijk is, en niet alleen in Belgi&amp;euml;, maar overal waar ik kom. Met name de media willen een specifiek beeld zien en het is moeilijk om daar vanaf te wijken. Ik heb geen moeite met mijn seksualiteit en eigen lichaam en ik heb ook geen moeite dat te tonen. Maar ik zie nu in dat ik qua beeldvorming in de afgelopen jaren toch heb meegedaan aan datgene wat mensen van mij wilden zien, ondanks mijn uitgesproken idee&amp;euml;n over hoe het anders zou kunnen. Dat doe ik nu niet meer. Het gaat nu echt alleen op mijn voorwaarden. We leven in 2009 en we hebben met alle mogelijkheden van nu de uitzonderlijke luxepositie onszelf opnieuw uit te vinden, dat is wat ik wil doen. Ik wil vooruitkijken en de wereld van nu gebruiken om vrouwen de kans te geven non-conformistisch te zijn, zodat ze zelf hun individualiteit vorm kunnen geven.&amp;rsquo; Marije Janssen is werkzaam als publiciste, researcher, producer en initiator van diverse projecten, zoals het RATED X erotisch filmfestival. ]]></content>
	</url>
	<url>
		<loc>http://www.tijdschriftlover.nl/kunst_en_cultuur/gamehers</loc>
		<title>Gamehers</title>
		<content><![CDATA[Ik game. En ik ben een vrouw. Twee zaken die in de ogen van veel mensen niet samengaan. Toch speelt met mij 42 procent van de Nederlandse vrouwen van 13 jaar en ouder regelmatig (minimaal een kwartier per dag gemiddeld) een computerspelletje. En daarvan is maar liefst 44 procent ouder dan 50 jaar, zo blijkt uit het Nationaal Gaming Onderzoek 2008 van TNS Nipo. Dergelijke cijfers ondergraven het standaardbeeld van de depressieve, sociaal gestoorde, puberende gamer van het mannelijk geslacht wel even flink. &amp;lsquo;Het populairst zijn games/spelletjes op game websites, de zogenaamde game portals&amp;rsquo;, zo onthult het onderzoek verder. &amp;lsquo;Maar liefst een op de drie Nederlandse vrouwen speelt hier games. (&amp;hellip;) Van alle vrouwen die spelen doet driekwart (75%) dat gemiddeld een kwartier tot een uur per dag.&amp;rsquo; Dit wetende is het niet verrassend dat de game-industrie haar best doet vrouwen aan het gamen te krijgen en te houden. Wij dames leveren een behoorlijk aandeel in de omzet van de Nederlandse game-industrie, die in 2008 de 1,5 miljard euro passeerde en daarmee de Nederlandse filmindustrie inhaalde. De mensen van zylom.com hebben wel kaas gegeten van de vrouwelijke gamer. Samen met spelen.nl, spelletjes.nl en funnygames.nl is &amp;lsquo;zylom&amp;rsquo; een van de vier populairste game portals onder vrouwen. Uit de zylom-stal komt ook gamehers.com, dat geheel gericht is op vrouwen. Op deze site kies je eerst je favoriete type vrouwelijke gamer: de intelligente Brain Fonda, de relaxte Lara Switch-Off of de competitieve Davina Code. Vervolgens krijg je een overzicht voorgeschoteld van spelletjes die het meest bij jouw type passen. Deze &amp;lsquo;casual games&amp;rsquo; &amp;ndash; laagdrempelige, eenvoudige spelen met veel korte levels &amp;ndash; kun je gemakkelijk even tussendoor doen, maar zijn behoorlijk verslavend. Neem Bejeweled en Sudoku, die hersenkrakende uitdagingen bieden tegen minimale tijdsinvestering. Andere gameportals bedienen de vrouwelijke markt veelal met aparte &amp;lsquo;girl-secties&amp;rsquo;. Helaas zijn die vaak doorweekt met stereotiepe spellen, gerangschikt naar onderwerpen als make-up &amp;amp; make-overs, mode of pannenkoeken bakken. Een heerlijke uitzondering in die snackbars van simpele spelletjes is wat mij betreft het spel Today I Die (www.ludomancy.com). Dit is &amp;lsquo;serious casual gaming&amp;rsquo; pur sang: een ingetogen, uit weinig pixels opgebouwd minispel met een vrouwelijke hoofdpersoon, waarin een gedicht in feite de hoofdrol speelt. De ordening van de diverse woorden kan de &amp;lsquo;damsel in distress&amp;rsquo; redden, maar de wijze waarop je dit doet, heeft gevolgen voor het gedicht. Het spel wijst je op een verrassende manier op de rechtlijnigheid van je denken. Andere minispellen van dezelfde maker, niet noodzakelijk met gedicht maar toch po&amp;euml;tisch, zijn te spelen via www.kongregate.com. Niet alleen casual games zijn populair onder vrouwen. Meer en meer vrouwen raken in de ban van &amp;lsquo;multiplayer games&amp;rsquo; (online games met of tegen meerdere spelers). Op www.play-free-online-games.com zijn mooie en vaak gratis trials te vinden. Een bijzondere categorie zijn de MMORPG&amp;rsquo;s, oftewel Massive Multiplayer Online Role Playing Games. Zoals de naam al laat raden, speel je met ontzettend veel mensen tegelijkertijd online. Stel je een grote fantasiewereld voor waar diverse fictieve personen willen dat je een probleem voor ze oplost (hun kelder bevrijden van een rattenplaag, om maar even realistisch te beginnen). Deze zogenoemde &amp;lsquo;quests&amp;rsquo; kun je in je eentje oplossen, maar je kunt ook de hulp inroepen van medespelers of zelfs lid worden van een clan die dan voor je klaarstaat. En je hoeft je als vrouw niet alleen te voelen, want de kans dat je medespelers vrouw zijn is 30%. De meest bekende spellen zijn Guild Wars en World of Warcraft. Voor de beginners (in game-slang: noobies of noobs): lees je in op www.worldofwarcraft.com. Naast games als World of Warcraft zijn er nog talloze andere online (multiplayer) spellen die het waard zijn om ontdekt te worden. Als je door de bomen het bos niet meer dreigt te zien, kun je terecht op sites als www.mspixel.com, www.netwomen.ca, www.gameinatrix.com of gamergirlsunite.com, waar vrouwelijke gamers hun ervaringen met en oordelen over diverse online games delen. Waar we het nu nog niet over gehad hebben, is de (veelal overdadig beborstte) verbeelding van de vrouw in games. Het is een uitwas van het feit dat de game-industrie lange tijd door mannen gedomineerd werd. Gelukkig valt daarin een kentering te bespeuren. De dames achter sites als www.womeningames.com en www.womenin-gamesinternational.org zetten zich in voor de empowerment en professionele ontwikkeling van vrouwen die werken in (en onderzoek doen naar) de game-industrie. Twijfel je er nog aan of vrouwen iets te zoeken hebben in de gamewereld? Surf dan even naar de Fragdolls (www.fragdolls.com), een team van vrouwelijke gamers die over de hele wereld meedoen aan gametoernooien. Trust me... they kick ass.]]></content>
	</url>
	<url>
		<loc>http://www.tijdschriftlover.nl/kunst_en_cultuur/ze_dragen_te_korte_kleren_en_veels_te_veel_make-up</loc>
		<title>Ze dragen te korte kleren en veels te veel make-up</title>
		<content><![CDATA[Ruim twee op de drie karakters in kindertelevisieprogramma&amp;rsquo;s zijn jongens. En dat ene meisje dat daarnaast over het scherm huppelt, is vaak extreem dun en zeer hulpeloos &amp;ndash; of anders een heks. Kinderen willen dat zo, beweren producenten. Maar dat blijkt lariekoek. De meeste Nederlandse kinderen kijken dagelijks tv. Ze vormen hun wereldbeeld niet alleen door op straat, op school en bij de bakker hun ogen goed de kost te geven. Ze doen dat ook door vanaf de bank &amp;ndash; vaak met openhangende mond &amp;ndash; de beeldbuisbeelden in zich op te zuigen. Televisie biedt kinderen een prachtig venster op nieuwe, onontgonnen werelden en volop materiaal voor fantasie&amp;euml;n. Maar het is ook een medium dat een verwrongen beeld van de werkelijkheid kan cre&amp;euml;ren, bijvoorbeeld waar het gaat om het uiterlijk en het gedrag van meisjes en jongens. In 2007 en 2008 leidde Maya G&amp;ouml;tz, hoofd van het International Central Institute of Youth Educational Television (IZI), een internationaal onderzoek naar het tv-aanbod in 24 landen, gefocust op genderverhoudingen en diversiteit. De hoofdvraag daarbij was hoe de karakters eruitzien en welke sociale rollen ze spelen. De harde cijfers die dit opleverde, zijn om even fors van te slikken. Want in tv-programma&amp;rsquo;s voor kinderen tot 12 jaar lopen meer dan twee keer zoveel mannelijke als vrouwelijke karakters rond. En in animatiefilms of -programma&amp;rsquo;s is dat aandeel jongens n&amp;oacute;g hoger. En dan hebben we het dus over gemiddelden! Want zelfs de landen die het beste scoren als het gaat om seksediversiteit, halen slechts een schamele 40% meisjeskarakters. Nederland is een typische middenmoter: bijna 32% van de figuren in kinderfictie is vrouw/meisje. Tja, dat komt natuurlijk in de verste verte niet in de buurt van het echte leven, waar 51% vrouwen gebruikelijk is. Saillant detail is dat de commerci&amp;euml;le kanalen Nickelodeon en Jetix het net even beter doen dan het publieke Z@PP &amp;amp; Z@ppelin, met 30-35% versus 29%. Ook in andere landen valt dit patroon waar te nemen. Verrassend, en eigenlijk ook wel kwalijk, omdat juist publieke zenders een maatschappelijke verantwoordelijkheid en financiering kennen. Van het programma-aanbod dat meegenomen werd in de Nederlandse steekproef, blijkt zo&amp;rsquo;n 90% uit animatieseries te bestaan. Het grootste deel van deze series betreft import; zo&amp;rsquo;n tweederde daarvan komt uit Amerika (de Verenigde Staten of Canada). Zoals gezegd heeft animatie sowieso al een groter percentage jongenskarakters dan programma&amp;rsquo;s waarin echte mensen figureren. Ook allerlei niet-menselijke karakers zijn eerder mannelijk &amp;ndash; denk bijvoorbeeld aan Spongebob en zijn vriendje Patrick, Bugs Bunny of Woody Woodpecker. Tel daarbij op dat de genderverhouding in aangekochte series ook vaak nog iets slechter is dan in programma&amp;rsquo;s die op eigen bodem zijn gemaakt, en voila, daar zit je met je afstandsbediening, speurend naar een meisjesheld. Heup/taille-ratio Niet alleen de scheve genderverhouding in animatie is verontrustend, maar ook de manier waarop de meisjes en vrouwen worden getoond. Zelfs kinderanimatie blijft niet verstoken van het vrouwelijk schoonheidsideaal. Integendeel: het westerse schoonheidsideaal wordt in extreme vorm neergezet. Ruim de helft van de vrouwelijke karakters in animatie hebben onrealistisch lange benen, zoals bijvoorbeeld de meiden in de WinxClub. En 58% van de cartoonkarakters heeft een lagere heup/taille-ratio (tailleomtrek gedeeld door heupomtrek) dan een gezonde vrouw van vlees en bloed. Hun wespentailles hebben een omvang die je met alle wil en plastische chirurgie van de wereld niet kunt bereiken. In sommige gevallen zou er anatomisch gezien niet eens meer ruimte zijn voor noodzakelijke organen en structuren als ruggengraat en darmen. Daar is de veel bekritiseerde Barbie nog relatief gezond bij, ook al is al eens geanalyseerd dat zij met haar maten vanuit een medisch perspectief geen kinderen zou kunnen krijgen. Gelukkig valt het in Nederland nog mee, zo blijkt uit het onderzoek: veel erger dan Barbie-proporties zie je ze hier niet vaak op de tv. In onder meer Australi&amp;euml; en Groot-Brittanni&amp;euml; komt extreme dunheid echter regelmatig voor. Niet alleen zijn de lichaamsmaten van veel van de meisjespersonages feitelijk onbereikbaar, maar ze zetten ook een uiterst geseksualiseerd beeld neer, een klassiek seksbommenbeeld. Nogal vreemd als je je realiseert dat kinderlichamen juist gekenmerkt worden door het GEBREK aan taille. Jongens worden ook wel geseksualiseerd neergezet, met hele brede schouders en een smalle taille. Maar het onderzoek laat zien dat daar sprake is van een veel grotere variatie. In de programma lopen ook animatiejongens rond met (extreem) overgewicht, met normale lichamen en alles wat ertussen zit. De industrie denkt dat kinderen graag dergelijke geseksualiseerde karakters zien. &amp;lsquo;De verkoopcijfers van Barbie bewijzen het&amp;rsquo;, zei een Amerikaanse producent tegen onderzoekster Maya G&amp;ouml;tz. Maar er is weinig tot geen onderzoek gedaan naar wat kinderen een aantrekkelijke heup/taille-verhouding vinden. Het onderzoeksteam van G&amp;ouml;tz testte het uit onder de doelgroep van de televisieprogramma&amp;rsquo;s die zij onderzocht en kwam tot een verrassende conclusie. Hekserij Wat de onderzoekers deden was ruim 1000 Duitse kinderen tussen de 3 en 12 jaar plaatjes laten zien van bekende animatiefiguren, maar dan in verschillende &amp;lsquo;diktes&amp;rsquo;. Dat wil zeggen: vari&amp;euml;rend van hoe ze in de serie verschijnen tot aan menselijk normaal &amp;ndash; dat wil zeggen een heup/taille-ratio van 0,7-0,8 &amp;ndash; en een beetje meer. Een groot deel koos steevast voor de gezond slanke versie. Opvallend was dat de jongens uit het onderzoek vaker dan de meisjes de normale of zelfs de licht mollige versie leuker vonden. Onder de meisjes van 11 en 12 jaar zag nog het meest aanzienlijke deel &amp;ndash; maar ook dan slechts 20% &amp;ndash; het meest in het hypergeseksualiseerde karakter met een lage heup/taille-ratio. G&amp;ouml;tz vermoedt hier een samenhang met de eerste menstruatie, die in Duitsland gemiddeld rond de 11 jaar optreedt. Vanaf die leeftijd kijken meisjes kritischer naar hun eigen lichaam en merken het vaker als lelijk of te dik aan. Dit concrete onderzoekje maakt al duidelijk dat kinderen niet zo gecharmeerd zijn van de geseksualiseerde beelden die ze voorgeschoteld krijgen. Ook in gesprekken en door middel van tekeningen vertelden zo&amp;rsquo;n 1000 kinderen van over de hele wereld aan de onderzoekers wat ze niet leuk vinden aan hoe meisjes op tv neergezet worden. Het vaakst struikelen ze over het uiterlijk. Een Argentijns meisje van 10: &amp;lsquo;I find it annoying that the girls wear short clothes and put on make-up like adults.&amp;rsquo; Een Brits leeftijdsgenootje: &amp;lsquo;In cartoons the girls are so thin, it&amp;rsquo;s not realistic.&amp;rsquo; Maar ook over het gedrag van de vrouwelijke animatiefiguren zijn de meningen helder: ze zijn passief, hulpeloos en gewoonweg saai, of over-emotioneel en pretentieus (en in dat geval bekritiseren en devalueren ze elkaar continu). Een Braziliaans jongetje van 11 schreef onder zijn tekening van een meisje dat zich met hekserij inlaat: &amp;lsquo;There are no action girls on cartoons, only witchcraft and shopping.&amp;rsquo; Roodharige tomboy Naast dit soort onderzoekjes onder de doelgroep keek het team van G&amp;ouml;tz ook zelf naar de kindertelevisieprogramma&amp;rsquo;s in 24 landen. Hieruit destilleerden ze een aantal stereotypen. Meisjes zijn vaak mooi en hebben meestal fors ondergewicht en geprononceerde lichaamsvormen. Ze zijn vaak afhankelijk van jongens en hun belangrijkste motivatie voor hun handelen ligt in verliefdheid. Vaak zijn ze blond, waarbij ze &amp;oacute;fwel het lieve aardige meisje zijn, ofwel de bitch. Soms zijn ze roodharig, en dan spelen ze meestal de rol van tomboy. Bescheidenheid en opgeruimdheid staan naast moraliteit hoog in het vaandel voor de meisjeskarakters. De jongens op hun beurt zijn meestal alleen, of anders leider van een groep. Ze hebben regelmatig overgewicht en vervullen vaker dan meisjes de rol van de antagonist, de vijand of de tegenstander van de hoofdrolspeler. Ook hier hebben de kinderen wel iets op te zeggen. Dat jongens steeds maar neergezet worden als agressief en als pestkoppen vinden ze behoorlijk stom. &amp;lsquo;They drink too much and beat girls&amp;rsquo;, zegt een jongen van 10 uit India. &amp;lsquo;I don&amp;rsquo;t like that boys beat up one another and frequently fight on TV&amp;rsquo;, aldus een leeftijdgenoot uit Mongoli&amp;euml;. Maar ook twee andere stereotiepe jongetjeskarakters &amp;ndash; de lompe stomkop en het zwakke huilende jongetje &amp;ndash; blijken niet echt favoriet onder jongens &amp;eacute;n meisjes. Hoewel de meeste landen die kindertelevisie produceren zich ondertussen in VN- verband hebben uitgesproken voor de gelijkheid van mannen en vrouwen, is een gelijke genderverhouding in kindertelevisie &amp;ndash; of het nu in aantal of in karakterisering is &amp;ndash; nog verre van gerealiseerd. Een van de verklaringen van producenten en programmeurs voor de status quo is dat meisjes zich nou eenmaal makkelijker identificeren met jongenskarakters dan andersom. Dus daarom zou je beter meer jongens kunnen inzetten, want dan vang je ze allebei als kijker. Maar wat blijkt uit het IZI-onderzoek? Jongens vinden stoere meisjes als Dora, de blinde Toph uit Avatar of de Duitse Bibi Blocksberg in de hoofdrol ook leuk. Meisjes noemden vaker een jongenskarakter als hun favoriet, maar ja, wat moet je ook als je de keuze hebt tussen een actieve jongen die de hoofdrol speelt en een passief, giechelend personage aan de zijlijn? Terug naar de tekentafel Over de effecten die al die suffe, overgeseksualiseerde meisjes ondertussen op kinderen hebben, valt vooralsnog weinig te zeggen. Uit geen enkel onderzoek blijkt dat kinderen die naar deze series kijken graag zo&amp;rsquo;n hyperseksueel lichaam willen hebben. G&amp;ouml;tz en haar collega Margit Herche, die het heup/taille-onderzoek deed, vermoeden wel dat het &amp;lsquo;iets&amp;rsquo; doet met het innerlijke beeld van hoe een lichaam eruit dient te zien. Maar dat veel kinderen die afwachtende meisjes met hun korte rokjes, halve T-shirtjes, grote ogen en pruilende lippen stom vinden, dat weten we nu wel zeker. Bizar eigenlijk: als het om een dagelijks supermarktproduct zou gaan waren de producenten met deze opmerkingen allang teruggegaan naar de tekentafel. Hopelijk hoeven we voor een verbeterd product niet te wachten tot de kinderen van vandaag oud genoeg zijn om zelf kindertelevisie te produceren. Cathelijne Berghouwer is co&amp;ouml;rdinator seminars bij kindermediafestival Cinekid. De cijfers van het internationale onderzoek van Maya G&amp;ouml;tz et al. vind je op www.childrens-tv-worldwide.com. De commerci&amp;euml;le omroepen scoren beter dan de publieke Percentage meisjes op de publieke &amp;eacute;n commerci&amp;euml;le zenders samen Nederland: 32% Topdrie hoogste score: Noorwegen 42% ; Syri&amp;euml; 39% ; Isra&amp;euml;l 37% Topdrie laagste score: Argentini&amp;euml; 19% ;Cuba 20% ;Maleisi&amp;euml; 23% Percentage meisjes op de publieke zenders Nederland 29% Topdrie hoogste score: Syri&amp;euml; 80% Verenigde Staten 41% Groot-Brittanni&amp;euml; 40% Topdrie laagste score: Argentini&amp;euml; 0% Maleisi&amp;euml; 14% Cuba 20%]]></content>
	</url>
	<url>
		<loc>http://www.tijdschriftlover.nl/kunst_en_cultuur/toren_c</loc>
		<title>Toren C</title>
		<content><![CDATA[Je hebt natuurlijk Sara Kroos, Brigitte Kaandorp, Lenette van Dongen, Sanne Wallis de Vries en Claudia de Breij, maar toch: vrouwen en humor, daar is iets mee. Beeld: &amp;copy; Herman Poppelaars en Tim Mintiens Kijk op de site van de Comedytrain: er zijn 44 comedians verbonden aan de Comedytrain, waaronder 4 vrouwen. Dat maakt vrouwen een echte minderheid, want het aantal allochtone comedians bij de Comedytrain is 9. E&amp;eacute;n daarvan is ook vrouw, waaruit nog weer eens blijkt dat allochtonen niet altijd achterlopen op autochtonen. Com&amp;eacute;dienne Soula Notos schreef het in juni 2006 al in een LOVER-column: humor in Nederland heeft een sekse. Mannenhumor is de norm. Vrouwenhumor wordt vaak weggezet als &amp;lsquo;saai en voorspelbaar&amp;rsquo;, vooral als het gaat over zaken waarin vrouwen zich herkennen, zoals menstruatieklachten en moederschap. Maakt Sara Kroos harde grappen over haar &amp;lsquo;tieten&amp;rsquo; en het gebruik van inlegkruisjes, ja, dan heeft ze mannenhumor. Maar gaat het er nog grover aan toe, dan is een vrouwelijke cabaretier juist weer ordinair. Soula pleit voor een onderscheid op kwaliteit. &amp;lsquo;Zij lacht. Of niet. Hij lacht. Of niet. Punt.&amp;rsquo; En ik ben het met haar eens: ik lach of ik lach niet. Maar toch is dat niet het hele verhaal. Dit najaar zond de VPRO Toren C uit, een comedyserie geschreven en gespeeld door Maike Meijer en Marg&amp;ocirc;t Ros. Meijer en Ros spelen met conventies en het ongepaste. In hun sketches vergroten zij de idee&amp;euml;n en gedachten uit die we allemaal wel eens hebben en onmiddellijk verdringen. Bij de altijd vrolijke &amp;lsquo;&amp;uuml;bermoeder&amp;rsquo; Els, die een mallotige karaoke-act opvoert op de personeelsborrel, gaan vanzelf je tenen krommen; te g&amp;ecirc;nant voor woorden. Tegelijkertijd klinkt een corrigerend stemmetje in het achterhoofd: &amp;lsquo;Is toch juist leuk, dat ze zich zo durft te uiten en ook eens een pretje heeft tussen al die borstvoeding door?&amp;rsquo; Of ze tonen ons ge&amp;euml;rgerd verzet tegen de ergonomisch verantwoorde, maar weinig comfortabele zitbal. In een sketch wordt die de gang opgegooid, ten gunste van een gewone bureaustoel: sodemieter op met je arbo-dienst! Maar Meijer en Ros gaan verder en maken ook grappen over keurige kantoordames die scheten laten in de lift en vieze mannetjes die, omwille van hun seksuele gerief, pubermeisjes vragen om te doen alsof ze paardrijden. In hun expliciteit overschrijden Meijer en Ros de geconstrueerde grens tussen mannen- en vrouwenhumor, maar zonder koket te doen. Meijer en Ros zijn niet &amp;lsquo;stout&amp;rsquo;. Toch is het voor een aantal sc&amp;egrave;nes relevant dat zij vrouw zijn. Neem de volgende sketch. Een vrouw is alleen in een kantoor. Ze stopt haar mobieltje in haar slipje en belt vervolgens, met de vaste telefoon op het bureau, haar eigen nummer. Het mobieltje staat op trilstand en ze zakt genietend onderuit op haar bureaustoel. Deze sc&amp;egrave;ne is grappig, omdat hier een heimelijk idee concreet wordt gemaakt. Masturberen met een mobieltje, het is bizar, maar de associatie is herkenbaar. Want wie heeft er bij een trillend mobieltje nog nooit gedacht aan een vibrator? We worden geconfronteerd met ons minst flatteuze zelf, en kunnen niet anders dan lachen om onze eigen vulgariteit. Het feit dat de sc&amp;egrave;ne is ontwikkeld door vrouwen, vind ik hier echter van groot belang. Stel je voor dat een man dat telefoontje bij die vrouw in de onderbroek had gestopt: dan had ik waarschijnlijk niet moeten lachen. Grappen van mannen over vrouwen die masturberen gaan meestal niet over seksueel plezier of bizarre ongepastheid. Al te vaak zijn het grappen over sneue vrouwtjes die genoegen moeten nemen met derderangs seks. Soms is dat leuk, maar uiteindelijk behoren ze tot de categorie grappen die gemaakt worden ten koste van een bepaalde groep. Ros en Meijer maken vooral grappen over zichzelf, over vrouwen en &amp;ndash; en passant &amp;ndash; ook over de sekse van humor. Het is tenslotte niet voor niks dat de vrouwelijke beveiligers zich verkleden als man; zonder die plaksnor zouden de moppen die ze tappen alleen maar plat en oubollig zijn. Nu kunnen we lachen om de oubolligheid van de mannen die dit soort moppen vertellen en tegelijkertijd om onszelf. Want eigenlijk zouden wij ook wel eens ongegeneerd en zonder zelfspot een mop over domme blondjes willen vertellen. Maar ja, zo zijn we niet opgevoed. Het fragment met het trillende mobieltje is te bekijken op YouTube. Garjan Sterk, media-onderzoeker bij Mira Media, kijkt zowel professioneel als priv&amp;eacute; graag televisie. Elk kwartaal schrijft zij over de indrukken die zij al buizend opdoet.]]></content>
	</url>
	<url>
		<loc>http://www.tijdschriftlover.nl/kunst_en_cultuur/alles_laten_zien</loc>
		<title>Alles laten zien</title>
		<content>&#039;Do women have to be naked to get into the Met. Museum?&#039; drukten de Guerilla Girls eind jaren tachtig op een poster. Zij telden dat minder dan 5% van de werken in de afdeling moderne kunst van het New Yorks Metropolitan Museum door een vrouw was gemaakt, maar dat van de naakten meer dan 85% vrouw was. De verontwaardiging van de Guerilla Girls werd door verschillende groepen en individuen gedeeld. De in 2010 uitgekomen film !Women Art Revolution (!W.A.R.), laat de praktische, soms boze, en vaak ook grappige acties van een beweging Amerikaanse feministische kunstenaars de revue passeren. Filmmaakster Lynn Hershman Leeson sprak hiervoor gedurende veertig jaar ruim vijftig artiesten, curators, kunsthistorici en journalisten. Zo zie je Sheila Levrant de Bretteville (1940), de eerste vrouwelijke professor aan de faculteit kunst bij Yale Universiteit die zich herinnert hoe machteloos ze zich vroeger voelde toen ze geen geld had om projecten op te zetten. Ze heeft fijn opgemaakte donkere ogen en even fijn getekende rimpels. &#039;Met een instituut achter je kun je ineens zoveel meer. Pas als je geld hebt kun je &amp;eacute;cht met je idee&amp;euml;n aan de slag.&#039; Isolatie, of het nou komt door financi&amp;euml;le omstandigheden of doordat er weinig vrouwelijke voorbeelden zijn, heeft veel van de ge&amp;iuml;nterviewden dwarsgezeten. Voor Judy Chicago (1939) was het een reden om het eerste Amerikaanse women&#039;s art program op te richten in 1970. Haar klas leerde alleen over vrouwelijke kunstenaars, want &#039;mannen waren al genoeg bestudeerd,&#039; vond ze. De film laat w&amp;eacute;l een aantal mannelijke kunstenaars aan het woord. Bijvoorbeeld de begin deze maand overleden Mike Kelley (1954-2012) die door de feministische kunstprogramma&#039;s van het California Institute of Arts was ge&amp;iuml;nspireerd. Zijn generatie kunstenaars, vertelt hij, probeerde uit het essentialistissche denken over mannelijkheid en vrouwelijkheid te komen. Zelf geloofde hij niet in genderloze kunst, maar wel in wat hij &#039;crossdressing art&#039; noemt. &#039;Ik maak kunst vanuit verschillende rollen die ik speel.&#039; Omdat vrouwen zo lang buiten de musea en kunstboeken zijn gehouden vraagt Hershman Leeson zich telkens af what is left out? Je krijgt de indruk dat ze zelfs haar eigen film liever niet had ge&amp;euml;dit. Gelukkig heeft ze dat wel gedaan zodat de film in bijna anderhalf uur toch een samenhangend verhaal vertelt. Voor de volledige interviews kun je naar een aparte website. Hier zie je mensen tussen interessante uitspraken door frummelen aan hun gezicht en microfoontje. De film is er duidelijk over: het blijft nodig om vrouwelijke kunstenaars te stimuleren werk te maken &amp;eacute;n dat tentoon te stellen. &#039;Kunt u drie vrouwelijke artiesten noemen? vraagt de filmmaakster aan bezoekers van het Whitney Museum of American Art in New York. Bezoekers kennen Frida Kahlo (&quot;Frida&quot; zeggen ze), maar verder komen ze niet. Het feminisme heeft nog niet succesvol de machtsstructuren veranderd waarin kunst wordt gemaakt, verkocht en tentoongesteld, legt kunsthistorica Amelia Jones tegen het einde van de film uit. &#039;Grote musea doen eens een feministische tentoonstelling and then they move on,&#039; zegt ze. Hershman Leeson betreurt het dat ze haar film nog geen happy ending kon geven. Daarom heeft ze een vervolgproject verzonnen: op de website rawwar.org kunnen vrouwelijke kunstenaars hun werk uploaden. Zou inderdaad het internet de machtsstructuren in de kunstwereld w&amp;eacute;l veranderen? En dan in minder dan veertig jaar? !Women Art Revolution draait 21 februari om 19.30 in Rialto, Amsterdam</content>
	</url>
	<url>
		<loc>http://www.tijdschriftlover.nl/politiek_en_maatschappij</loc>
		<title><![CDATA[Politiek & Maatschappij]]></title>
		<content></content>
	</url>
	<url>
		<loc>http://www.tijdschriftlover.nl/politiek_en_maatschappij/brusselse_berichten__1</loc>
		<title>Brusselse Berichten</title>
		<content><![CDATA[Van alle landen in Europa lijkt feminisme in Nederland het minst te leven. Hoe dat komt, daar ben ik nog niet achter. Het is niet zo dat feminisme alleen leeft in landen waar de situatie van vrouwen nog erg ongelijk is. In Zweden en IJsland, die het qua emancipatie een stuk beter doen dan Nederland, is het &amp;acute;alive and kicking&amp;acute;. Van vooral jonge en succesvolle vrouwen hoor ik vaak dat feminisme in Nederland achterhaald en overbodig is. De structuren van de samenleving zijn voldoende aangepast, het is nu aan individuele vrouwen met lef, talent en kwaliteit om het pleit te winnen aan keukentafel en vergadertafel. Er zijn momenten dat ik geneigd ben hen gelijk te geven. Bijvoorbeeld als ik andere moeders op de cr&amp;egrave;che hoor zeggen dat ze met hun universitaire opleiding gewoon thuis zitten en denken over een &amp;lsquo;baantje erbij&amp;rsquo;, maar alleen als het leuk is, wil ik ze het liefst door elkaar rammelen. Toch ben ik ervan overtuigd dat er nog altijd structurele problemen zijn met de positie van vrouwen, ook in Nederland. Als je kijkt naar het aantal vrouwen in de top van de politiek en het bedrijfsleven is het duidelijk dat er nog en flinke weg is te gaan. Vrouwen maken in heel Europa slechts een kwart van de politieke top uit. In het Europees Parlement is 35% van de volksvertegenwoordigers vrouw. We hebben vorige week gestemd over de nieuwe voorzitter, en dat was wederom een man. In de hele periode sinds 1979 is het Europees Parlement slechts vijf van de 33 jaar voorgezeten door een vrouw. En het belangrijkste: er is geen positieve trend waar te nemen. Van 1997 tot 2004 nam het aantal vrouwen in de politieke top nog toe, maar sindsdien is dat aantal gelijk gebleven en in sommige gevallen zelfs gedaald. Met het bedrijfsleven is het nog veel treuriger gesteld. In de Raden van bestuur van grote bedrijven in Europa is slechts 11% vrouw. Van de topmanagers is dit zelfs maar een magere 3%. Bovendien gaat vooruitgang tergend langzaam. Als het in dit tempo doorgaat duurt het nog ongeveer 50 jaar voordat 40% van de bedrijfstoppen bestaat uit vrouwen. Genoeg redenen om op de barricades te blijven staan. Het is niet verwonderlijk dat er op dit moment in het Europees Parlement een debat woedt over quota. Een manier om het aantal vrouwen in de politiek en in het bedrijfsleven geforceerd op te stuwen. Links is redelijk verenigd als voorstander van quota, rechts is totaal verdeeld op dit onderwerp. Sommigen vinden quota een vorm van discriminatie. Quota denigreren vrouwen die het veel liever op kwaliteit zouden winnen. Quota zijn slecht voor bedrijven, en zeker in een economische crisis moeten we dat niet willen. Quota gaan voorbij aan het feit dat er momenteel gewoon te weinig vrouwen zijn die het niveau hebben en bereid zijn de offers te brengen die een positie aan de absolute top vergt. Er zijn gelukkig ook rechtse politici die ondertussen bekeerd zijn. In hun visie zijn quota een &amp;lsquo;noodzakelijk kwaad&amp;acute;. De Nederlandse Eurocommissaris Neelie Kroes is zo iemand, en de Eurocommissaris voor Justitie, Fundamentele Rechten en Burgerschap en Gendergelijkheid, ook. Zij geloven niet meer dat kwaliteit vanzelf boven komt drijven. Zijn quota leuk? Nee. Maar wat mij betreft is het, nadat we zo&amp;rsquo;n dertig jaar hebben geprobeerd om bedrijven via zelfregulering aan te sporen meer vrouwen in topposities aan te nemen, er nu tijd voor. Niet tot in het einde der tijden, maar lang genoeg om machtsstructuren te doorbreken die de bedrijfstop in hun greep houden. Van mij mag een quotawet met sancties over twintig jaar automatisch komen te vervallen, maar geef dit instrument eerst dezelfde kans als we zelfregulering al die jaren gegeven hebben. Ik ben ervan overtuigd dat de resultaten tegen die tijd stukken beter zullen zijn. En wie weet, misschien blazen we en passant het feminisme in Nederland weer nieuw leven in. Marije Cornelissen is Europarlementari&amp;euml;r voor GroenLinks. Zij is lid van de Commissie Werkgelegenheid en Sociale Zaken van het Europees Parlement.]]></content>
	</url>
	<url>
		<loc>http://www.tijdschriftlover.nl/politiek_en_maatschappij/alledaags_racisme</loc>
		<title>Alledaags Racisme</title>
		<content><![CDATA[Wat is racisme en wie mag bepalen wanneer iets racisme is? Een gevoelig onderwerp waar midden jaren tachtig en begin jaren negentig een afdeling van de Universiteit Amsterdam, The Center for Race and Ethnic Studies, ook mee bezig was. Helaas werd de afdeling opgedoekt toen hun onderzoeken te dicht bij huis kwamen. Een van de wetenschappers van die afdeling, Prof. Dr. Philomena Essed, had toen net de term &amp;lsquo;alledaagse racisme&amp;rsquo; ge&amp;iuml;ntroduceerd waarmee ze liet zien hoe racisme in Nederland en de VS een genormaliseerde dagelijkse praktijk was geworden.[1] Na het tumult rondom Jackie lijkt haar onderzoek relevanter dan ooit. Het Nederlandse modetijdschrift Jackie noemde in een artikel over kinderkledingstijlen afgelopen maand een stijl de Niggabitch-stijl. Rihanna, de wereldberoemde popster uit Barbados, werd uitgeroepen tot het boegbeeld van de stijl. Zij was de ultieme Jamaicaanse niggabitch volgens het tijdschrift. De auteur of redacteur deed daar nog een schepje bovenop door de beschrijving ervan in slechte grammatica weer te geven om het bijbehorend gedrag in taal te duiden. Agressief en onbeschaafd. Zo kon ook Robert Vuijsje in zijn roman Alleen Maar Nette Mensen vrouwen, die in koloniale tijden lingu&amp;iuml;stisch en raciaal gecategoriseerd werden als zwart, wegzetten als ongeciviliseerd, ongeremd, dierlijk en daarom seksueel aantrekkelijk. Hoofdredactrice Eva Hoeke en rapper Lange Frans in de rubriek Jackie Date in dezelfde decembereditie, nemen de term niggabitch ook in de mond om vrouwelijke liefhebbers van Hip Hop te categoriseren. Ras en cultuur hebben ze samengevoegd waardoor een beeld van het verleden getransporteerd wordt naar het heden. De redactie van Jackie dacht dat dat wel grappig was om te doen. Onderwijl uit het oog verliezend, of niet wetend, dat agressief, onbeschaafd, ongeremd, dierlijk en hyperseksueel racistische stereotyperingen zijn waar vrouwen uit Afrika, de Afrikaanse diaspora en voormalige Europese koloni&amp;euml;n in de Amerika&amp;rsquo;s en het Caribbische gebied al eeuwen mee te maken hebben. Terwijl men in veel landen sinds de jaren zestig wel wat alerter is geworden op racistische uitingen, is de teneur in Nederland dat dergelijke stereotyperingen maar moeten kunnen omdat ze niet racistisch bedoeld zijn. ZWAK &amp;amp; ACHTERBAKS Toen BNN-presentatrice Zarayda Groenhart een foto maakte van het artikel uit Jackie en het op haar Facebookpagina plaatste, regende het al snel kritieken via Facebook en Twitter. Hoeke deed het aanvankelijk af zoals vaker gebeurt in Nederland wanneer mensen met wat meer melanine iets als racisme aankaarten. Het was als grap bedoeld. Niet zo overgevoelig doen, twitterde ze. Op internet kreeg ze bijval van veel mensen die meenden dat wie de lol er niet van kon inzien lange tenen had en niet zo &amp;lsquo;huilie huilie&amp;rsquo; moest doen. In haar excuses een paar dagen na de outbreak noemde Hoeke populaire cultuur als de reden waarom ze dacht dat het woord niggabitch gewoon was. Ze kondigde aan dat er een rectificatie zou komen. Zelfs in het bericht een paar dagen later dat ze &amp;lsquo;vrijwillige opstapte&amp;rsquo;, werd haar handelen verdedigd met het argument dat niggabitch een slang term is uit de VS. Dat terwijl niemand het in de VS als slang kent. Het dagblad De Pers persifleerde het gebrek aan beheersing van de Engelse taal door Nederlanders. De Nederlandse rapper Lange Frans, die Hoekes eerste lezing van de term bevestigde, de rapper die zijn weg vond naar het Mediapark in Hilversum en daarom het gezicht van Hip Hop in Nederland is geworden voor velen, zat in het luchtledige te praten over iets waar hij geen weet van had. Voor alle duidelijkheid: niggabitch werd gebruikt toen men legaal op slavenmarkten vrouwen gecategoriseerd als zwart, verhandelden als doodgewoon vee. Op straat wordt in sommige delen van de VS bitch nigga gebruikt. Bitch nigga slaat op mannen die achterbaks en zwak gevonden worden. &#039;Vandaar&#039; de vrouwelijke toevoeging bitch. Wanneer vrouwen je doelgroep zijn, is het benoemen van een kledingstijl voor kleuters naar een term waarmee mannen elkaar als achterbaks en zwak (net als vrouwen) typeren niet echt goed zakendoen. En al helemaal als je je realiseert dat Jackie eigenlijk deze groep vrouwen voor verhandelbaar vee heeft uitgemaakt. SISTERHOOD Hoeke begrijpt echter niet wat zij verkeerd had gedaan. Yves Gijrath, van de Gijrath Media Groep die het blad uitgeeft, zegt dat er helemaal geen rectificatie komt omdat de term &amp;lsquo;een juiste duiding&amp;rsquo; is van die kledingstijl. Is het niet willen erkennen dat een hele groep vrouwen gediscrimineerd wordt een juridische manoeuvre om niet aangeklaagd te worden? Of zijn de vrouwen in kwestie volgens Gijrath, de Gijrath Media Groep, Jackie en haar redactie geen vrouwen die gerespecteerd horen te worden? Ik herhaal nu de vraag van Sojourner Truth. Zij vroeg in 1851 tijdens een vrouwencongres waarom de Europees Amerikaanse vrouwen niet voor haar als Afro-Amerikaanse vrouw opkwamen. Alle vrouwen die volgens Gijrath en Jackie de niggabitch-look dragen in Nederland, zouden hetzelfde kunnen vragen na het lezen van het commentaar van Claudia Straatmans van de Cosmopolitan die het voor Hoeke opnam. Straatmans vergat er wel bij te vermelden dat Hoeke andere vrouwen voor verhandelbare dieren had uitgemaakt. Geen sisterhood met deze vrouwen, maar wel met Hoeke dus. INTENTIES Mensen voor koopwaar aanzien, betekent dat zij niet gelijkwaardig zijn aan jezelf. Een ander niet voor gelijkwaardig zien door huidskleur of cultuur is racisme. Was dat de intentie van het artikel? Hoeke zegt van niet. Nu is de vraag of een racistische uitspraak zonder racistische bedoeling nog racistisch is. Ook op de LOVERredactie heeft die vraag tot een discussie geleid. De betekenis van woorden verschuift door tijd en gebruik, waarom dan zo krampachtig politiek correct doen? Mijns inziens is het interessant, maar ook zorgwekkend, dat er nu in Nederland neergekeken wordt op het moment dat je rekening met elkaar moet houden. En Jackie was niet het enige voorval. De satirische website De Speld van de dagkrant De Pers heeft niet voor niks dit &amp;lsquo;Jaar van de Afrikaanse Diaspora&amp;rsquo; het Jaar van Racisme genoemd. Ook werd de Dag Tegen Racisme en Discriminatie op 19 maart gehouden, twee dagen eerder dan de werkelijke dag. De organisatie dacht namelijk dat er te weinig mensen opgetrommeld konden worden om de dag op zijn werkelijke datum te vieren. Hoe kan dat in een land als Nederland, een land waar talloze buitenlandse voormalige regeringsleiders in het Internationale Gerechtshof in Den Haag vervolgd worden voor racistisch gemotiveerde slachtpartijen in hun landen? BRABONEGER &amp;amp; POW NEWS De racistische faux pas van Jackie past helaas in de huidige context met de arrestatie voor het hebben van een &amp;lsquo;negro&amp;iuml;de uiterlijk&amp;rsquo; in dure villabuurten in de omgeving Haarlem, Heemstede, Aerdenhout en Overveen; met een Pow News dat het &amp;lsquo;neger omdat het moet&amp;rsquo;-item lanceert; met een professor Henk den Heijer die de overtocht op slavenschepen bagatelliseert; met de koloniale schildering op de Gouden Koets en een John Williams als chocoladetoetje; met de aankondiging van de verfilming van het boek Alleen Maar Nette Mensen van Robert Vuijsje; met amateurrappers uit de polder in LA in het tvprogramma Holland in Da Hood; met Volkskrantcolumnisten die maar geen genoeg van &amp;lsquo;negers&amp;rsquo; kunnen krijgen; met de serie De Slavernij, de aanslag op het bewaren van ons koloniale erfgoed; met de 75% van uitzendbureaus die gehoor geven aan racistische uitsluiting; met een Johan Cruijf die Edgar Davids belang voor Ajax alleen terugbrengt tot zijn huidskleur; met de internetsensatie de Braboneger; met het Neger uur Journaal van de Wereld Draait Door, met de uitzetting van Mauro; met de reacties op het kunstproject Zwarte Piet Is Racisme en de arrestatie; met een NRC Next die stelt dat het ooit positief was om iemand Afrikaans koopwaar te noemen en de tentoonstelling Jacht op Piraten van het Marine Museum. En dit zijn alleen de voorbeelden die te maken hebben met een deel van de mensen uit de Afrikaanse diaspora. De manier waarop &amp;lsquo;zwarte&amp;rsquo; lichamen en &amp;lsquo;zwarte&amp;rsquo; cultuur gespreksstof zijn geworden het afgelopen jaar is op zijn minst opmerkelijk. Het Centre for Race and Ethnic Studies zou dit jaar een heleboel intrigerende onderzoeksonderwerpen hebben gehad. SCHANDPAAL Is het overdreven om aan te geven dat een donkere vrouw niggabitch noemen racistisch is? Nee. Zijn we vergeten wat racisme inhoudt in Nederland? Nee, dat zijn we ook niet. Er is een rare bocht in het denken van veel Nederlanders gekomen dat het tegenwoordig niet-politiek correct is om aan te geven dat iets racisme is. Saul van Stapele stelde in een Volkskrantinterview dat iets racistisch noemen het laatste taboe van Nederland. De Nederlandse media gingen zich pas in de discussie rondom Jackie mengen nadat we voor de tweede keer in korte tijd als land tegen de internationale schandpaal waren genageld. (bijv. de Nederlandse fashionsite Ensemble) Waarom is het opeens not done om iemand aan te spreken op zijn of haar gedrag, gemeend of niet? Zijn we zo doorgeschoten met onze acceptatie van asociaal gedrag dat alles wat daarvan afwijkt pas abnormaal is? Nee, dat zijn we niet zoals bleek toen GeenStijl de PVV Europarlementari&amp;euml;rs voor racisten uitmaakten, omdat ze weigerden op te staan bij de dodenherdenking voor degenen die hun leven tijdens de Arabische Lente lieten. Zelfs GeenStijl weet nog wat fatsoen is. UITZENDBUREAUS En ook Rita Verdonk lijkt toch fatsoen te hebben toen zij satirisch opmerkte dat er in Nederland geen racisten te vinden zijn in reactie op het nieuwsfeit dat 75% van uitzendbureaus bepaalde mensen op basis van ras en etniciteit uitsloot op verzoek van bedrijven. Of heb ik Verdonk verkeerd begrepen? Meende ze nou dat bepaalde Nederlanders lui en slecht werk opleveren en dat je als Nederlander gewoon beter je best moest doen om aan de bak te komen, omdat een werkgever een slechte ervaring met een andere Nederlander heeft gehad? Of was het toch een gekscherende uithaal richting de werkgevers? Het probleem met intenties is dat je ze niet weet en niet kan toetsen. Want als Verdonk het meende, heeft ze een racistische uitspraak gedaan terwijl zij waarschijnlijk stellig overtuigd is dat ze geen racist is. Het is racistisch, want op het moment dat de ervaring met &amp;eacute;&amp;eacute;n persoon gegeneraliseerd wordt naar alle andere mensen uit een groep, worden de leden uit die groep de mogelijkheid tot individualiteit ontzegd. Hierdoor wordt die groep als ongelijkwaardig beschouwd. Wat vervolgens gebeurt in discussies is dat het op de persoon wordt gespeeld en niet op de daad van de persoon. Zo ook met Jackies hoofdredacteur Hoeke. In de statements van Gijrath en die van Straatman is Hoeke, de niet-racist, de reden waarom de racistische uitspraak niet racistisch is. Volgens hen gaat het om Hoeke en niet om haar daad. Maar dat is het hem juist: de ophef gaat niet om Hoeke als persoon of haar intenties, maar om hoe nonchalant men discrimineert in Nederland en het niet weet. Tuurlijk, haar Dutch white yuppy womanhood heeft ook bijgedragen aan haar initi&amp;euml;le reacties op twitter. Zij wist niet wat het inhield om voor Afrikaans koopwaar uitgemaakt te worden of racistisch bejegend te worden hier in Nederland. Privileges tonen zichzelf juist aan degene die ze niet hebben. De Combahee River Collective stelde dat reeds in 1980, toen ze moesten constateren dat er in de Amerikaanse vrouwenbeweging zelf veel racisme te vinden was. Hier in Nederland hebben we onder andere de befaamde uitspraak van Cisca Dresselhuys dat een vrouw met een hoofddoek niet voor Opzij zou kunnen werken. STRUISVOGELPOLITIEK Veel Nederlanders leven in de veronderstelling dat &amp;lsquo;wij&amp;rsquo; geen racisten kunnen zijn. Bas Heijne stelt dat &amp;lsquo;wij&amp;rsquo; voornamelijk steigeren, omdat &amp;lsquo;we&amp;rsquo; onszelf superieur achten ten aanzien van andere landen. &amp;lsquo;Wij&amp;rsquo; als morele superioriteit &amp;ndash; het land van Spinoza, van het Verzet, van de verzorgingsstaat , voortrekkers in de mondiale kunstwereld (in de jaren 60 en 70), starters van de Europese Unie, het land van legale prostitutie, abortus en euthanasie en gedoogde drugs - weten hoe je een progressieve samenleving maakt. Het moment dat &amp;lsquo;wij&amp;rsquo; op &amp;lsquo;onze&amp;rsquo; fouten worden gewezen, voelt dat aan alsof we gefaald hebben. Daarom verbergen we voor onszelf dat we een tijdlang racistisch hebben gehandeld in overzeese gebieden en ook hier thuis. Onze constatering van sociale, economische en culturele progressie zou anders gezien kunnen worden als groots bedrog. Na vijf eeuwen migratie komt 98% van de bevolking ergens anders vandaan. Wie wil dan nog te horen krijgen dat je land racistisch omgaat met migranten? We zijn niet zomaar van slavernij naar vrienden gegaan. Racisme is niet zomaar voorbij, omdat degenen die vroeger de macht hadden, en die onvrijwillig (deels) moesten opgeven, dat zeggen. Dat dezelfde benamingen, culturele uitingen en grappen van toen nu andere ladingen hebben omdat je dat zou willen, is geen valide argument waarmee je de oorsprong schoonpoetst. Het privilege van het kunnen bepalen wat racistisch is, kan je niet overlaten aan de groep die niet gediscrimineerd wordt. Privileges tonen zich immers niet aan degenen die er baat bij hebben. Maar ik heb hoop. Juist de emotionele en heftige reacties op het benoemen van racisme geven aan dat er bewustzijn op gang is. Gelukkig wil niemand racistisch handelen en probeert zich van racisme te distanti&amp;euml;ren. Langzamerhand worden privileges ontmaskerd en beseft, schrikt, men zelfs van wat weleer als vanzelfsprekend werd beschouwd. Velen toonden zich de afgelopen weken helaas nog schuldig aan het in stand houden van discriminatie door constant hun handen in onschuld en onwetendheid te wassen. Ze zeiden dat ze niet naar kleur keken en vroegen waarom andere dat wel bleven doen. Kleurenblind de wereld tegemoet gaan maakt je ook moedwillig blind voor het zien van alledaags racisme. De kraan met excuses is bij deze dichtgedraaid. [1] Op 19 december 2011 gaf Prof. Dr. Philomena Essed aan de Universiteit van Amsterdam de lezing Racism Without Apologies: From Guilt to the Right to Offend. ]]></content>
	</url>
	<url>
		<loc>http://www.tijdschriftlover.nl/politiek_en_maatschappij/vrouwendiscriminatie_als_hollandse_folklore</loc>
		<title>Vrouwendiscriminatie als Hollandse folklore</title>
		<content><![CDATA[De Nederlandse regering gedoogt een partij die vrouwen het passief kiesrecht onthoudt &amp;eacute;n wil een wettelijk verbod op het dragen van boerka&amp;rsquo;s op straat. Hoe vallen deze zaken met elkaar te rijmen? Dat is een vraag die Mieke van der Burg als voorzitter van de Vereniging Vrouw en Recht (VVR) bezighoudt. De Hoge Raad-uitspraak: opzij geschoven! Op 9 april 2010 oordeelde de Hoge Raad, ons hoogste rechtsorgaan, dat de regering maatregelen moet treffen die er daadwerkelijk toe leiden dat de Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP) passief kiesrecht, het recht om zich kandidaat te stellen bij verkiezingen, aan vrouwen toekent. Die uitspraak is gebaseerd op artikel 7 van het VN-Vrouwenverdrag dat staten verplicht te waarborgen dat politieke partijen vrouwen toestaan zich kandidaat te stellen voor politieke functies, zoals in de Tweede Kamer. Nederland heeft dit verdrag vijftien jaar geleden geratificeerd en is hier dus aan gebonden. De Hoge Raad vindt dan ook dat Nederland het verdrag schendt door niet in te grijpen en verplicht de Staat &amp;ldquo;maatregelen te nemen die effectief zijn en tegelijkertijd het minste inbreuk maken op de grondrechten van de (leden van de) SGP&amp;rdquo;. Met dit laatste wordt bedoeld het recht op vereniging, vrijheid van godsdienst en van meningsuiting. In weerwil van deze uitspraak van de Hoge Raad, acht Minister Donner van Binnenlandse Zaken actie echter niet nodig. Hij meldt aan de Tweede Kamer &amp;ndash; in april j.l., mede naar aanleiding van een brief van de Vereniging Vrouw en Recht aan het Kabinet en de Tweede Kamer &amp;ndash; dat hij zich beraadt op de noodzaak en wenselijkheid van eventuele wettelijke maatregelen, omdat er volgens het hoofdbestuur van de SGP op dit moment geen formele belemmeringen zijn voor vrouwen om zich verkiesbaar te stellen. Bovendien wil hij de procedure afwachten, die de SGP aanhangig heeft gemaakt bij het Europees Hof van de Rechten van de Mens in Straatsburg, hoewel deze geen opschortende werking heeft. Donner wil de uitspraak van het Hof, die zeker nog zo&amp;rsquo;n vijf jaar zal duren, afwachten. Verschillende fracties in de Tweede Kamer hebben hierop verontwaardigd gereageerd, maar al hun moties zijn verworpen. Dat de SGP deze moties niet ondersteunde, ligt voor de hand. Maar waarom stemden ook VVD, CDA en PVV tegen? De verklaring dat deze partijen en het Kabinet vrouwendiscriminatie gedogen omdat de SGP het kabinet gedoogt, is voor de hand liggend, maar te simpel. Zijn er andere verklaringen die hout snijden? Wordt vrouwen iets opgedrongen? Wat ongetwijfeld meespeelt is het feit dat de procedure was aangespannen door vrouwen die los staan van de SGP: SGP-vrouwen moeten toch zelf weten of en wanneer zij hun recht om gekozen te worden willen uitoefenen? Wat een betutteling en gedwongen emancipatie! In deze redenering gaat men ervan uit dat het recht op gelijke behandeling bij de uitoefening van het passief kiesrecht alleen van belang is voor de SGP-vrouwen zelf. Maar dat is niet waar. Het recht om niet te worden gediscrimineerd gaat iedereen in Nederland aan. Toegang van mannen en vrouwen, onafhankelijk van huidskleur en andere niet-relevante eigenschappen, tot politieke vertegenwoordigende bestuursorganen vormt de kern van een democratische rechtsstaat. Recent is dat nog eens benadrukt bij de uitreiking van de Nobelprijs voor de Vrede aan onder anderen Ellen Johnson-Sirleaf uit Liberia, de eerste vrouw die in Afrika tot staatshoofd werd verkozen. Of SGP-vrouwen zich werkelijk verkiesbaar willen stellen, is niet relevant. Een recht schept geen verplichting. Wellicht zullen de door de Hoge Raad vereiste maatregelen vooral een meer symbolische betekenis hebben. Maar wat dan nog? Het Kabinet stelt vaker symbolische maatregelen voor, zoals het wettelijk boerkaverbod. SGP als randverschijnsel Daarnaast speelt zeker een rol dat de SGP zelf als een randverschijnsel wordt gezien. Het betreft immers een kleine politieke partij waarvan de deskundige inbreng op staatsrechtelijk gebied in politieke kringen hoog wordt gewaardeerd. Bovendien is het de oudste politieke partij. Hollandse folklore die er bij hoort. &amp;ldquo;Doe toch niet zo moeilijk! Prinzipienreiterei!&amp;rdquo; Die argumenten hoorde ik al in 1995, toen ik namens de Rooie Vrouwen voor Den Haag Vandaag de strijdigheid met het Vrouwenverdrag aan de orde stelde. Nadien heeft het toezichthoudend comit&amp;eacute; van het Vrouwenverdrag, het CEDAW-comit&amp;eacute;, Nederland viermaal gewezen op de strijdigheid met het verdrag en in steeds sterkere bewoordingen. De Nederlandse regering heeft deze terechtwijzingen telkens weer naast zich neergelegd. In het kader van het Vrouwenverdrag is het niet relevant of het gaat om een kleine politieke partij met een beperkt aantal vrouwelijk leden. Het gaat om het principe dat vrouwen niet bij voorbaat worden uitgesloten. Hollandse folklore kan geen argument zijn om vrouwendiscriminatie te tolereren. Nederland is het enige land ter wereld met een politieke partij waar vrouwen geen politieke functies mogen bekleden. Belangenafweging Een derde aspect dat een rol speelt is de belangenafweging tussen het recht op gelijke behandeling van vrouwen en mannen en drie vrijheidsrechten: de vrijheid van vereniging, meningsuiting en godsdienst. Onmiskenbaar bestaat er tussen deze fundamentele rechten een spanningsveld, zeker in onze pluriforme samenleving. E&amp;eacute;n en ander moet echter wel gewaardeerd worden in de politieke context. De toegang tot politieke vertegenwoordigende lichamen is &amp;eacute;&amp;eacute;n van de fundamenten van een democratische samenleving. Het is een basisvoorwaarde voor een politieke partij. Op dit punt is de ruimte voor afweging ten opzichte van andere vrijheidsrechten nihil. Daarmee is geen hi&amp;euml;rarchie tussen grondrechten gecre&amp;euml;erd, zoals sommigen beweren, maar is het een uitvloeisel van de keuze voor een democratie. Buiten dit aspect bestaat volop de vrijheid van een politiek partij om zich op een bepaalde basis, bijvoorbeeld een godsdienstige, te verenigen en haar mening te uiten in het maatschappelijk en politieke debat. Dat leidt tot de gewenste pluriformiteit. Die ruimte mag niet worden beperkt. Daarop doelt ook de Hoge Raad in haar uitspraak dat de maatregelen moeten worden genomen die &amp;ldquo;tegelijkertijd het minste inbreuk maken op de grondrechten van de (leden van de) SGP&amp;rdquo;. Formele belemmeringen Het hoofdbestuur van de SGP stelt dat er op dit moment geen formele belemmeringen zijn voor passief kiesrecht voor vrouwen. Sinds 2006 spreken de Statuten van de SGP, waar het gaat om de kandidaatstelling voor vertegenwoordigende lichamen, over &amp;ldquo;personen&amp;rdquo;. Het onderscheid tussen mannelijke en vrouwelijke leden is uit de tekst verwijderd en dus is er geen vuiltje meer aan de lucht, zo redeneert de SGP. Dat een partij kandidaten vraagt haar beginselen te onderschrijven en uit te dragen, is volgens hen een normale gang van zaken binnen iedere politieke partij. Onvermeld blijft dat het Program van Beginselen van de SGP juridisch bindend is, zoals de Hoge Raad ook benadrukt in haar overwegingen.(1) En daarin is het vrouwenstandpunt expliciet verwoord.(2) De plaatselijke kiesverenigingen van de SGP mogen alleen kandidaten, voor bijvoorbeeld de Provinciale Staten en de Tweede Kamer, aanbrengen die dit programma onderschrijven. Dat minister Donner het standpunt van de SGP klakkeloos overneemt, betekent dat hij bewust zijn &amp;lsquo;kop in het zand steekt&amp;rsquo;. Bovendien heeft hij in de Tweede Kamer expliciet aangegeven geen behoefte te hebben aan verdere vragen aan de SGP over de juridische bindendheid van het Programma van Beginselen. Vrouwen zullen door de SGP dus nooit kandidaat worden gesteld. Dat wordt ook bevestigd op de website van de SGP: &amp;ldquo;...gelukkig zijn er juridische belemmeringen, omdat men de grondslag en de uitgangspunten van de SGP moet aanvaarden, namelijk dat het regeerambt hen (vrouwen) niet is gegeven&amp;rdquo;. Leden staan achter het vrouwenstandpunt? Tenslotte speelt het argument dat de leden van de SGP toch zelf het vrouwenstandpunt van hun partij ondersteunen. Men veronderstelt dat de leden unaniem het passief kiesrecht afwijzen. Uit onderzoek uit 2009 van prof. Barbara Oomen blijkt echter dat 31 procent van de SGP-leden en 36 procent van de SGP-kiezers van mening zijn dat ook vrouwen politieke functies moeten kunnen bekleden.(3) Het Reformatorisch Dagblad meldde al in 2003 dat van de SGP jongeren zelfs 70 procent voor een vrouwelijk Kamerlid is!(4) Van een unaniem standpunt is dus geen sprake. Het zou mij bovendien niet verbazen als op dit moment deze percentages hoger liggen, zeker bij de jongeren van de SGP. Gezien de traditionele gezagsgetrouwheid zal bij oudere leden het oordeel van de Hoge Raad zwaar wegen. Concluderend Nu alle aangedragen argumenten ontkracht zijn, kan ik niet anders concluderen dan dat het naast zich neerleggen van de Hoge Raad-uitspraak inderdaad is ingegeven door het feit dat het Kabinet de gedoogsteun van de SGP niet kan missen. Zo is ook het verbod van het dragen van boerka&amp;rsquo;s ingegeven ter behoud van gedoogsteun, in dit geval, van de PVV. Met het schofferen van ons hoogste rechtscollege ondermijnen Kabinet en Tweede Kamer de rechtsstaat. En dat is net zo zorgelijk als het tolereren van vrouwendiscriminatie! Mieke van der Burg, Voorzitter Vereniging voor Vrouw en Recht Clara Wichmann &amp;copy; Foto: Trinchetto Noten: (1) R.O. 4.1.3. (2) Zo stelt Artikel 7: &amp;ldquo;Elk emancipatiestreven dat de God gegeven roeping van mannen en vrouwen miskent, is revolutionair en moet krachtig worden bestreden.&amp;rdquo; Artikel 10 stelt:&quot;De opvatting van het vrouwenkiesrecht voortkomend uit een revolutionair emancipatiestreven, strijdt met de roeping van de vrouw. Dat laatste geldt ook voor het zitting nemen van de vrouw in politieke organen, zowel vertegenwoordigende als bestuurlijke. De vrouw zij in haar eigen consci&amp;euml;ntie overtuigd of zij haar stem kan uitbrengen met inachtneming van de haar door God gegeven plaats.&amp;rdquo; (3) B. Oomen e.a., Recht op verschil? Percepties en effecten van de implementatie van gelijkebehandelingswetgeving onder orthodox-protestanten in Nederland (PDF-bestand), Roosevelt Academy 2009. (4)&amp;ldquo;SGP-jeugd niet altijd eens met partijlijn&amp;rdquo;, Reformatorisch Dagblad, 9 mei 2003, zoals weergegeven op www.sgpj.nl]]></content>
	</url>
	<url>
		<loc>http://www.tijdschriftlover.nl/politiek_en_maatschappij/brusselse_berichten</loc>
		<title>Brusselse berichten</title>
		<content><![CDATA[Ik geniet van mijn laatste weken bevallingsverlof. Eind augustus ben ik bevallen van een prachtige zoon, de tweede. De afgelopen weken zijn &amp;eacute;&amp;eacute;n grote hormoongedreven achtbaan geweest. Er is geen periode in mijn leven dat ik zo dicht bij het lichamelijke sta als na mijn bevallingen. Een kind krijgen is zoiets dierlijks. Eerst die negen maanden waarin ik gaandeweg veranderde van een professionele zelfstandige vrouw in het omhulsel van een nieuw mensje. Mijn bijdrage aan het sociale leven anno 2011 werd vervangen door een bijdrage aan het biologische leven, het cre&amp;euml;ren van een nieuwe generatie. Tijdens en na de bevalling produceerde ik adrenaline, endorfine en allerlei andere hormonen in werkelijk bizarre hoeveelheden, waardoor ik opensta voor ieder babygeluidje, iedere babybehoefte en ik plots de minimale communicatiemogelijkheden van mijn nieuwe kind zonder problemen begrijp. Dit gaat dan weer wel ten koste van de communicatieve vaardigheden die ik in mijn werkzame leven nodig heb. Woorden verdwijnen uit mijn hoofd voor ik ze uit kan spreken, alles wat niet opgeschreven is vergeet ik meteen, en de eerste keer dat ik weer achter het stuur kroop na de bevalling dacht ik &#039;Dit is totaal onverantwoord, verbazingwekkend dat er geen regels zijn tegen hormoondronkenschap in het verkeer.&#039; Een vriend dacht hiermee eindelijk zijn punt gemaakt te hebben. Het verschil tussen mannen en vrouwen is en blijft biologisch, betoogt hij. Je kunt nog zoveel gelijkheid eisen, maar uiteindelijk krijgen vrouwen kinderen en mannen niet. Hij vindt het goed dat ik als Europarlementari&amp;euml;r pleit voor een betere combinatie van arbeid en zorg, met meer verlof voor nieuwe moeders, goede kinderopvang en meer mogelijkheden voor deeltijdwerk. Hij vindt het heel goed als moeders naast de zorg voor kinderen ook een beetje kunnen werken. Hij kan me echter niet meer volgen als ik wil dat de samenleving zo georganiseerd wordt dat ook mannen de mogelijkheid krijgen en gestimuleerd worden om veel meer voor hun kinderen te zorgen en vrouwen in de top van het bedrijfsleven kunnen doordringen op gelijke voet met mannen, ook als ze kinderen hebben. Voor hem zijn de structuren van de samenleving een vaststaand gegeven en is daaraan tornen een verloochening van de biologische werkelijkheid. Ook in mijn hormoondronken toestand kan ik hem - natuurlijk - geen gelijk geven. Ja, ik ben nu even een slaaf van mijn moederlichaam. Maar of ik dat vertaal naar de structuren van de samenleving is een keuze. Vroeger dacht ik dat gebrek aan emancipatie met name een probleem van sociale structuren was. Dat die structuren door de eeuwen heen, generaties lang, opgebouwd zijn en daarom zo moeilijk te doorbreken zijn, en dat de enorme uitdaging is om de manier waarop de samenleving hierover denkt te veranderen. Inmiddels denk ik er iets anders over. Het blijkt helemaal niet zo moeilijk om de manier waarop een samenleving denkt over emancipatie te veranderen. Toen ik met een aantal Europarlementari&amp;euml;rs op bezoek was in IJsland, werd me verteld dat een bouwvakker die minder dan drie maanden babyverlof neemt door zijn vrienden in de kroeg voor gek wordt verklaard. Van mijn collega&amp;acute;s uit Spanje weet ik dat het een paar jaar na de invoering van het homohuwelijk normaal is geworden dat homo&#039;s kunnen trouwen. Met wetten en maatregelen zoals verlof, quota, recht op deeltijdwerk, flexibele uren en kinderopvang kan de combinatie van arbeid en zorg worden gefaciliteerd &amp;eacute;n wordt blijkbaar tegelijk het denken daarover veranderd. Het probleem is niet zozeer dat sociale structuren zo moeilijk te veranderen zijn. Het probleem is dat rechtse en conservatieve politici die verandering tegenwerken. Dat blijkt helaas maar al te duidelijk nu de Europese ministers van sociale zaken weigeren om vaders twee weken verlof te geven na de geboorte van hun kind, terwijl een meerderheid van het Europees Parlement daarom vraagt. Gebrek aan emancipatie is niet in eerste instantie een biologisch of sociaal probleem, het is allereerst politiek. ]]></content>
	</url>
	<url>
		<loc>http://www.tijdschriftlover.nl/politiek_en_maatschappij/this_is_what_a_feminist_looks_like__2</loc>
		<title>‘This is what a feminist looks like'</title>
		<content><![CDATA[Binnenkort gaan mijn vriendin en ik trouwen. Een jaar nadat het eerste huwelijk tussen paren van gelijk geslacht werd voltrokken. Nu we zelf de bewuste stap gaan zetten, merk ik hoe dankbaar ik ben dat er mensen zijn geweest die keihard gevochten hebben opdat wij onze liefde op deze manier kunnen bezegelen. Een van de grootste voorvechters van het &amp;lsquo;homohuwelijk&amp;rsquo; was Boris Dittrich. Destijds Tweede Kamerlid voor D66 en nu advocacy director seksuele minderheden bij de internationale mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch. Een paar jaar geleden ontmoette ik hem voor het eerst in het ochtendprogramma Goedemorgen Nederland waarin ik hem interviewde over zijn boek &amp;lsquo;Elke liefde telt&amp;rsquo;. In dat boek vertelt hij over zijn ontmoetingen met homo&amp;rsquo;s, lesbo&amp;rsquo;s, biseksuelen en transgenders uit de hele wereld die worden mishandeld, verkracht, gestraft en met de dood bedreigd vanwege hun geaardheid. In ruim tachtig landen is homoseksualiteit namelijk nog altijd strafbaar en in zo&amp;rsquo;n acht landen staat er zelfs de doodstraf op. Deze persoonlijke verhalen heeft Boris in het boek opgetekend. Vervolgens heeft hij regeringsleiders geconfronteerd met het feit dat er schending van mensenrechten in hun land plaatsvindt. Geen gemakkelijke opgave, want in bijna alle Afrikaanse en Arabische landen wordt homoseksualiteit als Westerse uitvinding gezien, waarmee het bestaan ervan glashard wordt ontkend. Gelukkig wordt er met kleine stapjes ook vooruitgang geboekt; wetten die homoseksualiteit strafbaar stellen worden gewijzigd. Daarmee heb je nog niet meteen een hele cultuur veranderd, maar het is een eerste aanzet. Ik was diep geraakt door de verhalen van Boris en de passie waarmee hij niet zonder gevaar voor eigen leven strijdt voor gelijke rechten voor seksuele minderheden. Na de uitzending zei ik tegen hem: &#039;Als ik ooit iets voor jou kan betekenen moet je me bellen.&#039; Na een jaar ging de telefoon. Human Rights Watch Nederland zou haar kantoor openen en aan mij de vraag of ik het Annual Dinner wilde presenteren. Human Rights Watch is volledig onafhankelijk en neemt geen geld aan van overheden en bedrijven. Helden als Boris moeten dus betaald worden door betrokken bemiddelde particulieren. Voordat ik Boris ontmoette, had ik, net als veel van mijn generatiegenoten, niet de behoefte de barricades op te gaan of mijn geaardheid heel expliciet te maken. Ik ervaar het zelf als heel natuurlijk en wilde het daarom juist op die manier uitdragen. De discussie ging mij wel aan, maar ik voelde me niet betrokken bij het gevecht. Boris heeft mijn ogen geopend wat betreft het belang een voorvechter te zijn, omdat er nog zoveel te bevechten valt. Wereldwijd maar ook dichtbij huis. In Nederland zijn er nog steeds ambtenaren die weigeren mijn vriendin en mij te trouwen. In ons land is gevochten voor deze wet en, ondanks dat deze tien jaar geleden al is aangenomen, mag men ervan afzien deze uit te voeren. Je zou toch spontaan je tuinbroek uit de kast trekken en je okselhaar laten staan? Ik ben trots op de mensen die dit voor ons hebben gedaan en besef maar al te goed dat ook wij onze stem nog moeten laten horen. Bij deze. Hooggehakt en in witte jurk zullen wij op onze trouwdag Boris Dittrich en de zijnen danken. Zo zullen ook wij tijdens onze ceremonie een signaal afgeven in de hoop stap voor stap onze cultuur te veranderen. Elke liefde telt namelijk en zal alles overwinnen, hoe lang het gevecht ook moge duren. ]]></content>
	</url>
	<url>
		<loc>http://www.tijdschriftlover.nl/politiek_en_maatschappij/no_gender_no_power</loc>
		<title>No gender, no power</title>
		<content><![CDATA[Cadeautjes kopen, gedichten schrijven, gekluns met surprises: de Sinterklaasavond wordt in Nederland groots gevierd. Het is een nationale feestdag waar jong en oud dol op zijn. Toch is Sinterklaas niet oncontroversieel. Elk jaar klinkt er wel ergens de kritiek dat zwarte piet racistisch is. Janneke Veger analyseert de zwartheid van piet en betoogt dat niet alleen kleur van piet, maar ook zijn onzijdige gender zijn lage status verklaart. De discussie of zwarte piet al dan niet racistisch is, leeft elk jaar vlak voor 5 december weer op. Voorstanders van zwarte piet beweren dat hij zo donker is geworden doordat hij zo vaak door de schoorsteen is gegleden. Persoonlijk vind ik het frappant dat hij in dat geval zijn kleding zo goed schoon weet te houden. Vaak wordt dit argument dan ook als onzin afgedaan. Anderen vinden het &amp;lsquo;gewoon&amp;rsquo; bij het Sinterklaasfeest horen, en zien geen verband tussen zwarte piet en racisme. Tegenstanders zien het als een uiterst racistisch verschijnsel. Maar hoe komen we &amp;uuml;berhaupt aan zwarte piet? Overwonnen duivel of vrijgekochte slaaf Zwarte pieten staan vandaag de dag bekend als de vriendelijke knechtjes van Sinterklaas. Het zijn over het algemeen blanke mensen die voor de gelegenheid hun gezichten zwart schilderen en kleurrijke kostuums aantrekken. Ze helpen hun &amp;lsquo;witte baas&amp;rsquo; met het uitdelen van cadeaus en snoepgoed en halen soms ondeugende streken uit. Er bestaan verschillende idee&amp;euml;n over de oorsprong van zwarte piet. In sommige optieken is hij een Ethiopische slaaf, die door Sint Nicolaas werd vrijgekocht, en uit dankbaarheid zijn hele leven vrijwillig Sinterklaas diende. Een andere verklaring van het fenomeen, is dat zwarte piet de bedwongen satan of de overwonnen duivel is die door Sinterklaas gedwongen wordt goede daden te verrichten. Ook beide verklaringen kunnen juist zijn: de Moren werden, in de tijd dat zwarte piet ten tonele verscheen in Nederland, door velen als duivels beschouwd. What&amp;rsquo;s in the name? Sint Nicolaas leefde in de vierde eeuw na Christus als bisschop van Myra, een plaats die in het huidige Turkije ligt. Na zijn dood werd hij heilig verklaard en zijn sterfdag, 6 december, werd een katholieke feestdag. Het fenomeen Sinterklaas verspreidde zich over vele Europese landen. Het werd een volksgebruik om kinderen op deze gedenkdag te trakteren. De manier waarop wij Nederlanders Sinterklaas vieren is wel vrij uniek. En dat verschil zit hem niet in de cadeaus of het strooien van snoepgoed. Nee, het verschil zit hem in de knecht van Sinterklaas. Volgens het verhaal heeft Sint Nicolaas in zijn leven de duivel overwonnen. Dit heeft tot gevolg dat in vele landen waar Sinterklaas gevierd wordt, de knecht van Sinterklaas een duivels figuur is. In Duitsland staat knecht Rupert Sinterklaas bij, in Frankrijk P&amp;egrave;re Fouettard, in Oostenrijk heet hij Krampus, in Tsjechi&amp;euml; wordt Sinterklaas vergezeld door een duivel en een engel en zo zijn er nog vele landen waarin de hulp van Sinterklaas steeds een andere verschijningsvorm aanneemt. Maar alleen in Belgi&amp;euml; kennen ze zwarte piet zoals we deze in Nederland kennen. Mensen die vanuit andere landen naar Nederland komen tijdens het Sinterklaasfeest, zijn verbaasd bij de aanblik van de zwarte pieten. Wat voor Nederlanders een ge&amp;iuml;ntegreerd onderdeel van een nationaal feest is geworden, wordt door hen vaak gezien als puur racisme. Alleen al de naam &amp;lsquo;zwarte piet&amp;rsquo; strijkt hen tegen de haren in, het feit dat ze de bedienden zijn van een blanke heilige valt ook niet in goede aard, maar wat hen vooral opvalt: de grote gelijkenis die zwarte piet vertoont met de vroegere racistische theatervorm Blackface. Wanneer je afbeeldingen van deze vroegere blackface-figuren naast foto&amp;rsquo;s van zwarte piet houdt, kan je ze moeilijk ongelijk geven. De kleding, zwarte schmink, geaccentueerde lippen en de komieke uitingen in gedrag: allemaal overeenkomsten tussen de racistische blackface-figuren en zwarte piet. Jan wordt Piet Lange tijd stond het Sinterklaasfeest in Nederland op een laag pitje, omdat de katholieke kerk een luxefeest niet binnen de religie vond passen. In de negentiende eeuw komt Sinterklaas echter terug, en nu ook als een fysieke verschijning. Hierbij is zwarte piet nog in geen velden of wegen te bekennen. Toen Sinterklaas voor het eerst een hulpje kreeg, heette deze nog Jan de Knecht. En hij was wit. Een interessant gegeven: zwarte piet als knecht van de blanke heilige was en blijft tot vandaag de dag de keuze van (wit) Nederland. Waarschijnlijk verscheen zwarte piet voor het eerst in het prentenboek van Jan Schenkman in 1850. Nederlanders vierden bijna een eeuw lang het Sinterklaasfeest met zwarte piet als helper, voordat de eerste protesten tegen zwarte piet als racistisch figuur begonnen te klinken. Van grote invloed hierop was de komst van immigranten van uiteenlopende culturele achtergronden. Niet alleen zij, maar ook andere Nederlanders, begonnen zich ongemakkelijk te voelen bij zwarte piet in zijn toenmalige vorm. De knecht van de Sint onderging een transformatie van een dom en beangstigend figuur, naar een vrolijke kindervriend die de verstrooide en ouder wordende Sinterklaas hielp om 5 december tot een succes te maken. Maar hiermee was de discussie over zwarte piet niet afgelopen&amp;hellip; Opposities Waarom heeft Sinterklaas eigenlijk een zwarte piet nodig? Sinterklaas en zwarte piet worden in vele opzichten tegenover elkaar gesteld, waarbij gebruik wordt gemaakt van binaire opposities. Sinterklaas is heilig, blank, gekleed in bisschopkledij en rijdt op een witte merrie. Zwarte piet is zwart (geschminkt), gekleed in felle kleuren en loopt naast Sinterklaas. De witheid van Sinterklaas wordt benadrukt door de zwartheid van zwarte piet. Maar witheid is niet Sinterklaas&#039; enige kenmerk waar veel nadruk op gelegd wordt, ook zijn mannelijkheid wordt benadrukt door zijn lange baard en kleding. Ondanks dat er wel eens gekscherend wordt gezegd dat &amp;lsquo;de sint een jurk aan heeft&amp;rsquo;, moge duidelijk zijn dat dit gewaad alleen maar bijdraagt aan zijn mannelijkheid door de symboliek die dit behelst in de katholieke kerk. En het bisschopsambt dat Sinterklaas bekleedt is tot op heden niet toegankelijk voor vrouwen. Bij de figuur van zwarte piet wordt echter geen enkele referentie gemaakt aan vrouwelijkheid noch mannelijkheid. Hoewel vaak naar zwarte piet wordt gerefereerd als &amp;lsquo;hij&amp;rsquo;, is zijn voorkomen 100% genderneutraal. Hij wordt zowel door vrouwen als mannen gespeeld, maar er zijn geen vrouwelijke of mannelijke pieten als zodanig. De kleding, de manier van praten, de handelingen: er wordt geen onderscheid gemaakt tussen man of vrouw. Tegenover de mannelijkheid van Sinterklaas, staat dus de onzijdigheid van zwarte piet. Deze onzijdigheid is meer dan het weglaten van feminiene of masculiene kenmerken, er wordt nadrukkelijk getracht om de zwarte pieten zo onzijdig mogelijk te houden. Om dit te illustreren een voorbeeldje: een zwarte piet met een decollet&amp;eacute;, op hoge hakken, met een stoere baard, een rokje, zichtbare spierballen&amp;hellip; Moeilijk voor te stellen? Zowel vrouwelijke kenmerken als mannelijke kenmerken zijn niet van toepassing en lijken zelfs vreemd in combinatie met zwarte piet. Bij Sinterklaas is het duidelijk erg belangrijk dat zijn mannelijkheid wordt benadrukt. Sinterklaas zonder baard, zonder staf en mijter, met een hoge stem. Een vrouwelijke sinterklaas? Nee, dat lijkt even onvoorstelbaar. Symbolen van mannelijkheid zijn voor Sinterklaas onontbeerlijk voor zijn autoriteit. Terwijl alle middelen worden ingezet om zijn mannelijkheid te bevestigen, wordt bij zwarte piet het tegenovergestelde gedaan: alle mogelijke uitingen van mannelijkheid of vrouwelijkheid worden onderdrukt door kleding en gedrag. Constructie van macht De binaire oppositie van wit versus zwart is overduidelijk in Sinterklaas en zwarte piet en krijgt in de maatschappelijke discussie ook alle aandacht. Maar de genderspecifiteit van beiden is onderbelicht, terwijl dit cruciaal is in de verklaring van de lage status die zwarte piet bedeeld krijgt in het Sinterklaasfeest. De constructie van mannelijkheid valt te ontleden aan de hand van twee modellen. In het fallocentrisch model wordt mannelijkheid geconstrueerd aan de hand van fysieke kenmerken, lichaamsafmetingen en prestaties op seksueel gebied. Vrouwelijkheid wordt hierbij geconstrueerd door hyperseksualiteit, kracht en seksueel bewustzijn. Wanneer we witheid en zwartheid hierbij betrekken, valt het op dat zwarte mannelijkheid meestal via het fallocentrisch model verloopt in hedendaagse mediale en culturele uitingen. Dit vindt zijn oorsprong in de koloniale geschiedenis, waarin de blanke kolonisten hun idee&amp;euml;n over &amp;lsquo;de ander&amp;rsquo; toebedeelden aan de bevolking. Hiermee bedoel ik niet te zeggen dat zwarte piet hetzelfde is als de zwarte bevolking van toen, maar het gaat om het idee dat er bepaalde idee&amp;euml;n over gender en seksualiteit vanuit &amp;lsquo;witheid&amp;rsquo; zijn opgedrongen aan &amp;lsquo;zwartheid&amp;rsquo; en dat deze idee&amp;euml;n eeuwen later nog steeds zijn terug te vinden. Zwarte piet is een witte creatie, en al zijn kenmerken zijn hem opgelegd. In het tweede, patriarchale, model wordt mannelijkheid veelal gedefinieerd als het macht hebben over anderen, en vrouwelijkheid als puurheid en seksuele onbereikbaarheid. Dat Sinterklaas binnen dit model een toppositie heeft moge duidelijk zijn, hij heeft talloze dienaren (zwarte pieten) onder zich en is van oorsprong een leider binnen de katholieke kerk. Zwarte piet heeft echter tot beide modellen geen toegang: hij heeft geen enkele vorm van macht over anderen. En waar het fallocentrisch model meestal nog uitzicht biedt op een beperkte vorm van macht, is dit voor zwarte piet ook onbereikbaar. Niet alleen zijn zwartheid, maar ook het onvermogen van piet om gebruik te maken van &amp;oacute;f mannelijke &amp;oacute;f vrouwelijke macht zorgt ervoor hij machteloos staat. Misschien moet er naast de vraag naar gekleurde pieten, een volgende evolutie van zwarte piet in gang worden gezet. Dat kan natuurlijk op verschillende manieren. Persoonlijk pleit ik voor pieten aan de macht. Hoe ze het doen, mogen ze zelf weten. Al hoor je mij niet protesteren als er volgend jaar een stoomboot vol mannelijke en vrouwelijk pieten aanmeert en mijn schoen gevuld wordt door piet met een n&amp;eacute;t wat te nauwsluitend pietenpakje. Waar hebben we Sinterklaas eigenlijk nog voor nodig? Op zaterdag 3 december behandelde het televisieprogamma Debat op 2 de vraag of zwarte piet racistisch is. Klik hier om de uitzending te bekijken.]]></content>
	</url>
	<url>
		<loc>http://www.tijdschriftlover.nl/politiek_en_maatschappij/toekomst_van_feministische_journalistiek</loc>
		<title>Toekomst van feministische journalistiek</title>
		<content><![CDATA[Internet is vanaf oktober de plek waar LOVER al haar kritische feministische analyses gaat delen. Is deze digitale transformatie de grootste uitdaging waar LOVER voor komt te staan? Twee redacteuren van LOVER gaan te rade bij mediakenners. Na 38 jaar vrijwillige en enthousiaste inzet van feministen (man, vrouw, anders) moet LOVER haar papieren bestaan opgeven. En ze is niet het enige journalistieke medium dat het vanwege de financi&amp;euml;n over een andere boeg moet gooien. Veel dagbladen en tijdschriften kampen met een teruglopend aantal abonnees en adverteerders. Met de vermindering van subsidiestromen voor zowel pers als voor sociale en culturele initiatieven, lijkt voor een klein niet-commercieel journalistiek initiatief als LOVER, digitalisering de enige optie om het hoofd boven water te houden. Gaat LOVER daarmee de kant op van bijvoorbeeld het kritische vrouwentijdschrift Savante, wier transformatie in 2002 naar een e-zine het begin van een langzaam einde betekende? Of is de tijd nu wel rijp voor een digitaal feministisch medium? COMFORTZONE Waar rond het millennium het internet nog vooral als een extra PR-middel werd ingezet voor papieren dagbladen en tijdschriften, zien veel grote journalistieke spelers tegenwoordig het wereldwijde web als hun nabije toekomst. De mediagebruiker verzamelt in toenemende mate zelf haar informatie op het internet. Met handzame tablets en iPhones lijkt die ontwikkeling enkel versneld te worden. LOVER gaat met haar digitalisering dus op het eerste gezicht mee met haar tijd. Online journalistiek heeft haar eigen uitdagingen en valkuilen. Zo kennen de nieuwe media ook hun in- en uitsluitingsmechanismen. Nederland is weliswaar een van de koplopers wat betreft internetgebruik, maar er blijft nog altijd een groep van zo&amp;rsquo;n 10 procent van de bevolking over die internet niet gebruikt. Een van de belangrijkste gevolgen van internet voor de journalistiek is dat zij de keuze aan informatiekanalen voor mediagebruikers enorm heeft vergroot. Blogs, YouTubefilms, overheids- en bedrijfswebsites strijden met de gevestigde media om de aandacht van de gebruiker en gunst van de adverteerder. Internetgebruikers worden ook nog eens gestuurd door technologie en commercie: Google-zoekresultaten zijn niet langer voor iedereen hetzelfde, maar geven een door algoritmes op een individuele gebruiker toegespitst antwoord. Dit kan tot gevolg hebben dat iedereen in een &amp;lsquo;filterbubble&amp;rsquo;, een loop van eigen interesses, terechtkomt en in de eigen comfortzone blijft zitten. Dat is nu net niet wat kritische journalistiek beoogt. De neiging van gevestigde media om hun journalistieke aanbod, zowel in off- als online producten, af te stemmen op de vraag van &amp;lsquo;de&amp;rsquo; mediagebruiker en adverteerder, heeft het gevaar in zich dat deze loop nog eens versterkt wordt. Tenminste, dat is een zorg van enkele journalisten en redacteuren die de betekenis van het veranderend mediagebruik pogen te duiden. Journalisten Warna Oosterbaan (NRC Handelsblad) en Hans Wansink (De Volkskrant) waarschuwen in De krant moet kiezen (2008) de kranten om niet als respons op het teruglopend abonneeaantal en advertentie-inkomsten, en onder druk van aandeelhouders, vraaggericht te gaan werken. De lezers krijgen dan volgens Oosterbaan en Wansink een beperkter beeld van de wereld voorgeschoteld, dan wanneer deskundigen het nieuws, onafhankelijk van de mediaconsument, zouden (blijven) selecteren. Dat levert in hun ogen een verarming van het aanbod (want homogenisering) op en daarmee een gevaar voor de democratie. Zij geven in hun boek dan ook een andere strategie aan dagbladen om hun dalende oplage een halt toe te roepen: door het geven van een openheid van zaken en het presenteren van een duidelijke journalistieke agenda waarin duiding van het nieuws het belangrijkst wordt. Een formule &amp;agrave; la NRC Next. Dat zou lezers aan een krant binden, waarmee het &amp;lsquo;u vraagt, wij draaien&amp;rsquo;- stramien dat in veel commerci&amp;euml;le uitgeverijconcerns lijkt te heersen, vermeden kan worden. VERONTWAARDIGING LOVER heeft nooit op het punt gestaan om overgenomen te worden door een groot concern als Sanoma en heeft daardoor meer ruimte gehad om haar eigenzinnig karakter te behouden. Met haar digitalisering staat LOVER nog meer dan ooit voor de vraag hoe zij omgaat met mediagebruikers die (hoewel deels door Google gestuurd) zelf steeds meer kiezen wat en hoe ze willen weten. Oosterbaans en Wansinks pleidooi voor transparantie en het tonen van een eigen agenda lijkt ons een goed advies om te overleven in de digitale jungle van webpublicaties. Margriet van der Linden, hoofdredacteur van Opzij benadrukt de noodzaak van profilering van haar blad en redactie: &amp;lsquo;Dat is wat past bij deze tijd&amp;rsquo;, legt ze uit. &amp;lsquo;Ik zou willen dat wij als journalisten onszelf meer laten zien. Zelf probeer ik dat al met social media, via mijn twitteraccount. Ik merk dat dat goed werkt.&amp;rsquo; Dat veel journalisten het juist lastig vinden om zichzelf te tonen, en helemaal om hun eigen positie duidelijk te maken, uit angst hun geloofwaardigheid als onafhankelijke journalist te verliezen, ondervond Marijke de Vries tijdens haar afstudeeronderzoek naar engagement onder onderzoeksjournalisten. Ze vertelt hierover: &amp;lsquo;Ik merkte dat mijn respondenten erg terughoudend waren als ik ze vroeg wat ze als doel van hun producties zagen. Tegelijkertijd ontdekte ik dat engagement inherent is aan onderzoeksjournalistiek: stuk voor stuk gaven de respondenten aan dat zij werden gedreven door verbazing en verontwaardiging over het bestaan van zaken in onze samenleving.&amp;rsquo; Ook Irene Costera Meijer, hoogleraar Journalistiek aan de Vrije Universiteit Amsterdam, ziet dat journalisten moeite hebben met profilering. Dit komt volgens haar doordat in journalistieke opleidingen het draait om &amp;lsquo;objectiviteit, distantie en onafhankelijkheid&amp;rsquo;. Maar, zo stelt ze in haar oratie &amp;lsquo;Waardevolle Journalistiek&amp;rsquo; (2009): &amp;lsquo;Onafhankelijkheid hoeft betrokkenheid toch niet uit te sluiten?&amp;rsquo; PLUS EN MIN Betrokkenheid, transparantie en situering zijn volgens Costera Meijer belangrijke elementen die in de 21e-eeuwse journalistiek naast klassieke waarden als objectiviteit, distantie en neutraliteit ge&amp;iuml;ntegreerd zouden moeten worden. Uit haar onderzoek naar de toekomst van het nieuws blijkt dat de jonge generatie namelijk niet enkel ge&amp;iuml;nteresseerd is in het sec lezen of zien van wat er gebeurt in de wereld, maar dat zij zich (met haar eigen waarden, interesses en belangen) vooral wil kunnen herkennen in de kranten, tijdschriften en televisie. Journalistiek, of die nu off- of online aangeboden wordt, moet volgens Costera Meijer dan juist wel vraaggericht zijn en aan deze behoefte aan herkenning voldoen. Dat heeft niet die gevreesde homogenisering van het journalistieke aanbod tot gevolg, zo vertelt ze. Integendeel, Costera Meijer houdt een warm pleidooi dat media ruimte aan kleine en &amp;lsquo;andere&amp;rsquo; verhalen zouden moeten geven. Volgens haar moeten media weerspiegelen wat er in de breedte speelt: &amp;lsquo;Met het idee van proportionele relevantie denk je als journalist: er moet &amp;oacute;&amp;oacute;k een bepaald percentage aan die zeldzame invalshoek worden besteed.&amp;rsquo; Maar zelfs als je een &amp;lsquo;klein&amp;rsquo; onderwerp behandelt, is er de valkuil dat je dit te zwart-wit presenteert: &amp;lsquo;Omdat journalisten denken dat ze kunnen scoren door harde tegenstellingen te presenteren, dan krijg je hoor en wederhoor, als plus en min, terwijl de werkelijkheid vaak interessanter in elkaar steekt.&amp;rsquo; De kracht van feministische journalistiek in deze tijd kan in onze ogen dan juist zijn dat zij niet uitgaat van een eenduidige werkelijkheid, maar van haar meervoudigheid en gelaagdheid. Anders dan bij veel journalisten, is voor journalisten met een feministische visie profilering van zichzelf en het tonen van hun eigen positie een vanzelfsprekendheid geworden. Een van de doelen van het feminisme is immers het tonen dat er geen neutraal perspectief bestaat en dat het spreken in termen van objectiviteit vaak het heersende perspectief maskeert. Feministische journalistiek werkt vanuit het idee dat er enkel iets als gesitueerde en gelimiteerde kennis (en dus journalistiek) bestaat en wil dat besef, in het bijzonder op het gebied van gender, bij lezers aanwakkeren. Dat betekent niet dat LOVER enkel losse, subjectieve meningen wil geven; het gaat erom verhalen achter gebeurtenissen te vertellen om zo te laten zien dat er meer aspecten van en lagen in &amp;lsquo;de&amp;rsquo; werkelijkheid zitten dan op het eerste gezicht lijkt. Een veelheid van duidelijke gesitueerde perspectieven maakt het beeld van &amp;lsquo;de&amp;rsquo; werkelijkheid die feministische journalistiek ook nog steeds wil representeren, vollediger en complexer. Zo wil LOVER vanzelfsprekendheden over gender op losse schroeven zetten en laten zien hoe praktijken doorwerken in het leven van mannen en vrouwen en degenen die zich niet in die termen laten vangen. Of het nou gaat om het defini&amp;euml;ren van transseksualiteit als ziekte, het verschil in salarissen tussen mannen en vrouwen of de afwijzing van homoseksuele asielzoekers, omdat die volgens Nederlandse begrippen niet &#039;homo genoeg&#039; zouden zijn. Wat LOVER in zulke gevallen doet, is kijken naar de achterliggende normen en idee&amp;euml;n over de werkelijkheid, hoe die doorwerken in beleid, wetenschap, sociale verhoudingen, en laten zien welke kwalitatieve ervaringen erachter schuilgaan. REPAREREN Onze visie op feministische journalistiek gaat dus nog een stuk verder dan de (tevens noodzakelijke) verslaggeving over geijkte feministische thema&amp;rsquo;s als vrouwenrechten en de economische positie van vrouwen. In dat laatste ziet Opzij-hoofdredacteur Van der Linden ook nog steeds toekomst: &amp;lsquo;Er zijn altijd mensen die zeggen dat &amp;ldquo;het feminisme&amp;rdquo; heeft afgedaan, of dat &amp;ldquo;de emancipatie&amp;rdquo; is voltooid. Helaas hebben die mensen ongelijk, vooral ingefluisterd door een gebrek aan kennis. Cijfers, feiten en aantallen liegen niet en zolang die een beeld laten zien waarin vrouwen nog steeds niet helemaal dezelfde kansen en mogelijkheden krijgen als mannen, moet en mag dat verhaal worden verteld.&amp;rsquo; Maar het spreken over iets als &amp;lsquo;feministische journalistiek&amp;rsquo;, daar wil Van der Linden niet aan: &amp;lsquo;Dat doet me denken aan christelijke journalistiek, ik geloofde daar nooit in. Ik ben geneigd hetzelfde te vinden van &amp;ldquo;feministische journalistiek&amp;rdquo;.&amp;rsquo; Costera Meijer vertelt dat ze enige reserve bij het gebruik van de term feminisme heeft: &amp;lsquo;Er heeft altijd iets aan het woord gekleefd waardoor, met name vrouwen, dachten: als ik me onder die term schaar, dan heb ik geen spreekpositie meer. Met de term activeer je alle vooroordelen over feminisme en dan ben je eerst bezig dat te repareren, voordat je met de inhoud bezig kunt zijn. Het is een tragisch dilemma: gebruik je het niet dan doe je het verkeerd, gebruik je het wel dan doe je het ook verkeerd.&amp;rsquo; Dat terwijl feminisme juist wel van groot belang is volgens haar: &amp;lsquo;Het feminisme heeft ons geleerd hoe waardevol het is om ervaringen van mensen serieus te nemen en te analyseren welke wel en niet verteld kunnen worden of gehoor vinden en waarom. Doen journalisten dat niet, dan kunnen mensen als Geert Wilders te gemakkelijk die leemte vullen.&amp;rsquo; De grootste uitdaging voor de digitale LOVER is dan misschien niet zozeer het huidige mediagebruik, de nieuwe digitale omgeving of zelfs de sturende zoekmachine, maar de negatieve connotaties die veel mensen bij het woord feminisme hebben. D&amp;aacute;&amp;aacute;r kan het internet iets bieden. LOVER zal toegankelijk worden voor mensen die zich niet een, twee, drie als feminist identificeren, maar wel ge&amp;iuml;nteresseerd zijn in de soort onderwerpen en via google bij een feministisch blad uitkomen. LOVER wordt vindbaar en daarmee biedt ze feministische journalistiek in Nederland een toekomst. ]]></content>
	</url>
	<url>
		<loc>http://www.tijdschriftlover.nl/politiek_en_maatschappij/nedernorm</loc>
		<title>Nedernorm</title>
		<content><![CDATA[Het spreken over seksualiteit als iets dat bevrijd is in de jaren zestig, doet het wel eens vergeten: ook nu heerst er in Nederland een dominante seksuele moraal. Het huwelijk is weliswaar meer een uitzonderlijk feestje dan regel geworden, maar de sixties hebben zeker niet alle seksuele normen weggevaagd. Dat monogamie als de randvoorwaarde voor enige serieuze relatie wordt beschouwd, maakt Sophia op uit de reacties op haar open relatie. Het is zaterdagnacht. Een vriend van mij vraagt waarom ik geen werk heb gemaakt van mijn gewillige collega. &amp;lsquo;Ze was te dronken&amp;rsquo;, antwoord ik hem. Zijn vriend draait zich naar me om. &amp;lsquo;Je hebt toch een vriend?&amp;rsquo; Ik knik. Verbaast kijkt hij naar mij. &amp;lsquo;Ik dacht dat jullie gelukkig waren.&amp;rsquo; Ik zucht. Voor hem kan dat kennelijk niet samen gaan. Dagelijks word ik geconfronteerd met een wereld waarin monogamie als &amp;lsquo;normaal&amp;rsquo; en vanzelfsprekend wordt gezien. Maar ik kan mij hier niet in vinden. PAPLEPEL Zo&amp;rsquo;n vijf jaar geleden ben ik de man tegengekomen waar ik, wat mij betreft, 89 mee word. In een kroeg in onze geboortestad werden we ge&amp;iuml;ntroduceerd door een wederzijdse kennis. Van het &amp;eacute;&amp;eacute;n kwam het ander en binnen een half jaar stonden we samen onze verhuisdozen uit te pakken. Inmiddels zijn we vijf jaar bij elkaar en hebben we, ondanks de nodige diepe dalen, al een hele tijd geen twijfels meer. Toch ben ik heel erg vatbaar voor andere mensen. Dat is niet iets van de laatste tijd, dat ben ik altijd al geweest. Zolang ik me kan herinneren, word ik eens in de zoveel tijd tot over mijn oren verliefd op iemand anders. Dat zoiets een keer kan gebeuren, wordt maatschappelijk steeds meer geaccepteerd. Maar verliefd worden op een ander binnen je relatie is geen goed teken. Althans, dat is wat ons met de spreekwoordelijke paplepel wordt ingegoten. Buitenechtelijke kriebels moeten niet te vaak voorkomen en je mag er vooral niks mee doen, want dat hoort niet. Als je dan toch een keer de grens overschrijdt, wordt dat meteen onder vreemdgaan geschaard. Dat hoeft niet per definitie het einde van je relatie te betekenen, maar er wordt wel verwacht dat je daarna keihard gaat werken om de oorzaak van het vreemdgaan en dus de bijbehorende gevoelens uit de weg te helpen. KRAMPACHTIG Ook ik werd door deze gedachtegang be&amp;iuml;nvloed en meegesleept. Bij elke verliefdheid kreeg ik van vriendinnen te horen dat ik moest kiezen, want gevoelens hebben voor twee mensen tegelijk kan niet. En als ik zo vaak iemand anders leuk vond, dan was er toch duidelijk iets mis? Er zat dus weinig anders op dan de relaties waarin ik verkeerde, telkens opnieuw te verbreken. Tot ik mijn huidige vriend ontmoette. Ondanks dat ik nog nooit zo gek ben geweest op iemand, bleef ik in mijn hoofd niet lang trouw. Maar deze keer wilde ik het niet uit maken. Kriebels of niet, hij was nog steeds degene met wie ik mijn toekomst zag. In plaats van het uit te maken of krampachtig mijn emoties proberen te onderdrukken, besloot ik er met hem over te praten. Dat ging natuurlijk niet zonder slag of stoot. Mijn vriend kreeg niet alleen te horen dat ik makkelijk verliefd werd op anderen, wat zijn zelfvertrouwen niet ten goede kwam, maar hij vond het ook nog eens allesbehalve &amp;lsquo;normaal&amp;rsquo;. Na veel en lang praten kwamen we samen tot de conclusie dat monogamie helemaal niet vanzelfsprekend en natuurlijk is, ook al krijgen we dat van jongs af aan mee. Het is slechts bedoeld om een heteronormatieve structuur in de wereld te cre&amp;euml;ren. Daarnaast moest ook hij toegeven dat hij zich vaak belemmerd voelde in zijn omgang met anderen. Zes maanden nadat ik het onderwerp had aangehaald, hakten we de knoop door. Voor ons niet langer een monogame relatie. CONTROLE Maar daarmee waren we er nog niet. Tot onze frustratie reageerden de meeste van onze vrienden bijzonder negatief. Een stroom van vooroordelen kwam op ons af. Voor hen leek onze nieuwe levenswijze eerder een teken te zijn dat we niet langer samen gelukkig waren en minstens zo goed als op elkaar waren uitgekeken. Anders zouden we ons heil toch niet ergens anders proberen te zoeken? Wanneer we claimden wel gelukkig te zijn, werd ons gevraagd of we geen broer en zus relatie hadden. We zouden fysiek niet aan onze trekken komen en elkaar daardoor aan het lijntje houden, totdat we een betere partner hadden gevonden die onze verlangens wel kon bevredigen. Omdat ik ook op vrouwen val en mijn vriend in het begin liever niet had dat ik mij seksueel met andere mannen inliet, werd ook dat aspect als een excuus gezien. Op deze wijze kon ik doen en laten wat wilde, z&amp;oacute;nder helemaal uit de kast te hoeven komen. Onze weigering om harde regels en grenzen op te stellen voor onze nieuwe vorm van samenzijn, dat onderdeel uitmaakte van onze poging los te komen van dominante structuren, versterkte deze reacties alleen maar. Als je elkaar zo los kan laten en bereid bent alle controle uit handen te geven, dan kun je toch niet &amp;eacute;cht van elkaar houden? INVESTEREN Een aantal vrienden lijkt zich na drie en een half jaar nog steeds niet bij onze beslissing te willen neerleggen. Op een niet altijd even subtiele wijze vragen zij nog regelmatig waarom we in godsnaam bij elkaar zijn. Ik kan hier heel strijdlustig van worden en de discussie keihard aangaan, maar soms word ik er ook heel moe van. Daarbij is het zeer frustrerend te weten dat anderen denken dat wij onszelf voor de gek houden. Soms lijkt het zaaien van twijfel hun enige doel te zijn. Vreemd genoeg lijken wij, wanneer ik om mij heen kijk, een van de meest stabiele relaties te hebben. Daarmee wil ik niet beweren dat wij als stel geen problemen hebben. Maar de dagelijkse beslommeringen waar de koppels in mijn omgeving het meeste ruzie over maken, komen bij ons niet voor. Het feit dat we geen regels hebben verplicht ons om openlijk te blijven praten. Ook durven en moeten we eerlijk zijn over zaken die gevoelig liggen zoals de aantrekkelijkheid van een derde persoon. Deze open communicatie zorgt er mede voor dat ons vertrouwen in elkaar heel groot is. Waar veel mensen in onze omgeving te jaloers zijn om de controle over de ander op te willen geven, heeft het bij ons juist geleid tot een gevoel van veiligheid. Wij kunnen namelijk gaan en staan waar we willen en kiezen er toch voor om bij elkaar te zijn. Ook ontbreekt elk spoor van sleur. Waar sommige stellen elkaar na lange tijd voor lief nemen, kunnen wij ons dit niet permitteren. Daarom moeten we wel blijven investeren in onze relatie. En omdat wij elkaar nu vrij laten en niet meer begrenzen in onze persoonlijke groei, raken we ook niet op elkaar uitgekeken. De naam Sophia is wegens privacyredenen gefingeerd.]]></content>
	</url>
	<url>
		<loc>http://www.tijdschriftlover.nl/politiek_en_maatschappij/jouw_beurt_om_te_shinen</loc>
		<title>‘Jouw beurt om te shinen’</title>
		<content><![CDATA[Amsterdam Zuidoost komt vooral in de media vanwege haar criminaliteit, ruilseks in kelderboxen en vervuilde flatgebouwen. Haidy Bijnaar wil een ander Bijlmer laten zien en eraan bijdragen. Van wandeltochten voor vrouwen met een grote maat tot voorlichting over babyverzorging aan puberende vaders. &amp;lsquo;Ultra, het is jouw beurt om te shinen, kom eens naar de catwalk.&amp;rsquo; Haidy Bijnaar roept de deelnemers van haar workshop naar het podium. &amp;lsquo;Jouw naam kon ik meteen onthouden, want het is zo&#039;n mooie naam!&amp;rsquo; Een vijftigplusser op plateausandalen met kort kroeshaar loopt verlegen naar de catwalk. Door het gejoel en applaus is ze al snel uitgedaagd en eenmaal op het podium loopt ze met stevige sierlijke passen. De DJ draait de muziek wat harder en Ultra draait nog een rondje. Haidy Bijnaar (Paramaribo, 1970) organiseert activiteiten voor vrouwen en soms ook voor mannen in Amsterdam Zuidoost. Ze woont er zelf sinds haar vijftiende. &amp;lsquo;Ik werd zo moe van het trieste beeld van de Bijlmer in de media dat ik drie jaar geleden besloot mij helemaal op Zuidoost te richten. Door mijn jarenlange ervaring als taal- en inburgeringsdocent en het organiseren van diverse evenementen, wist ik dat ik goed mensen achter me aan kan krijgen.&amp;rsquo; NAOMI CAMPBELL Bijnaar heeft drie mobiele telefoons die netjes om de beurt af lijken te gaan. Voor overleg reist ze dagelijks door de Bijlmer. Op een maandagmiddag is ze in het Cultureel Educatief Centrum Zuidoost (CEC) in Amsterdam Zuidoost. Hier organiseert ze samen met CEC en Vrijwilligers Centrale Amsterdam Zuidoost een &amp;lsquo;Mother&amp;rsquo;s Day Fair&amp;rsquo;. Dit team heeft al eerder samengewerkt en het voornemen is om jaarlijks een aantal vrouwenactiviteiten in het CEC te programmeren. Dat er op dat moment nog maar een paar dagen tijd is voordat de bazaar met workshops en optredens plaats zal vinden, lijkt hen niet te hinderen om nieuwe plannen voor het evenement te maken. &amp;lsquo;Ik regel mannelijke vrijwilligers voor de kinderopvang en de techniek&amp;rsquo;, zegt Kim Radhakishun die hoofd van de vrijwilligerscentrale is. &amp;lsquo;Dit vinden ze leuk, die komen wel!&amp;rsquo; Bijnaar kijkt bezorgd: &amp;lsquo;Er staat zo veel op het programma, is er wel een plaats over voor mijn catwalk?&amp;rsquo; &amp;lsquo;Schat, jij krijgt alle ruimte&amp;rsquo;, zegt Handan Aydin, directeur van het CEC. &amp;lsquo;De catwalk vormt de rode draad door al mijn activiteiten&amp;rsquo;, vertelt Bijnaar wat later in de Smeltkroes, de Surinaams Javaanse restauratie bij het CEC. &amp;lsquo;Mensen vinden het soms eng, zo&amp;rsquo;n catwalk, maar het geeft ze zo veel meer zelfvertrouwen en plezier als ze er eens over lopen. Uiteindelijk krijg ik iedereen wel zo gek. Ik werk vooral met zwarte vrouwen en migrantenvrouwen, maar er staan ook weleens witte mannen op mijn catwalk. Ik noem het geen modeshow, maar een spotlight of een podium. Je mag er in je eigen kleding op. Het gaat er dan niet om dat je moet lopen of er uitzien als Naomi Campbell of Kate Moss. Het is vooral de bedoeling dat je ervaart hoe het is om in de spotlights te staan. Zo leer je je innerlijke schoonheid in uiterlijke presentatie te vertalen. Het lijkt misschien vergezocht, maar dat kan enorm helpen bij zelfvertrouwen en sollicitaties.&amp;rsquo; REGELTANTE Bijnaar werd op haar zestiende tienermoeder. In haar workshop &amp;lsquo;Inner Beauty and Outer Beauty&amp;rsquo; tijdens de &amp;lsquo;Mother&amp;rsquo;s Day Fair&amp;rsquo; vertelt ze een groepje van twaalf vrouwen wat dat met je kan doen: &amp;lsquo;Ik wilde heel erg bewijzen dat ik het best kon, zo jong moeder zijn. Daardoor ben ik nu zo&amp;rsquo;n regeltante.&amp;rsquo; Ze grinnikt. &amp;lsquo;Maar omdat ik zo sterk probeerde te zijn, snapten mijn vrienden het niet als ik ook eens wilde huilen. Ik heb toen hard moeten werken. Vlak na de geboorte van mijn dochter kwam ik ook flink aan. Ik besefte pas later dat je goed voor jezelf moet zorgen. Je kunt niet verwachten dat iemand anders dat voor je zal doen. Je moet in de eerste plaats aan jezelf denken. Dan kun je best iets voor een ander doen, of veel zelfs, maar je moet niet altijd maar klaar willen staan voor een ander. Dan raak je opgebrand.&amp;rsquo; Een van de deelnemers vertelt dat ze een burn-out heeft. &amp;lsquo;Wat voel je dan?&amp;rsquo;, vraagt Bijnaar. &amp;lsquo;Beschrijf het heel precies. Misschien heeft iemand anders hier hetzelfde, dan kan ze nog wat van jouw verhaal leren.&amp;rsquo; SPORTSCHOOLFANATEN Veel van Bijnaars activiteiten zijn bedoeld om van elkaar te leren en elkaar te versterken. Neem bijvoorbeeld Meer Maatjes, een project dat ze in 2010 is gestart, voor vrouwen met een hoog gewicht. &amp;lsquo;Met Meer Maatjes gaan deelnemers samen sporten en werken aan een gezonde levensstijl en sociale contacten. Zo stappen ze bijvoorbeeld samen op een sportschool af met de vraag of ze daar gezamenlijk een bepaald uur per week kunnen trainen. Het is niet motiverend als je tussen macho sportschoolfanaten staat, dan denk je snel: laat maar zitten. Maar als je met een groep die stap zet en je hebt ge&amp;iuml;nvesteerd in het organiseren, dan ga je er ook gemakkelijker mee door. Bovendien is het voor de deelnemers vaak een bevrijding om dat sociale contact te hebben. Veel vrouwen met overgewicht raken in een spiraal van negativiteit: Als ik slank ben, pas ik in die jurk; als ik slank ben, vind ik een partner; als ik slank ben, ga ik solliciteren. Dat zijn smoesjes. Uiteindelijk blijven ze wel thuis en dat kost iedereen geld: de overheid, ziektekostenverzekeraars en deze mensen zelf. De goedbedoelende overheid probeert van alles, maar het grootste probleem, het lage enthousiasme van deze groep, wordt niet aangepakt.&amp;rsquo; Meer Maatjes heeft aan deelneemster Michelle een enorme energieboost gegeven: &amp;lsquo;Ik heb een aantal jaren tevergeefs geprobeerd een eigen bedrijf op te zetten. Tijdens de wandeltochten met Meer Maatjes begon ik steeds meer kracht te putten uit de gesprekken met de dames, de maatjes.&amp;rsquo; Eind 2010 richtte Michelle een dansgroep op voor volle vrouwen. De groep bestaat uit vijf vrouwen uit het MeerMaatjesproject. Ze repeteren nog altijd samen en treden op. LINGERIEPARTY&amp;rsquo;S Bijnaar heeft zelf ook overgewicht. Alsof niks bij haar in een negatief daglicht gesteld kan worden, heeft haar dik-zijn haar carri&amp;egrave;re juist geholpen. Terwijl ze haar telefoons even laat rinkelen in haar handtas, vertelt ze hoe ze ooit een foto van haar pasgeboren dochter met een grote zwarte bril en grote lach opstuurde naar babyvoedingmerk Nutricia. Ze won er een prijs mee. Daarna begon dochterlief een leven als model. &amp;lsquo;Als moeder ga je overal mee naartoe. Zo werd ik op een goed moment ook eens gevraagd om model te staan voor grote maten damesmode. Ik vond het meteen heel leuk. In die tijd ging ik ook vaak naar lingerieparty&amp;rsquo;s. Niet dat er dan iets in mijn maat was, maar ik vond dat gewoon fijn, met kleding en andere vrouwen bezig zijn. Op die party&amp;rsquo;s zag ik dat vrouwen heel onzeker waren. Als je niet lekker in je vel zit, dan staat ook niks je in je hoofd. Ik besefte toen wel dat ik anders was dan de aanwezigen. Vrouwen weten zo onvoorstelbaar veel te verzinnen waarmee ze zichzelf klein houden. Dat ze lelijk zijn of dat ze veel kinderen hebben en geen partner. Ik besefte toen dat ik vrouwen een duwtje wilde geven om hun talenten beter te benutten. Ik had het gevoel dat ik degene kon zijn die het gewoon moest doen.&amp;rsquo; DREINENDE KINDEREN De bouw van de stadswijk Bijlmer startte in 1966. Het idee achter de eentonigheid van de Bijlmerflats was dat als mensen maar genoeg ruimte om zich heen hebben die gelijk is aan die van de buren, ze vanzelf goede mensen worden. In plaats van de beoogde middenklasse van Amsterdam Centrum was al snel de meerderheid van de bewoners afkomstig uit de voormalig Nederlandse koloni&amp;euml;n. Groepen die vaak geen behoefte hadden aan de scheiding tussen woon- en werkomgeving, maar die vanwege hun culturele achtergrond juist gemeenschappelijke activiteiten en ruimtes zochten. De anonimiteit vergemakkelijkte criminaliteit. De weidsheid zonder winkels of andere voorzieningen in de buurt maakte het leven er voor velen niet aantrekkelijker op. Voor alleenstaande vrouwen was het met dreinende kinderen niet makkelijk om bijvoorbeeld snel boodschappen te doen. Bijnaar ziet desondanks een vastberadenheid bij allochtone vrouwen in de Bijlmer: &amp;lsquo;Ze willen zich vaak dubbel en dwars bewijzen, dus reken maar dat ze hard om een baan zullen vechten.&amp;rsquo; Handan Aydin, sinds 2007 directeur van het Cultureel Educatief Centrum Zuidoost, ondersteunt dit. Zij ziet juist mogelijkheden voor vrouwen in de Bijlmer. &amp;lsquo;Je zou misschien denken dat het voor vrouwen zwaar is hier, maar ik zie &amp;oacute;&amp;oacute;k dat er meer vrouwen in hoge functies zitten. Allochtone vrouwen zijn allang blij als ze een baan hebben. Ze willen dan niet alsnog parttime werken, zoals veel autochtone vrouwen wel doen. Ze willen juist v&amp;eacute;rder. En in Zuidoost lukt het ze.&amp;rsquo; DORPSGEVOEL Begin jaren negentig zette de gemeente Amsterdam een grootscheepse vernieuwing van de Bijlmer in gang die nog altijd voortduurt. Telkens weer ontstaat er discussie over hoe de renovatie van de Bijlmer moet. Meer laagbouw met een dorpsgevoel cre&amp;euml;ren of juist de typische Bijlmer-weidsheid bewaren? Alsof de jaren zestig ideologie van een utopische wijk nog altijd leeft, hopen lokale politici dat de criminaliteit en armoede afnemen als er nieuwe gebouwen komen. Bijnaar pakt het met haar activiteiten heel anders aan; ze wil een verandering bij de mensen zelf teweegbrengen. Minder groots, maar met effect. Jeanella Albertszoon, deelnemer aan een cursus voor jonge moeders vertelt: &amp;lsquo;Ik heb door Haidy&amp;rsquo;s lessen meer waardering voor mezelf als vrouw gekregen. Ik was nog maar net van Suriname naar Amsterdam verhuisd toen ik mijn dochter kreeg. Ik was afhankelijk van de hulp die ik hier kon krijgen en was daardoor niet zo weerbaar. Door de groepsgesprekken in Haidy&amp;rsquo;s cursus heb ik geleerd eerst te bedenken of ik zelf iets leuk vind, voordat ik het ga doen.&amp;rsquo; MeerMaatjesdeelnemer Michelle ziet ook een duidelijk verschil in haar wereld van v&amp;oacute;&amp;oacute;r de workshop en erna: &amp;lsquo;Ik zat al bijna tien jaar in een sociaal isolement. Ik was dik en dacht dat ik niks kon. Haidy liet mij zien wat je allemaal zelf kunt organiseren.&amp;rsquo; TIENEROUDERS Hoewel de meeste activiteiten van Bijnaar op vrouwen gericht zijn om hun zelfvertrouwen te versterken, heeft ze zeker ook oog voor discriminatie van mannen in de Bijlmer. Zo waakt ze voor stereotypering van mannen als het gaat om jong vaderschap. &amp;lsquo;Jonge vaders in de Bijlmer lopen vaak tegen het probleem op dat ze worden gezien als onverantwoordelijke verwekkers, maar niet vol als vader.&amp;rsquo; In samenwerking met de organisaties Profor en Young Parents Zuidoost is Bijnaar bezig met een project voor tienerouders. &amp;lsquo;Zo blijkt dat jongens vaak niet weten hoe je kinderen verzorgt en opvoedt. Velen willen dat w&amp;eacute;l weten. Ze durven niet altijd om advies te vragen, omdat ze zich zelf ook schuldig voelen als jonge vader. Maar de schuld ligt niet altijd bij hen.&amp;rsquo; De overheid heeft sinds dit jaar veel minder geld gereserveerd voor tienerouders. &amp;lsquo;Die jongens hangen nu maar wat rond, met alle negatieve gevolgen voor de buurt en de ontwikkeling van hun kind van dien&amp;rsquo;, stelt Bijnaar bezorgd. &amp;lsquo; De politiek heeft andere prioriteiten. Te veel geld gaat naar lezingen en te weinig naar activiteiten waar buurtbewoners z&amp;eacute;lf aan mee kunnen doen, waar hun talenten om een buurt te verbeteren worden ingezet. Een gemiste kans.&amp;rsquo; LACHYOGA Bijnaar zelf woont in de stadswijk Gaasperdam, aan de rand van Amsterdam Zuidoost. Sinds twee jaar organiseert ze hier het Buurvrouwennetwerk Gaasperdam. Op een zondagmiddag komen zo&#039;n honderd vrouwen bij elkaar in buurthuis Gein. &amp;lsquo;Ons gehele netwerk bestaat nu al uit ruim 400 vrouwen. Het is leuk dat we zo snel groeien, dan denkt de gemeente ook: oei, dat Buurvrouwen Netwerk is serious business&amp;rsquo;. De gezelligheid van de loterij doet het goed. Bijnaar juicht bij elk nummer alsof ze zelf gewonnen heeft. Maar vooral de lachyogaworkshop, waarvoor Bijnaar een yogadocent heeft gevraagd, is een hit: &amp;lsquo;Blijkt dat ik al die jaren verkeerd heb gelachen&amp;rsquo;, puft Bijnaar achteraf. &amp;lsquo;Je schijnt je lichaam helemaal los te moeten laten trillen terwijl je lacht.&amp;rsquo; Ineens kijkt ze ernstig: &amp;lsquo;Weet je, op commando lachen kan soms echt goed zijn voor mensen. Pas als je je lekker voelt, ga je &amp;eacute;cht aan de slag. Dat is het belangrijkste van wat ik doe met mijn projecten. Mensen net dat duwtje geven.&amp;rsquo; De naam van Michelle is om privacyredenen gefingeerd.]]></content>
	</url>
	<url>
		<loc>http://www.tijdschriftlover.nl/politiek_en_maatschappij/gefluit_en_boe-geroep</loc>
		<title>Gefluit en boe-geroep</title>
		<content><![CDATA[De internationale conferentie begin dit jaar over het fenomeen &amp;lsquo;seksueel nationalisme&amp;rsquo; was veelbelovend. De discussie over hoe om te gaan met de kaping door rechts populisme van (homo)seksuele- en vrouwenrechten als h&amp;eacute;t door moslims bedreigde Europees culturele erfgoed, werd echter overschaduwd door de harde kritiek op de organisatie als racistisch. Markha Valenta onderzoekt hoe deze conferentie in een waar strijdtoneel kon ontaarden. Onlangs heb ik iets in Nederland meegemaakt wat ik tot dan toe alleen vanuit Amerika kende: het publieke ritueel van de racismeaanklacht, waarbij de witte elite hard terechtgewezen wordt op hoe zij een discriminerend systeem bestendigt door haar eigen gedrag. In dit geval, tijdens de tweedaagse conferentie Sexual Nationalisms in Amsterdam, liep het volledig uit de hand. De slotsessie ontaardde in een spiraal van misverstanden, aanklachten en tegenreacties. Internationaal gerenommeerde wetenschappers sloegen op tafels, een spreker werd met gefluit en boe-geroep onderbroken, en achter mij riep een vrouw hardop naar het podium: &amp;lsquo;Fuck you!&amp;rsquo;. Hiermee werd een belangrijk wetenschappelijk initiatief tegen de groei van uitsluitend en racistisch nationalisme in Europa, in Nederland en binnen de homogemeenschap opgeblazen. In de nasleep ervan blijft de vraag: hoe heeft het zo ver kunnen komen? AUTORITEIT Uniek aan de conferentie was dat zij wetenschappers bij elkaar bracht vanuit verschillende politieke, seksuele en wetenschappelijke culturen. Er waren radicale queer antiracisten vanuit Duitsland, Amerika en Engeland; linkse lesbische sterren van de Amerikaanse wetenschap; Nederlandse homosociologen, -antropologen en -historici; felle Turks-Duitse potten; transnationale sekswerkers; een Servische performance kunstenaar; wetenschappers en studenten uit alle hoeken van Europa; en er was &amp;eacute;&amp;eacute;n eigenwijze Groninger die een sleutelrol in het conflict zou gaan spelen. Wie bepaalt onder zulke omstandigheden wat de regels zijn van de onvermijdelijke debatten die deze verschillen oproepen? Queer Muslim betekent in London of Berlijn iets anders dan in Amsterdam, en hoewel elders radical queers of color floreren, zijn ze als zichtbare beweging nog maar weinig aanwezig in Nederland. Terwijl wetenschappers in de Verenigde Staten op het gebied van ras, cultuur en identiteit geacht worden zich publiekelijk te mengen in actuele vraagstukken, werkt dat in Nederland vaak juist ondermijnend voor de autoriteit van de wetenschapper. En terwijl andere West-Europese landen een goed ontwikkelde cultuur kennen van publieke confrontatie &amp;ndash; waarbij de onrust en breuken die door conflict kunnen ontstaan voor lief genomen worden &amp;ndash; wordt in Nederland de nadruk gelegd op het verbergen van conflicten ten dienste van het publiekelijk sluiten van compromissen. Door dit gebrek aan gedeelde kaders kon het dat een belangrijke en potentieel vruchtbare discussie escaleerde. BOYCOT Hoewel het een hoofddoel van de conferentie was om een grondige wetenschappelijke kritiek te ontwikkelen op het groeiende racistisch nationalisme in Europa en binnen de homogemeenschap, werden de organisatoren beticht hiervan zelf een voorbeeld te zijn. Hun werd verweten dat zij niet in een vroeg genoeg stadium voldoende academics of color en queer activists of color betrokken hadden, dat zij te weinig ontzag hadden voor jonge academics of color en dat zij te veel ruimte gaven aan blanke wetenschappers met cultuurnationalistische standpunten. En deze kritiek, hoewel ongenuanceerd gebracht, was niet geheel ongegrond. Het was een vrij witte conferentie; de eerste uitgenodigde sprekers waren voor het merendeel blank en de processen binnen Nederlandse universiteiten die hun overwegend &amp;lsquo;blanke&amp;rsquo; denkkaders in stand houden, werden niet geanalyseerd. Al voor aanvang van de conferentie dreigden een aantal radicale queer wetenschappers hierom met een boycot. De organisatie gaf aan hun bezwaren gehoor door deze wetenschappers en activisten samen een plaats te geven in een belangrijk panel alsook in de slotsessie. Maar de critici namen hier geen genoegen mee: ze gebruikten het panel dan ook niet om hun papers te presenteren, maar om een felle kritiek op de conferentie te lanceren. De slotsessie werd door hen alsnog geboycot. Misschien kwam de oplossing te laat en was het leed van uitsluiting al geschied. Maar het gaat te ver om te zeggen dat we hier, zoals in de slotsessie gesuggereerd werd, te maken hadden met organisatoren die de normen van een racistisch wetenschappelijk en sociaal stelsel klakkeloos volgden. Een aantal van hen, zoals Jan Willem Duyvendak, Laurens Buijs en Paul Mepschen, hebben zich juist herhaaldelijk in het openbaar uitgesproken tegen het racisme en islamofobisch nationalisme binnen hun eigen land en (homo)gemeenschap. En ook in het wetenschappelijk werk van de andere organisatoren staat seksualiteit in verhouding tot cultuur, ras, macht en natiestaat centraal.1 De kritiek van de academics of color werd dan ook heel goed begrepen. Toen Jasbir Puar als vertegenwoordiger van de critici hun standpunten tijdens de slotsessie nogmaals presenteerde, gaven een aantal van de organisatoren herhaaldelijk en publiekelijk aan dat ze graag naar de kritiek wilden luisteren. Maar ondanks dat ontwikkelde de slotsessie zich tot een waar strijdtoneel. RECALCITRANTIE De bom barstte tijdens de toespraak van de eigenwijze Groninger: Gert Hekma. Hekma is een man van wie zowel de kracht als de zwakte is dat hij denkt en zegt wat hij niet mag zeggen en denken. Mede door deze eigenschap heeft hij een plaats voor de wetenschappelijke studie van homoseksualiteit weten te cre&amp;euml;ren. Zijn standpunten zijn nog altijd controversieel. Zo vindt hij dat het taboe rond seksuele relaties tussen kinderen en volwassenen opgeheven moet worden en dat religieuzen zich dienen te schikken naar seculiere Nederlandse seksuele normen. Hekma deed de twee meest kwetsende uitspraken van de conferentie in zijn toespraak: &amp;lsquo;Ik ben trots om een white supremacist te zijn die zijn waarden aan anderen wil opdringen&amp;rsquo; en &amp;lsquo;iedereen weet dat moslims pedofielen zijn&amp;rsquo;. Dat hij de eerste opmerking ironisch bedoelde en de tweede als compliment, is pas begrijpelijk als ze geplaatst worden in de context van zijn werk en de ontwikkelingen eerder op de dag.2 Zijn stijl van performatieve recalcitrantie &amp;ndash; die uitstekend kan werken als antigif tegen de drukkende Nederlandse consensuscultuur &amp;ndash; wakkerde in deze gespannen setting echter het conflict aan tot ongekende hoogte. De conferentiegangers die naar aanleiding van deze uitspraken in woede waren ontstoken, vatten Hekma&amp;rsquo;s standpunten onterecht op als die van de organisatoren. Ondanks de felle roep van deze internationale academics of color om het werk van minder gevestigde jonge wetenschappers te lezen, hadden zij zelf niet de moeite genomen om kennis te nemen van het werk van lokale wetenschappers en hun geraffineerde kritiek op het racisme en nationalisme in Nederland. Dat er niet meer lokale activists of color aan de conferentie zelf deelnamen, hadden de critici ook als racistisch beoordeeld. Maar dat veel lokale activisten de internationale queer theorie&amp;euml;n en academische debatten te slecht beheersten om veel aan de conferentie te hebben, zagen de critici over het hoofd. Om deze en andere redenen hadden de organisatoren voorafgaand aan de wetenschappelijke conferentie een Nederlandstalig publiek debat georganiseerd van lokale activisten, waarvan een deel moslim en/of immigrant was. Dit debat was een effectieve manier om lokale activisten over seksueel nationalisme te laten spreken. Maar blijkbaar waren de critici al zo overtuigd van het Nederlandse racisme onder de organisatoren en zo vervuld van hun moreel gelijk, dat zij deze oplossing simpelweg negeerden. MORELE SUPERIORITEIT In 1979 hield de zwarte lesbische feminist Audre Lorde een belangrijke toespraak met de titel &amp;lsquo;The Master&amp;rsquo;s Tools Will Never Dismantle the Master&amp;rsquo;s House&amp;rsquo;. Zij deed dit naar aanleiding van een feministische conferentie van grotendeels witte vrouwen uit de middenklasse, die zelf de uitsluiting en uitbuiting van zwarte en arme vrouwen in stand hielden. Lorde hield een fel pleidooi om deze hypocrisie te doorbreken. Aan de hand van citaten van Adrienne Rich en Simone de Beauvoir riep zij zowel zichzelf als haar publiek op om naar binnen te kijken en de afkeer voor de ander die ze daar zouden aantreffen te erkennen &amp;ndash; &amp;lsquo;see whose face it wears&amp;rsquo; &amp;ndash; om het des te beter te overstijgen. &amp;lsquo;Then the personal as the political can begin to illuminate all our choices.&amp;rsquo; Hoewel de boze academics of color in de voetstappen van Audre Lorde trachtten te treden, lukte hen dat op de conferentie geenszins. In plaats van in discussie te gaan, hebben ze de discussie doodgeslagen, en in plaats van een brug te bouwen, hebben zij die opgeblazen. Daarachter liggen, voor zover dat te zien is, de twee belangrijkste zwaktes van het radicalisme: een teveel aan moreel superioriteitsgevoel en een tekort aan strategisch inzicht. En dat is precies wat knaagt. Niet alleen wilden de organisatoren graag samenwerken en aanpassingen maken, maar een aantal van de organisatoren zijn op dit moment de meest actieve critici van het seksuele nationalisme binnen hun eigen gemeenschap. Als zij afgeschoten worden, dan blijft alleen het seksuele nationalisme over. Markha Valenta is interdisciplinair onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam en Universiteit van Tilburg. Haar werk richt zicht op diversiteitspolitiek in wereldsteden &amp;ndash; met name Amsterdam, Mumbai en New York &amp;ndash; en op de verhouding tussen religie, politiek en cultuur. Illustratie: Wildvlees Noten: 1 De organisatoren waren: Laurens Buijs, S&amp;eacute;bastien Chauvin, Robert Davidson, Jan Willem Duyvendak, Eric Fassin, Paul Mepschen, Rachel Spronk, Bregje Termeer en Oskar Verkaaik. Zie voor de thema&amp;rsquo;s van het werk van de meeste organisatoren: www.arcgs.uva.nl/arcgs_members/home.cfm. 2 Tijdens het middagpanel waarbij de academics of color hun kritiek op het racisme van de conferentie voor het eerst publiekelijk uitspraken, beschreven ze Hekma als een &amp;lsquo;white supremacist&amp;rsquo;. Hekma had toen geen kans op repliek, maar nam deze beschrijving aan als geuzennaam tijdens de slotsessie. Hij liet echter na om de achtergrond van zijn retorische politiek uit te leggen, waardoor een groot gedeelte van het publiek het letterlijk opvatte. Hekma vertelde daarna over zijn samenwerking met Gloria Wekker en Isabel Hoving &amp;ndash; vanuit een expliciet antiracistisch en postkoloniaal kader &amp;ndash; maar dat was niet genoeg om het effect van zijn eerste zelfbeschrijving ongedaan te maken. Het publiek wist ook niet dat Hekma &amp;lsquo;pedofilie&amp;rsquo; als compliment gebruikte. De gewraakte zinsnede van Hekma was namelijk niet een herhaling van het bekende stereotype van de &amp;lsquo;achterlijke moslim&amp;rsquo; maar het tegenovergestelde: een bewering dat islamitische culturen voorop lopen op Europese culturen door, in zijn ogen, ruimte te geven aan seksuele relaties die in het westen nog onderdrukt worden.]]></content>
	</url>
	<url>
		<loc>http://www.tijdschriftlover.nl/politiek_en_maatschappij/als_heteroman_ben_je_altijd_een_beetje_verdacht</loc>
		<title>‘Als heteroman ben je altijd een beetje verdacht’ </title>
		<content><![CDATA[De strijd van moderne vaders voor meer tijd met hun kinderen wordt in feministisch Nederland met argusogen bekeken. Zo ook in het voorjaarsnummer van LOVER. Hierin bekritiseert Niels Vonberg de heteroseksuele gerichtheid en afwezigheid van het mannelijk lichaam in dit mannenemancipatiedebat. Opiniemaker Dylan van Rijsbergen reageert op deze aanklacht: het wordt tijd om voorbij de postmoderne scepsis te komen waarin verwijten van elitarisme hoogtij vieren. Mannenemancipatie zit de laatste jaren in de lift. Zo stelde een groep vaders het Papaplus-manifest op dat een lans brak voor mannen die een grotere rol in de opvoeding van hun kinderen willen hebben. In het boek De man en zijn lichaam beschreven Stephan Sanders en Arie Boomsma de vaak ingewikkelde relatie van mannen tot hun lichaam. In mijn boek, Het onbehagen van de man, bekritiseerde ik het keurslijf dat mannen nog maar al te vaak wordt opgedrongen. Je zou verwachten dat deze geluiden door feministen zouden worden toegejuicht. Sinds de tijd van Joke Smit en haar Man Vrouw Maatschappij was het al de bedoeling van veel feministen om mannen te betrekken bij hun emancipatoire streven. Verbazingwekkend genoeg werden deze initiatieven juist in een blad als LOVER sceptisch ontvangen. GRACHTENGORDEL Laat ik de ontvangst van mijn boek als voorbeeld nemen. In een recensie in LOVER werd dat bestempeld als een boek voor de grachtengordel. Het besteedde volgens de recensent namelijk te weinig aandacht aan niet-heteroseksuele mannelijkheden. Een tweede reactie kwam van Niels Vonberg in het vorige nummer van LOVER. Ook volgens hem ontbrak aan de &amp;lsquo;vaderemancipatie&amp;rsquo;, waaronder hij mijn boek en het PapaPlus-manifest schaarde, aandacht voor homoseksualiteit. Hij miste daarnaast een bespreking van het lichaam van de man: &amp;lsquo;wat voor betekenis de man met zijn lichamelijke gedragingen en uiterlijk oproept bij anderen&amp;rsquo;. Sterker nog, volgens Vonberg weten schrijvers als ik zich &amp;lsquo;totaal geen raad met andere mannelijke identiteiten die niet zo traditioneel mannelijk zijn en in onze maatschappij als vrouwelijk worden verworpen&amp;rsquo;. Dat is een verrassende kritiek. Het onbehagen van de man gaat over de nieuwe mogelijkheden van levensvervulling die het feminisme aan heteromannen heeft gegeven. Het bejubelt de grotere vrijheden die mannen nu hebben om bijvoorbeeld minder te gaan werken, zodat ze voor hun kind kunnen zorgen. Het boek is zeer kritisch over conservatieven die mannen in het keurslijf van een simplistische seksetegenstelling willen drukken. Eigenlijk is het &amp;eacute;&amp;eacute;n groot pleidooi voor het bestaan van verschillende soorten mannen en tegen een essentialistische definitie van &amp;lsquo;de man&amp;rsquo;. Mensen hebben bepaalde verwachtingen als je over mannenemancipatie schrijft. Bijvoorbeeld dat je het ook veel over homoseksualiteit gaat hebben. In mijn boek heb ik weinig onderscheid gemaakt tussen homoseksuele en heteroseksuele mannelijkheden. De aandacht voor vaders die een grotere rol willen spelen in de opvoeding van hun kinderen, is vaak specifiek heteroseksueel. Vaderemancipatie vormt deels mijn invalshoek. Dat zou geen probleem moeten zijn. Net zoals het geen probleem is dat er mensen zijn die boeken vol schrijven over de emancipatie van homomannen zonder een woord te reppen over de emancipatie van de zorgvader. Er zijn vele vormen van mannenemancipatie mogelijk, vele vormen van strijd. Maar aan een heteroman worden andere eisen gesteld. Als heteroman ben je altijd een beetje verdacht. BLINDHEID Op zich heeft die verdenking wel een basis. Een blanke hoogopgeleide heteroman is in dit land het meest geprivilegieerd van allemaal. In de maatschappelijke hi&amp;euml;rarchie staat hij bovenaan de pikorde. Die vooraanstaande positie brengt een bepaalde &amp;lsquo;blindheid&amp;rsquo; voor zaken als ras, klasse en gender met zich mee. Het mooiste voorbeeld daarvan vond ik in de inleiding van het boeiende boek Manhood in America (1997) van Michael Kimmel. Hij beschrijft een discussie tussen een donkere en een blanke vrouw tijdens een seminar over feministische theorie. Volgens deze blanke vrouw waren alle feministen &amp;lsquo;zusters&amp;rsquo;, wat voor kleur ze ook hadden, omdat ze gezamenlijk tegen patriarchale onderdrukking vochten. De donkere vrouw vroeg aan de blanke wat ze elke ochtend in de spiegel zag. &amp;lsquo;Ik zie een vrouw&amp;rsquo;, zei de blanke vrouw. De donkere vrouw antwoordde dat dat nu juist het probleem was; zij zelf zag geen &amp;lsquo;vrouw&amp;rsquo;, maar een &amp;lsquo;zwarte vrouw&amp;rsquo;. Haar kleur was een belangrijke wijze waarop ze niet-geprivilegieerd was in de maatschappij en dat was iets waar ze met de beste wil van de wereld niet omheen kon. Voor de blanke vrouw was dit aspect van haarzelf, haar ras, simpelweg niet zichtbaar. Op dat moment besefte Kimmel wat hij zelf (een blanke man) &amp;rsquo;s morgens in de spiegel zag: een mens. Een blanke man heeft geen ras, geen klasse, geen gender: hij is de generieke persoon. Je zou zelfs kunnen zeggen dat een blanke, hoogopgeleide man van middelbare leeftijd eigenlijk geen lichaam heeft, in ieder geval geen dat voor hemzelf zichtbaar is. SPIEGEL Die blindheid neemt echter niet weg dat ook heteroseksuele mannen wel eens in een &amp;ndash; al of niet overdrachtelijke &amp;ndash; spiegel kijken. Ook veel heteroseksuele mannen zien datgene waarin ze niet geprivilegieerd zijn. Ze zien zichzelf als dat &amp;lsquo;ambitieloze eitje met die matige baan&amp;rsquo; of &amp;lsquo;die zachte sukkel met zijn papadag&amp;rsquo;. Ze zien een dikke of korte man. Omdat veel vormen van mannelijkheid doordrongen zijn van competitie en de angst om te falen, zijn er maar heel weinig mannen die echt de generieke positie bezetten. Iedere man moet zijn positie steeds opnieuw bevechten tegenover het heersende ideaal van de blanke, goedgebouwde, lange, hoogopgeleide, goed verdienende, fulltimewerkende, heteroseksuele man. Mannelijkheid, ook de heteroseksuele &amp;lsquo;hegemoniale&amp;rsquo; mannelijkheid, is dus geen monolithisch blok maar is heterogeen en in zichzelf verdeeld. In het artikel van Vonberg wordt heteroseksuele mannelijkheid echter wel als zodanig voorgesteld. Hij stelt heteroseksuele mannen die zich verzetten tegen heersende mannelijkheidsidealen gelijk met de mannen die deze idealen construeren en reproduceren. Vanuit een simplistische tweedeling tussen man en vrouw beweert hij dat mannen geen mogelijkheden om parttime te werken worden ontzegd, omdat de voorkeur wordt gegeven aan vrouwelijke deeltijders. Echter: mannen worden wel degelijk mogelijkheden ontzegd om parttime te werken, aangezien van hen verwacht wordt dat zij fulltime werken. Vonberg wijst de vergelijking tussen de nieuwe &amp;lsquo;vaderemancipatie&amp;rsquo; en het feminisme af. De &amp;lsquo;tweede feministische golf&amp;rsquo; ging volgens hem over &amp;lsquo;vrouwen die als vrouwen ten opzichte van mannen werden benadeeld&amp;rsquo;. Maar de tweede golf ging over veel meer. Het ging ook over gelijkheid tussen de seksen en over economische onafhankelijkheid van vrouwen. En is dat niet precies wat vaderemancipatie wil in het streven naar een gelijke verdeling van arbeid en zorg tussen man en vrouw? NAVELSTAREN In het besef dat we allen sociaal &amp;lsquo;beschreven&amp;rsquo; zijn, kan je net als Vonberg beweren dat een beroep op de generieke positie (&amp;lsquo;wij zijn allemaal mensen&amp;rsquo;) uiteindelijk waardeloos is. Het gevaar van deze overtuiging, net als met veel postmoderne identiteitspolitiek, is dat deze kan leiden tot het wantrouwen van elk mogelijk abstract ideaal, omdat ieder ideaal altijd al bezoedeld zou zijn door sociale machtsrelaties. De generieke persoon valt volledig samen met de blik vanaf de hegemoniale positie. Wat overblijft aan emancipatoire strijd is het bevechten van vrije ruimte voor de verschillende sociaal-maatschappelijke en gendergerelateerde identiteiten. De kracht van universele idealen is echter dat ze ons stimuleren om juist de eigen subjectiviteit te overstijgen. Begrippen als &amp;lsquo;de mens&amp;rsquo; met &amp;lsquo;zijn universele en onvervreemdbare&amp;rsquo; rechten mogen dan geen accurate beschrijving geven van de huidige werkelijkheid, ze verwijzen wel degelijk naar een nastrevenswaardige wereld waarin alle mensen uiteindelijk generieke personen zijn geworden. De ultieme emancipatie zit hem niet alleen in het bewustzijn van de eigen onderdrukking, maar vooral ook in de mogelijkheid om onszelf te verheffen tot de plek van het universele subject. Om uiteindelijk te kunnen zeggen: &amp;lsquo;Ik heb universele rechten, omdat ik mens ben en daarin gelijk aan alle andere mensen&amp;rsquo;. Zover is het nog lang niet en velen zullen dit een na&amp;iuml;ef ideaal noemen. De postmoderne scepsis heeft echter te vaak geleid tot eindeloos navelstaren van verschillende onderdrukte groepen, tot wantrouwen en cynisme. Dat de emancipatie van zorgvaders in veel gevallen een andere is dan die van homo&amp;rsquo;s of vrouwen, ligt voor de hand. Interessanter is het om te kijken waar en op welke terreinen die vormen van emancipatie elkaar kunnen versterken, hoe verschillende groepen nieuwe verbindingen met elkaar kunnen aangaan. Niet alleen het vieren van onze verschillen, maar ook het accepteren van onze gedeelde strijd kan een rechtvaardigere verhouding tussen de genders dichterbij brengen. Illustratie: Farida Laa. ]]></content>
	</url>
	<url>
		<loc>http://www.tijdschriftlover.nl/politiek_en_maatschappij/cyberdaten</loc>
		<title>cyberdaten</title>
		<content>&amp;lsquo;Tien procent van alle relaties komt tot stand via een datingsite&amp;rsquo;, kopte de NRC onlangs. Reden voor LOVER om maar eens te kijken wat voor aanbod op het wereldwijde web er eigenlijk is om de liefde te vinden. Alle websites met nepprofielen daargelaten, werken de gangbare, algemene datingsites als paiq.nl erg gemakkelijk. Je vult je gegevens in en op basis daarvan zijn er verschillende &amp;lsquo;matches&amp;rsquo; mogelijk. Over het algemeen geven deze sites de indruk over een ruime, gevarieerde databank van profielen te beschikken. Heb je echter behoefte aan een relatie met iemand die hoogopgeleid is, dan zijn daar speciale datingsites voor zoals www.match4me.nl, www.parship.nl of www.just2match.com. Deze websites zijn speciaal voor mensen met een HBO en WO opleidingsniveau. Wel vreemd is dat op de laatst genoemde site alleen opties worden aangegeven voor man zoekt vrouw, vrouw zoekt man en man zoekt man. De lesbische variant bestaat kennelijk niet. Geld kan ook een reden zijn om te daten. De site www.wealthymen.com biedt de zoeker de kans om een rijke man aan de haak te slaan. Net als www.dateamillionaire.com is deze datingsite gebaseerd op de vrouw-zoekt-man verdeling. Wel prettig is dat deze laatste site ook de optie geeft om als man een man te zoeken en zelfs de lesbische variant is niet uitgesloten. Cynisch word je wel van al die websites voor slimme, rijke mensen. Bovendien lijken deze sites zich vooral met &amp;lsquo;matchen&amp;rsquo; bezig te houden. Mensen ontmoeten elkaar niet, maar worden aan elkaar gekoppeld door middel van selectie. Toch weerhoudt dat mensen kennelijk niet van het online zoeken naar een liefde. Niet alle datingsites werken als koppelaar: www.relatieplanet.nl en www.lexa.nl werken met profielen, waardoor je zelf kunt kiezen. www.rubensdating.com is ook zo&amp;rsquo;n site en speciaal voor mensen met een maatje meer. De website is bedoeld voor vrouwen en mannen in Nederland en Belgi&amp;euml;. Op het eerste gezicht lijken mannen en vrouwen aardig verdeeld, alleen zijn de vrouwen wat meer vertegenwoordigd met een foto in het profiel. Zouden mannen zich dan toch iets meer schamen voor hun dikke uiterlijk of voor het feit dat ze online een date zoeken? Wellicht. Op www.theuglybugball.com gaat het er heel anders aan toe. Deze website profileert zich als een datingsite voor lelijke mensen. Wie echter naar de profielfoto&amp;rsquo;s kijkt ziet dat het hier gaat om mensen die eruit zien zoals het gros dat op deze planeet woont. Op de homepage zijn statements te vinden als &amp;lsquo;Ugly people are a better calibre of human &amp;ndash; pretty people generally aren&amp;rsquo;t very nice and tend to be a bit shallow&amp;rsquo;. Websites met een speciale voorkeur zijn er natuurlijk genoeg, maar een die mij meteen in het oog sprong was www.farmdate.nl. Wie zijn eigen &amp;lsquo;Boer(in) zoek man/vrouw&amp;rsquo; wil maken, kan op deze site terecht. Voor degenen die niet willen daten met een vleeseter is er www.vegadates.com/nl/home. Ook mooi is www.handicapdating.eu voor mensen met een lichamelijke beperking. Al deze websites zijn gemakkelijk in gebruik en kosten niets. Met een aantal voorkeuren en een foto heb je toegang tot alle deelnemers. Wat ook voor al deze sites pleit, is dat de zoekopties het mogelijk maakt om naar gelijke seksegenoten te zoeken. Er zijn natuurlijk ook specifieke datingsites voor homoseksuelen. Voor lesbiennes is in Nederland het aanbod mager: er is www.femfusion.nl, maar daar houdt het ook mee op. De gay websites zijn weliswaar in groten getale aanwezig, maar lijken vooral te functioneren als cruisingplek. Echt daten en een beetje praten zit er niet in. Neem dan de Engelse www.thingbox.com die zich met name richt op mannelijke homoseksuelen. Hier kun je ook chatten en berichten achterlaten op een message board. Er spelen zich interessante discussies af over Lady Gaga, maar ook over de politieke situatie in het Midden-Oosten. Ideaal, zou ik zeggen, om zowel je toekomstige partner te leren kennen als gewoon vrienden te maken. Kennismaken en daten is hier speelser en vrijblijvender dan op de meeste van de bovengenoemde sites. Daarnaast wordt de website ook bezocht door vrouwen en heteroseksuele mannen, waarmee de site sterk doet denken aan het Zweedse www.qx.se. Nu maar hopen dat de Nederlandse datingsites hier een voorbeeld aan gaan nemen. Daten op www.thingbox.com is namelijk weer wat het moet zijn: vooral leuk. Die problemen komen later wel wanneer je in een relatie zit. Niels Vonberg is redacteur voor LOVER.</content>
	</url>
	<url>
		<loc>http://www.tijdschriftlover.nl/politiek_en_maatschappij/regulering_prostitutie_in_het_belang_van_wie</loc>
		<title>Regulering prostitutie: in het belang van wie?</title>
		<content>&amp;ldquo;Menselijkheid, een menselijke blik, dat is wat er vooralsnog mist. Niet alleen in het probleem, maar vaak genoeg ook in de zoektocht naar een oplossing.&amp;rdquo; Marian Donner tijdens de talkshow Exact 11 maanden na het LOVER-debat over de positie van sekswerkers in Nederland besteedt ook WOMEN Inc aandacht aan de actuele politieke ontwikkelingen omtrent sekswerkerrechten. Onder de noemer &#039;Sekswerker: zelfstandig ondernemer, illegale seksslavin of economische immigrant&#039; heeft de organisatie een achttal gasten uitgenodigd om hun visie te geven op de ontwikkelingen die zich momenteel in Nederland en Amsterdam voordoen. Marjan Wijers opent sterk met haar kritiek op de voorgenomen registratie en roept iedereen, maar de feministische beweging in het bijzonder, op om de vrouwen die opkomen voor hun rechten te ondersteunen in plaats van verder te stigmatiseren. Maria Genova daarentegen laat het publiek ge&amp;euml;motioneerd weten dat er naast de vrijwillige werkende vrouwen een grote groep is die niet zelf heeft gekozen om in de seksindustrie te werken. Maar ook Laurens Buijs van de Universiteit van Amsterdam is aanwezig. Hij heeft onderzoek gedaan naar de gevolgen van het sluiten van een deel van de wallen voor de daar werkende sekswerkers. Hij grijpt deze avond echter vooral aan om zijn ongenoegen jegens de lokale PvdA te uitten in een zeer venijnige column over de herstructurering van het Amsterdamse wallengebied. Interessant, omdat ook wethouder Lodewijk Asscher aanwezig is, die verantwoordelijk was voor project 1012, de werktitel voor de opschoning van de wallen. stokdoof De keuze om mensen niet gelijk met elkaar in debat te laten gaan maar iedereen 10 minuten spreektijd te geven werkt zeer effectief. Iedereen krijgt de kans om in alle rust zijn of haar punt te maken, waarna vanuit de zaal gereageerd kan worden. Door deze opbouw wordt er goed naar elkaar geluisterd. Helaas blijkt wethouder Asscher stokdoof voor de kritiek die wordt geleverd op zijn beleid in het wallengebied van Amsterdam. Op de vraag wat er met de vrouwen is gebeurd die werkten in de panden die tijdens project 1012 zijn gesloten heeft hij geen antwoord. Hij weet het niet. Terwijl dat juist een van de grote angels is in de huidige politieke ontwikkelingen. Waar gaan de personen naar toe die door de nieuwe maatregelen kiezen voor of gedwongen worden tot een bestaan in de illegaliteit? Waardoor het zicht op en dus ook de zorg en ondersteuning voor deze groep wegvalt. Het op dit kritieke punt laten afweten is een zeer gemiste kans voor de wethouder. Wat er door gasten en zeker ook het publiek naar voren wordt gebracht raakt direct zijn portefeuille. Een bevlogen betoog van een ervaren sekswerker vanuit het publiek, die punt voor punt aangeeft waar zij en haar collega&amp;rsquo;s behoefte aan hebben om het werk goed uit te oefenen gaat aan hem voorbij. Het zwijgen van Asscher hierover is exemplarisch voor de houding van de meeste politici, landelijk en lokaal. Frustrerend, want vanuit iedere hoek &amp;ndash; hulpverlener, sekswerker, politie of belangenbehartiger &amp;ndash; worden vraagtekens gezet bij de voorgestelde maatregelen, waar ook Asscher zo&amp;rsquo;n voorstander van is. Bijna iedereen in de zaal is het er over eens dat niemand gebaat is bij een verdere ondermijning van de maatschappelijke positie, verlies van privacy en criminalisering van deze beroepsgroep. vakbond Desalniettemin is de stemming van de avond er eentje van &amp;lsquo;niet lullen, maar doen&amp;rsquo;. Opvallend is de grote unanimiteit onder alle aanwezigen dat onderdelen van het huidige wetsvoorstel niet effectief zijn om misstanden te bestrijden en dat de aandacht voor de positie van sekswerkers te eenzijdig tot uiting komt. Van Jan Hendriks, mensenhandelexpert van het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD) en op zoek naar manieren om gedwongen prostitutie beter aan te pakken, tot Ilonka Stakelborough, de zeer daadkrachtige oprichtster van de vakbond &#039;Geisha&#039;, bedoeld om de arbeidspositie van de sekswerkers te verbeteren. Allemaal lijken ze elkaar te vinden in hun kritiek op de voorgenomen maatregelen. Hoe dan wel de misstanden aangepakt moeten worden, daar verschillen de meningen over. Sowieso is dat een vraag die niet zomaar beantwoord kan worden. Daarvoor moeten de handen ineen geslagen worden. In plaats van elkaar in de haren te vliegen in een goed/fout discussie. Feit is en blijft dat sekswerk bestaat en dat het een legaal vak is in Nederland. Dan kunnen we maar het beste zorgen dat de omstandigheden om dit werk uit te oefenen zo goed mogelijk zijn of natuurlijk om het vak te verlaten en een goed alternatief te vinden voor diegenen die niet uit eigen beweging de seksindustrie hebben opgezocht. menselijkheid Gedurende deze avond wordo meerdere keren aangehaald dat de legalisering van de prostitutie in 2000 niet heeft geleid tot een sterkere positie en betere werkomstandigheden voor sekswerkers. Legaliseren alleen is overduidelijk niet genoeg. Een betere positie voor mensen die in zo&amp;rsquo;n gestigmatiseerde beroepsgroep werken vraagt een actieve bijdrage van overheden in bijvoorbeeld het verkrijgen van vergunningen voor zelfstandigen, het versterken van de juridische positie en meer financi&amp;euml;le zekerheid (het kunnen afsluiten van een hypotheek of lening, ook als je met seks je geld verdient). Dit versterkt niet alleen de status van de vrijwillig werkenden, maar ook van diegenen die werken onder dwang, of dat nu economische of persoonlijke dwang is. Ook zij hebben baat bij betere omstandigheden, zodat ze naar de politie durven gaan of eerder aan zullen geven in welke misstanden zij zich bevinden. Om dit te bereiken moet de politiek zich open stellen om te luisteren. Meer menselijkheid tonen, zoals in de eerste alinea van dit stuk al wordt aangegeven. Helaas is dat nog altijd moeilijk, zo blijkt ook vanavond weer. volwaardig behandeld Daarnaast moet de branche zelf zich sterker profileren. Er is veel fragmentatie onder de verschillende belangengroepen, waardoor de boodschap versnipperd raakt. Alhoewel een politieke lobby en bevlogen platform voor sekswerk zich steeds sterker begint af te tekenen. In plaats van naast elkaar te werken is het juist nu belangrijk te zien waar men elkaar kan vinden, waar de overeenkomsten liggen. Legalisering van prostitutie zou niet moeten leiden tot sekswerkers die teruggaan in de anonimiteit, maar tot een beroepsgroep die volwaardig behandeld wordt. Door klanten, justitie &amp;eacute;n overheid. </content>
	</url>
	<url>
		<loc>http://www.tijdschriftlover.nl/politiek_en_maatschappij/je_leven_een_paar_jaar_uitstellen</loc>
		<title>'Je leven een paar jaar uitstellen' </title>
		<content><![CDATA[De wachtlijst voor een behandeling tot geslachtsverandering bij VU medisch centrum loopt al snel op tot enkele jaren. Voor Transgender Netwerk Nederland reden om bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg een bundeling van klachten aan te bieden. Hoe komt de wachtlijst zo lang en zijn er oplossingen voor? Naomi had begin 2009 na lang nadenken de knoop doorgehakt en wilde een medische geslachtsverandering. Ze leefde al vier jaar als vrouw en wist nu dat ze ook het lichaam wilde dat bij haar identiteit hoort. &#039;Een intakegesprek had ik een half jaar later. Maar na dit gesprek gebeurde er ineens helemaal niets meer. Toevallig gingen net op hetzelfde moment twee psychologen bij het VUmc-genderteam weg, en toen lag mijn traject stil. Ik voelde me uitgerangeerd. Het moeilijkste was dat niemand mij kon vertellen wanneer er w&amp;eacute;l wat zou gebeuren.&#039; &#039;Herkenbaar,&#039; zegt Sophie Schers van Transgender Netwerk Nederland (TNN), de belangenbehartigingsorganisatie voor transgenders. &amp;lsquo;Klachten over de wachtlijst bij het VUmc-genderteam horen we vaak. Daarom willen we deze bundelen en aanbieden aan de Inspectie voor de Gezondheidszorg.&#039; Het Kennis- en zorgcentrum voor Genderdysforie van VUmc is het grootste medische centrum in Nederland waar transgenders behandeld worden. Elk jaar melden zich zo&#039;n honderdvijftig volwassenen en tachtig kinderen en adolescenten aan voor een behandeling tot geslachtsverandering. Maar zoals ook op de website van het centrum staat: de wachttijd bedraagt gemiddeld een jaar. In de praktijk duurt het vaak nog langer voordat een behandeling echt aan de gang is. Voor de start van het voortraject, waarin psychologen bepalen of de pati&amp;euml;nt werkelijk gebaat is bij een transgenderbehandeling, moet een pati&amp;euml;nt gemiddeld vier maanden tot een jaar wachten. Vervolgens kan de pati&amp;euml;nt weliswaar meteen beginnen met een hormoonbehandeling, maar voor operaties zijn er wederom wachtlijsten. Voor vaginoplastieken is de wachttijd ongeveer achttien maanden, voor de reconstructie van een falloplastiek kan de wachttijd oplopen tot vijf jaar. geen hip gebied Hoe kunnen de wachtlijsten zo uit de hand lopen? Mick van Trotsenburg, als directeur van het genderteam verantwoordelijk voor de medische zorg, legt uit: &#039;Wij als team doen ons best, maar we hebben de middelen gewoon niet. Transgenders worden nog altijd gestigmatiseerd. Het werken met transgenders is niet bepaald populair. Toen wij een vacature hadden voor een psycholoog, kregen we daar niet &amp;eacute;&amp;eacute;n reactie op. Wij pleiten er nu voor dat ook beroepsverenigingen hun verantwoordelijkheid nemen en transgenderzorg tot onderdeel van de opleiding maken, zodat in toekomst binnen de endocrinologie, chirurgie, psychologie, psychiatrie en andere disciplines genoeg specialisten zijn die deze zorg kunnen aanbieden. Ondertussen is er gelukkig al meer aandacht voor transgenderonderwerpen in het onderwijs op universiteiten. Maar een hip gebied is het nog altijd niet. &#039; &#039;Transseksualiteit is inderdaad een relatief onbekend terrein, en bovendien een klein domein,&#039; zegt Annematt Collot D&#039;Escury-Koenigs, voorzitter van de sector Jeugd binnen het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP), de beroepsvereniging van psychologen. Zij wijt de impopulariteit aan de onbekendheid en de specificiteit van het onderwerp en de geringe omvang van de pati&amp;euml;ntengroep, met name bij kinderen. &#039;Maar het is wel een signaal dat we als beroepsvereniging serieus willen nemen. Het NIP kan bijvoorbeeld een rol spelen door bij universiteiten en (postmaster)opleidingsintstellingen aan te dringen op meer aandacht voor dit onderwerp in scholing en opleidingen.&#039; agressie Peggy Cohen-Kettenis, mededirecteur van het VUmc-genderteam en verantwoordelijk voor de psychologische zorg, denkt dat er wel interesse voor transseksualiteit is maar dat het specialisme beginnende psychologen toch afschrikt: &#039;Transseksualiteit is een erg specifiek onderwerp, terwijl vooral jonge psychologen graag meer in de breedte werken.&#039; Cohen-Kettenis heeft vanaf begin jaren tachtig aandacht voor transseksualiteit in de psychologie gevraagd. Ze ziet nog meer factoren voor het gebrek aan enthousiasme om bij het genderteam te werken: &#039;Binnen het genderteam is er niet veel ruimte om andere dingen te doen dan diagnostiek en veel psychologen willen juist graag behandelen. Ook schrikken sommigen ervoor terug om verantwoordelijk te zijn voor ingrijpende behandelingen zoals een geslachtsaanpassing. Ten slotte is er soms agressie bij pati&amp;euml;nten over de lange wachtlijsten. Als je al een hoge werkdruk hebt, en je iets kwalijk genomen wordt waar je niks aan kunt doen, is dat niet prettig werken.&#039; sociaal isolement Iemand die de problemen van het genderteam &amp;eacute;n van de pati&amp;euml;nten kent is Thomas Wormgoor, medeoprichter van de Pati&amp;euml;nten Organisatie Stichting Transvisie (P.O.S.T.) en co&amp;ouml;rdinator van Transvisie, een hulpverleningsorganisatie voor transgenders en hun naasten. Hij heeft het initiatief genomen om samen met het VUmc-genderteam een nota uit 2010 over de toekomst van genderzorg te maken. &#039;Het kan toch niet dat iemand eindelijk hulp durft te vragen,&#039; zegt hij, &#039;maar vervolgens jaren moet wachten. Dat heeft zowel persoonlijk als maatschappelijk negatieve gevolgen. Bij goede zorg kan een transgender meestal prima doorwerken en goed blijven functioneren in werk en priv&amp;eacute;, maar als de wachttijd te lang duurt zie je vaak dat transgenders in een sociaal isolement raken en arbeidsongeschikt raken.&#039; Arianne van der Ven, een psychologe die veel met transgenders gewerkt heeft, ziet dit terug in haar werk: &#039;Als je echt hard toe bent aan zo&#039;n operatie, dan is iedere maand wachten lang. De cli&amp;euml;nt hikt tegen een uitgesteld leven en een heel spannende operatie aan, die je liever achter je dan voor je hebt.&#039; Transman (voormalig vrouw en nu man) Tim zegt het harder: &#039;Als je als transgender meer dan een jaar moet wachten op je operatie kun je net zo goed meteen in je graf gaan liggen.&#039; Toen Tim bij VUmc onder behandeling wilde, was er geen psycholoog beschikbaar, dus had hij zijn eerste gesprek met de endocrinoloog, de arts die zich bezighoudt met hormonen. Zoals de meeste transgenders bij een eerste gesprek, zat hij vol vragen, en daar kreeg hij geen antwoorden op. minder stil Van Trotsenburg vindt deze situatie ook niet acceptabel. &#039;Ik hoop dat transgenders minder stil zijn en meer van zich laten horen. Het is een groep die professionele zorg verdient. Ze moeten laten zien in wat voor precaire situatie ze vaak zitten. Zo&#039;n Kelly op tv is wel leuk, maar zegt weinig over de realiteit van een transgender leven. Er moet meer politieke en medische aandacht komen voor diegenen die als transgender door het leven gaan.&#039; In de tweede helft van april zal TNN de bundeling van klachten aanbieden aan de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Wat wil TNN hiermee bereiken? Schers: &#039;Wij hopen dat de IGZ binnen een jaar verbetering vraagt van het VUmc. Ook zou het goed zijn als het ministerie van VWS wordt ingelicht en dat VUmc meer geld krijgt voor de afdeling genderdysforie. We verwachten dat de politiek de ernst van de situatie inziet.&#039; echt helder Van Trotsenburg hoopt ook dat de politiek het geluid goed oppakt maar is bezorgder: &#039;We hebben al zo vaak meegemaakt dat transseksualiteit niet serieus genomen wordt door de politiek en in de gezondheidszorg. Ik weet dat er nog steeds artsen zijn die zelfs vinden dat met alleen psychologische zorg transseksualiteit wel te verhelpen is. Dat foute signaal wordt vervolgens graag door sommige Kamerleden opgenomen. Van groot belang is dat we het probleem van de wachtlijst &amp;eacute;cht helder onder de aandacht brengen.&#039; Voor Van Trotsenburg is er nog een reden om sceptisch te zijn over de bundeling van klachten die TNN aan IGZ aan gaat bieden: &#039;IGZ blijkt niet de aangewezen organisatie om het knelpunt van de wachttijden op te lossen. Zorgverzekeraars is gevraagd om transgenderzorg beter te financi&amp;euml;ren en gemeenten is gevraagd om transgenders psychosociaal te ondersteunen. Tot op heden hebben juist zorgverzekeraars en gemeenten weinig tot geen initiatief getoond om tot oplossingen te komen.&#039; Dat de transgenderzorg beter moet, en dat de wachtlijsten daarbij het belangrijkste knelpunt zijn, daar is weinig onenigheid over. W&amp;iacute;e die wachtlijsten korter zou kunnen maken is minder duidelijk. Met politieke aandacht voor de wachtlijsten komt niet vanzelf een oplossing. De komende maanden zullen uitwijzen of de bundeling van klachten van TNN het geluid is waar Van Trotsenburg op hoopt. Om privacyredenen zijn de namen van Naomi en Tim gefingeerd. ]]></content>
	</url>
	<url>
		<loc>http://www.tijdschriftlover.nl/politiek_en_maatschappij/tussen_droom_en_toekomst</loc>
		<title>Tussen droom en toekomst</title>
		<content><![CDATA[Uit onderzoek blijkt dat Marokkaanse meisjes het in Nederland uitzonderlijk goed op school doen. Toch wordt er van deze vrouwen bitter weinig verwacht. Zowel de omringende Nederlandse omgeving als de Marokkaanse omgeving denkt dat deze meisjes hun latere leven als huisvrouw en moeder zullen slijten. Maar hoe zien zij hun eigen toekomst? In de Nederlandse beeldvorming lijken &amp;lsquo;succesvolle&amp;rsquo; Marokkaanse meisjes een contradictio in terminis. De starre, traditionele man-vrouwverhoudingen in de Marokkaanse gemeenschap in Nederland maakt het onmogelijk voor deze meiden om zich buitenshuis te ontwikkelen en successen te boeken. Althans, zo is de redenering. Ik wilde, los van deze generaliserende idee&amp;euml;n, enkele migrantendochters vragen over hun eigen toekomstdromen. Vier Marokkaanse tienermeisjes, Lemnia, Zedekja, Soekena en Asma, uit de Utrechtse wijk Kanaleneiland wilden met mij hierover praten. Wanneer ik ze vraag hoe zij zichzelf in 2020 zien, komt er meteen een enthousiast gesprek op gang: Asma wil een eigen bedrijf beginnen, Soekena wil verpleegkundige worden en Zedekja gaat haar eigen advocatenkantoor oprichten. Lemnia had graag de &amp;lsquo;financi&amp;euml;le kant&amp;rsquo; op willen gaan, maar is daarvoor volgens haar familie niet geschikt. Nu wil ze werken in de zorg, hoewel veel geld verdienen haar ook wel wat lijkt. Ze wil in ieder geval voorkomen dat ze in de schoonmaak terechtkomt. Lemnia&amp;rsquo;s ouders ondersteunen dit: ze mag niet als schoonmaakster eindigen dus moet ze naar school. Tegelijkertijd verwachten zij wel van haar dat zij een vervolgopleiding kiest waar zij, als meisje, geschikt voor zou zijn. Een direct verbod om te studeren is er niet, maar in de meeste verhalen van de meisjes is er sprake van eenzelfde paradox: ouders benadrukken het belang van een opleiding, maar geven de meisjes niet een vrije studiekeuze. Bovendien blijkt een gezin vormen van groter belang dan een opleiding en een baan. Vaak blijft hierdoor een vervolgopleiding uit. De meisjes anticiperen volgens mij al op deze verwachtingen door geen vervolgstudie te ambi&amp;euml;ren of te kiezen voor een ROC in de buurt. TWEE WERELDEN Waar veel meisjes zich uiteindelijk schikken naar de wensen van hun ouders, is Asma niet bereid haar toekomstidealen op te geven. Het wordt haar echter niet gemakkelijk gemaakt. Asma heeft niet het gevoel dat de leraren haar steunen in haar ambities, of deze zich nu op de Nederlandse samenleving of de Marokkaanse gemeenschap richten. Volgens Asma wordt zij door haar docenten in een hokje geplaatst: ze is tenslotte een Marokkaans meisje. Er wordt verwacht dat zij toch in het huishouden terechtkomt, dat de regels van de islam haar beperken en dat zij zelf geen keuzes kan en mag maken. Vaak proeft Asma duidelijk de normatieve afwijzing: de Nederlandse gekoesterde vrijheid voor mannen en vrouwen staat door deze vermeende Marokkaanse rollenpatronen onder druk. Ondanks deze vooroordelen blijft Asma vastberaden. Ze wil hoe dan ook meer bereiken dan het &amp;lsquo;gemiddelde&amp;rsquo; Marokkaanse meisje. De eerste stap is gezet: uiteindelijk heeft ze het voor elkaar gekregen dat haar docenten haar vanuit het vmbo wilden laten doorstromen naar havo/vwo. Asma beweegt zich binnen en tussen &amp;lsquo;twee werelden&amp;rsquo;. Enerzijds besteedt ze veel tijd in de Marokkaanse gemeenschap, waar men hoge verwachtingen van haar heeft. Niet alleen van haar intellectuele vermogens, maar ook van haar rol als vrouw. Wil Asma niet verstoten worden uit haar familie, dan moet ze ook aan deze laatste verwachtingen voldoen en op een gegeven moment een gezin gaan stichten. Anderzijds vindt zij het belangrijk om zoveel mogelijk met autochtone Nederlanders om te gaan. In tegenstelling tot haar Marokkaanse leeftijdsgenoten willen haar Nederlandse vriendinnen volgens haar ook wat bereiken en denken ze niet zo bekrompen over man-vrouwverschillen. KEUKEN EN KINDEREN Asma, die weet dat zij van haar familie de islamitische idealen over de rol van de vrouw moet accepteren, doet dit echter niet zonder kritiek. Volgens haar zijn Marokkaanse mannen lui en hebben zij geen respect voor vrouwen. Het is vooral de macht die de Marokkaanse man heeft over zijn vrouw, die zij als mogelijke barri&amp;egrave;re ziet in de verwezenlijking van haar toekomstdromen. Desondanks weet Asma dat zij, juist door het vasthouden aan de regels van de islam en het accepteren van de bijbehorende patriarchale rolverdeling, zal worden geaccepteerd door haar omgeving en meer bewegingsvrijheid op school kan krijgen. Zij is niet de enige die een compromis probeert te sluiten tussen de twee werelden. Ook de andere meiden willen het beste van beide werelden, hoewel ze de concessies die daarvoor noodzakelijk zijn minder benadrukken. Lemnia weet bijvoorbeeld zeker dat ze later wil gaan trouwen, maar &amp;lsquo;keuken en kinderen&amp;rsquo; lijken haar niks. Dat haar Nederlandse vrienden op zulke uitspraken verwonderd reageren, frustreert haar: &amp;lsquo;Waarom is het voor Nederlandse meisjes vanzelfsprekend dat zij verder leren en wordt haar altijd gevraagd of en hoe zij haar rol als moeder gaat combineren met een ambitie die daar aan voorbij gaat?&amp;rsquo; ROLMODELLEN Marokkaanse meisjes die wel vooruit willen komen, worden dus aan de ene kant geconfronteerd met de traditionele islamitische waarden en denkbeelden over hun maatschappelijke rol als vrouw en aan de andere kant met de vooroordelen in de Nederlandse samenleving over de Marokkaanse gemeenschap. Voor veel Marokkaanse meisjes leidt dit tot een innerlijk conflict. Ze willen iets bereiken, maar worden beperkt. Illustratief voor deze spanning is Zedekja&amp;rsquo;s antwoord op wat ze in 2020 bereikt wil hebben: ze wil het liefst een &amp;lsquo;Nederlandse vrouw&amp;rsquo; zijn, omdat het dan volgens haar eerder mogelijk zou zijn om advocaat te worden. Zedekja ziet haar Marokkaanse etniciteit en de bijbehorende man-vrouwverdeling als een obstakel. Voor Nederlandse vrouwen is het volgens haar eenvoudiger om te ontkomen aan de verplichtingen die voor een Marokkaans meisje horen bij het vrouw-zijn. Hoewel Zedekja het soms &amp;lsquo;handiger&amp;rsquo; lijkt om een Nederlandse vrouw te zijn, weet zij ook dat ze door haar moslimidentiteit nooit zoals Nederlandse vrouwen kan worden. Bovendien wil zij uiteindelijk net als de andere drie meisjes zich niet geheel aan haar verplichtingen onttrekken. Allen willen zowel hun rol als vrouw vervullen als zich buitenshuis ontplooien. Hierdoor lijkt het voor hen onmogelijk om &amp;lsquo;succesvol&amp;rsquo; te worden in de Nederlandse maatschappij, waar het behalen van succes buiten de context van het gezin valt. Lemnia en Zedekja opperen dat het stimulerend zou werken als er Marokkaanse vrouwen in hun eigen omgeving waren waar ze tegenop konden kijken. Volgens Asma zijn rolmodellen in Kanaleneiland ver te zoeken. Soekena heeft er wel een, maar deze vrouw woont dan ook buiten haar wijk. Een vriendin van haar nicht, een Nederlandse die op het punt staat zich tot de islam te bekeren, is voor Soekena een voorbeeld omdat deze vrouw binnen de kaders van de islam handelt en werkt als verpleegster, de droombaan van Soekena: &amp;lsquo;Voor een Nederlander is verpleegster zijn misschien niet het allerhoogste en dan wil ze ook nog moslima worden. Maar ik denk dat het echt iets voor mij is en ik wil dan wel een hele goede worden natuurlijk.&amp;rsquo; Binnen het huidige Nederlandse kader over &amp;lsquo;succesvolle vrouwen&amp;rsquo; past noch het moslima zijn, noch het werken als verpleegster. Hier kaart Soekena een belangrijk punt aan. Is het voor haar onmogelijk om net zo &amp;lsquo;succesvol&amp;rsquo; te zijn als haar witte seksegenoten in het Nederlandse denken, domweg omdat zij een Marokkaanse is? IDEALE ARENA Voor Marokkaanse meisjes zoals Asma, Lemnia, Soekena en Zedekja lijkt het onmogelijk om te voldoen aan het beeld van de succesvolle vrouw. Tenminste, zolang zij niet bereid zijn hun religieuze en etnische achtergrond te verloochenen. Maar wie bepaalt dat je pas succes hebt wanneer je een zo hoog mogelijke opleiding hebt genoten en in alle vrijheid keuzes kan maken? Het vormen en nastreven van hun dromen zouden voor de meisjes een stuk gemakkelijker en leuker worden als er meerdere invullingen van een &amp;lsquo;succesvol leven als vrouw&amp;rsquo; zouden zijn. Het debat over wie bepaalt wanneer je succesvol bent, moet daarom verplaatst worden naar de samenleving van de toekomst: de tienermeiden van nu. Het onderwijs lijkt hier de ideale arena voor te zijn. Kinderen kunnen op school kennismaken met verschillende culturen en religies nog voor zij hier over vooroordelen hebben ontwikkeld. Het is van belang dat zij door het bespreekbaar maken van bestaande vooroordelen, nieuwe invullingen van &amp;lsquo;succes&amp;rsquo; vormen vanuit verschillende culturele perspectieven. Want hoe kun je als meisje ooit eigen keuzes maken als je van jongs af aan altijd maar een zelfde eenzijdige boodschap hebt meegekregen? Dat geldt trouwens net zo hard voor meisjes met een Nederlandse afkomst, die hoewel ze meer vrije keuzeruimte zouden hebben, toch ook maar &amp;eacute;&amp;eacute;n ideaal van succes voor zich zien. CANON Het onderwijs speelt een belangrijke rol in de vorming van de toekomstdromen. Op school worden meisjes zoals Asma niet alleen geconfronteerd met nieuwe kansen, maar worden zij zich ook bewust van de barri&amp;egrave;res van huis uit om sommige kansen te grijpen. De onderwijskundige canon zal recht moeten doen aan de kaders, idealen en definities van een &amp;lsquo;succesvol leven&amp;rsquo; als Marokkaanse vrouw binnen de Nederlandse samenleving. Diversiteit moet op scholen meer erkend en gewaardeerd worden. Van belang hierin is de erkenning dat Marokkaanse vrouwen en hun visies over een &amp;lsquo;succesvol&amp;rsquo; leven gelijkwaardig zijn aan visies die lange tijd in het Nederlandse discours hebben geheerst over zelfontplooiing en gelijkheid tussen man en vrouw. Asma, die haar eigen toekomst in Nederland ziet, benadrukt het belang van een vernieuwing van ons perspectief, want &amp;lsquo;het lijkt soms onmogelijk om op gelijk niveau te staan met de meiden van Nederlandse afkomst, omdat ik niet tegelijkertijd Marokkaans en Nederlands kan zijn.&amp;rsquo; Marokkaanse voorbeeldfiguren die (deels) vasthouden aan Marokkaanse en religieuze waarden, zijn voor de meisjes van cruciaal belang in het stimuleren, continueren en uitleven van hun toekomstdromen. Nieuwe programma&amp;rsquo;s binnen het onderwijs kunnen helpen, maar zullen weinig bijdragen als er geen ondersteuning is vanuit de Marokkaanse gemeenschap. Het gaat dan ook niet zozeer om het aanreiken van vaststaande perspectieven, maar om de constructie en het proces waaraan de &amp;lsquo;toekomst&amp;rsquo; van onze samenleving leiding geeft: de Marokkaanse tienermeiden zelf. Dat ziet Asma wel zitten: &amp;lsquo;Eindelijk eens iemand die naar ons gaat luisteren in plaats van andersom.&amp;rsquo; Margreet Moesker volgt een master culturele antropologie. Vorig jaar behaalde zij haar bachelor genderstudies aan de Universiteit Utrecht. Illustratie: Lisa van Winsen]]></content>
	</url>
	<url>
		<loc>http://www.tijdschriftlover.nl/politiek_en_maatschappij/mannen_zonder_lichaam</loc>
		<title>Mannen zonder lichaam </title>
		<content><![CDATA[Het debat over vrouwelijkheid en mannelijkheid was bijna altijd een vrouwenzaak. Met opiniemakers en auteurs als Arie Boomsma, Stephan Sanders en Dylan van Rijsbergen lijkt daar verandering in te zijn gekomen. Stuk voor stuk mannen die hun mannelijkheid niet meer als vanzelfsprekend zien. Toch mist er iets in dit denken over man-zijn in de eenentwintigste eeuw, stelt Niels Vonberg, en wel het besef dat er aan het mannelijke lichaam betekenissen kleven. Wie is toch die man die &amp;lsquo;s zondags het vlees komt snijden? Als het aan de huidige generatie mannen ligt, is dit beeld van vaders zo snel mogelijk verdwenen. Tegenwoordig is de opvoeding van kinderen een gedeelde zorg: van de vrouw &amp;eacute;n de man. In het afgelopen zomernummer van LOVER pleitte Dylan van Rijsbergen dan ook voor meer schouderklopjes aan de huidige generatie vaders. En niet alleen vaders, maar ook mannen in het algemeen lijken zelfbewuster om te gaan met hun mannelijkheid. Althans, dat beeld doemt op uit het boek De man en zijn lichaam (2010) van Stephan Sanders en Arie Boomsma. Maar is hun kijk op mannen eigenlijk wel zo vernieuwend? Het debat over mannenemancipatie vindt in een verwarrende context plaats. Mannen spreken elkaar aan op hun mannelijkheid, maar hebben tegelijkertijd geen flauw benul wat die mannelijkheid dan zou moeten inhouden. Exemplarisch hiervoor is het boek van Sanders en Boomsma. Zij zijn op zoek naar de manier waarop mannen over hun lichaam denken en hebben hiervoor verschillende (bekende) Nederlandse mannen ge&amp;iuml;nterviewd. Maar de ge&amp;iuml;nterviewden bespreken het mannelijk lichaam als een begrip waar ze nog nooit in hun leven over hebben hoeven na te denken. Man-zijn is in dit boek een vaag concept, een idee dat zich in het hoofd afspeelt en ook op die manier benaderd wordt. Het is geen lichaam dat een gebeurtenis genereert en vervolgens in woorden kan worden uitgedrukt. Vrijwel alle ge&amp;iuml;nterviewden vervallen dan ook in een autobiografisch verhaal waarin het mannelijk lichaam de grote afwezige is. Wat verteld wordt, is wat de mannen doen, wat ze ondernemen en hoe ze werk met kinderen combineren. Wat voor betekenis de man met zijn lichamelijke gedragingen en uiterlijk oproept bij anderen, komt bij geen van de ge&amp;iuml;nterviewden naar voren. GETRIMDE BAARD Ook in het openingsinterview met Orhan Bucakli, waarin nadrukkelijk zijn homoseksualiteit wordt besproken, blijft het onduidelijk hoe het lichaam een rol speelt. Bucakli voldoet met zijn gespierde uiterlijk en baard aan het stereotype beeld van een &amp;lsquo;mannelijke&amp;rsquo; man. Dit wordt echter niet geproblematiseerd. Dat terwijl in dit interview juist aandacht gegeven wordt aan antihomogeweld, waarvoor de daders vaak als reden opgeven dat de mannen zich &amp;lsquo;als een wijf gedragen&amp;rsquo;. Bucakli zal door zijn traditionele &amp;lsquo;mannelijke&amp;rsquo; uiterlijk minder snel als &amp;lsquo;vrouwelijk&amp;rsquo; worden weggezet. Maar nergens vragen de interviewers zich af waarom Buckali zijn lichaam expres met getrimde baard en getrainde spieren in het boek laat zien. Een gemiste kans. Want de vraag wat een uiterlijk over iemands &amp;lsquo;mannelijkheid&amp;rsquo; zegt, blijft zo onbeantwoord. Toegegeven, het is moedig van Boomsma en Sanders om mannelijkheid te bediscussi&amp;euml;ren. Maar het is heel verwarrend &amp;ndash; helemaal omdat de titel van hun boek anders suggereert &amp;ndash; dat zij mannelijkheid loskoppelen van de lichamen van de mannen, hoe die eruitzien, bewegen, lopen en praten. Het zien van mannen als iets dat net zo geconstrueerd wordt als vrouwen, homo&amp;rsquo;s en niet-westerse identiteiten, als de &amp;lsquo;Ander&amp;rsquo; &amp;ndash; dat durven de schrijvers blijkbaar niet aan. In De man en zijn lichaam worden kritische vragen over de machtsstructuren die mannen categoriseren, evalueren en sturen &amp;ndash; tot man maken &amp;ndash; ontweken. Daardoor is er nauwelijks onderscheid te ontdekken tussen het man-zijn en het mens-zijn van de mannen. COMPUTERNERDS Wat ik Sanders en Boomsma wel echt moet nageven, is dat zij naar de ervaringen van homoseksuelen hebben gevraagd. Voor het huidige debat over mannelijkheid is een exclusieve heteroseksuele gerichtheid immers kenmerkend. In zowel Van Rijsbergens boek Het onbehagen van de man als het PapaPlus manifest (waarin wordt gepleit voor een kortere werkweek voor vaders) draait het vrijwel alleen om de heteroseksuele man. Op zich is dat niet verbazingwekkend &amp;ndash; veel mannen en vaders zijn heteroseksueel &amp;ndash; maar andere seksuele identiteiten krijgen geen plek in het debat. Dit verhindert een diepgaandere analyse van mannelijkheid in onze samenleving. Zo signaleert Van Rijsbergen in het boek Het onbehagen van de man dat het traditionele manbeeld in onze maatschappij aan het veranderen is en dat dit frustraties oplevert bij mannen. Het beeld van de Marlboro-man kan namelijk niet meer nageleefd worden, omdat onze maatschappij om andere kwaliteiten vraagt dan machogedrag, fysieke kracht en viriliteit. Maar tegelijkertijd zijn er maar weinig nieuwe identiteiten om uit te kiezen voor mannen. Mannen worden &amp;ndash; net zoals minderheidsgroepen &amp;ndash; volgens Van Rijsbergen gestigmatiseerd; ook zij gaan gebukt onder strenge, normaliserende regels over sociaal acceptabel gedrag. Zo worden bijvoorbeeld kleine mannen of computernerds vaak belachelijk gemaakt. Mannen passen net als vrouwen hun lichamelijk gedrag en uiterlijk aan aan wat onze maatschappij van ze verlangt. Maar het zijn veelal mannen die de hoogste machtsposities bekleden waarin deze normen (onbewust) geconstrueerd worden. Van Rijsbergen wil echter niet dat mannen naar zichzelf wijzen als onderdrukker van andere mannelijke identiteiten; hij wil dat zij hun betekenisgevende en onderdrukte lichaam negeren en zich richten op het onzichtbare begrip &amp;lsquo;mens&amp;rsquo;. In de slotpassage van Het onbehagen van de man stelt Van Rijsbergen voor dat mannen hun mannelijkheidsideaal overboord moeten gooien en dat zij gewoon de dingen moeten doen die zij willen doen, ongeacht of dat nu als mannelijk of vrouwelijk wordt gezien. Alsof het lichaam, met allerlei kenmerken waaraan toch een betekenis wordt gegeven binnen een gegenderde context, er niet meer toe doet. VIEZE NICHT Hoewel het verschil van mannenemancipatie met vrouwenemancipatie juist zit in de verschillende machtsposities van mannen en vrouwen, wordt in het debat over mannenemancipatie continu verwezen naar het feminisme. De mannenemancipatie wordt vaak voorgesteld als de volgende stap in het emancipatieproces of als een logisch gevolg. Deze vergelijking is twijfelachtig. In de &amp;lsquo;tweede feministische golf&amp;rsquo; ging het over vrouwen die als vrouw ten opzichte van mannen, werden benadeeld. Een dergelijke vergelijking met mannen gaat niet op. Mannen worden geen mogelijkheden ontzegd om bijvoorbeeld parttime te werken doordat de voorkeur zou worden gegeven aan vrouwelijke deeltijders. Ook worden mannen in het algemeen niet gediscrimineerd door vrouwen. Anno 2011 hebben we te maken met een ander soort genderdiscriminatie. Mannen worden gediscrimineerd om w&amp;aacute;t voor man ze zijn, niet omd&amp;aacute;t ze een man zijn. Denk aan mannen die voor &amp;lsquo;mietje&amp;rsquo; worden uitgescholden, omdat ze minder willen werken om meer thuis te zijn of aan mannen die in elkaar worden geslagen, omdat ze een &amp;lsquo;vieze nicht&amp;rsquo; zijn. Puntje bij paaltje worden in de praktijk mannelijke (net als vrouwelijke) lichamen via een traditioneel genderperspectief beoordeeld. Want, alle metromannen ten spijt, mannen zijn in onze maatschappij minderwaardig als zij zich als een &amp;lsquo;wijf gedragen&amp;rsquo;. De mannenemancipatie zou dan ook eerder over het onderscheid macho-mietje moeten gaan. D&amp;aacute;&amp;aacute;r is nog veel te winnen. Dan maakt het mannenemancipatiedebat deel uit van een breder postfeministisch debat waarin traditionele noties over man-zijn en vrouw-zijn op losse schroeven staan. Daar zou een nieuwe betekenis kunnen worden gegeven aan mannelijkheid, waar vaders, homo&amp;rsquo;s &amp;eacute;n feministen baat bij zouden hebben. Maar de deelnemers aan het huidige mannendebat weten totaal geen raad met andere mannelijke identiteiten, mannelijkheden die niet zo traditioneel mannelijk zijn en in onze maatschappij als vrouwelijk worden verworpen. Mannen worden door hen alleen in relatie besproken tot de vrouw, terwijl de cultuur van mannen onderling nauwelijks aandacht krijgt. De mannelijke identiteiten die echt moeilijke vragen oproepen over de betekenis van het mannelijk lichaam worden bewust of onbewust uitgesloten van het debat. Man-zijn wordt gezien als een concept dat we rationeel moeten benaderen en is in het debat vooral iets dat je doet, niet iets wat je ervaart of waar betekenis aan wordt gegeven door anderen. Op deze manier blijft het onderwerp &amp;lsquo;mannen&amp;rsquo; duidelijk herkenbaar, maar wordt de betekenis van het mannelijk lichaam veronachtzaamd. Uiteindelijk stellen Van Rijsbergen, Boomsma en Sanders mannelijkheid zoals dat wordt beleefd in onze huidige maatschappij, niet &amp;eacute;cht aan de kaak. &amp;lsquo;Echte mannen&amp;rsquo; praten kennelijk nog steeds niet over hun lichaam. Niels Vonberg is redacteur van LOVER. Illustratie: Edith Kuyvenhoven]]></content>
	</url>
	<url>
		<loc>http://www.tijdschriftlover.nl/politiek_en_maatschappij/just_a_piece_of_meat</loc>
		<title>Just a piece of meat</title>
		<content><![CDATA[Als we het aantal overgebleven bitterballen op de schaal bij feministische borrels tellen, dan lijkt het een uitgemaakte zaak: er is een correlatie tussen feminisme en het niet eten van vlees. Toch houdt de vrouwenbeweging zich verre van de beweging voor dierenrechten, en vice versa. Onterecht, betogen ecofeministen en zorgethici. Het is opvallend hoeveel mensen die actief zijn in de vrouwenbeweging vegetarisch zijn of alleen vis eten. Toch linken de meeste vegetarische feministen hun eetgedrag niet met hun feministische opvattingen. Waar zij hun affiliatie met de vrouwenbeweging als een politieke keuze beschouwen, presenteren zij hun keuze om geen vlees te eten als een niet-politieke, puur persoonlijke keuze die zij niet aan anderen willen &amp;lsquo;opdringen&amp;rsquo;. Feministen uit de zorgethiek, zoals Josephine Donovan en Carol Adams, en ecofeministen zoals Lori Gruen en Greta Gaard, denken hier anders over.(1) Zij zien wel degelijk een verband en betogen zelfs dat feminisme eigenlijk altijd samen moet gaan met een bewuste omgang met vlees. VOEDSELKETEN Ecofeministen en zorgethici bouwen voort op de bekende opvatting dat het patriarchale wereldbeeld wordt gekenmerkt door het denken in tegenstellingen (dualismen) als lichaam en geest, cultuur en natuur, rede en emotie, en man en vrouw. Bij dit dualistische wereldbeeld hoort een waardenhi&amp;euml;rarchie: &amp;eacute;&amp;eacute;n pool van het dualisme wordt steeds boven de andere pool gesteld. Zo wordt de rede hoger gewaardeerd dan emotie, wordt cultuur doorgaans gezien als bovengeschikt aan natuur en worden mannen als superieur aan vrouwen beschouwd. Uit dergelijk dualistisch-hi&amp;euml;rarchisch denken vloeien onder andere seksisme, racisme en heteroseksisme voort. Ecofeministen en feministische zorgethici wijzen op het dualisme mens en dier dat de uitbuiting van de dieren door de mens (&amp;lsquo;speciesisme&amp;rsquo; door hen genoemd) legitimeert. Zoals racisme uitgaat van de superioriteit van het ene &amp;lsquo;ras&amp;rsquo; boven het andere, seksisme van de superioriteit van de mannelijke sekse boven de vrouwelijke, zo gaat speciesisme ervan uit dat sommige soorten dierlijke organismen (met name de mens) boven andere soorten staan, en dat deze superioriteit het exploiteren en doden van andere soorten rechtvaardigt. Daarnaast wordt de uitbuiting van dieren net als die van vrouwen (en voorheen niet-witte &amp;lsquo;rassen&amp;rsquo;) ook verdedigd door een beroep te doen op de natuur. Een dergelijk argument biedt een geheel andersoortige legitimatie voor de overheersing van de mannelijke mens. De rechtvaardiging van de dominantie berust dan niet op &amp;lsquo;typisch menselijke&amp;rsquo; superieure eigenschappen zoals de rede, maar op de natuurlijke, biologische eigenschappen van de (mannelijke) mens. Zo schilderen pseudo-wetenschappelijke evolutionaire en biologische argumenten de man af als willoze marionet van zijn hormonen, die niet anders kan dan een seksuele jacht op vrouwen te maken. Op dezelfde manier wordt het eten van vlees verdedigd door te verwijzen naar onze fysiologie en plek in de voedselketen. Een vegetarisch dieet zou dan &amp;lsquo;tegennatuurlijk&amp;rsquo; zijn. De dominantie van een bepaalde groep kan dus worden verdedigd door te kiezen uit elkaar tegensprekende argumentatie: de mannelijke mens mag anderen exploiteren, &amp;oacute;f omdat hij op grond van zijn status als rationeel mens superieur is aan vrouw, dier en natuur, &amp;oacute;f omdat hij een deel van de natuur vormt en het in zijn natuur ligt om anderen te overheersen. Beide redeneringen berusten op een onwrikbare hi&amp;euml;rarchie die de onderdrukking van dieren door mensen legitimeert. DOMME GEIT De devaluering van vrouwen en dieren wordt vaak nog eens versterkt door hen met elkaar te vergelijken en te associ&amp;euml;ren. Vrouwen zouden dan dichter bij de natuur dan mannen staan en daarom &amp;lsquo;dierlijker&amp;rsquo; zijn. Deze associatieve kruisbestuiving vormt een extra legitimatie voor de onderdrukking van zowel vrouwen als dieren. Ook op taalkundig gebied is deze vergelijking van vrouwen met dieren zichtbaar. Denk maar aan de hoeveelheid (denigrerende) woorden die de vrouw als dier neerzetten (teef, domme geit, chick, bunny). Door vrouwen zo te koppelen aan het verguisde dierenrijk, wordt de inferieure status van vrouwen onderstreept. Doordat de associatie met dieren in het nadeel van vrouwen werkt, hebben een aantal prominente feministen zich gedistantieerd van het &amp;lsquo;dierlijke&amp;rsquo;. De Beauvoir en Wollstonecraft, bijvoorbeeld, betoogden uitdrukkelijk dat vrouwen distinctly human zijn en niet met dieren kunnen worden vergeleken. Dit werd door hen als een noodzakelijke stap gezien om aanspraak te kunnen maken op bepaalde basale rechten die aan &amp;lsquo;rationele&amp;rsquo; wezens (oftewel mensen) waren voorbehouden. Om die reden hebben feministen veel energie gestoken in het bewijzen dat vrouwen net zo rationeel, competent en intellectueel zijn als mannen. Echter, hierdoor worden bestaande dualismen met de bijbehorende legitimatie voor dominantie niet geproblematiseerd, maar in standgehouden. Mensen worden nog steeds beschouwd als superieur aan dieren. Het enige verschil is nu dat vrouwen, dankzij deze feministen, aan de &amp;lsquo;goede&amp;rsquo; kant van de scheidslijn staan. De feministische bioloog Lynda Birke wijst ons dan op een frappante tegenstrijdigheid in de feministische beweging: de beweging koestert een groot wantrouwen tegen simpele dualismen waarmee onderdrukking wordt gerechtvaardigd, maar accepteert tegelijkertijd en zonder na te denken wel de tegenstelling tussen mens en dier, en daarmee het recht van de mens om dieren te exploiteren en te doden.(2) ALARMBELLEN Pogingen om dieren op de feministische agenda te zetten, worden vaak met schrik en weerzin ontvangen. De reden hiervoor lijkt te zijn dat vrouwen bang zijn om met dieren geassocieerd te worden. Dit is een gegronde vrees: deze associatie was en is schadelijk voor vrouwen. Maar filosofen zoals Adams en Gaard zullen ook nooit betogen dat vrouwen zich om dieren zouden moeten bekommeren omdat zij dichter bij hen zouden staan. Een dergelijk argument zou steunen op dezelfde dualismen die nu juist bekritiseerd worden. Gaard zet in haar artikel &amp;lsquo;Vegetarian Ecofeminism: A Review Essay&amp;rsquo; uit 2002 helder uiteen dat het ecofeministen en zorgethici gaat om het bewustzijn van &amp;lsquo;structures of oppression&amp;rsquo;, in plaats van &amp;lsquo;objects of oppression&amp;rsquo;. Niet (alleen) de specifieke groep die wordt onderdrukt, maar de mechanismen die onderdrukking mogelijk maken, dienen het voorwerp van onze aandacht te zijn. Dat impliceert dat er bij feministen alarmbellen af zouden moeten gaan als een bepaalde machtsverhouding wordt gerechtvaardigd door te verwijzen naar dualismen en de bijbehorende waardenhi&amp;euml;rarchie of natuur. Het exploiteren van niet-menselijke dieren is hierop geen uitzondering. Een feminist zou volgens deze theoretici dus verder moeten kijken dan de problemen waarmee (vrouwelijke) mensen kampen. SCHAAMHAAR Tot dusver is door gebrek aan interesse en een miskenning van de argumenten van deze theoretici weinig oog voor dieren in mainstream feminisme. Aan de andere kant &amp;ndash; bij de strijders voor dierenrechten &amp;ndash; wordt evenmin weinig interesse getoond voor de &amp;lsquo;structures of oppression&amp;rsquo; die vrouwen treffen. Een sterk voorbeeld hiervan is de organisatie PETA (People for the Ethical Treatment of Animals), die onder andere campagne voert tegen de bontindustrie door posters van naakte vrouwen te produceren onder het motto &amp;lsquo;I&amp;rsquo;d rather go naked than wear fur&amp;rsquo;. Feministen die protesteren tegen het gebruik van geseksualiseerde vrouwbeelden om de exploitatie van dieren te bestrijden, worden afgedaan als humorloos. Ook dikke vrouwen en vrouwen met schaamhaar worden belachelijk gemaakt in de campagnes van PETA. De &amp;lsquo;sexy&amp;rsquo; en &amp;lsquo;ludieke&amp;rsquo; uitstraling van de organisatie zorgt ervoor dat de campagnes populariteit genieten over de ruggen van vrouwen. Niet alleen het feminisme lijdt dus bij vlagen aan het &amp;lsquo;eigen onderdrukte groep eerst&amp;rsquo; syndroom. Feministische theoretici op het gebied van dierenrechten (de ecofeministen en zorgethici) pleiten voor een alliantie tussen de verschillende activistische en politieke bewegingen. Volgens hen is het vegetarisme niet alleen een persoonlijke keuze; het is een politieke keuze waarmee men blijk geeft van het vermogen om door argumenten heen te kunnen prikken die de exploitatie van alle &amp;lsquo;niet-menselijke&amp;rsquo; wezens rechtvaardigen. De kracht van het feminisme zit hem juist in het aan de kaak kunnen en durven stellen van machtsstructuren. Laten we die kracht gebruiken om ook de positie van dieren zichtbaar te maken in de feministische discussie en daarbuiten. Gina de Graaff heeft filosofie, Duits en rechten gestudeerd en werkt als advocaat. Noten: 1 Voor een bespreking van zorgethiek, zie &amp;lsquo;The Ethics of Care&amp;rsquo; in J. MacLaughlin (ed.), Feminist Social and Political Theory: Contemporary Debates and Dialogues. Basingstoke &amp;amp; New York: Palgrave Macmillan, 2003, pp. 70-93. En over het ecofeminisme zie: G. Gaard, &amp;lsquo;Vegetarian Ecofeminism: A Review Essay&amp;rsquo;, in: Frontiers: A Journal of Women Studies, Vol. 23, No. 3 (2002), pp. 117-146 2 Lynda Birke, &amp;lsquo;Exploring the Boundaries: Feminism, Animals, and Science&amp;rsquo;, in Carol J. Adams and Josephine Donovan (eds.) Animals and Women: Feminist Theoretical Explorations, Durham NC: Duke University Press, 1995, pp. 32 -54. Verder lezen? C. J. Adams, The Sexual Politics of Meat, New York: Continuum, 1990. J. Donovan &amp;amp; C.J. Adams, The Feminist Care Tradition in Animal Ethics, New York: Columbia University Press, 2007. illustratie: Farida Laan (website) ]]></content>
	</url>
	<url>
		<loc>http://www.tijdschriftlover.nl/politiek_en_maatschappij/je_moet_als_vrouw_serieus_uit_zijn_op_gelijkheid</loc>
		<title>‘Je moet als vrouw serieus uit zijn op gelijkheid’ </title>
		<content><![CDATA[Women on top heeft ze spottend deeltijdfeministen genoemd. Vrouwen met een parttime job. Ook hoogleraar Evelien Tonkens kijkt bezorgd naar de hoeveelheid vrouwen die de handdoek in de ring van de prestatiemaatschappij gooien en vrede hebben met een klein baantje. Dat terwijl de feminisering van de arbeidsmarkt juist meer kansen voor vrouwen biedt. Evelien Tonkens is vooral bekend om haar wekelijkse column in de Volkskrant, waarin onderwerpen als emancipatie en sekse regelmatig de revue passeren. Ze zat dan ook ooit in actiegroep &amp;lsquo;Tegen Haar Wil&amp;rsquo; en schreef in de jaren negentig met drie andere academicae het boek Wel Feministisch, Niet Ge&amp;euml;mancipeerd. Tonkens was een tijdlang Tweede Kamerlid voor GroenLinks, maar heeft sinds 2005 haar politieke carri&amp;egrave;re verruild voor het hoogleraarschap Actief Burgerschap aan de Universiteit van Amsterdam. LOVER sprak met haar over het belang om je in te zetten voor de publieke zaak. Je schrijft veel in de Volkskrant en andere media. Zie je het als jouw taak als feministische academica om je in het publieke debat te mengen? &amp;lsquo;Ja zeker. Ik vind dat je dingen moet doen die je belangrijk vindt en die je kan. Uiteraard zijn er naast het bijdragen aan het publieke debat veel andere zaken die van groot belang zijn, maar die kan ik dan weer niet zo goed. Zo simpel is het ook. Maar op de universiteiten zie ik wel een zorgelijke trend. De laatste tien jaar is het steeds minder belangrijk wat je als academica in het publieke domein doet en steeds belangrijker dat je in zogenaamde gewichtige, academische tijdschriften publiceert. Dat is nogal armoedig. Ik wil niet bepleiten dat iedereen zo zou moeten zijn als ik. Ik ben er juist een groot voorstander van dat er op de universiteit meerdere stijlen van wetenschap worden erkend en gestimuleerd. Dat gebeurt nu veel te weinig.&amp;rsquo; De internetreacties op sommige van jouw columns zijn niet altijd even aardig. &amp;lsquo;Als ik over sekse of etniciteit een column publiceer, dan wil ik daarna even niet bestaan. Ik lees de reacties erop bijna nooit meer. Dat is eigenlijk wel zonde. Maar zaken die iets met sekse of etniciteit te maken hebben, triggeren op de een of andere manier altijd veel mannen om hun ongezouten mening erover te geven. Ooit heb ik deze mannen in een column politieke potloodventers genoemd. Internet roept in mensen het idee op dat het publieke debat een openbaar riool is, dat ze van alles neer kunnen smijten, hoe smeriger, hoe beter, en dan snel weglopen. Niet bepaald het summum van democratie.&amp;rsquo; Afgelopen februari kwam het boek De beste de baas uit, dat je samen met je partner Tsjalling Swierstra schreef. In dit boek plaatsen jullie vraagtekens bij de meritocratie, een samenleving gebaseerd op merits, verdiensten, in plaats van op standen zoals vroeger het geval was. Waarom is kritiek op de meritocratie belangrijk in de huidige, gepolariseerde samenleving? &amp;lsquo;We leven natuurlijk niet in een meritocratie in de zin dat we allemaal gelijke kansen hebben. Dat is nog steeds niet zo. Maar in vergelijking met vijftig jaar terug is dat wel al veel meer het geval. Heel lang hebben we in Nederland gedacht dat een samenleving gebaseerd op gelijke kansen het toppunt van rechtvaardigheid is. Rechtse mensen dachten dat het tot eerlijke competitie zou leiden en namen daar genoegen mee, en linkse mensen dachten, heel na&amp;iuml;ef, dat gelijke kansen tot gelijke uitkomsten zouden leiden. Na&amp;iuml;ef, want gelijke kansen leiden niet tot gelijkheid, maar tot meer competitie. Er zijn tegenwoordig ontzettend veel meetmomenten waarin je succes kan hebben of kan falen. Kinderen die van de basisschool komen, schijnen nu honderd keer een citotoets te hebben gedaan. Volgens mij weten alle kinderen van tegenwoordig hoeveel punten ze waard zijn. En daar komt lang niet iedereen gunstig vanaf. Ons zelfrespect is kwetsbaar en als je bijna nooit gunstig uit de competitie komt, dan wordt het wel heel moeilijk. Waar kun je dan je zelfrespect aan ontlenen? Voor een deel door je af te zetten tegen andere mensen. Niet op basis van prestatie, want dat ging nou net even niet goed, maar op basis van zogenaamde &amp;ldquo;toegeschreven kenmerken&amp;rdquo; zoals religie en etniciteit. En die zijn niet afhankelijk van verdiensten, dus kun je je er fijn aan omhoog halen.&amp;rsquo; Wordt sekse ook gebruikt om het eigen zelfrespect op te krikken? &amp;lsquo;Natuurlijk, ook sekse speelt hier een rol. De feminisering van de arbeidsmarkt heeft bijvoorbeeld veel te maken met wat mijn geliefde een testosteronoverschot noemt, namelijk dat mannen zich miskend voelen en racistisch worden. PVV-aanhangers zijn in de meerderheid mannen en dat is niet helemaal toevallig. Je ziet een bepaalde maatschappelijke verschuiving van de industri&amp;euml;le naar de postindustri&amp;euml;le samenleving en die laatste is veel meer op dienstverlening, zorg, empathie en communicatie gericht. Allemaal van die klassiek &amp;lsquo;vrouwelijke&amp;rsquo; dingen. Dat betekent eigenlijk dat iedereen een beetje moet feminiseren. Vrouwen hebben dat al meer en in die zin is het ook logisch dat meisjes het beter doen in het onderwijs. Hun opvoeding heeft hen er gewoon beter voor toegerust. Ik vermoed dat hoger opgeleide jongens deze &amp;lsquo;vrouwelijke&amp;rsquo; vaardigheden als praten, vragen stellen en begrip tonen door het hoger onderwijs leren. Tenminste, dat zie ik bij mijn mannelijke studenten. Ik denk dan ook dat de feminisering van de arbeidsmarkt in grosso modo best positief is. Alleen zijn sommige mensen, en voornamelijk mannen, er niet geschikt voor opgevoed. Gevolg is dat deze groep mannen zich niet aanpast en zich vervolgens afzet tegen mannen van bijvoorbeeld een andere etniciteit of geloof om hun eigenwaarde te versterken. Ik wil niet zeggen dat vrouwen dit nooit doen, maar er is wel een sterk, gegendered patroon. Kijk maar naar die reacties op internet; die onbeleefde politieke potloodventers zijn bijna allemaal mannen. Feminisering als positief begrip? De laatste tijd is het juist vaak negatief in het nieuws. &amp;lsquo;Ja, en dat vind ik, eerlijk gezegd, gestoord. Ten eerste denk ik: wees trots op die meisjes dat ze het allemaal zo ontzettend goed doen. Aletta Jacobs en Wilhelmina Drucker zouden dat eens moeten weten! Maar in plaats van om te denken: de meisjes gaan goed, nu eens kijken hoe we de jongens verder kunnen krijgen, zeggen we: er zijn te veel vrouwen in het onderwijs! Belachelijk.&amp;rsquo; Denk je dat de feminisering ertoe kan leiden dat vrouwen meer macht krijgen in de samenleving? &amp;lsquo;Ik ben bang dat dat niet genoeg is. Waar ik nooit goed ben uitgekomen, is de mate waarin vrouwen zelf schuldig zijn aan hun eigen ondergeschikte positie. Mannen dragen hier uiteraard ook verantwoordelijkheid voor, maar als vrouw vind ik het moeilijk hoe ik mij tot de medeplichtigheid van vrouwen zelf moet verhouden. Er zijn bepaalde dingen die vrouwen collectief anders zouden moeten doen, maar dat doen ze domweg niet. Als ik somber ben, denk ik wel eens: dat wordt nooit meer wat.&amp;rsquo; Wat zouden vrouwen anders moeten doen? &amp;lsquo;Jonge vrouwen dreigen zich vaak terug te trekken uit de meritocratie in plaats van dat ze een plaats erin bevechten. Ze denken dat ze aan hun kleine baantje genoeg maatschappelijke macht, status en invloed kunnen ontlenen. Bovendien gaan ze er veel te gemakkelijk vanuit dat er van alles voor hen geregeld wordt. Ze denken dat de arbeidsmarkt wel wat voor hen in petto heeft en dat ze wel een man aan de haak slaan om voor het merendeel van de inkomsten te zorgen. Vaak hoor ik ook dat deze groep jonge vrouwen totaal geen zin hebben in die ratrace. Maar ze maken deze impliciete maatschappijkritiek niet zichtbaar. Ze zien het terugtrekken uit de strijd om topposities als persoonlijke keuze in plaats van dat ze op de discriminerende gevolgen van de prestatiemaatschappij wijzen. Als vrouw genoegen nemen met een paar uur werk per week en dan wel over het percentage vrouwelijke fractieleiders verbaasd zijn, dat vind ik niet kunnen. Je moet als vrouw serieus uit zijn op gelijkheid, anders lukt het niet.&amp;rsquo; Hoewel je dus kritiek uit op de veronderstellingen achter de meritocratie, verwijt je het vrouwen toch dat ze er niet aan mee willen doen. &amp;lsquo;Ja, tenzij ze hun kritiek omzetten in een sociale beweging. We hebben ons in ons boek laten inspireren door Michael Young. Hij schets in The Rise of the Meritocracy (1958) een meritocratische wereld als dystopie. Die meritocratie eindigt uiteindelijk door een opstand van arbeiders die zich te goed voelden voor de meritocratie, en vrouwen die er kritisch tegenover stonden. De mensen die het niet redden en de vrouwen die al een marginale positie innamen, vormden samen een beweging. Dat zou ik nu een nuttige vorm van kritiek vinden. Maar dat priv&amp;eacute; terugtrekken en de maatschappij laten voor wat het is, daar kan ik heel kwaad over worden.&amp;rsquo; fotografie: Cathelijne Berghouwer (website) ]]></content>
	</url>
	<url>
		<loc>http://www.tijdschriftlover.nl/politiek_en_maatschappij/gezond_dik</loc>
		<title>Gezond dik</title>
		<content><![CDATA[De rijksoverheid voert al een tijdje een miljoenencampagne tegen het oprukkende probleem van overgewicht. Mensen die volgens de BMI-schaal een teveel aan kilo&amp;rsquo;s hebben, zetten hun gezondheid op het spel en jagen daarmee de staat op kosten. Althans, zo wordt beweerd. Maar is lichaamsgewicht wel een betrouwbare indicator voor iemands gezondheid? De nuchtere blik van de Fat-acceptance beweging biedt verheldering. Fat is a feminist issue. Dat is de titel van Susie Orbachs boek uit 1987 en tevens het uitgangspunt van de Amerikaanse fat-acceptance beweging. Niet alleen omdat veel vrouwen lijden onder onhaalbare verwachtingen ten aanzien van hun uiterlijk, maar ook omdat het verschil tussen &amp;lsquo;dik&amp;rsquo; en &amp;lsquo;normaal&amp;rsquo; machtseffecten kent en leidt tot nadelige sociale, psychologische en materi&amp;euml;le gevolgen voor zware mensen. EXPLOSIEF In Nederland wordt er bezorgd gekeken naar dikke mensen. Het Kenniscentrum Overgewicht stelt dat overgewicht en obesitas zelfs &amp;lsquo;tot de belangrijkste volksgezondheidsproblemen van dit moment&amp;rsquo; behoren. Volgens het Voedingscentrum is overgewicht zelfs &amp;lsquo;aan het uitgroeien tot een ware epidemie&amp;rsquo;. En het Convenant Gezond Gewicht, dat is afgesloten voor de periode 2010-2015, is gebaseerd op de opvatting dat overgewicht &amp;lsquo;wereldwijd een explosief groeiend probleem&amp;rsquo; is. De onderliggende aanname van deze uitspraken is dat overgewicht an sich onwenselijk, ongezond, zelfs gevaarlijk is en bestreden dient te worden. Dus investeert de overheid miljoenen in de bestrijding van overgewicht en besteden burgers zelf vele miljoenen in de dieetindustrie om deze welvaartsziekte de kop in te drukken. Maar wat is obesitas precies? Welke risico&amp;rsquo;s brengt het met zich mee? Wat zijn de oorzaken ervan? En, misschien de belangrijkste vraag, wat kun je eraan doen? Obesitas is een ernstige vorm van overgewicht gemeten langs de Body Mass Index (BMI)-schaal, die gebaseerd is op het relatieve gewicht in kilo&amp;rsquo;s per centimeter lichaamslengte. Een &amp;lsquo;gezond&amp;rsquo; BMI ligt tussen de 18 en 25. Boven de 25 spreekt men van overgewicht en boven de 30 van obesitas. Bij een BMI van boven de 40 is er sprake van morbide obesitas. De genoemde (verhoogde) risico&amp;rsquo;s van overgewicht en obesitas lopen uiteen van diabetes (type 2) tot hart- en vaatziekten, en van osteoporose tot kanker. Op het eerste gezicht dus redenen te over om overgewicht en obesitas te bestrijden. Maar daar zit nu juist het probleem. Vaak wordt aangenomen dat de oorzaken van overgewicht en obesitas bekend zijn: het Convenant Gezond Gewicht noemt overgewicht &amp;lsquo;primair een zaak van het individu&amp;rsquo;. Elk pondje gaat immers door het mondje, is de redenering. Het convenant heeft daarnaast oog voor maatschappelijke factoren die de keuzes van het individu op het gebied van voeding en beweging be&amp;iuml;nvloeden. Het stimuleren van gedrag dat gewichtsverlies zou bevorderen, en het belasten van ongezonde voeding klinken dan als logische en wenselijke oplossingen van het probleem. Maar daarmee gaat de overheid voorbij aan een aantal cruciale bezwaren. ZAKKEN CHIPS De fat-acceptance beweging, een losjes georganiseerde groep van voornamelijk vrouwelijke academici, publicisten, activisten en bloggers, bekritiseert deze bovenstaande aannames rondom overgewicht. Ten eerste verwerpt ze de BMI als een betrouwbare indicator van overgewicht. Het BMI-Project van Kate Harding maakt zichtbaar dat de indicaties &amp;lsquo;overgewicht&amp;rsquo; en &amp;lsquo;obesitas&amp;rsquo; een veelheid aan lichaamsvormen kunnen omvatten die niet allemaal ongezond hoeven te zijn. Sterker nog, in de meeste gevallen voldoen deze lichaamsvormen absoluut niet aan het schrikbeeld van beperkend en immobiliserend overgewicht dat de term &amp;lsquo;obesitas&amp;rsquo; oproept.(1) Ten tweede bevecht Harding de vooronderstelling dat overgewicht an sich een probleem is, behalve in de meest extreme gevallen. Niet de extra kilo&amp;rsquo;s zijn gevaarlijk, maar het ongezonde, vette en suikerrijke eten, en dat hoeft &amp;ndash; anders dan men vaak denkt &amp;ndash; helemaal niet aan elkaar gekoppeld te zijn. Onderzoek toont daarnaast aan dat ondergewicht veel meer risico&amp;rsquo;s met zich meedraagt dan overgewicht. Overgewicht kan zelfs beschermen tegen een veelheid van medische aandoeningen, waaronder, ironisch genoeg, diabetes type 2.(2) Het is dan ook onterecht om alleen bij mensen met overgewicht te wijzen op de gevaren van ongezond leven. Zakken chips leeg eten, is voor niemand gezond. Gewicht is geen betrouwbare indicator van levensstijl. De fat-acceptance beweging bepleit daarom dat risico&amp;rsquo;s op individuele basis in kaart gebracht moeten worden. Iemands gewicht is volgens de fat-acceptance beweging immers net als lichaamslengte primair een zaak van genetische aanleg. Hoewel de overmatige beschikbaarheid van (ongezonde) voeding wel geleid heeft tot een gemiddelde toename van ons gewicht, hoeft dit op individueel niveau niet zo te werken &amp;ndash; wie kent niet die slanke vriend of vriendin die dagelijks langs de Febo rent en evengoed geen grammetje aankomt? En dat leidt meteen tot de vierde pilaar van hun kritiek op het overgewichtsvertoog: onderzoek heeft keer op keer aangetoond dat di&amp;euml;ten niet werken &amp;ndash; althans niet op de lange termijn.(3) Niemand weet hoe je dunne mensen dik kunt maken en hoewel vaak anders gesuggereerd wordt, geldt dat ook voor het tegenovergestelde. Sterker nog, het zogenaamde jojo-effect kan uiteindelijk juist gewichtstoename en medische klachten veroorzaken bij mensen die er juist alles aan gedaan hebben om middels een dieet dunner en gezonder te worden. VERKETTERING De fat-acceptance beweging kaart ook de gevolgen van het wijdverspreide overgewichtsvertoog aan. De &amp;lsquo;obesity booga booga booga&amp;rsquo; leidt volgens hen tot een verkettering van dikke mensen. Zo wordt ook in Nederland medische hulp (zoals operaties) soms uitgesteld tot de pati&amp;euml;nt is afgevallen, dat gezien het bovenstaande niet altijd mogelijk is. Maar denk ook aan de dagelijkse veroordeling die dikke (in tegenstelling tot dunne) mensen te beurt valt als ze eten in het openbaar, of aan de zeer beperkte kledingkeuze die een toch significant deel van de bevolking tot haar beschikking heeft. Daarnaast worden dikke mensen belemmerd in hun zelfontplooiing door &amp;lsquo;de fantasie van dun zijn&amp;rsquo;.(4) Vooral vrouwen zouden de neiging hebben om afvallen tot hun eerste prioriteit te verheffen, en andere dromen en plannen uit te stellen tot het moment dat zij een maatschappelijk acceptabel (en dus dun) lichaam hebben. Dik zijn wordt opgevat als een gebrek aan zelfcontrole en daadkrachtigheid, en een teken van luiheid. Wie een dergelijk beeld internaliseert, zal zichzelf niet snel een hoognodige vakantie gunnen of vinden dat hij of zij een promotie verdient. De verspreiding van het gewichtsvertoog in populaire cultuur wordt ook aangekaart, onder andere door The Fatshionista.(5) Op haar blog kijkt zij kritisch naar de manier waarop dikke mensen gerepresenteerd worden in de media als in een constant gevecht tegen hun gewicht verkerend. The Fatshionista laat zien dat dikke mensen niet altijd in strijd hoeven te zijn met hun gewicht, maar juist de strijd moeten aangaan met het publieke vertoog. &amp;lsquo;This is it, yo. I am a fat person&amp;rsquo;, schrijft ze, waarmee ze aangeeft dat ze weigert zich te schamen voor haar gewicht, zich niet wenst te onderwerpen aan vermageringsregimes en zich niet schroomt om ruimte te claimen voor haar idee&amp;euml;n &amp;eacute;n haar lichaam. Haar blog biedt dus naast kritiek ook empowerment. STRANDVAKANTIES Maar wat stellen de voorvechtsters van fat acceptance dan voor? In ieder geval niet hetgeen waarvan ze beticht worden: dat ze promoten dat dikke mensen lekker op de bank met een zak chips moeten blijven zitten, omdat het t&amp;oacute;ch niet uitmaakt. Fat acceptance gaat, precies zoals de naam al zegt, om het accepteren van je eigen lichaam, met of zonder vet. Zo heeft fat acceptance activist Linda Bacon de &amp;lsquo;Health at Every Size&amp;rsquo; (HAES) methode gelanceerd.(6) HAES houdt een levensstijl in waarbij je eet wanneer je honger hebt, beweegt omdat het leuk is en geen strandvakanties laat omdat je niet in je bikini past. Een leven waarin je goed voor je lichaam zorgt omdat je goed in je vel zit, in plaats van je lichaam restricties op te leggen om strak in je vel te zitten. HAES is niet speciaal bedoeld voor dikke mensen &amp;ndash; je volstoppen met junkfood is net zo slecht voor dunne mensen. Het is ook geen dieet: uit Bacons onderzoek bleek dat vrouwen die haar methode volgden op de lange termijn ongeveer op hetzelfde gewicht bleven, evenals de controlegroep die w&amp;eacute;l op dieet was. De dames van de HAES groep waren echter gezonder, actiever &amp;eacute;n hadden meer zelfvertrouwen.(7) Noten: 1 http://kateharding.net/bmi-illustrated/. 2 Sandy Swarc, &amp;lsquo;Obesity Paradox #2 &amp;ndash; How can it be a disease if it has health benefits?&amp;rsquo;, 2006, gevonden via http://junkfoodscience.blogspot.com/2006/12/obesity-paradox-2-how-can-it-be.html. 3 Belinda Goldsmith, &amp;lsquo;Dieters, despair. A U.S. study has found that diets don&#039;t work in the long-run with about two-thirds of dieters putting back the weight they lost &amp;ndash; and more &amp;ndash; within four to five years&amp;rsquo;, 2007, gevonden via http://www.reuters.com/article/idUSN3036700020070402?pageNumber=1. 4 Kate Harding: &amp;lsquo;The Fantasy of Being Thin&amp;rsquo;, 2007, gevonden via http://kateharding.net/2007/11/27/the-fantasy-of-being-thin/. 5 http://www.fatshionista.com. 6 http://www.lindabacon.org/haes.html. 7 Linda Bacon, Judith S. Stern, Marta D. Van Loan, Nancy L. Keim, &amp;lsquo;Size Acceptance and Intuitive Eating Improve Health for Obese, Female Chronic Dieters.&amp;rsquo; Journal of the American Dietetic Association, Vol 105 (June 2005) Issue 6, pp. 929-936. ]]></content>
	</url>
	<url>
		<loc>http://www.tijdschriftlover.nl/politiek_en_maatschappij/migrantenverhalen</loc>
		<title>Migrantenverhalen</title>
		<content><![CDATA[Op internet heb je geen verblijfsvergunning nodig om van een cultuur te proeven of er onderdeel van uit te maken. Hoewel in sommige landen internet effectief gecensureerd wordt, kun je online in het grootste deel van de wereld w&amp;eacute;l vrij reizen. Welke sites bieden een podium aan de verhalen van migranten? Het lichaam van een illegale schoonmaakster heeft stofzuigerwielen als benen, een emmer als buik en doeken als armen. &amp;lsquo;Het hoofd is alleen decoratie&amp;rsquo;, zegt kunstenares en schoonmaakster Hristina in de documentaire De huizen van Hristina over haar kleien beeld. Deze documentaire van Suzanne Raes is te zien op www.art2stay.nl, een online tentoonstellingsruimte voor illegale allochtone kunstenaars en artiesten in Nederland. Naast muziek, beeldende kunst en po&amp;euml;zie biedt de site een agenda met data van de openingen en shows van deze kunstenaars en artiesten. Het Amerikaanse Art for Refugees in Transition (artforrefugees.org) biedt, vooral buiten de VS, vluchtelingen activiteiten aan met betrekking tot hun eigen culturele gewoonten en traditionele kunst. Hoe worden &amp;lsquo;eigen&amp;rsquo; culturele gewoonten en traditionele kunst aangeboden door culturele buitenstaanders, vraag je je af. Wij zouden als Hollandse en Texaanse ook niet graag een workshop klompendans respectievelijk cowboy laarzen stikken doen. Gelukkig beslissen de vluchtelingen uiteindelijk zelf welke activiteiten er komen en gaat de aandacht ten eerste uit naar de kinderen. Het al eerder op de LOVER-website besproken noneonrecord.com vinden wij een absolute aanrader. Deze Amerikaanse en Zuid-Afrikaanse site stelt zich ten doel verhalen van LGBT Afrikanen in Afrika en in de diaspora te archiveren, vooral in de vorm van geluidsfragmenten van interviews. Oprichtster Selly Thiam wil namelijk &amp;lsquo;bloemlezingen die onze verhalen vertellen in onze eigen woorden&amp;rsquo;, en dus ook met eigen stem en intonatie. Veel LGBT mensen in Afrika migreren naar andere Afrikaanse landen, Europa of de VS als zij gediscrimineerd worden om hun seksualiteit. Deze ervaringen en verhalen worden door het speciale Seeking Asylum Project op de site gedocumenteerd. De site roept op om je eigen bijdrage op te nemen en in te sturen. Digitaal activisme van LGBTmigranten in de Afrikaanse diaspora is niet nieuw. Een blogster als Sokari Ekine is individueel al jaren bezig. Met haar blacklooks.org heeft ze zelfs prijzen gewonnen. De LGBT activiste moet regelmatig reacties van bezoekers verwijderen die homofoob of racistisch zijn. Voor Ekine zit het succes van online activisme erin dat het tegelijkertijd lokaal en globaal kan functioneren. Zo kunnen discussies op fora, vanuit verschillende culturen, gevoerd worden. En aan de andere kant bereiken bijvoorbeeld queer subculturen ook gebieden waar geen positieve homorolmodellen zijn. Vanuit Nederland wordt er ook druk aan gemeenschapsvorming (communities) gewerkt. Een van de jongste initiatieven is generatieyep.nl. Na het in zwang raken van het woord &amp;lsquo;yup&amp;rsquo; (young urban professional) in de jaren negentig oppert initiatiefnemer Arjan Erkel nu de term &amp;lsquo;yep&amp;rsquo;, young ethnic professional. Verschillende &amp;lsquo;yeppies&amp;rsquo; stellen zich op de site voor met hun verhaal en hun huidige beroep. Zo vertelt Souad el Hamdaoui hoe haar vader haar stimuleerde om door te studeren, zodat zij en haar zes zussen niet net als hun moeder onzelfstandig zou worden. Ze is nu directeur van de Euromast. Meer verhalen van allochtonen die hoger op zijn geklommen in de Nederlandse samenleving, staan in het pas uitgekomen boek Generatie Yep. Helaas is het boek al af en legt de site niet uit hoe je aan de community deel kunt nemen. Wil je je eigen ervaringen als vrouwelijke migrant in Nederland kwijt en ben je van Surinaamse, Marokkaanse of Indische afkomst, ga dan naar de site www.haargeschiedenis.nl. Je kunt hier je eigen migratieverhaal in 400 woorden online opschrijven, en zo een bijdrage leveren aan de site en de Nederlandse geschiedschrijving. Ge&amp;iuml;nteresseerd in de laatste ontwikkelingen in het nationale en internationale integratiedebat surf dan naar eutopiainstitute.org. D e diverse binnen- en buitenlandse schrijvers houden je via nieuws en hun artikelen niet alleen op de hoogte, maar proberen de maatschappelijke ontwikkelingen ook te duiden. Wil je je mengen in het debat over migratie en integratie, dan ben je hier zowel online als offline (dankzij hun bijeenkomsten) op de goede plaats. Of je nu je zelf ziet als opiniemaker, geschiedschrijver, kunstenaar, digitaal activist of een &amp;lsquo;yeppie&amp;rsquo;, het wereldwijde web biedt je al de opties, zonder dat je daar een verblijfsvergunning voor nodig hebt.]]></content>
	</url>
	<url>
		<loc>http://www.tijdschriftlover.nl/politiek_en_maatschappij/we_moeten_af_van_het_denken_in_vaste_identiteiten_</loc>
		<title>‘We moeten af van het denken in vaste identiteiten en terminologie’</title>
		<content><![CDATA[Afro-Surinaamse Mati, Ghanese Supi en Indiaanse two spirited people &amp;ndash; groepen vrouwen die (ook) seks hebben met vrouwen, zonder dat zij uitgaan van een onveranderlijke homoseksuele aard of ori&amp;euml;ntatie waarvoor ze uit de kast moeten komen. De focus van de seksuele en psychische gezondheidszorg op een vastomlijnde, statische seksuele identiteit, is volgens onderzoeker Sunita Steenbakker een van de redenen waarom vrouwen uit etnische en culturele minderheidsgroepen minder naar deze instanties gaan. Sunita Steenbakker doet onderzoek bij Aletta, instituut voor vrouwengeschiedenis, naar seksueel gedrag en seksuele identiteitsvorming(en) bij minderheidsgroepen. &amp;lsquo;Niet iedere vrouw die seksuele gevoelens heeft voor vrouwen noemt zichzelf lesbisch&amp;rsquo;, vertelt Steenbakker. Volgens haar beleven veel vrouwen uit etnische en culturele minderheidsgroepen hun lesbische gevoelens niet of nauwelijks als een onderdeel van hun identiteit. Dat heeft echter gevolgen voor de aansluiting die deze vrouwen voelen met organisaties en instellingen zoals het COC en de GGZ die vaak uitgaan van onveranderlijke seksuele identiteiten. Steenbakker wil dan ook kijken hoe deze vrouwen, indien er een hulpvraag ligt, beter hun weg kunnen vinden naar dergelijke instellingen: &amp;lsquo;Waar ik achter wil komen, is wat de behoeften zijn van deze groepen vrouwen op het vlak van seksuele en geestelijke gezondheid. Waar wordt hulp gezocht en gevonden, en hoe beoordelen zij deze hulp. Als laatste wil ik inzichtelijk maken op welke wijze diverse instellingen en organisaties effectievere interventies kunnen ontwikkelen.&#039; WIKKEN EN WEGEN Steenbakker wil allereerst inzicht krijgen in hoe vrouwen zelf tegen hun seksuele gevoelens aankijken en hoe ze ermee omgaan. Daarvoor wil ze zo&amp;rsquo;n dertig vrouwen interviewen. Het is van groot belang om een onderscheid tussen gedrag en identiteit te maken, legt Steenbakker uit. &amp;lsquo;Neem bijvoorbeeld Marionna, een vrouw van Afrikaanse afkomst die al jaren in de Bijlmer woont. Ze is getrouwd en moeder. Soms heeft ze gevoelens voor een vrouw. Ze vond dat problematisch en zocht mensen in haar sociale omgeving op om hierover te praten. Mede op aanraden van haar vrienden, sprak ze er met haar man over. Samen besloten ze dat ze getrouwd wilden blijven en voor hun kinderen wilden zorgen. En dat zij de mogelijkheid krijgt om soms relaties met een vrouw aan te knopen. Zowel haar man als haar vrienden in de Afrikaanse gemeenschap staan achter deze oplossing.&amp;rsquo; Deze vrouw voelt zich soms aangetrokken tot andere vrouwen en noemt zichzelf heteroseksueel. Steenbakker vindt het waardevol dat er ruimte is voor diversiteit in beleving van seksualiteit: &amp;lsquo;Van mij hoeft niemand zich lesbisch of bi te noemen, zodra ze gevoelens hebben voor vrouwen of seks met hen hebben. Als een vrouw de drang niet heeft om haar seksualiteit tot haar identiteit te maken, is dat prima.&amp;rsquo; Marionna vond hulp in haar directe sociale omgeving. &amp;lsquo;Instanties als het COC, Schorer of De Kringen zullen haar niet snel bereiken, ze zal daar niet direct aankloppen. Dit komt onder andere doordat Marionna zichzelf niet herkent in de doelgroep van deze organisaties. Zij ziet zich immers niet als lesbienne of biseksuele vrouw.&amp;rsquo; Een ander voorbeeld is Nasgul, een jonge vrouw met een islamitische achtergrond. &amp;lsquo;Na lang wikken en wegen besloot Nasgul binnen te stappen bij een organisatie die zich inzet voor de belangen van jongeren met homoseksuele gevoelens. Eerst wat onwennig, maar na verloop van tijd voelde Nasgul zich er meer thuis en beleeft zij het als grote steun. Alleen vrienden bij de organisatie weten dat ze ook wel eens verliefd is op een vrouw. Haar familie en studievrienden weten van niets. Nasgul noemt zichzelf een &amp;ldquo;lesbische vrouw&amp;rdquo; als ze met een vrouw is.&#039; SPIRITUEEL GENEZER Bij Marionna was het geen ramp dat professionele homo-instellingen haar niet konden bereiken, maar bij andere vrouwen, die niet bij hun vrienden of familie terechtkunnen of durven, zou dit een gemis kunnen zijn. Daarom zoekt de seksuele en psychische gezondheidszorg naar termen die seksueel gedrag niet direct tot een vaststaande identiteit omvormen. Al eerder onderzocht Steenbakker dit soort vraagstukken voor Schorer in het kader van HIV/SOA-preventie. Schorer koos voor de term men who have sex with men (MSM). De vrouwelijke benaming is women who have sex with women (WSW). Steenbakker heeft echter haar vraagtekens bij deze termen: &amp;lsquo;Ik denk niet dat het werkt. De begrippen sluiten onvoldoende aan bij de doelgroep. De Amerikaanse psycholoog Ilan Meyer schreef hierover een interessant artikel &amp;lsquo;The trouble with MSM and WSW&amp;rsquo;.(1) Hij betoogt daarin dat je die labels kunt gebruiken, maar dat ze voorbij gaan aan de gevoelens van liefde en genegenheid door zo sterk de nadruk te leggen op seks. Ik denk dat hij hierin gelijk heeft. Vrouwen die zich aangetrokken voelen tot vrouwen maar geen seks hebben, vallen hier al helemaal buiten. En dan zijn er ook nog vrouwen uit verschillende Afrikaanse culturen die seks met vrouwen niet zien als seks. Zij noemen alleen het lichamelijk contact dat gericht is op voortplanting en vruchtbaarheid seks. Bovendien gaat deze terminologie voorbij aan de wijze waarop vrouwen hun eigen seksuele identiteit benoemen en delen in bijvoorbeeld sociale netwerken, communities en same gender pairings. In politieke zin ontbeert WSW de erkenning van aanwezige kracht, empowerment en mobiliteit die een begrip als &amp;ldquo;lesbisch&amp;rdquo; wel heeft.&amp;rsquo; Steenbakker vindt het echter nog te vroeg voor harde conclusies, ze wil eerst nog meer vrouwen interviewen, maar vooralsnog lijken de vrouwen die zij spreekt zich niet te herkennen in de term WSW, onder meer door de sterke focus op seks. &amp;lsquo;We moeten af van het denken in vaste identiteiten en terminologie.&amp;rsquo; Daarnaast is er ook veel meer diversiteit in constructies van seksuele identiteit dan alleen de Westerse indeling hetero-, bi- en homoseksueel, vertelt Steenbakker. Het bekendste voorbeeld is Mati-werk. Mati&amp;rsquo;s zijn Afro-Surinaamse vrouwen die gelijktijdig relaties hebben met mannen en vrouwen. Daarbij gaan ze niet uit van een onveranderlijke lesbische identiteit. Dit komt gedeeltelijk overeen met andere West-Afrikaanse seksuele culturen, zoals de Ghanese Supi. Ook een term als two spirited people is een constructie van seksuele identiteit die niet makkelijk in te passen is in de Westerse indelingen. Two spirited people wordt in de Indianencultuur van Noord-Amerika gebruikt voor vrouwen die als spiritueel genezer een &amp;lsquo;mannelijke rol&amp;rsquo; op zich nemen en samenwonen met een vrouw. STRANGE FRUIT Hoe vrouwen omgaan met hun gevoelens en of ze deze omzetten in daden, heeft volgens Steenbakker alles te maken met hun zelfbeeld. Hoe interpreteren zij de gebruikte terminologie en in hoeverre accepteren zij dit als een correct &amp;lsquo;label&amp;rsquo; voor zichzelf? De verwachtingen van en ervaringen met de reacties van de sociale omgeving (zowel de etnische en culturele communities als de lesbische) op hun seksuele identiteit en gedrag hebben hierop ook grote invloed. &amp;lsquo;Veel hangt af van de etnische en culturele achtergrond van de vrouwen en van de mate van integratie in de Nederlandse samenleving. Iedere cultuur heeft zijn eigen specifieke percepties over gender en seksualiteit. Die vormen het kader waarbinnen seksueel gedrag wordt bekeken en identiteiten worden vormgegeven.&amp;rsquo; Volgens Steenbakker is het daarom ook heel waardevol dat er steeds meer gespecialiseerde (zelfhulp)organisaties in het leven worden geroepen, zoals Malaica, Secret Garden, Black and White Baby, Habibi Ana, Strange fruit en andere allochtone holebi - organisaties. Een ontwikkeling die Steenbakker ook toejuicht, is de toenemende aandacht in de bestaande seksuele en psychische gezondheid voor culturele diversiteit. &amp;lsquo;Er wordt niet langer alleen maar vanuit een westers perspectief gehandeld.&amp;rsquo; Deze ontwikkelingen kunnen de drempel voor niet-westerse vrouwen om hulp te zoeken, verlagen. Een belangrijk doel van Steenbakkers onderzoek is immers om de hulpverlening nog meer te verbeteren. &amp;lsquo;Hopelijk kan mijn onderzoek meer duidelijkheid verschaffen over hoe deze vrouwen effectiever en effici&amp;euml;nter geholpen kunnen worden, wanneer zij behoefte hebben aan zorg of informatie. Het onderzoek van Steenbakker sluit nauw aan bij het jaarthema van Aletta &amp;lsquo;migratie en vrouwenlevens&amp;rsquo;. Zie voor meer informatie over Aletta&amp;rsquo;s jaarthema en haar overige projecten: www.aletta.nu. NOTEN: 1 Ilan Meyer &amp;lsquo;The trouble with MSM and WSW. The erasure of the sexual minority person in public health discourse.&amp;rsquo; American Journal of Public Health, 95 (2005) 7, pp. 1144-1149. Meedoen en/of meer weten? Wil je meedoen aan het onderzoek? Kijk voor meer informatie op www.aletta.nu. Mail voor meer informatie of het maken van een afspraak naar: ssteenbakker@yahoo.com. ]]></content>
	</url>
	<url>
		<loc>http://www.tijdschriftlover.nl/politiek_en_maatschappij/tussen_luiers_en_carrire</loc>
		<title>TUSSEN LUIERS EN CARRIÈRE</title>
		<content><![CDATA[Bos en Eurlings kiezen voor hun gezin boven een politieke carri&amp;egrave;re. Een teken van een nieuwe, door vaders geleide emancipatiegolf? Veel feministen zijn wantrouwig: de introductie van papadag laat juist zien hoe onvanzelfsprekend zorgende vaders zijn. Dylan van Rijsbergen breekt een lans voor de moderne vaders en betoogt dat vrouwen deze groep mannen wel eens wat meer in hun emancipatie mogen steunen. Recentelijk verlieten twee ambitieuze mannen, Wouter Bos en Camiel Eurlings, de politiek om meer aandacht te besteden aan hun gezin. &amp;lsquo;Mijn motieven liggen thuis. Als ik door zou gaan en premier zou worden na 9 juni, zie ik mijn eigen kinderen niet opgroeien. Dat is het me niet waard. De politiek eist een zware tol van je priv&amp;eacute;leven&amp;rsquo;, aldus Bos. Vorig jaar bracht een groep vaders een manifest met de naam Papaplus uit, waarin meer mogelijkheden werden ge&amp;euml;ist voor vaders om tijd met hun kinderen door te brengen. &amp;lsquo;Meer dan zes van de tien mannen willen graag minder werken en meer tijd besteden aan de opvoeding van hun kinderen. Dat ze dit niet doen, komt door de dwingende manier waarop werk in Nederland is ingericht.&amp;rsquo; Ook bereikt een website als ikvader.nl, door journalist Henk Hansen opgezet zo&amp;rsquo;n 1500 bezoekers per dag. Op zijn minst lijkt het alsof vaders zich de laatste jaren steeds meer aan het emanciperen zijn: ze eisen ruimte en mogelijkheden voor een nieuwe, meer actieve rol als zorgende opvoeder en betreden daarbij een terrein dat voorheen vooral als vrouwelijk werd gezien. Deze vaderemancipatie wordt niet eensgezind bejubeld in feministisch Nederland. Vaak worden er flink wat vraagtekens bij de intenties van deze &amp;lsquo;nieuwe&amp;rsquo; mannen gezet. Cisca Dresselhuys, oud-hoofdredacteur van Opzij, gaf in Pauw &amp;amp; Witteman te kennen dat ze de motieven van Bos (en mannen in het algemeen) niet helemaal vertrouwde. Haar collega-feministe Heleen Mees geloofde Bos evenmin en noemde hem zelfs &amp;lsquo;een watje&amp;rsquo;.(1) Omdat Bos in het verleden weinig prioriteit had gegeven aan emancipatie, zowel politiek als in zijn persoonlijke leven, kon deze omslag alleen maar andere, meer electoraattechnische, redenen hebben. Wat mij betreft een te snelle conclusie: alsof iedereen leeft volgens een van tevoren vastgelegd plan en niet langzaam tot een inzicht kan komen. Maar recentelijk stelde journaliste Astrid Theunissen het in de Volkskrant nog radicaler: mannen willen volgens haar helemaal niet zorgen, anders hadden ze dat allang al gedaan en was deze discussie niet eens nodig.(2) Ik vraag me af: is dit wantrouwen in de emanciperende vader gerechtvaardigd? PAARDJE RIJDEN Voor de man die graag fulltime werkt en in de avonduren zijn kinderen op de knie neemt om paardje te rijden, is er helemaal geen emancipatiestrijd nodig. Dit traditionele vaderschap is immers gelegitimeerd in een patriarchale maatschappij en hoeft niet bevochten te worden. De moderne vader die aangeeft minder te willen werken, omdat hij er voor zijn kind wil zijn, wordt daar in veel bedrijfstakken nog steeds op aangekeken. Veel mannen (en vrouwen) vinden de zorg voor kinderen niet serieus en respectvol werk voor een man; het heeft geen status. Een man die wel wil zorgen ziet men als een mietje dat geen &amp;lsquo;echt&amp;rsquo; werk wil doen, of een sukkel onder de plak bij zijn vriendin. Toch komen er steeds meer moderne vaders die, ook al is het alleen op de &amp;lsquo;papadag&amp;rsquo;, zorgende taken in de opvoeding op zich nemen. De moderne vader verschoont luiers, geeft de baby geduldig een flesje, kookt en dekt de tafel, brengt de kinderen naar de cr&amp;egrave;che, praat regelmatig met zijn zoon of dochter en luistert aandachtig naar hen, corrigeert ze wanneer nodig, geeft hen warmte, liefde en knuffels en ga zo maar door. In een modern, ge&amp;euml;mancipeerd gezin worden alle taken van de traditionele vader en moeder op een hoop gegooid en eerlijk verdeeld over man en vrouw. STIL GELUK Hoewel deze gelijke rolverdeling Joke Smit in de jaren zeventig al voor ogen stond, is het een ontwikkeling die het feminisme uit zichzelf moeilijk heeft kunnen bereiken. Vaak is de emancipatie van de vrouw door mannen opgevat als een strijd die ten koste ging van de man: hij moest een stapje terug doen ten gunste van de vrouw. Dat de man hierbij ook veel te winnen had, werd zelden besproken. Dat zorgtaken in het algemeen en onbetaalde zorgtaken in het bijzonder, ook een bepaalde liefdevolle bevrediging en stil geluk kunnen schenken die in het traditionele keurslijf van mannen &amp;ndash; doortrokken van competitie, macht en status &amp;ndash; volledig ontbreken, wordt in het machofeminisme van bijvoorbeeld Heleen Mees nog steeds ontkend. Vanwege het grotendeels uitblijven van mannenemancipatie had het tweedegolffeminisme tot onbedoeld gevolg dat vrouwen nu te kampen hebben met dubbele druk: ze moeten van zichzelf zowel presteren op het werk, als in de klassieke zorgtaken thuis. Dat dit veel stress oplevert is een bekend verschijnsel dat bijvoorbeeld uitgebreid is beschreven door Roos Wouters.(3) Feministen als Dresselhuys wijten huidige situatie aan de onwil van mannen om te veranderen. Hoewel dat ongetwijfeld een deel van de waarheid is, is dat niet het hele verhaal: hier wreekt zich het gebrek aan zelfkritiek van de tweedegolffeministen. Zij gaan er namelijk aan voorbij dat er bij veel mannen best een wil aanwezig is om te veranderen &amp;ndash; zelfs een behoefte &amp;ndash; maar dat mannen zelf net zo zeer beperkt worden door de patriarchale cultuur als vrouwen. COMPLIMENTEN Het klassieke patriarchaat was en is een machtsbolwerk dat niet alleen vrouwen onderdrukt, maar ook alle mannen die afwijken van de machonormen. Homoseksuelen weten dat al lang en hebben in hun emancipatiestrijd gevochten voor een gelijke behandeling van afwijkende &amp;lsquo;mannelijkheden&amp;rsquo;. Heteromannen met zorgambities staan echter nog aan het begin van die strijd. Op een iets abstracter niveau heeft dit te maken met de waardering van zorgtaken in het algemeen. Het zorgen voor anderen staat in de machowereld lager aangeschreven dan competitie met andere mannen en wordt ook daarom toegeschreven aan vrouwen en aan mannen die lager op de sociale ladder staan. &amp;lsquo;Zorg&amp;rsquo; is in die redenering niet iets dat door een man geambieerd zou moeten worden. Van vrouwen daarentegen wordt verwacht dat zij de zorg op zich nemen. Juist vanwege de grote kans die een man heeft om als &amp;lsquo;mietje&amp;rsquo; te worden weggezet als hij een &amp;lsquo;papadag&amp;rsquo; neemt, wordt hij, als hij dit toch durft, door veel mannen en vrouwen geprezen. Een vrouw die parttime werkt om voor haar kinderen te zorgen, hoeft dat niet te verwachten; dat wordt &amp;lsquo;natuurlijk&amp;rsquo; gevonden. Ze krijgt alleen kritiek als ze het niet doet. Dit verklaart wellicht ook de frustratie van Dresselhuys om de complimenten die Bos ten deel vielen: want hoe vernieuwend is het als een man complimenten krijgt voor zorgtaken? Dat betekent immers dat het nog lang niet vanzelfsprekend is. Die conclusie wordt helaas ondersteund door de cijfers uit de Emancipatiemonitor. Het is juist daarom van groot belang om stappen van voorbeeldfiguren zoals Wouter Bos toe te juichen en juist niet cynisch en wantrouwend te bejegenen. Mannen kunnen van deze rolmodellen leren dat zorgen voor kinderen wel degelijk status heeft, dat het respectvol werk is, minstens zo belangrijk als betaald werk. Het negatieve en wantrouwende geluid van sommige tweeddegolffeministen en opiniemakers ondermijnt deze nieuwe beeldvorming, omdat het de traditionele vooroordelen alleen maar bevestigt: mannen die zeggen meer te willen zorgen, menen het niet echt, het zijn stiekem toch gewoon watjes die niet willen werken of ze hebben een verborgen agenda. Uiteindelijk is de vader pas werkelijk ge&amp;euml;mancipeerd als de keuzes van voorbeeldmannen niet meer toegejuicht hoeven te worden. Werkelijke vaderemancipatie heeft pas dan zijn doel bereikt, als we het allemaal vanzelfsprekend vinden dat ook voor mannen een keuze voor het krijgen van kinderen betekent dat je er voor die kinderen b&amp;eacute;nt, met alle consequenties van dien. Dylan van Rijsbergen is schrijver van Het onbehagen van de man dat eind 2009 verscheen bij uitgeverij Augustus. Noten: 1 Heleen Mees, &amp;lsquo;Wouter Bos is een watje&amp;rsquo;, NRC Handelsblad, 19-3-2010. 2 Astrid Theunissen, &amp;lsquo;Vaders gebruiken bakfiets voor kratjes bier&amp;rsquo;, de Volkskrant, 11-05-2010. 3 Roos Wouters, Fuck! Ik ben een feminist, Amsterdam, 2008.]]></content>
	</url>
	<url>
		<loc>http://www.tijdschriftlover.nl/politiek_en_maatschappij/vorm_of_vent</loc>
		<title>Vorm of vent? </title>
		<content><![CDATA[Hoe zinnig is het dat media zich afvragen waarom een Surinamer klassieke muziek maakt? Verandert de betekenis van een gedicht als je ontdekt dat de maker een migrant is? Garjan Sterk volgt het Nederlandse debat over het omstreden belang van de etnische identiteit van de kunstenaar. Begin twintigste eeuw woedde er in Nederlandse literaire kringen een discussie over de mate waarin &amp;lsquo;vorm&amp;rsquo; of &amp;lsquo;vent&amp;rsquo; centraal moesten staan in de kunst.(1) Menno ter Braak en E. du Perron vonden dat een kunstwerk alleen van belang is als het getuigt van maatschappelijk engagement. Zij zetten zich af tegen &amp;lsquo;sierschrijvers&amp;rsquo; als Leopold en Martinus Nijhoff. Voor de &amp;lsquo;ventisten&amp;rsquo; werd een kunstwerk niet voldoende gelegitimeerd door de opvatting l&#039;art pour l&#039;art: een echte vent staat ergens voor. Hierbij was &amp;lsquo;vent&amp;rsquo; niet m/v, want als de kunstenaar een vrouw was &amp;ndash; met uitzondering van Henriette Roland Holst &amp;ndash; werd dat vrijwel altijd gezien als verklaring voor inhoud en stijl. Naar aanleiding van de po&amp;euml;zie van Gerrit Achterberg kwam er later in de twintigste eeuw een vergelijkbare discussie op gang. Een belangrijk thema in zijn werk, een niet (meer) bereikbare geliefde, krijgt extra lading als het priv&amp;eacute;leven van de dichter betrokken wordt bij de interpretatie: Achterberg heeft in 1937 in een vlaag van verstandsverbijstering zijn hospita vermoord. Sommige critici beschouwen Achterbergs gedichten als een verwerking van deze gebeurtenis, volgens andere is de onbereikbare liefde slechts een behandeling van een universeel thema. In deze gemodificeerde Vorm of Vent-discussie draait het om de mate waarin context een rol speelt bij de interpretatie van een kunstwerk. Kan een kunstwerk juist ge&amp;iuml;nterpreteerd worden als je niet op de hoogte bent van de ervaringen en visies van de kunstenaar? Of is een kunstwerk autonoom en is de betekenis besloten in het werk. HANG NAAR EXOTISME De Vorm of Vent-discussie is nog altijd actueel en tegenwoordig in een etnisch jasje gestoken.&amp;lsquo;Allochtone&amp;rsquo; schrijvers en beeldend kunstenaars hebben altijd al deel uitgemaakt van de Nederlandse kunst- en cultuurwereld. Het publiek was bekend met het werk van Jan Toorop, met literatuur van Astrid Roemer en Hella Haasse, met muziek van Julian Coco en de Blue Diamonds. Maar pas tijdens de jaren 90 probeerde een grote groep migrantenkinderen, volwassen geworden in Nederland, een plek te veroveren in de culturele sector. Dit leidde tot nieuwe vragen: is de etniciteit van de kunstenaar een relevante factor? Is een theatervoorstelling van bijvoorbeeld Surinamers anders dan een voorstelling van autochtone Nederlanders? Verandert een tekst van betekenis als je ontdekt dat de dichter een Iraanse vluchteling is en niet geboren in Zwolle? En wat als een schrijver Marokkaanse ouders heeft, maar opgroeide in Rotterdam? Deze nieuwe invulling van de Vorm of Vent-discussie werd uitgebreid met de discussie over de kwaliteitscriteria in de Westerse kunstsector. Zijn deze wel toereikend om kunst uit andere delen van de wereld &amp;eacute;n van mensen in de diaspora (arbeidsmigranten, vluchtelingen, mensen uit de voormalige koloni&amp;euml;n) te kunnen beoordelen? Niet zelden werd het werk van deze kunstenaars vooral beschouwd als kunstuitingen die bedoeld waren om &amp;lsquo;hun eigen gemeenschap&amp;rsquo; te bedienen. In recensies werden producties, van onder andere Rufus Collins, Maarten van Hinte en Marjorie Boston, niet beoordeeld op hun artistieke kwaliteiten, maar op hun mogelijk sociaal-maatschappelijke effecten. Het ging niet over schoonheid, visie of engagement, maar om de vraag: wat leren wij over de multiculturele samenleving? Het verzet kwam vanuit ge&amp;euml;ngageerde theatergroepen als DNA en Made in da Shade eind jaren negentig. Ze wilden niet langer betaald worden uit welzijnspotjes, maar volwaardig deelnemen aan de culturele sector. Migrantenkunstenaars namen deel aan het publieke debat en problematiseerden elk aspect van de Nederlandse kunst- en cultuursector: van de eenzijdige samenstelling van culturele besturen tot het programmeerbeleid van podia, van opleidingen die geen aandacht besteden aan tradities in niet-westerse kunst tot de hang naar exotisme bij delen van het publiek. PIJNLIJKE SITUATIES In het afgelopen decennium veranderde ook de visie van het publiek: kunstuitingen van migranten zijn niet alleen voor &amp;lsquo;hun gemeenschap&amp;rsquo; van belang, maar verrijken de Nederlandse cultuur. Kunstenaars met een migrantenachtergrond worden nu geprezen om hun andere, soms scherpere blik op de Nederlandse samenleving. Hun ervaringsdeskundigheid met andere muzikale tradities leidde tot de muziekstroming die de naam fusion kreeg. De voormalige taalachterstand werd een bron van taalvernieuwing en herontdekking van betekenissen die in de loop van de tijd verloren waren gegaan. Binnen dit kader is het noemen van de etniciteit van de kunstenaar of artiest niet helemaal onterecht. Toch blijft het ongemakkelijk als een blueszangeres, die al jaren in Amsterdam woont, aangekondigd wordt als &amp;lsquo;African-American&amp;rsquo;, of als de bloemrijke taal van Hafid Bouazza, die zich nadrukkelijk verwant voelt met de Tachtigers, in verband wordt gebracht met zijn Marokkaanse afkomst en de Arabische poezi&amp;euml;. De grens tussen authenticiteit en stereotypering is echt flinterdun. Het kan tot pijnlijke situaties leiden als de relatie met de persoon zelf en niet met de artistieke uiting gelegd wordt. En dit gebeurt helaas steeds vaker. MADAME BOVARY Zo mocht ruim twee jaar terug de cellist Steven Bourne als net verkozen &amp;lsquo;Jonge Musicus van het Jaar&amp;rsquo; bij Pauw &amp;amp; Witteman aanschuiven en kreeg hij van Witteman de vraag: &amp;lsquo;In Suriname is er, naar wij weten, niet veel belangstelling voor Westerse klassieke muziek. Hoe is dat bij jou zo gekomen?&amp;rsquo;. Witteman is op zoek naar de mens achter de cellist, maar hij activeert ook een oud stereotype beeld van trommelende negertjes. Hij had beter naar de persoonlijke motivatie van Bourne kunnen vragen. &amp;lsquo;Surinaams&amp;rsquo; en &amp;lsquo;klassieke muziek&amp;rsquo; is een combinatie die net zo min vanzelfsprekend is als &amp;lsquo;jong&amp;rsquo; en &amp;lsquo;klassieke muziek&amp;rsquo;. Het ongemak dat de relatie tussen etniciteit en kunst soms teweegbrengt, is alleen op te lossen door de kunstenaar of artiest de ruimte te geven om zelf te vertellen over het werk en zijn persoon. Twee jaar later is Bourne te gast bij Kunststof TV. Ondanks de verscheidenheid van de tafelgasten &amp;ndash; drie vrouwen en twee mannen, maar ook: drie actrices, een musicus en een schrijver, of: drie allochtonen en twee autochtonen &amp;ndash; wordt de etnische achtergrond van de gesprekspartners niet eenmaal genoemd. Kunststof TV (2) is dan ook een programma over kunst en de functie van kunst, en niet over de mens achter de kunstenaar. Toch slaagt ook dit programma er niet altijd in om een werk onbevooroordeeld door kennis over de maker te bespreken. Afgelopen winter was Yasmine Allas te gast bij Kunststof TV om te spreken over haar roman. Voor een documentaireserie van de IKON ging Allas na vele jaren weer terug naar haar geboorteland Somali&amp;euml;. Daar raakte ze tamelijk overstuur: ze vond niets terug van haar jeugd en haar herinneringen waren mooier dan de werkelijkheid. Ze nam haar toevlucht tot de verbeelding en besloot ter plekke dat ze een boek moest schrijven. Als presentator Joost Karhof tijdens het gesprek over Een nagelaten verhaal de ik-persoon laat samenvallen met de schrijfster, onderbreekt Yasmine Allas hem. Het personage heeft weliswaar een aantal vergelijkbare ervaringen en is voortgekomen uit de persoonlijke urgentie een verhaal te vertellen, maar het personage is n&amp;iacute;et Yasmine Allas. Vorm of vent, that is the question, zeker als het gaat om de relevantie van de etnische identiteit van de kunstenaar voor de betekenis van een werk. De ik-persoon uit haar roman is niet Yasmine Allas, maar zonder de persoonlijke geschiedenis van Yasmine Allas was dit personage niet tot leven gewekt. Het is dus heel verleidelijk om een verband te veronderstellen met de etniciteit van de auteur. Maar waarom zou etniciteit een afdoende verklaring zijn voor een verhaal of personage en andere categorie&amp;euml;n niet? Madame Bovary is tenslotte niet minder geloofwaardig omdat ze voortkomt uit een mannelijke verbeelding. Garjan Sterk is zelfstandig onderzoeker en adviseur op het gebied van diversiteit, cultuur en media. Noten: 1 De dichter J.C Bloem schreef in 1932 het essay Vorm of Vent, waarmee deze discussie haar naam kreeg. Bloem had voor beide standpunten begrip en betrok geen van beide posities. 2 http://www.nps.nl/page/programma/3769/kunststoftv. Beeld bij dit artikel is van Farida Laan.]]></content>
	</url>
	<url>
		<loc>http://www.tijdschriftlover.nl/politiek_en_maatschappij/waarom_zijn_we_niet_meer_solidair_met_werksters</loc>
		<title>Waarom zijn we niet meer solidair met werksters?</title>
		<content><![CDATA[Zelfverklaarde feministen staan voorop om de werkster te verwelkomen als d&amp;eacute; mogelijkheid om die felbegeerde carri&amp;egrave;re met een schoon huis te combineren. En dat voor maar een paar euro&#039;s per uur. Dus wat let je? Maar waar blijft dan ons feministisch streven naar gelijkwaardigheid van zorg, vraagt Saskia Poldervaart zich af. Gebruiken we stiekem de rug van de werkster om bij het glazen plafond in de buurt te komen? Na in de jaren zeventig actief mee gediscussieerd te hebben over het belang van huishoudelijk werk in het &#039;huishoudelijke arbeiddebat&#039; 1, merkte ik tot mijn verbazing dat tegenwoordig bijna al mijn feministische collega&amp;iacute;s en vrienden een werkster hebben die ze gemiddeld een tiende betalen van hun eigen uurloon. Ik was helemaal geschokt toen Heleen Mees in een van haar columns in het NRC schreef over het huishouden als &amp;euml;laagwaardige arbeid&amp;iacute;. Ik protesteer tegen het neerkijken op zorgarbeid. Ik zal niet snel stellen dat niemand een werk(st)er mag nemen, of beweren dat je met iedere vrouw solidair moet zijn 2, maar ik maak me wel zorgen over een situatie waarin er zo hi&amp;Icirc;rarchisch over huishoudelijk werk wordt gedacht. Hoe komt het toch dat de meeste mensen in het Westen denken dat een hoogopgeleide vrouw haar eigen WC niet (meer) kan schrobben (laat staan een hoger opgeleide man) maar dat &#039;we&#039; daarvoor &#039;anderen&#039; nodig hebben? Hebben we voor niets zo lang gediscussieerd over de onmisbaarheid van huishoudelijk werk voor het in stand houden van de maatschappij, werk dat net zo belangrijk is als het produceren van goederen? Blijkbaar zijn we, feministen van de tweede golf, ook de feministische zorgtheorie&amp;euml;n van de jaren 80 en 90 vergeten die ons leerden dat zorg te maken heeft met moraal en politiek, en dat huishoudelijke arbeid een onderdeel van zorg vormt. Of negeren we misschien opzettelijk de betekenis van dit gedachtegoed bij het nemen van een werk(st)er? Mannelijk waardensysteem Het huishoudelijke arbeiddebat van zo&amp;iacute;n veertig jaar geleden maakte duidelijk dat huishoudelijke arbeid onmisbaar is voor de instandhouding van de mannelijke werkende bevolking. De hierna langdurig gevoerde discussie over &#039;loon voor huishoudelijke arbeid&#039; leidde tot de conclusie dat salaris voor huisvrouwen veel nadelen had (zoals de arbeidsdeling tussen de seksen: niet alle vrouwen willen &#039;alleen&#039; huisvrouw zijn, maar ook heft zo&#039;n loon het isolement en het dienstbaar zijn voor anderen van het huisvrouwenbestaan niet op)3. In de jaren tachtig werd de theorie van Carol Gilligan over zorg door velen omarmd. Zij stelde dat zorg in de maatschappij ondergewaardeerd wordt door de dominantie van het mannelijk waardesysteem. Volgens Gilligan denken en handelen vrouwen vanuit een zorgzaamheidsethiek (vanuit persoonlijke betrokkenheid) en mannen vanuit een rechtvaardigheidsethiek (vanuit regels en wetten). Deze theorie cre&amp;Icirc;ert zo een tegenstelling tussen zorg en rechtvaardigheid, en tussen vrouwelijkheid en mannelijkheid. Hoewel Gilligan terecht het simpele idee van &#039;gelijkheid&#039; bekritiseert omdat daarbij de betaalde arbeid van mannen de norm wordt, kan de wereld niet verdeeld worden in vrouwen en mannen met een daarbij behorende ethiek. Dit vlakt de rol uit van andere positioneringen zoals klasse, etniciteit, opleiding en noem maar op. In het westerse denken bestaat er nauwelijks theoretische aandacht voor zorg, juist omdat in dit denken de rationele autonome man versus de afhankelijke zorgende vrouw als uitgangspunt is genomen. Het huishoudelijke arbeiddebat en Gilligan hebben het maatschappelijk belang van zorg en specifieker, het huishouden aangetoond. Joan Tronto bracht in 1993 het debat over het politieke belang van zorgethiek nog een stap verder met de publicatie van Moral Boundaries, A Political Argument for an Ethic of Care, waarin ze het denken in opposities oversteeg.4 Met haar definitie van zorg als &amp;euml;een activiteit die alles omvat wat we doen om onze wereld in stand te houden, voort te zetten en te corrigeren, zodat we er zo goed mogelijk in kunnen leven&amp;iacute; toont zij niet alleen de onmisbaarheid van zorg, maar ook dat iedereen zorgtaken kan uitvoeren. Bij zorg gaat het ook om hoe mensen met elkaar omgaan en dit bepaalt voor een groot deel de kwaliteit van het leven. Iedereen heeft te maken met zorg. Zorg is niet alleen gericht op zichzelf, want mensen zijn altijd afhankelijk van elkaar. Volgens Tronto gaat het in het zorgproces om arbeid, om de identiteit van mannen en vrouwen, om de moraal (goede zorg vereist aandacht, inlevingsvermogen, het relativeren van eigen belangen) en om politiek. Zij pleit voor een zorgethiek waarin wordt aangegeven hoe onze huidige morele en politieke theorie&amp;Icirc;n werken om de ongelijkheden in macht en privileges te handhaven en &#039;anderen&#039; (vrouwen, maar ook al of niet gekleurde mannelijke bedienden en arbeiders) die het verzorgende werk uitvoeren, degraderen. De laatste tien jaar zijn er in de globaliseringsdiscussie publicaties verschenen over de domestic workers en over de organisatie van deze huishoudelijke werksters (met name de Philipijnse).5 Hierin wordt benadrukt dat het bij globalisering om veel meer gaat dan economische verhoudingen en bij zorgarbeid om meer dan sekse. Thera van Osch, van de Stichting voor Zorgeconomie, integreert de globaliseringsdiscussie in het denken over westerse zorgarbeid en concentreert zich in eerste instantie op de economische aspecten van onbetaalde zorgarbeid. Volgens haar is deze arbeid van vitaal belang voor de samenleving. Het is de basis en ook de grootste sector van de economie: van het totale arbeidsvolume in Nederland is momenteel circa 51% onbetaald en 49% betaald.6 Osch laat zien dat onbetaalde arbeid gedeeltelijk vervangen kan worden door betaalde arbeid, maar dat een groot deel moeilijk of niet vervangbaar is omdat er menselijke waardes aan vastzitten die niet te koop zijn op de arbeidsmarkt. Denk maar aan het geven van ouder-kind liefde, aan het gezellig maken van je huis, aan het vieren van verjaardagen van familieleden. Deze intrinsieke waarde van zorgarbeid is onmogelijk in geld uit te drukken. Osch pleit dan ook voor een gezonde balans tussen betaalde en onbetaalde arbeid voor iedereen. Advocaten Vinden we bovenstaande theorie&amp;Icirc;n nu terug in het huidige debat over zorg? Sterker nog, kunnen we wel over een debat spreken nu het eerder lijkt te gaan om het uitbesteden van zoveel mogelijk zorgarbeid via werksters of nannies zodat we dit werk kunnen negeren? Tronto&amp;iacute;s pleidooi voor de (politieke) erkenning van het belang van zorg lijkt in het dominante feministische vertoog overspoeld te worden door de discussie over het glazen plafond. In deze discussie lijkt de positie van lager opgeleide vrouwen (en mannen) die nooit in de buurt van het glazen plafond komen, gemakkelijk over het hoofd gezien. Dat zorgarbeid onmisbaar is voor elke man en vrouw wordt geheel vergeten. Het is geen &amp;euml;laagwaardige arbeid&amp;iacute; zoals de gelijkheidsfeministe Heleen Mees stelt, integendeel: deze arbeid is meer van nut dan de arbeid die zij als &amp;euml;hoogwaardig&amp;iacute; omschrijft zoals het werk van advocaten. Door zorgarbeid zo te degraderen blijft de machtsongelijkheid tussen vrouwen onderling gehandhaafd, leren mensen niet hoe ze zichzelf en hun omgeving moeten verzorgen, wordt genegeerd dat zorg ook met moraal te maken heeft en blijft het verzorgende werk als minderwaardig werk beschouwd worden.7 Vlieger In mijn visie is het geheel uitbesteden van zorg, waar feministen die alleen streven naar seksegelijkheid zo vurig voor pleiten, niet alleen onmogelijk (niet alle zorgarbeid is te omschrijven of in geld uit te drukken), maar ook onwenselijk als je denkt aan sociale omgang binnen een gezin. Net zoals de Raad voor het Jeugdbeleid in 1995 voorstelde, wil ik een pleidooi houden dat ieder kind drie dingen leert: economische zelfstandigheid (dat is iets anders dan alleen het najagen van een carri&amp;Euml;re), zorgzelfstandigheid (iedereen zou zichzelf en anderen moeten kunnen verzorgen) en maatschappelijke betrokkenheid (er is meer dan alleen je eigen huis, gezin, familie en werk). Door het nemen van een werkster komt de zorgzelfstandigheid van eventuele partner en kinderen al snel in de knel: de werkster (of werker) ruimt de rommel wel op! Maar waarom zouden hoog opgeleide mannen en vrouwen hun eigen vloer niet meer kunnen dweilen? Waarom zouden we op dit onmisbare werk neerkijken? Daarnaast wordt door de uitbesteding van het huishouden de ongelijke taakverdeling tussen de seksen versterkt. Zoals een feministische collega vertelde: &#039;Sinds ik een werkster heb is de strijd met vriendlief over de taakverdeling gestopt. Als ik over de taakverdeling begin verwijst hij naar de werkster.&#039; Bovendien is het mijn ervaring dat, als mannen net als vrouwen het huishouden en kinderen verzorgen, ze aardigere mensen worden. Helemaal als het gaat om het verlenen van zorg aan anderen. Hiermee ontwikkelen en praktiseren mensen morele capaciteiten als aandachtigheid, compassie en onderlinge betrokkenheid.8 Als je dan toch huishoudelijke arbeid of andere zorgarbeid wilt uitbesteden, dan zou je dit werk goed moeten belonen. En met goed bedoel ik dat je je eigen uurloon als richtlijn neemt. Dan pas erken je het belang van deze soort arbeid. Zie je het uitbesteden van het huishouden als een nobel streven om illegalen aan het werk te helpen? Die vlieger gaat enkel op als je hen ook goed betaalt en je je ook betrokken met je werk(st)er gaat voelen door bijvoorbeeld te pogen iets aan haar of zijn illegale status te verbeteren. Helaas ken ik ook de verhalen waarbij de feministische werkgeefster haar (illegale) werkster zoveel mogelijk vermijdt omdat zij geen enkele connectie met haar voelt of wil voelen. Maar zijn we dan niet heel ver van het begin van de tweede feministische golf afgedwaald? Waar blijft dan het feministische streven naar gelijkwaardigheid en betrokkenheid? Handen uitsteken Kortom: Het uitbesteden van zorg moeten we niet als iets feministisch zien. Eerder het tegendeel, omdat we tot nu toe deze zorg alleen laten verrichten door vrouwen (of mannen) die we weinig betalen. Daarnaast tonen we meestal weinig interesse in zowel de persoon die het uitvoert als in het werk dat het inhoudt. Hierdoor degraderen we het huishouden tot slecht betaalde dienstverlening, waarmee we verder zo weinig mogelijk te maken willen hebben. Zo blijven we gevangen in het dominante, alleen op eigen belang gerichte waardesysteem, waarbij alles draait om de economie en de intrinsieke waarde van zorg wordt vergeten. Feminisme is meer dan de strijd tussen de seksen, het gaat ook om andere ongelijkheden. Laten we dus solidair zijn met onze werk(st)ers (als we die hebben) door hen goed te betalen en het belang van hun werk ook aan onze eventuele partner en kinderen duidelijk te maken door deze zelf ook eens hun handen te laten uitsteken. Een Comedyhuis productie: www.comedyhuis.nl Met: Soula Notos en Esther-Clair Sasabone Foto&#039;s: Jeroen Pater Idee: Soula Notos NOTEN 1 Zie voor dit debat onder meer: Anja Meulenbelt: &#039;De ekonomie van de koesterende functie&#039;, in Te Elfder Ure 20, Feminisme I, Nijmegen, SUN, 1975, p. 638-675. 2 Zie voor een kritiek op simplistische tegenstellingen en solidariteiten het Tijdschrift voor Genderstudies, nr. 4, jrg.12, 2009. 3 Zie Saskia Grotenhuis: &#039;Loon voor huishoudelijke arbeid?&#039;, in Socialisties-Feministiese Teksten 4, 1980, p. 126-153., 4 Joan C. Tronto, Moral Boundaries. A Political Argument for an Ethic of Care, New York 1993. 5 Zie onder meer Marianne H. Marchand and Anne Sisson Runyan: Gender and Global Restructuring. Sightings, Sites and Resistances London, Routledge, 2000. Vaak wordt er een onderscheid gemaakt tussen Globalisering I en II, waarbij de eerste de economische en de tweede globalisering al het werk van de nannies, schoonmakers, sekswerkers et cetera betreffen van de niet-westerse mensen voor de westerse gezinnen en mannen. Opmerkelijk is, zo wordt geconstateerd, dat globalisering II bijna geheel wordt genegeerd in de westerse, dominante, neoliberale globaliseringsdiscussie. 6 Zie www.zorgeconomie.org 7 Als positief punt van het uitbesteden van huishoudelijk werk noemt men soms dat als zorgarbeid betaald wordt, het ook een hoger aanzien heeft. Maar dat is dus niet het geval als men het als &amp;euml;laagwaardige arbeid&amp;iacute; blijft beschouwen waar je als hoogopgeleide vrouw maar beter ver weg van moet blijven. 8 Selma Sevenhuijsen: De zorg van het emancipatiebeleid. Een benadering vanuit de zorgethiek. Brochure Universiteit van Utrecht, Nederlands Genootschap voor Vrouwenstudies (NGV), 2001, p. 42. Deze morele capaciteiten gelden natuurlijk vooral voor de andere aspecten van zorg en niet zozeer voor het schoonmaken, maar vergis je niet in de trots die schoonmaak(st)ers in het goed uitvoeren van hun werk ervaren! Terwijl het uitbesteden van de zorg voor kinderen met argusogen wordt bekeken, wordt het uitbesteden van het schoonmaakwerk normaal of zelfs wenselijk gevonden. Maar schoonmaakwerk blijft een onderdeel van zorg. Illustratie bovenaan: Lisa van Winsen]]></content>
	</url>
	<url>
		<loc>http://www.tijdschriftlover.nl/politiek_en_maatschappij/de_publieke_vrouw___zelfstandig_ondernemer_of_slac</loc>
		<title>De publieke vrouw:   zelfstandig ondernemer of slachtoffer?</title>
		<content><![CDATA[In de nieuwe wetgeving wordt de seksindustrie benaderd als mensenhandel waaruit de overheid de prostituee moet bevrijden. Maar sekswerkers die vrijwillig achter het raam staan en netjes belasting betalen, zitten helemaal niet te wachten op deze reddingsacties uit Den Haag. Sterker nog, hun arbeidsrechten komen hierdoor in de verdrukking. Dit jaar is het tien jaar geleden dat in Nederland het bordeelverbod werd opgeheven en prostitutie legaal geworden is. Een uitgesproken politieke stap die sekswerkers meer rechten en autonomie over hun eigen beroep en bestaan moest geven. Maar het bleef slechts bij mooie woorden. In het in 2009 ontworpen wetsvoorstel &amp;lsquo;Regulering prostitutie en bestrijding misstanden mensenhandel&amp;rsquo; van demissionair minister Ernst Hirsch Ballin lijken sekswerkers niet meer als onafhankelijke en zelfstandige ondernemers te worden ge&amp;iuml;dentificeerd. Integendeel, zij worden uitsluitend als slachtoffers van mensenhandel benaderd.1 Sekswerkers komen in het wetsvoorstel en media tevoorschijn als een homogene groep die de overheid wil redden. Het bestaan van diversiteit binnen de seksindustrie wordt genegeerd, ondanks de tegengeluiden in het veld zelf. Ontredderde vrouw Naar schatting zijn er in Nederland rond de 20.000 sekswerkers dagelijks actief.2 Een aantal dat fluctueert, al is het alleen al omdat een aanzienlijk deel niet uit Nederland komt en vaak in beweging is, zonder vaste verblijf- of standplaats. Naast het legale circuit bestaat ook een illegale exploitatiewereld waarvan de cijfers onbekend zijn. Ondergronds of bovengronds, feit is dat er ontzettend veel mensen in de seksindustrie bedrijvig zijn. Van raamprostituees tot individuen die zichzelf op websites aanbieden, van high class escorts tot mensen die op straat tippelen. Elke groep, elk individu heeft zijn of haar eigen identiteit, eigen redenen om in deze branche te (willen) werken en kent eigen voorwaarden, omstandigheden en problematiek. Toch verschijnt vooral het beeld van een ontredderde vrouw op het netvlies wanneer men aan prostitutie denkt. Hierdoor vallen sekswerkers die niet in deze gegenderde categorie passen, buiten het publieke debat.3 Zo worden mannelijke sekswerkers als groep structureel niet genoemd in de wetsvoorstellen van de minister. Ondanks dat deze onderbelichte categorie ook zelfstandige en gedwongen prostitutie kent, is weinig bekend over de problematiek die zich in deze hoek afspeelt. De landelijke politiek lijkt enkel uniformiteit in het werkveld van de seksindustrie te zien. Niet alleen zijn alle sekswerkers volgens Den Haag vrouwen, het zijn vrouwen als slachtoffers. Een perceptie die doordrongen is van het willen &amp;lsquo;redden&amp;rsquo; van deze beroepsgroep. Het is een goede houding ten opzichte van mensenhandel, maar niet ten opzichte van de gehele seksbranche: de mogelijkheid om het vak uit eigen keuze te beoefenen wordt zo ondergesneeuwd. Voor de groep vrijwillige sekswerkers wordt het etiket &amp;lsquo;slachtoffer&amp;rsquo; zo haast een stigma waar maar moeilijk onderuit te komen is. De belastingdienst In oktober 2000 werd prostitutie na een lange periode van gedogen legaal. Een belangrijk aspect van deze politieke stap was het arbeidsrecht dat in het leven werd geroepen om de werksituatie van de individuele sekswerker te verbeteren.4 De sekswerker werd daarmee erkend als werknemer in loondienst en zelfstandig ondernemer. Maar het bleef een recht op papier, omdat niemand precies uit kon leggen hoe de nieuwe wet- en regelgevingen vorm moesten krijgen in de praktijk. Daarbij ontbrak ook nog eens een goede voorlichting. Met de legalisering werden sekswerkers voor het eerst geacht belasting af te dragen. Hiervoor werd het zogenaamde opting-in systeem in het leven geroepen, een systeem waarbij de exploitant van een club, bordeel of escortbureau waar de sekswerker haar of zijn diensten aanbiedt, belasting inhoudt op de verdiensten van de medewerker. Dit had zeker niet altijd de gewenste uitwerking. Esther Meppelink, mede-oprichtster van escortbureau Women of the World en voorzitter van de Vereniging Exploitanten Relaxbedrijven, zegt hierover: &amp;lsquo;Omdat de belastingdienst zelf niet volledig bekend was met de materie werd onze administratie er niet duidelijker op. Instanties wisten zelf niet van de hoed of de rand, waardoor zowel wij als bureau, als de sekswerkers lange tijd in onwetendheid bleven. Keer op keer werd de uitvoering aangepast of uitgesteld.&amp;rsquo; Ook bleek over het vergunningenbeleid in de escortbranche veel onduidelijkheid te bestaan. Zo schreef escortgirl Marie Christine in 2007 in LOVER over de problemen die zij als zelfstandig ondernemer tegenkwam. In offici&amp;euml;le documenten werd niet gerefereerd aan de vrouwen die werkten zonder tussenkomst van derden, dus als volledig zelfstandigen. &amp;lsquo;Bij mijn gemeente kreeg ik te horen dat ik voor mijn &amp;ldquo;beperkte werkzaamheden&amp;rdquo; geen vergunning nodig had. Toen ik ter controle nog even met de politie belde, meldde men mij onverwacht dat alle sekswerkers vergunningsplichtig zijn.&amp;rsquo;5 Het beleid bleek uiteindelijk een opjaagbeleid te zijn, waarbij instanties letterlijk aan het bed konden staan om sekswerkers te controleren. En dat zonder duidelijke richtlijnen. Toch heeft de legalisering in de ogen van Marianne Jonker van de afdeling Prostitutie binnen SOA Aids Nederland niet volledig gefaald: &amp;lsquo;Legalisering is nog altijd een middel om het stigma van slachtofferschap op te heffen omdat sekswerkers erkend worden als ondernemer met rechten en plichten. Dit trekt het beroep uit de criminele en illegale hoek.&amp;rsquo; Het Zweedse model Het nieuwe wetsvoorstel van Hirsch-Ballin richt zich in plaats van op de (arbeids)rechten van sekswerkers op criminalisering en regulering van de seksindustrie. Het uitgangspunt van de sekswerker als zelfstandig ondernemer verdwijnt geheel. Samengevat kent het nieuwe voorstel drie speerpunten: de registratieplicht voor sekswerkers, het criminaliseren van klanten en de vergunningsplicht voor seksbedrijven. De meeste protesten vanuit het werkveld zijn gericht tegen de plicht om je te registreren als sekswerker. &amp;lsquo;Het registreren van prostituees wordt al tien jaar bewust door sommige politiekorpsen gedaan, terwijl ze weten dat het formeel niet mag&amp;rsquo;, aldus Mariska Majoor, oprichtster en woordvoerder van het Prostitutie Informatie Centrum. Nu is het voorstel om dit toe te staan en de registratie te centraliseren. Prostituees worden met de nieuwe wet verplicht zich in te schrijven bij de gemeente waar ze werkzaam zijn, waarna hun registratie vermeld wordt in een landelijk register. De persoon in kwestie moet zich tijdens het inschrijven kunnen legitimeren en een vast verblijfadres kunnen overleggen. Als bewijs van inschrijving ontvangen ze een pasje waar klanten naar moeten vragen, alvorens de &amp;lsquo;transactie&amp;rsquo; plaatsvindt. Hebben ze geen pasje, dan kunnen de prostituees en hun klanten justitieel worden vervolgd. Veel partijen vrezen daarmee voor de privacy van sekswerkers. Alhoewel de overheid garandeert dat deze gegevens niet gebruikt worden voor andere doeleinden, bestaat de angst dat deze informatie t&amp;oacute;ch komt bovendrijven. De stichting Mama Cash houdt zich al sinds haar oprichting bezig met de (internationale) rechten van sekswerkers en heeft zich in 2009 ten doel gesteld om de rechtenkwestie te ondersteunen en onder de aandacht te brengen. Annie Hillar, programmadirecteur bij Mama Cash, zegt hierover: &amp;lsquo;Sommige groepen willen beroepsmatig worden erkend, terwijl andere sekswerkers liever in de anonimiteit verblijven, omdat velen van hen er ook nog andere banen op nahouden. Het sekswerk is iets wat ze erbij doen.&amp;rsquo; Het registratiebeleid schiet daarmee zijn doel voorbij, want hoe weten hulpverleners en ambtenaren bijvoorbeeld wanneer iemand gedwongen aan hun balie verschijnt? Met deze verplichte registratie kan ook de klant worden vervolgd op het moment dat hij of zij seks betrekt bij een prostituee die niet zo&amp;rsquo;n pasje kan tonen. Een volledig nieuwe aanpak die is afgeleid van het Zweedse model, waarin niet de prostituee maar de klant strafbaar is. &amp;lsquo;Deze methode draagt niet bij aan de verbetering van de positie van vrouwen. Integendeel, het stigma dat sekswerkers per definitie slachtoffers zijn die beschermd moeten worden tegen hun klanten, groeit hierdoor&amp;rsquo;, zegt Pye Jakobson, voormalig sekswerker en vooraanstaand rechtenactiviste voor sekswerkers in Zweden. &amp;lsquo;Daarnaast zijn het soms juist de klanten die in staat zijn misstanden aan te geven als de sekswerker daar zelf niet toe in staat is.&amp;rsquo;6 Doorn in het oog Dan is er nog de vergunningsplicht voor bedrijven in de seksindustrie. Elke commerci&amp;euml;le organisatie die zich met seks als handelsmiddel bezighoudt, moet volgens het nieuwe wetsontwerp een vergunning aanvragen bij de gemeente waarin zij zich wil vestigen. De gemeente bepaalt waar en hoeveel seksbedrijven zij toelaat. Bordelen kunnen als bedrijfsvorm zelfs geweigerd worden: de zogenaamde nul-optie. De gemeente moet hiervoor wel gedegen gronden hebben. BLinN, een samenwerkingsverband tussen Oxfam Novib en Humanitas voor de slachtoffers van mensenhandel, ondersteunt de nul-optie niet. &amp;lsquo;De seksbedrijven brengen criminaliteit met zich mee en die is nu tenminste zichtbaar.&amp;rsquo;7 Met de nul-optie zal het zicht op de veiligheid van sekswerkers verdwijnen en hun werk gewoon doorgaan, zelfs als vergunningen worden geweigerd. Op dit moment geldt de vergunningsplicht alleen voor de grotere gemeenten en steden. Maar escortorganisaties zijn niet gebonden aan een bepaald werkterrein. Velen van hen ontsnappen aan deze regelgeving door zich bij een gemeente in te schrijven die geen vergunningsplicht oplegt terwijl zij hun werkzaamheden in stedelijk gebied voortzetten. Daarmee zijn zij de landelijke politiek een doorn in het oog, die zich op haar beurt in allerlei bochten probeert te wringen om de mazen in haar wetsvoorstel te dichten. Kans op losse handjes Op stedelijk niveau is de afgelopen jaren ook al flink gepoogd om de bedrijvigheid in de seksindustrie in te dammen. Amsterdam gaf als hoofdstad het startsignaal. De in 2002 ingevoerde wet &amp;lsquo;Bevordering Integriteits Beoordelingen door het Openbaar Bestuur&amp;rsquo; (BIBOB) maakte het mogelijk om vele panden en ramen in het wallengebied te sluiten.8 Wat volgde was een tijd van gesteggel tussen gemeente en pandjesbazen. De bekendste uitbaters vochten de wetgeving volhardend aan. Een half jaar geleden kopte De Volkskrant bijvoorbeeld dat &amp;lsquo;Seksclubs op de Wallen toch een vergunning krijgen&amp;rsquo;.9 Daarbij doelde de krant onder andere op het internationaal veelbesproken sekstheater Casa Rosso en de beruchte Bananenbar. De bekendste hoerenstad ter wereld haalde opnieuw dit jaar de kranten toen zijn toenmalige loco-burgemeester Lodewijk Asscher nieuwe hervormingen naar aanleiding van Hirsch-Ballins wetsontwerp presenteerde. Zijn belangrijkste beleidswijzingen waren dat er in het red light district geen prostitutie meer tussen vier en acht uur &amp;rsquo;s nachts mag plaatsvinden en dat de leeftijdsgrens van prostituees van achttien naar drie&amp;euml;ntwintig jaar moest worden verhoogd. Zijn redenering: een jonge vrouw van drie&amp;euml;ntwintig jaar is weerbaarder en meer opgewassen tegen manipulatie of verleiding en de kans op losse handjes bij klanten is groter midden in de nacht en bij het ochtendkrieken. Het Amsterdamse beleid had een sneeuwbaleffect op de rest van het land. Krap een maand later kwam ook de Utrechtse burgemeester, Aleid Wolfsen, met een nieuw initiatief. Hij wil sommige sekswoonboten aan het Zandpad sluiten en een avondklok invoeren tussen twee en zes uur &amp;rsquo;s nachts. Ook mogen vrouwen zich niet langer dan tien uur achter elkaar prostitueren en moeten ze zich aanmelden bij de GGD alvorens zij zich als ZZP&amp;rsquo;er kunnen laten registreren. De tijdmaatregel moet voorkomen dat sekswerkers op &amp;eacute;&amp;eacute;n nacht van stad naar stad worden gesleept. Volgens een maatschappelijk werker die een aantal prostituees in Utrecht begeleidt, leiden deze maatregelen vooral tot minder controle op misstanden en bemoeilijkt het gerichte hulpverlening: &amp;lsquo;Het is een loze maatregel, omdat je hier de mensenhandel niet mee bestrijdt. De kwetsbare vrouwen verdwijnen in het internet-, hotel- en clubcircuit, waardoor hulpverleners minder zicht hebben op de problemen en minder voor hen kunnen betekenen. Maar er wordt niet naar ons geluisterd, helaas&amp;rsquo;. Redder-in-nood-logica De maatregelen zijn bedoeld om praktiserenden uit de seksindustrie te &amp;lsquo;redden&amp;rsquo; of in ieder geval uit het werkveld te halen. De programmadirecteur van Mama Cash heeft een eigen visie op deze reddingsdrang. In de Verenigde Staten kent de regering deze neiging volgens Hillar helemaal niet: &amp;lsquo;Men is daar bang voor seksualiteit. Prostitutie vormt dan ook een bedreiging voor de beperkende Amerikaanse moraal. Sekswerkers worden daar niet &amp;ldquo;gered&amp;rdquo;, maar moeten zich conformeren aan een maatschappij waar niet over seksualiteit gesproken wordt.&amp;rsquo; Nederland is volgens Hillar meer open over seksualiteit, maar kent ten opzichte van prostitutie een dubbele moraal. Onze overheid wil werkenden in de seksindustrie aan de ene kant als actoren van hun eigen seksualiteit erkennen en hen van rechten voorzien, maar aan de andere kant gaan de verplichtingen die daarbij worden gesteld alleen uit van een slachtofferschap van sekswerkers. In veel gevallen wordt onterecht ontkend dat sekswerkers ook economisch zelfstandigen en zelfdenkende mensen kunnen zijn, die bewust dit werk doen. Marianne Jonker van de prostitutieafdeling van Soa AIDS Nederland beaamt dit: &amp;lsquo;het is voor sommigen mensen niet te geloven dat je als weldenkend mens vrijwillig voor dit werk kiest, er moet dan wel iets mis met je zijn. Bewust of onbewust.&amp;rsquo; De redder-in-nood-logica wordt ook door de subsidieverstrekker gevolgd. Belangenverenigingen die opkomen voor ongedwongen prostituees worden niet meer financieel ondersteund en kunnen zich daardoor niet verder professionaliseren.10 Hun subsidies zijn gekort of stopgezet, terwijl de zogenaamde &amp;lsquo;uitstapprojecten&amp;rsquo; die als doel hebben om sekswerkers uit het werkveld te laten treden, wel op overheidsgeld kunnen rekenen. Hierdoor ontstaat een eenzijdige steun binnen dit segment. Uitstapprojecten dienen een belangrijk doel, namelijk het begeleiden van vrouwen die een nieuwe toekomst willen opbouwen. Maar door alleen geld te geven aan deze projecten gaat de overheid voorbij aan de organisaties die de verbetering van de positie van sekswerkers voor ogen hebben. De high class escorts Ook lijkt het selectieve subsidiebeleid directe gevolgen te hebben voor de mate waarin de belangenverenigingen en vertegenwoordigers serieus worden genomen in de media en in het publieke debat. Gedwongen prostitutie domineert de berichtgeving waardoor de vrijwillige uitoefening van het horizontale beroep vergeten wordt en de overheid bevestigd wordt in haar functie als redder van de publieke vrouw in nood. En zo is de cirkel rond. &amp;lsquo;Het gevaar bestaat dat de media zich slechts op enkele groepen focussen en deze als exemplarisch zien voor de hele gemeenschap&amp;rsquo;, zo stelt Amerikaanse sekswerkeractiviste Audacia Ray die sekswerkers in de VS traint om de macht van de media als een vorm van grassroots activisme te gebruiken. &amp;lsquo;De high class escorts in de VS is een groep vrouwen die zich intelligent presenteert, het werk doet vanuit een vrijwillige keuze en daar regelmatig, naar eigen zeggen, plezier aan beleeft&amp;rsquo;. Een ge&amp;euml;mancipeerde visie, ware het niet dat dit als meerderheidsperspectief wordt gebracht waardoor volgens Ray zowel gedwongen als vrijwillige prostituees hun situatie denken te moeten spiegelen aan deze seksuele bevrijding. &amp;lsquo;Het is daarom belangrijk om ruimte te cre&amp;euml;ren voor een rijkheid aan stemmen om de seksindustrie gelaagd weer te geven&amp;rsquo;, betoogt Ray. Massagesalons Om er voor te zorgen dat de media recht doen aan de complexiteit van de betaalde liefde zouden er (nieuwe) individuen uit het werkveld moeten opstaan die het verbaal aankunnen om deze diversiteit te vertegenwoordigen. Daarin zouden zowel slachtoffers als vrijwillige sekswerkers, man &amp;eacute;n vrouw, in de seksindustrie moeten worden gehoord. &amp;lsquo;Wij hebben de ervaring dat als sekswerkers zichtbaar zijn als beroepsgroep, dit de emancipatie in de hand werkt. Een verbetering van een professionele houding, betekent ook meer rechten&amp;rsquo;, zegt Hillar. Maar om op eigen bodem prostituees te mobiliseren is volgens eerdergenoemde Marianne Jonker heel moeilijk. In tegenstelling tot andere landen kent de in 2001 door belangenvereniging de Rode Draad opgerichte vakbond Vakwerk voor prostituees en ex-sekswerkers maar een summier ledental. &amp;lsquo;Toen er in Frankrijk onlangs een vakbond werd opgericht, meldden zich binnen enkele weken honderden leden aan. Nederland mag dan &amp;eacute;&amp;eacute;n van de acht landen ter wereld zijn met een dergelijke vakbond, maar dan moet deze groep w&amp;eacute;l zichtbaar opkomen voor hun rechten.&amp;rsquo; Blauwdruk Media en politiek blijven echter hardnekkig redeneren vanuit een uitgangspunt dat sekswerk geheel vereenzelvigt met mensenhandel. In een klimaat dat prostitutie criminaliseert en stigmatiseert, is de registratieplicht voor veel sekswerkers beangstigend. Hun anonimiteit is in het geding. Men moet zich afvragen of deze maatregel de seksuele uitbuiting niet zelfs juist in de hand zal werken. De werkzaamheden zullen immers sneller naar de illegaliteit verhuizen. Aan de minister van Justitie de taak om het gevoel van wantrouwen over privacy te doorbreken door de groep vrijwillige sekswerkers serieus te nemen. Juist door in de politiek expliciet een onderscheid te maken tussen gedwongen en vrijwillige prostitutie, tussen sekswerkers als slachtoffer en sekswerker als zelfstandig ondernemer, zou het taboe rondom het verrichten van sekswerk kunnen worden doorbroken. Zolang mensen bang zijn om hun full- of parttime beroep prijs te geven, blijft er sprake van een vicieuze cirkel. Hun zichtbaarheid is immers nodig om ruimte voor empowerment te cre&amp;euml;ren en daarmee het stigma omtrent het beroep te verkleinen. Voor de politiek geldt: als zij grip wil krijgen op de wereld van betaalde seks en lust, dan zal zij beter moeten luisteren naar de kennis die vanuit het veld, van hulpverleners, belangenorganisaties, bedrijven en sekswerkers zelf wordt aangedragen. Door deze ervaringen mee te nemen in de beleidsvoering zullen bestuurders in gaan zien dat mensenhandel en sekswerk geen blauwdruk van elkaar zijn en prostitutiebeleid een veel genuanceerdere blik vergt. Om dit te realiseren moeten de sekswerkers zich actiever (durven) opstellen. Dan pas kunnen ze de media overtuigen van het bestaan van diversiteit binnen de gemeenschap. Openbare debatten die over het onderwerp worden gehouden, zijn hierbij cruciaal. Diepgewortelde idee&amp;euml;n over sekswerk en de mensen die zich daarin bewegen zullen niet snel verdwijnen. Maar zowel een overheid die de groep ziet in al haar diversiteit, als sekswerkers die in de openbaarheid durven te stappen, kunnen de stereotype beelden al flink bijstellen. Noten 1 Wet regulering prostitutie en bestrijding misstanden seksbranche. http://www.hetccv.nl/binaries/content/assets/ccv/dossiers/bestuurlijk-handhaven/prostitutiebeleid/wet_regulering_prostitutie_tk.pdf 2 Website Prostitutie in Nederland: www.prostitutie.nl 3 Pas sinds zeer recent groeit de aandacht voor man- nelijke sekswerkers. De gemeente Den Haag heeft in 2009 opdracht gegeven om de mannenprostitutie in de gemeente in kaart te brengen. Dit onderzoek is op 11 februari 2010 openbaar geworden. Mede naar aanleiding hiervan vond op 18 februari het eerste congres plaats dat geheel in het teken stond van de mannenprostitutie. Een van de onderzoekers, Paul van Gelder publiceerde in 2008 eveneens een onderzoek over transgenders en prostitutie: Transgenders en prostitutie: een Haagse nachttocht. 4 Marjan Wijers, &amp;lsquo;Aan rechten is niets liberaals. Over vrouwenhandelslachtoffers en ge&amp;euml;mancipeerde sexwerkers&amp;rsquo;. In: Tijdschrift voor Genderstudies, jrg 12 (2009) nummer 1, pp. 80-86. 5 Marie Christine. &amp;lsquo;Het bordeelgebod.&amp;rsquo; In: LOVER jrg 34 (maart 2007) nr. 1, pp. 22-23. 6 Interview Pye Jakobson. &amp;lsquo;We want to save you. And if you don&amp;rsquo;t appreciate it, we will punish you!&amp;rsquo; Website Swannet: http://swannet.org/node/1512 7 Zie site: www.human.nl/index.php?pg=nws&amp;amp;nwsid=498, gevonden op 12 april 2010 8 Een wet die het mogelijk maakt voor overheden om ondernemers met een twijfelachtige achtergrond een vergunning te weigeren of deze af te nemen. Zie voor de BIBOB de website: www.justitie.nl 9 Willem Beusekamp, &amp;lsquo;Seksclubs Wallen krijgen toch vergunning&amp;rsquo;, De Volkskrant, 3 november 2009 10 Zie bijvoorbeeld het rapport Rechten van prostituees van Sietske Alting en Sylvia Bokelman voor De Rode Draad uit 2005 waarin ze de rechten van sekswerkers uiteen zetten, vijf jaar na opheffing van het bordeelverbod. Website De Rode Draad: www.rodedraad.nl/fileadmin/user_upload/Rechten_van_prostituees.pdf 11 Website De Rode Draad: www.rodedraad.nl beeld: cc Etherhill]]></content>
	</url>
	<url>
		<loc>http://www.tijdschriftlover.nl/politiek_en_maatschappij/angst_is_niet_uit_te_leggen</loc>
		<title>‘Angst is niet uit te leggen’</title>
		<content><![CDATA[Om een meisje zover te krijgen dat ze met een wildvreemde naar bed gaat, bedient de loverboy zich van een scala aan trucs. Haar een puppy geven en dan dreigen deze te doden, is een klassieke manipulatiemethode in het handboek van deze nieuwe soort pooier. Kijk mee over de schouder van ervaringsdeskundige Linda Futa-Van Goch die voorlichting geeft met als doel om meer loverboyslachtoffers te voorkomen. Als meisje van twintig werd Linda door haar toenmalige vriend gedwongen zich te prostitueren. Gebukt onder dagelijkse mishandelingen moest ze haar klanten seksueel bedienen in de Geleenstraat in Den Haag. Zeven maanden lang, totdat ze getraceerd werd door familieleden en de kracht hervond om terug te vechten. Linda Futa-Van Goch (46) besloot om niet langer te zwijgen over haar traumatische ervaringen. Met het oprichten van haar bedrijf &amp;lsquo;Open Ogen&amp;rsquo; in 2004 doorbrak ze haar stilte. Nu reist ze stad en land door om betrokkenen en instanties te informeren over loverboys, hun ronselpraktijken en werkmethoden. Bijdehandste thuis Linda staat een tikkeltje nerveus maar standvastig op een verhoogd houten podium in de Hogeschool van Rotterdam. Vandaag geeft ze voor het eerst een seminar over loverboys aan een publiek van politie, ouders, (ex-)slachtoffers, hulpverleners en belangstellenden. Achter haar verschijnt een foto van een jong blondharig meisje dat onbevangen vanachter haar bril de wereld aanschouwt. Het is een portret van Linda enkele maanden voordat ze haar loverboy op een willekeurig terras zal leren kennen. Met dit beeld wil ze aan alle aanwezigen duidelijk maken, dat niet alleen de emotioneel &amp;lsquo;zwakkere&amp;rsquo; meisjes in handen vallen van mensenhandelaren. &amp;lsquo;Door deze hokjesmentaliteit wordt op maatschappelijk niveau gedacht dat dit soort meiden een gebrek aan zelfvertrouwen hebben, uit gebroken gezinnen komen, veel gepest of verstandelijk beperkt zijn. Ik paste destijds in geen van die hokjes. Ik groeide op in een fijn gezin, had de grootste mond en was de bijdehandste thuis&amp;rsquo;, legt Linda uit. Valse verliefdheid Loverboys zijn in ons land geen nieuw fenomeen. De term is eind jaren negentig ge&amp;iuml;nitieerd voor een soort pooiers dat door het cre&amp;euml;ren van een valse verliefdheid hun slachtoffers mentaal overmeesteren. Dat gaat vaak gepaard met ernstige fysieke mishandelingen, bedreigingen en het inpeperen van angst. In Nederland raken naar schatting vijftienhonderd meisjes jaarlijks verstrikt in een relatie waarbij de jongen of man in kwestie naderhand andere bedoelingen blijkt te hebben. Ook jongens worden hier soms slachtoffer van. Zij worden door zogenaamde &amp;lsquo;suikerooms&amp;rsquo; op straat aangesproken die hen drugs of dure spullen geven of ze worden verleid door vrouwelijke golddiggers om te stelen. Daarnaast zijn er nog lovergirls actief, gedwongen (ex-)prostituees die andere meisjes voor hun loverboy rekruteren. Ook Linda had eerst enkele maanden verkering met een man van wie ze dacht dat hij haar vriendje was. Totdat hij zijn ware aard toonde en vanuit het niets opzettelijk een ruzie uitlokte in een discotheek. &amp;lsquo;Hij gaf mij opeens een kopstoot en sleurde mij de damestoiletten in waar hij zijn vuisten op mij botvierden. Toen hij mij aan mijn haren naar buiten sleurde, klampte ik mij aan het jasje van de portier vast en schreeuwde dat ik niet mee wilde. De portier maakte mijn handen los en zei: &amp;ldquo;vecht het buiten maar uit&amp;rdquo;.&amp;rsquo; Webcam Een kleine dertig jaar geleden werden dit soort situaties en ronselpraktijken alleen aan pooiers toegeschreven. Bij loverboys gaat het er eigenlijk hetzelfde aan toe. Maar vaker dan bij de &amp;lsquo;traditionele&amp;rsquo; pooierpraktijken worden de slachtoffers van loverboys ook buiten de prostitutie te werk gesteld, zoals in de drugshandel. Daarbij worden de slachtoffers steeds jonger en de vergrijpen steeds wreder. Deze verschuivingen baren Linda grote zorgen: &amp;lsquo;Inmiddels spreken verschillende instanties over een kleine duizend slachtoffers per jaar die uit de prostitutie zijn gehaald. Tot voor kort dacht ik dat het jongste meisje twaalf jaar was, nu blijkt dat tien jaar te zijn.&amp;rsquo; Voor haar het signaal om ook jongeren in haar werk te wijzen op de gevaren. De meeste tijd besteedt Linda dan ook op middelbare en basisscholen waar ze voorlichting geeft aan kinderen van twaalf jaar en ouder over bijvoorbeeld cyberseks en de gevaren van het internet. Zo ook aan de internationale schakelklas 3SA van het OSG Nieuw Zuid in Rotterdam. &amp;lsquo;Weten jullie dat vijftig procent van de meiden die gedwongen in de prostitutie belanden, geronseld wordt via het internet?&amp;rsquo;, vraagt Linda aan de twaalf aanwezige leerlingen. &amp;lsquo;Als je chat met een onbekende kunnen beelden van tevoren met de webcam zijn opgenomen. Hoe weet je of diegene wel is wie hij zegt dat hij is?&amp;rsquo;. &amp;lsquo;Maar dan is ze toch stom als ze meegaat met zo&amp;rsquo;n man&amp;rsquo;, zegt een zeventienjarige jongen stellig. Hij voegt hieraan toe: &amp;lsquo;Alle hoeren willen het toch zelf?&amp;rsquo;. Verkeerde vragen De indringende voorlichtingen van Linda hebben een uniek karakter, omdat ze keer op keer haar toehoorders meeneemt in haar eigen ervaringen. Maar dat maakt ook dat de bijeenkomsten voor Linda een herbeleving zijn van de pijnlijke momenten in haar leven. De emoties die zij daarbij ervaart, maken deel uit van haar verwerkingsproces omdat ze daarmee nieuwe inzichten ingegeven krijgt. &amp;lsquo;Ik durf nu pas weer mijn angsten onder ogen te komen en nog belangrijker: ze te voelen&amp;rsquo;, zegt Linda. Toen ze pas met haar bedrijf begon, werd ze tijdens de voorlichtingen en trainingen ook doorlopend geraakt door vragen als: waarom ben je niet eerder weggelopen? Waarom heb je geen aangifte gedaan? Linda: &amp;lsquo;Na jarenlang mijzelf met dezelfde vragen te hebben gekweld, kwam ik erachter dat dit de verkeerde vragen waren. Pas toen ik inzicht kreeg in het feit d&amp;aacute;t ik slachtoffer was, kon ik beginnen met verwerken.&amp;rsquo; Volgens Linda geven jonge meisjes die zich ooit aangetrokken hebben gevoeld tot een &amp;lsquo;foute&amp;rsquo; jongen en vervolgens als sekswerker te werk zijn gesteld, voornamelijk zichzelf de schuld. Zij identificeren zich niet (meer) als slachtoffer door zich in de dader te verplaatsen, een mechanisme dat volgens Linda voortkomt vanuit het zogenaamde Stockholm-syndroom. Het wel erkennen van hun slachtofferschap zou voor jonge vrouwen een begin kunnen betekenen van hun helingsproces. Dit soort gedrags-aspecten moeten hulpverlenende instanties en zedenrechercheurs dan ook als een signaal leren herkennen. &amp;lsquo;Als iemand letterlijk aan je raam staat te vragen of je daar wel vrijwillig staat, reageer je vanuit je overlevingsdrang die gevoed wordt door angst. Angst doet hele rare dingen met mensen. Angst is niet uit te leggen&amp;rsquo;, aldus Linda. De politie zou daarom extra bedacht moeten zijn op overmatige stoerdoenerij van jonge prostituees. &amp;lsquo;Meisjes die met dezelfde coole houding op het politiebureau komen, moeten altijd serieus worden genomen. In de praktijk gebeurt dat vaak niet&amp;rsquo;, legt Linda uit. &amp;lsquo;Het vertrouwen van het slachtoffer is vaak zodanig beschadigd dat het voor haar erg moeilijk is om &amp;uuml;berhaupt toe te geven dat ze in de prostitutie zit. Een groot deel van de gedwongen hoeren komt alleen uit de prostitutie door hulp van buitenaf. Als politie kan je iemand niet dwingen mee te gaan of om aangifte te doen, maar je kan wel haar omgeving hierover ter controle inlichten. Zij staat daar toch zogenaamd vrijwillig?&amp;rsquo; Stiletto als nagelvijl Loverboys hebben verschillende soorten methoden om ervoor te zorgen dat zij macht blijven houden over hun slachtoffer, zoals het inboezemen van angst. Linda vertelt hoe dit mechanisme vrijwel meteen na de eerste mishandeling haar leven beheersde.&amp;lsquo;Nadat we de discotheek hadden verlaten, zaten we in zijn auto. Toen hij met een stiletto zijn nagels begon schoon te maken zei hij dat ik weg kon gaan als ik dat wilde. Maar ik was verlamd van angst. Hij liet mij geloven dat ik hierdoor vrijwillig was gebleven, een methode die vaak wordt gebruikt door loverboys&amp;rsquo;.Voor de omgeving is het daarom moeilijk om in te schatten of iemand wel of niet uit haar eigen vrije wil seksuele daden verricht. Ook in de rechtszaal is dat het geval, zo blijkt uit een voorbeeld van een ex-loverboyslachtoffer dat wel aangifte deed en waarvan de zaak voorkwam. &amp;lsquo;De loverboy ging hierin vrijuit&amp;rsquo;, vertelt Linda. &amp;lsquo;Dit omdat de jonge dame in kwestie aan de universiteit studeerde. Ze was dus te slim om op een &amp;ldquo;fout&amp;rdquo; vriendje te vallen en moest daarom wel zelf voor de prostitutie hebben gekozen, concludeerde de rechter&amp;rsquo;. Een redenering die te wijten is aan het stigma dat uitgaat van &amp;lsquo;zwakkere&amp;rsquo; vrouwen als slachtoffer, in combinatie met het feit dat dit meisje nog moeite had om zichzelf als slachtoffer te zien. &amp;lsquo;Een rechter moet eerst inschatten vanuit welk gevoel of hoedanigheid zo&amp;rsquo;n meisje haar ervaringen bekijkt. In sommige gevallen zouden loverboyslachtoffers ontoerekeningsvatbaar moeten worden verklaard door de rechter&amp;rsquo;, bepleit Linda. Of het nou een voorlichting, een training of een seminar betreft, op het moment dat Linda haar verhaal doet en haar stem breekt, wordt het heel stil. Ook in het klaslokaal lijken alle scholieren onder de indruk van haar eerlijkheid en kwetsbaarheid. &amp;lsquo;Was uw moeder niet in shock?&amp;rsquo;, vraagt de &amp;eacute;&amp;eacute;n. &amp;lsquo;Zoiets is zo ingrijpend dat het de hele familie raakt&amp;rsquo;. &amp;lsquo;Waren uw ouders boos?&amp;rsquo;, vraagt een ander. &amp;lsquo;Niet op mij, maar wel op hem. Mijn loverboy was heel gewelddadig, hij sloeg mij om de dag. Het was kiezen tussen leven of dood. Prostituees moeten duizend euro per dag verdienen van hun pooier. Dat zijn twintig vreemde mannen, twintig vieze lijven op jouw lichaam.&amp;rsquo; Linda huilt. &amp;lsquo;Is de dader opgepakt?&amp;rsquo;, vraagt de jongen die vond dat hoeren toch altijd vrijwillig achter het raam stonden. Als hij hoort dat de zaak is verjaard, sympathiseert hij met Linda. &amp;lsquo;Ik ga hem doodschieten&amp;rsquo;, zegt hij heldhaftig. In de zomer van 2010 zal Linda een dvd over haar werk uitbrengen met reconstructies van haar eigen ervaringen. Voor de lancering hiervan en haar voorlichtingsdata is zij te volgen op haar website: www.openogen.com. Fotografie: Cathelijne Berghouwer ]]></content>
	</url>
	<url>
		<loc>http://www.tijdschriftlover.nl/politiek_en_maatschappij/sekswerkers_aller_landen</loc>
		<title>Sekswerkers aller landen...</title>
		<content><![CDATA[Het afgelopen decennium zijn feministische sekswerkers zich steeds meer gaan profileren op internet, als actievoerders en als kunstenaars. De spokesperson op het moment is Audacia Ray. Op haar site wakingvixen.com vind je vooral veel informatie over de rechten van sekswerkers in Amerika, maar ook wel daarbuiten. Ze is ook medeoprichter van sexworkawareness.org, de site waar je als eerste naartoe moet gaan als je na het lezen van deze LOVER meer wilt weten over de (afwezige) rechten van sekswerkers. Naast veel informatie over wetgeving en bijeenkomsten voor sekswerkers lees je dat de oprichters van deze site een onderzoek opstarten naar internetfilters in openbare bibliotheken. Geen overbodige luxe, want de filters werken niet op beelden maar op woorden. Zo blokkeer je pornosites, maar sluit je bezoekers ook af van seksuele voorlichting en medische informatie. Audacia Ray en haar collega&amp;rsquo;s willen met hun site juist zoveel mogelijk informatie en educatie beschikbaar maken. Dat was ook de reden dat ze onlangs een collectief blog (sexwork101.com) lanceerden over onder meer de rol van mannen in de strijd voor rechten voor sekswerkers, veiligheid van seks met sekswerkers en het wel of niet praten met de media over je persoonlijke ervaringen. Buiten de VS en Europa vind je een organisatie als sangram.org. Sangram opereert vanuit India en wil vrouwen in de prostitutie en sekswerk empoweren via een zogenaamde peer intervention: vrouwen die vrouwen in hun omgeving in kleine groepjes trainingen en cursussen geven. Daarnaast is HIV/AIDS een belangrijk thema van Sangram, zowel om het te helpen voorkomen als in het ondersteunen van HIV positieve vrouwen. Ook de grote namen van het sekswerker activisme van de jaren 80 zijn online te vinden. Susie Sexpert&amp;rsquo;s Lesbian Sex World van Susie Bright was een van de eerste boeken die ik in handen kreeg over lesbische seks zonder dat het alleen maar over safe seks en standjes ging. Bright schreef met veel humor over speeltjes, girl on girl sex en (ex-)lovers. Werkelijk een verademing! Tegenwoordig kun je op Brights weblog (susiebright.blogs.com) over haar films en de porno-industrie lezen, maar kun je ook stukjes van haar radioshow &amp;lsquo;in bed with SB&amp;rsquo; beluisteren. Daar interviewt ze bijvoorbeeld Betty Dodson, de vrouw die al generaties lang vrouwen leert masturberen. De andere oermoeder van het sekswerker activisme, Annie Sprinkle, biedt je op anniesprinkle.org vrachtladingen aan informatie over seks, mythen over seks, haar eigen love art lab, discussies over porno, interessante links naar andere sekswerkers sites en ga zo maar door. Als je niet oppast, ben je zo een hele avond zoet achter je PC. Naast bovengenoemde informatieve sites zijn er een behoorlijk aantal sites te vinden van kunstenaars die eveneens sekswerker zijn. Persoonlijk spreken deze websites mij het meeste aan: ze tonen mooi, spannend en ge&amp;euml;ngageerd werk waarin ze mainstream idee&amp;euml;n over gender, seksualiteit, schoonheid en sensualiteit aan de kaak stellen. Neem Sadie Lune (sadielune.com) naast schilderes, tekenares, performance artist en schrijfster is ze feministe in hart en nieren, dominatrix (voor zowel mannen als vrouwen) en speelt ze in de nieuwste film van mijn favoriete fotografe en filmmaakster Emilie Jouvet Too Much Pussy, A Queer X show. Dit is een filmverslag van de door Emilie en performance artist Wendy Delorme georganiseerde Europese tournee van de leukste queer sekswerker kunstenaars. Een documentaire en queer porno ineen. Op de site van Emilie Jouvet (emiliejouvet.com) kan je verder prachtige foto&amp;rsquo;s van Jouvets hand zien waarop ze lesbo&amp;rsquo;s en transgenders in alle vormen en maten portretteert. Een bijna dagboekachtige site is die van Judy Minx. Deze Franse twintiger met een voorkeur voor transmannen geeft je met haar imsoexcited.canalblog.com een mooie bron als je wat dieper wilt duiken in de wereld van een sekswerker. Minx reflecteert in het Engels en Frans op het sekswerk, haar eigen identiteit en hoe de maatschappij tegen haar en haar professie aankijkt. Juist uitwisseling met en steun van collega sekswerkers is voor haar van groot belang: &amp;lsquo;Sisters stick together&amp;rsquo;. Een terechte oproep. Want of je nu sekswerker bent of louter ge&amp;iuml;nteresseerd in hun werk en visie, de strijd voor de rechten van sekswerkers is broodnodig. Sekswerkers aller landen verenigt u!]]></content>
	</url>
	<url>
		<loc>http://www.tijdschriftlover.nl/politiek_en_maatschappij/kaal_kaler_kaalst</loc>
		<title>Kaal, kaler, kaalst</title>
		<content><![CDATA[Kaal is in: in de westerse cultuur wordt lichaamshaar in rap tempo een nieuw taboe. Terwijl een weelderige haardos op je hoofd een teken is van jeugd, gezondheid en seksuele aantrekkingskracht, wordt ander lichaamshaar vies, lelijk en dierlijk gevonden. Het nieuwe taboe maakt dat we lustig scheren, epileren, harsen dan wel laseren. Waarom eigenlijk? Het begon ooit met het scheren van vrouwenbenen, maar is nu al gevorderd tot (schaam)haartjes die het daglicht &amp;ndash; en de publieke blik &amp;ndash; normaliter niet eens aanschouwen. Lichaamshaar is h&amp;eacute;t nieuwe taboe. Het huidige ideaal is een spiegelglad lichaam, zowel voor vrouwen als mannen. Dat nietsontziende nieuwe ideaal rond het menselijk lichaam komt natuurlijk niet zomaar uit de lucht vallen. Het is getriggerd door een heel scala aan ontwikkelingen &amp;ndash; vooral technologische. De allereerste haarloze lichamen vielen misschien wel waar te nemen in het domein van sport, fitness en bodybuilding. Een haarloos lichaam was aanvankelijk vooral gewenst voor sporters die zijn blootgesteld aan de weerstand van lucht of water, zoals fietsers en zwemmers. Natuurlijk: het effect van het verwijderen van lichaamshaar op snelheid is minimaal. Daarom ontstond de noodzaak van een haarloos lichaam pas toen er meettechnieken werden ontwikkeld die zulke minieme verschillen in tijd kunnen vastleggen. In sport scheelt het letterlijk een haartje wie wint of verliest. Een haarloos lichaam hangt dan ook samen met een hoog tempo in een cultuur die snelheid bewondert. Een culturele praktijk die de ontwikkeling van het haarloze lichaam verder heeft versterkt, is de cyborg. Deze figuur werd de afgelopen decennia een dominant beeld in de populaire cultuur: sciencefictionfilms, computergames en digitale kunst, maar ook reclame en modefotografie. Robocop Een machine heeft geen haar. Het glanzende, gladde oppervlak van de machine, van auto tot computer, heeft een zekere erotische aantrekkingskracht. De gepolijste perfectie van de machine maken het tot een ideaal voor de cyborg; de mens/machine. Uiteraard is die cyborg haarloos. Hier komt ook het ideaal van de bodybuilder om de hoek kijken, want het zijn in de jaren tachtig juist de bodybuilders die cyborgs spelen, zoals Arnold Schwarzenegger, Jean Claude van Damme en Dolph Lundgren. Die hardware cyborg, van Terminator tot RoBo-Cop, brengt het haarloze en gebeeldhouwde lichaam van de bodybuilder samen met het glanzende oppervlak van de machine. In de jaren negentig ontstaat de software cyborg, die een mengsel is van mens en digitaal programma, met nog steeds een even haarloos lichaam &amp;ndash; ook een computer heeft immers geen vacht. De acteurs in dit genre cyborgfilms, zoals Keanu Reeves en Jude Law, zijn veel androgyner dan de eerdere cyborgs. Zij belichamen een nieuw, metroseksueel manbeeld: minder macho, met minder ontwikkelde spieren en een zacht en glad lichaam. Ook vrouwen maken hun entree als cyborg, zoals Wynona Ryder in Alien Resurrection en Angelina Jolie als Lara Croft. Een cyborg kan hardware of software zijn, maar nooit &amp;lsquo;wetware&amp;rsquo;; al het bloederige en slijmerige dat onmiskenbaar tot een menselijk lichaam behoort en waarvan we walgen of griezelen. Haar behoort onmiskenbaar tot de &amp;lsquo;wetware&amp;rsquo; van het lichaam, tot het abjecte dat we vies vinden. Haren in het putje van de wastafel of achtergebleven in een borstel zijn daar een voorbeeld van. Lichaamshaar behoort dan ook niet tot het lichaam van de cyborg, dat glad en glanzend het midden houdt tussen pop en robot. Het ideaal van het haarloze lichaam is in feite nauw verbonden met een hang naar technologie. In onze cultuur heerst een verlangen om met technologie te versmelten. We zijn liever een machine dan een aap. Deze ontwikkeling wordt versterkt door de digitale technologie, omdat hierdoor het menselijk lichaam nog virtueler wordt, verder weg drijft van natuur, in de richting van cultuur. Photoshop Er is ook een technologische reden voor haarloosheid in de beeldcultuur. Het was aanvankelijk moeilijk om haar of een vacht digitaal na te bootsen. Daarom gaan de eerste digitale animatiefilms over insecten of speelgoed (Toy Story, Antz, A Bug&amp;rsquo;s Life); objecten of dieren met een hard, glad en glanzend oppervlak. Inmiddels is de digitale techniek zo ver gevorderd dat haar en vacht goed nagemaakt kunnen worden, zoals in Ice Age te zien is. Maar voor de weergave van menselijke lichaamsbeharing wordt deze nieuwe vondst desondanks niet gebruikt. Wel wordt diezelfde digitale techniek nu ingezet om het menselijk lichaam zo te manipuleren dat het er altijd volmaakt uit ziet, zonder enige tekortkomingen. Zelfs filmsterren zoals Kate Winslet (wier benen ongevraagd digitaal langer en slanker waren gemaakt voor een omslagfoto op Quote) en fotomodellen zoals Gisele B&amp;uuml;ndchen hebben commentaar op het onmogelijke schoonheidsideaal dat tegenwoordig in de beeldcultuur met behulp van photoshoppen wordt gepresenteerd. Dat schoonheidsideaal werd al eerder op de hak genomen door kunstenaars. Neem Inez van Lams-weerde met haar bekende serie Thank You Thigh-master uit 1993, waarin zij modepoppen uit de jaren zeventig digitaal bekleedt met een menselijke huid, terwijl de openingen van het lichaam dichtgemaakt zijn. Zo ontstaat een enge disharmonie tussen mens, robot en pop. Ook Kirsten Geisler heeft met haar Dream of Beauty uit 1999 en Virtual Beauty uit 2002 een dergelijke cyborg-achtige figuur gecre&amp;euml;erd. Bij beide kunstenaressen gaat het om volkomen haarloze lichamen, waarbij Geisler zelfs een haarloos hoofd heeft gemaakt &amp;ndash; een beeld dat ook in reclame regelmatig voorkomt. Biologie als gevreesde &#039;ander&#039; Dat de kunstmatigheid van de cyborg nu ook in de populaire beeldcultuur opduikt, laat zien hoezeer het steeds meer een ideaalbeeld wordt, hoe de tendens richting ontlichamelijking en immaterialiteit van de hedendaagse cybercultuur zich ook daarbuiten voortzet. De digitale cultuur roept op tot het verleggen van lichamelijke grenzen en zelfs tot het achterlaten van het materi&amp;euml;le lichaam in de virtuele ruimte van cyberspace. Cybercultuur gruwt van de fysieke &amp;lsquo;wetware&amp;rsquo; van het lichaam en promoot de totale vrijheid van welke lichamelijke beperkingen dan ook. Het haarloze lichaam is een onderdeel van die posthumane ontwikkeling. Technologie is niet langer de gevreesde &amp;lsquo;ander&amp;rsquo;, maar eerder het gewenste ideaal dat we ons eigen moeten maken. Vandaar de fusie tussen lichaam en machine. Nu is eerder biologie de gevreesde &amp;lsquo;ander&amp;rsquo;; als we iets niet willen, dan is het wel lijken op de harige aap waarvan we afstammen. Wat we wel willen is een mooi lichaam. Naast fit en slank is dat tegenwoordig ook vrij van beharing. Naast vet en verval is ook lichaamshaar een taboe geworden in het schoonheidsideaal dat stevig wordt gepropageerd door de mode- en schoonheidsindustrie. Dat geldt voor beide seksen, zij het nog in verschillende mate. Zowel vrouwen als mannen internaliseren de schoonheidsidealen die de cultuur voorspiegelt. Het is heel moeilijk om die normen het hoofd te bieden. Je zou bijna van een nauwelijks te ontlopen ideologie kunnen spreken, ware het niet dat hier natuurlijk geen samenhangend systeem of machtsimperium achter zit, maar er sprake is van een langzame ontwikkeling binnen de beeldcultuur die leidt tot onuitgesproken normen. De harde tepels van Daniel Craig Het schoonheidsideaal is typisch een kwestie van foucauldiaanse disciplinering in de vorm van zelfregulering en internalisering. Niemand zegt ons dat we zo broodmager moeten zijn als topmodellen, maar dik zijn is wel het nieuwe taboe. Niemand verordonneert dat we allemaal blond moeten zijn met blauwe ogen, maar zwarte vrouwen in de popcultuur verven wel hun haar blond (of dragen een blonde pruik) &amp;ndash; van Beyonc&amp;eacute; Knowles tot Mariah Carey, Mary J. Blige en Tina Turner. D&amp;eacute; Indiase filmster van dit moment, Aishwarya Rai, heeft groene ogen. Van Naomi Campbell heb ik modereportages gevonden waarin ze blond, steil haar heeft, en andere waarin ze groene of blauwe ogen heeft terwijl haar eigen ogen toch echt donkerbruin zijn. Net zo goed dicteert niemand dat we haarloos moeten zijn, maar als Julia Roberts in een mouwloze rode glitterjurk verschijnt m&amp;eacute;t okselhaar wordt het een rel (&amp;ldquo;de tien schokkendste foto&amp;rsquo;s van het jaar!&amp;rdquo;). En allemaal hebben popsterren, filmsterren en fotomodellen een fit en gespierd lichaam. Zachte vrouwelijkheid is uit &amp;ndash; met eindelijk sinds vorig jaar als opvallende tegenbeweging de reclamecampagne van Dove die de vrouwelijke rondingen van &amp;lsquo;gewone&amp;rsquo; vrouwen viert. Ook mannen worden aan de dictatuur van de mode onderworpen. Mannen kunnen zich niet meer permitteren om er slonzig, vadsig en behaard bij te lopen. In modefotografie en reclame, maar ook in de laatste James Bondfilm, fungeert het mannelijk lichaam evenzeer als het vrouwelijke als &amp;lsquo;spektakel&amp;rsquo;. En de nieuwe &amp;uuml;berseksueel mag dan zeer macho zijn, onbehaard is hij wel. De feministische journaliste Julie Burchill schreef in 2003 in The Guardian: &amp;lsquo;Vastbesloten gladheid in beide seksen, maar vooral in mannen, duidt op moderniteit, goede manieren en de bereidheid om de koopwaar in de etalage uit te stallen voor vrije inspectie.&amp;rsquo; En inderdaad wordt tegenwoordig ook het mannelijke lichaam blootgesteld aan de blik van de kijker. Riep dit aanvankelijk nog homo-erotische connotaties op, zoals in menige parfumreclame, tegenwoordig kan ook de man &amp;lsquo;veilig&amp;rsquo; ge&amp;euml;rotiseerd worden zonder aan mannelijkheid in te boeten, zoals het viriele lustobject Daniel Craig in Casino Royale bijvoorbeeld laat zien. De camera verwijlt bij zijn indrukwekkende &amp;ndash; uiteraard haarloze &amp;ndash; torso, glijdt langs zijn biceps, toont hem als hij halfnaakt uit de zee verrijst, zoomt in op zijn been op bed en verlustigt zich in zijn harde tepels. Hollywood wax Ook de schaamstreek krijgt te maken met het taboe op lichaamshaar. Dit levert een aparte &amp;lsquo;schaamhaarmode&amp;rsquo; op. Neem de &amp;lsquo;Hollywood wax&amp;rsquo; (helemaal kaal) of patronen zoals het streepje, het driehoekje, het hartje (of zelfs een logo, zoals de controversi&amp;euml;le reclamecampagne van Gucci in 2003 liet zien). Het ontbreken van schaamhaar is een recent, hypermodern verschijnsel in onze beeldcultuur. Hoewel degenen die hun schaamstreek ontharen vaak &amp;lsquo;hygi&amp;euml;ne&amp;rsquo; aanvoeren als reden, speelt hier overduidelijk de invloed van de pornografie. In pornografische films en foto&amp;rsquo;s wordt de laatste decennia het schaamhaar verwijderd om het vrouwelijke geslachtsorgaan in volle glorie in beeld te brengen -&amp;ndash; en om het mannelijke geslachtsorgaan groter te doen lijken. Uiteraard is het schaamscheren ook verbonden met het &amp;lsquo;eeuwig jong&amp;rsquo;-ideaal van onze cultuur, omdat schaamhaar een teken is van volwassen seksualiteit. Deze nietsontziende visualisering, tot in het miniemste detail en intiemste lichaamsdeel, is in mijn ogen een verontrustend aspect van de huidige beeldcultuur. Het gaat hier om een dwang tot kennis door iets &amp;ndash; alles &amp;ndash; zichtbaar te maken. Wat niet gezien kan worden, kan niet gekend of beheerst worden. Het lichaam onttrekt zich niet aan die visuele economie, maar is daar onderdeel van geworden. Pornoficatie Terwijl geld steeds virtueler (want elektronischer) wordt, nemen beelden de plaats in van ruilmiddel. Het beeld is onze hedendaagse vorm van kapitaal, dat eindeloos circuleert om op waarde te kunnen blijven zonder ooit betekenis te krijgen. Omdat het lichaam onherroepelijk binnen die visuele economie wordt geplaatst, wordt het tot fetisjistische koopwaar, in zowel de freudiaanse (seksuele) als marxistische (kapitalistische) betekenis. Laatkapitalisme houdt in dat het steeds duurder wordt om het lichaam visueel presentabel te maken en te houden: van fitness tot plastische chirurgie, van dure mode op het gebied van kleding en accessoires tot de laatste modes in lichaams- en hoofdhaar. Wat mij vooral treft is dat het lichaam in zijn beleving afhankelijk wordt van een meedogenloze visualisering. Dit aspect van onze beeldcultuur noem ik wel &amp;lsquo;pornoficatie&amp;rsquo;. Een pornografische blik heeft ons dagelijkse leven ge&amp;iuml;nfiltreerd en bespeurt elk haartje dat nog verwijderd had moeten worden. We moeten te allen tijde bereid zijn om &amp;lsquo;om de koopwaar in de etalage uit te stallen voor vrije inspectie&amp;rsquo;. Wat de obsessie met haar extra precair maakt, is dat haar een lichamelijk grensgebied is. Het bevindt zich direct op de huid en markeert de grens tussen binnen en buiten. Haar trekt ook grenzen tussen mens en dier, mens en machine, man en vrouw, volwassene en kind, gezond en ziek. Het haarloze lichaam verlegt en overschrijdt die grenzen. De grenzen tussen mens en machine, man en vrouw, volwassene en kind vervagen, terwijl de grenzen tussen mens en dier haarscherp getrokken worden. De hypermoderne mens is geen naakte aap meer, maar een naakte machine. Anneke Smelik is hoogleraar Visuele Cultuur bij de afdeling Algemene Cultuurwetenschappen aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Bijschrift Gucci: Voor een Gucci-advertentie liet model Carmen Kass haar schaamhaar in de vorm van het Gucci-logo scheren (Vogue, februari 2003)]]></content>
	</url>
	<url>
		<loc>http://www.tijdschriftlover.nl/politiek_en_maatschappij/stitch_n_bitch</loc>
		<title>Stitch 'n Bitch</title>
		<content><![CDATA[Breien feministisch? De meeste mensen zullen kijken alsof ze het in Keulen horen donderen. Maar zeg &#039;herwaardering van vrouwenwerk&#039; en &#039;anticonsumentisme&#039; en wellicht gaat het ze een beetje dagen. De Amerikaanse feministe Debbie Stoller richtte een aantal jaar geleden een Stitch &#039;n Bitch-groep op, en sindsdien verspreidt het breivirus zich gestaag over de feministische goegemeente. En dan hebben we het echt niet alleen over roze babysokjes. Rinske Bijl bezocht met twee sisters in arms de eerste Nederlandse Stitch &#039;n Bitch-dag en sprak met Stoller in eigen persoon. Dat het stoer is om aan je computer te knutselen, te leren lassen en zelf de leidingen voor je wasbak aan te sluiten weten we nu wel. We hebben allemaal wel eens een workshop over auto&#039;s gevolgd, een kast getimmerd en een stopcontact aangelegd. Vrouwen die goed zijn in van oorsprong mannelijke zaken worden vol bewondering aangekeken. Iedereen is het erover eens dat het enorm feministisch is om je deze technieken eigen te maken. Hoe anders is het met de techniek die we nu ontdekt hebben en waar we ons vol enthousiasme op hebben gestort. Want als we vol trots aan onze vrienden en vriendinnen vertellen dat we zijn gaan breien, beginnen ze een beetje ongemakkelijk te kijken, barsten in lachen uit of verklaren ons ronduit voor gek. En als we dan ook nog beweren onze nieuwe passie feministisch te vinden, ontaardt dit in lange felle discussies waarin we onze gesprekspartners zelden kunnen overtuigen. Slechts een enkeling kijkt blij verrast op als we vertellen waar we mee bezig zijn. In dat geval zijn we binnen de kortste keren verwikkeld in een gesprek over verschillende technieken, materialen en werkwijzen. We raken niet uitgepraat over het genoegen dat het ons biedt, de prachtige dingen die we geproduceerd hebben en het voor ons zo overduidelijke politieke en feministische aspect ervan. Een bondgenootschap is snel gesloten en we maken plannen voor maandelijkse breibijeenkomsten. Maar nogmaals, dergelijke reacties zijn uitzonderlijk. GEBREIDE JARRETELS Breien kampt met een imago-probleem. Breien lijkt saai en suf, iets voor oude dametjes, niet meer van deze tijd. Bovendien hadden vrouwen zich net vrijgevochten van de dwang van deze traditionele vrouwenbezigheid; we wilden toch juist af van het beklemmende en beperkende vrouwendomein, van die kneuterige en oninteressante huiselijkheid? We willen nu toch carri&amp;egrave;re maken, geld, status en macht verwerven? De wereld ontdekken, wetenschap bedrijven, het publieke domein veroveren? Het grappige is dat de vrouwen met wie we zo enthousiast over breien praten stuk voor stuk interessante banen hebben, gestudeerd hebben en een onafhankelijk leven leiden. En we zijn het erover eens: breien is ontzettend spannend, creatief en anticonsumentistisch. Tijd voor een herwaardering van deze vrouwelijke traditie. We staan hierin gelukkig niet alleen. In de VS is Debbie Stoller, co-oprichtster en hoofdredacteur van het feministische tijdschrift BUST, al jaren bezig het breien onder de aandacht te brengen als jong, hip &amp;eacute;n feministisch. Ze richtte een &amp;lsquo;Stitch &#039;n Bitch&#039;-groep op en schreef boeken over breien met daarin allerlei hippe breipatronen. Op internet is er inmiddels een hausse aan breifora, mailinglijsten en webwinkels voor garen van natuurlijke materialen. En als je denkt dat moderne breisters alleen babymutsjes en sjaals breien, kom je bedrogen uit. Want wat dacht je van gebreide jarretels of een string van dropveter? Inmiddels zijn er ook in Nederland al bijna dertig Stitch &#039;n Bitch-groepen. Onlangs vond in Rotterdam de eerste landelijke Stitch &#039;n Bitch-dag plaats, waar Stoller workshops gaf. Een goed moment om te onderzoeken of breien nou echt zo feministisch is. Samen met breivriendinnen Corine en Karlijn ging ik op pad. Alledrie zijn we rond de dertig en uitgesproken feministisch, en alledrie hebben we het breien net (her)ontdekt. Lopend van de bushalte naar de Van Nelle fabriek komen we de eerste bezoekers al tegen: groepjes bejaarde dames met tasjes van de plaatselijke wolwinkel. De moed zinkt ons in de schoenen. Zou het dan toch een hoog Libelle-gehalte hebben, deze breibeurs? KNITTIVISM, Bij binnenkomst zien we een lange tafel waaraan tientallen breisters tussen de bollen wol aan hun breiwerk bezig zijn. We zien dames van middelbare leeftijd die afschuwelijke roze babysokjes zitten te breien, we zien jonge vrouwen met knalrood geverfd haar in prachtige zelfgebreide truien, we zien hier en daar een man die net zo serieus en geconcentreerd bezig is als zijn buurvrouwen&amp;hellip; D&amp;eacute; stereotiepe breister bestaat niet, dat wordt ons in een oogopslag duidelijk. Al snel spreekt een jonge meid me aan, die enthousiast op mijn Ladyfest T-shirt (&amp;lsquo;against sexism and homophobia&amp;lsquo;) wijst. Yamit uit Isra&amp;euml;l is blij iemand te ontmoeten die zichzelf ook feminist noemt, want ze is teleurgesteld in het apolitieke gehalte van haar plaatselijke Stitch &#039;n Bitch-groep, &amp;lsquo;iedereen heeft het alleen maar over breipatronen!&#039;. Wat vindt zij feministisch aan breien? &amp;lsquo;In de jaren tachtig gingen feministen alles doen wat mannen doen. Nu doen we gewoon wat we willen, we hebben het recht onze eigen keuzes te maken. Breien is niet minder cool dan andere dingen!&#039; Carla Meijsen van Stitch &#039;n Bitch Utrecht heeft een vergelijkbare opvatting van feminisme: &amp;lsquo;Feminisme is doen wat je wilt doen zonder daar een label van mannelijk of vrouwelijk op te plakken.&#039; Bert Zwarteveen van dezelfde breigroep vindt breien daarentegen helemaal niet feministisch of politiek. Wel vindt hij de koppeling met goede doelen leuk. Bijvoorbeeld het breien van mutsen en sjaals voor weeskinderen in Polen, het breien van chemocaps en het project Knit a River (waarmee aandacht wordt ge-vraagd voor het belang van schoon drinkwater voor mensen in ontwikkelingslanden). Als je zoekt op internet blijken er legio van dit soort brei-acties voor goede doelen te bestaan. Op een Amerikaanse website kwam ik zelfs de term &amp;lsquo;knittivism&#039; tegen (&amp;lsquo;militante brei-activiteiten, zoals breien in demonstraties en stedelijke interventies, breien op controversi&amp;euml;le, ongewone of uitdagende wijze, het systematisch gebruik van breien voor politieke doeleinden&#039;). Hoe gezellig we het ook vinden in de Van Nelle fabriek, we beginnen langzaam toch een beetje te wanhopen over het feministisch karakter van breien en brei(st)ers. Als feminisme niet meer is dan doen wat je wil en de enige politieke betekenis van breien in liefdadigheidsacties ligt, dan is dat toch niet helemaal waar wij naar op zoek waren. Gelukkig is het tijd voor ons interview met Debbie Stoller. BREIWERK IN EEN ATTACH&amp;Eacute;KOFFERTJE Stoller is de ster van de dag. We moeten haar losrukken van alle fans die zich om haar verdringen. Als we haar eindelijk voor ons alleen hebben vragen we haar waarom zij breien feministisch vindt. Ze brandt meteen los: &amp;lsquo;Ik ben een derdegolffeminist met een goeie carri&amp;egrave;re. We hebben geleerd om te doen wat mannen doen en daar waarde en status aan te hechten. Maar zo bevredigend blijkt dat nu ook niet te zijn.&#039; Ze trekt een onverwachte conclusie: &amp;lsquo;De tweedegolffeministen keerden zich af van handwerk en traditionele vrouwentaken omdat ze dat repetitief en onbevredigend vonden. Maar nu blijkt een carri&amp;egrave;re net zo repetitief en onbevredigend te kunnen zijn. Daar lag het dus niet aan. Het probleem was niet dat het vrouwenwerk saai was, maar dat het ondergewaardeerd werd en een lage status had.&#039; Stoller lijkt er haar persoonlijke missie van te hebben gemaakt om breien een positief imago te geven en de status ervan te verhogen. &amp;lsquo;Mensen hebben geen idee hoeveel techniek en vaardigheden breien vereist. Als mensen zich hier bewust van worden, dan krijgt het vanzelf meer respect.&#039; Het behouden van de rijkdom aan technieken is een van de feministische aspecten van breien, volgens Stoller. Het is onderdeel van een herwaardering van het werk dat vrouwen eeuwenlang gedaan hebben. &amp;lsquo;De grote vrouwen uit de geschiedenis werden allemaal beroemd omdat ze een mannenrol vervulden. Ik ben benieuwd naar de rol die vrouwen zelf vervulden. Vrouwen hebben een oneindig aantal uitvindingen gedaan om mensen warm, gevoed en in leven te houden. Het wordt tijd dat we dat op waarde schatten en zorgen dat deze kennis bewaard blijft voor de volgende generaties.&#039; &amp;lsquo;Het zou goed zijn als mannen ook de breinaalden oppakken,&#039; vindt Stoller, &amp;lsquo;anders zal het breien nooit echt serieus worden genomen.&#039; Ze wijst erop dat breien van oorsprong trouwens w&amp;eacute;l een mannentaak was. Zelf richt ze zich in haar boeken alleen op vrouwen, maar gelukkig voor de breiende mannen verschijnen er inmiddels ook breiboeken speciaal voor hen, zoals Knitting with balls van Michael del Vecchio. De weinige mannen die we tegenkomen in Rotterdam lijken zich echter weinig bewust van hun belangrijke aandeel in het herwaarderen van breien. &amp;lsquo;Ik vind het vreemd dat de bevestiging van mannen nodig lijkt te zijn&#039;, zegt Bert Zwarteveen. &amp;lsquo;Wie ben ik, om breien meerwaarde te moeten geven?&#039; Wel vindt hij het leuk om mensen een beetje te choqueren. Hij breit graag in de trein en neemt zijn breiwerk in een attach&amp;eacute;koffertje mee. &amp;lsquo;Als ik dan mijn koffertje open en mijn breiwerk eruithaal, zie je al die mannen in hun grijze pakken wegduiken achter de krant!&#039; GEUZENACTIVITEIT We zijn inmiddels uitgeput van alle gesprekken over breien en feminisme. Met een kopje thee en een zucht laten we ons in een zachte, comfortabele bank zakken. De feministische beweging van activistische breisters zijn we hier niet tegengekomen, en we realiseren ons dat die (nog) niet bestaat. Tenminste, niet in Nederland. Wel zijn we gesterkt in onze eigen overtuiging en in ons enthousiasme. Voor ons doet breien niet onder voor het zelf repareren van je wasmachine of computer. In deze tijd van snel consumentisme en goedkope kunststof kleding die onder beroerde arbeidsomstandigheden in ontwikkelingslanden wordt geproduceerd, geeft breien je een gevoel van autonomie, creativiteit en duurzaamheid. Eigenlijk is breien voor ons een geuzenactiviteit. Het voelt goed om iets wat jarenlang is weggezet als suf, saai en traditioneel vrouwelijk, op te eisen als een interessante en creatieve activiteit. Het is leuk om mensen te provoceren door in een kroeg je breipennen uit je tas te halen. Eigenlijk net zo leuk als hardop roepen dat je feminist bent. Rinske Bijl is webredacteur bij NCDO en net aan haar eerste vest begonnen. Met dank aan Corine Ruigrok en Karlijn de Bl&amp;eacute;court. Tip: tentoonstelling TRAAG Het duurt nog even, maar van 9 november t/m 12 december 2007 brengt Arti et Amicitae (Rokin 112, Amsterdam, www.arti.nl) de tentoonstelling TRAAG, met werk van 11 kunstenaars die gebruikmaken van brei-, haak- en borduurtechnieken. &amp;lsquo;Handwerken is van oudsher een activiteit die als vrouwelijk, ambachtelijk en dus als &amp;ldquo;low culture&amp;rdquo; wordt bestempeld. Buiten het Textielmuseum in Tilburg zijn er nauwelijks tentoonstellingen te zien van of met handwerkende kunstenaars. Daar willen we met TRAAG verandering in brengen.&#039;]]></content>
	</url>
	<url>
		<loc>http://www.tijdschriftlover.nl/politiek_en_maatschappij/huisvader</loc>
		<title>Huisvader</title>
		<content><![CDATA[Als je er als man voor kiest om voor de kinderen te gaan zorgen, moet je wel tegen een stootje kunnen, zo ervoer Rudolf Hunnik. Collega&amp;rsquo;s, buren, de vriendjes van je kinderen: het openlijke commentaar en de stille verwarring zijn niet van de lucht. Om over de confrontatie met de moedermaffia nog maar niet te spreken. Twaalf jaar geleden vertelde ik aan een collega dat ik minder wilde gaan werken om huisman te worden &amp;ndash; ik werkte in een warenhuis als verkoper. Haar reactie: &amp;lsquo;Zo, jij profiteert van je vrouw!&amp;rsquo; Ik schrok ervan, want het leek alsof ze het meende ook. Het was het begin van een hele reeks aan flauwe, onbegrijpelijke en soms vernederende opmerkingen. Als ik om vijf uur naar huis ging, dan was ik per definitie een spelbreker. Enkele collega&#039;s reageerden zelfs afgunstig: &amp;lsquo;Ik heb geen kinderen waar ik zo nodig naar toe moet.&amp;rsquo; Mijn chef zei letterlijk in mijn gezicht dat hij liever geen werknemers met kinderen op de vloer wilde. Hij moest dan overal rekening mee houden en ze zouden niet flexibel genoeg zijn. In het begin werkte het idee dat ik niet loyaal genoeg was op mijn zenuwen. Als hoogopgeleide werknemer in een lage functie viel ik toch al op: ik werkte parttime en had ook geen ambitie om meer uren te werken of hogerop te komen. Mijn kritische uitlatingen over het zorgtakenbeleid op de werkvloer bleven eveneens niet onopgemerkt. Door veel uithoudingsvermogen te tonen, mijn werkgever blijvend op de cao-regels te wijzen en te laten zien dat ik goed kon werken, werd ik uiteindelijk geaccepteerd als &amp;lsquo;de man die voor zijn kinderen zorgt&amp;rsquo;. Dat ik vlak voor mijn twaalf-en-een-halfjarig jubileum een regeling kreeg aangeboden om weg te gaan, is een ander verhaal. Een watje of wellicht werkeloos Ik koos er niet alleen voor zelf mijn kinderen te verzorgen en een groot deel van het huishouden te doen, maar ook om vlakbij mijn kinderen te zijn en ze van nabij te zien opgroeien. Al snel realiseerde ik dat mijn omgeving dat niet gewend was. Een man achter een kinderwagen zien ze geregeld, maar een man die constant in beeld is als zorgende vader niet. Sommige mensen dachten dat me wat mankeerde. Zo moest ik vaak quasi-grappige opmerkingen of vragen aanhoren: ik was een watje, wellicht werkeloos of op z&amp;rsquo;n minst gescheiden. Geduldig legde ik dan uit dat mijn vrouw fulltime werkte en ik er bewust voor gekozen had om voor de kinderen te zorgen. Inmiddels werk ik al een jaar zo&amp;rsquo;n twee dagen in de week als freelance journalist en ben ik meer thuis dan ooit tevoren. De man-vrouwgewoontes die de buitenwereld veelal van je verwacht, zijn bij ons omgedraaid. Ik doe boodschappen, kook, stof, poets en zorg voor de kinderen. Ik ga met ze naar de dokter en lever ze af bij vriendjes en vriendinnetjes. Schoolvriendjes keken in het begin wel eens raar op dat er bij mijn kinderen ook een moeder hoorde. Over onze taakverdeling hebben mijn vrouw en ik overigens goede afspraken gemaakt. Want als je het huishouden wilt doen en voor de kinderen zorgt, dan wil je dat op jouw manier doen, zonder dat vrouwlief zich daar mee bemoeit. Nu laat ze het huishouden met liefde aan mij over, maar over de kinderen hebben we nog wel eens andere gedachtes. Mijn vrouw heeft het idee dat de kinderen beziggehouden moeten worden, terwijl ik denk: laat ze zelf maar hun eigen gang gaan. Ondoordringbare vesting Maar er zijn meer obstakels te overwinnen dan alleen weerstand op het werk en mogelijke miscommunicatie thuis. Neem de moedermaffia, een prestatiegericht bolwerk gedomineerd door vrouwen. Van mannen wordt gezegd dat ze ambitieus en prestatiegericht zijn, maar dat zijn vrouwen ook. Ik denk dan aan moeders die thuis alles perfect geregeld willen zien en die geen kwaad woord willen horen over hun kinderen &amp;ndash; die zijn namelijk ook &amp;lsquo;perfect opgevoed&amp;rsquo;. Het zijn de moeders die zich helemaal in het schoolgebeuren storten, zelfs met de nodige competitiedrang. Voor hen is het moederschap een respectvolle status die net zo belangrijk is als het werken voor een baas. Zoek je aansluiting bij deze groep vrouwen, dan kun je op een ondoordringbare vesting stuiten. Het is me uiteindelijk gelukt &amp;ndash; met dank aan mijn positieve houding en een flinke dosis sociale vaardigheden &amp;ndash; om als vader niet in een isolement terecht te komen in deze &amp;lsquo;wereld van moeders&amp;rsquo;. Door interesse te tonen in hun (denk)wereld. Door leesvader en overblijfvader te worden &amp;ndash; iets wat ik overigens ook gewoon graag doe, en wat de kinderen leuk vinden; eindelijk ook eens een vader die met ze bezig is. Maar me op de koffie vragen is wat de moeders betreft toch een ander verhaal. Als man kom je dan toch te dicht bij ze. Want stel dat hun man erachter komt, of wat zullen de buren wel niet zeggen? Sinds ik mij in 2002 verbond aan de Stichting Huismannen.nl krijg ik nog meer commentaar op mijn zorgvaderschap dan ik daarvoor al kreeg, maar ik weet er ook beter mee om te gaan. En ik krijg meer zicht op de vraag waarom er zo weinig andere zorgvaders zijn. In &amp;eacute;&amp;eacute;n-op-&amp;eacute;&amp;eacute;ngesprekken met hardwerkende vaders hoor ik vaak dat zij ook graag minder zouden willen werken om voor hun kinderen te zorgen. Maar vaak laten de arbeidsvoorwaarden waaronder ze moeten werken het zorgen simpelweg niet toe. Daarnaast vinden vaders het vaak moeilijk hun levensstandaard en -status op te geven. Je verdient als parttimer niet alleen minder, maar je bent bijvoorbeeld ook niet belangrijk genoeg om mee te vergaderen, laat staan om mee te borrelen na werktijd. En tot slot zeggen veel vaders tussen neus en lippen door dat hun vrouwen het niet willen. Dat zijn natuurlijk een heleboel harde noten om te kraken. Maar het is het waard, zo kan ik na al deze jaren van zorgvaderschap stellen. Want de hechte band die ik met mijn kinderen heb, zou ik voor geen goud willen missen. Rudolf Hunnik is zorgvader, freelance journalist en is verbonden aan Stichting Huismannen.nl. Hij heeft verschillende boeken geschreven, waaronder Huismannen, parttime vaders, en carri&amp;egrave;re-papa&amp;rsquo;s (Unieboek 2004) en Schat, zal ik de was doen? (Pica 2006). Illustratie: Farida Laan]]></content>
	</url>
	<url>
		<loc>http://www.tijdschriftlover.nl/politiek_en_maatschappij/this_is_what_a_feminist_looks_like__1</loc>
		<title>This is what a feminist looks like</title>
		<content>&amp;rsquo;This is what a feminist looks like&amp;rsquo; &amp;ndash; de rubriek waar LOVER feministische prominenten aan het woord laat over feministische mannen. Romanschrijfster en LOVERambassadeur Renate Dorrestein stelt met haar kritisch-feministische blik een aantal van deze mannen aan ons voor. In de jaren tachtig, toen mannen door toedoen van het feminisme de draad even helemaal kwijt waren, had je mannengroepen die ijverden voor &amp;lsquo;het recht op een huilbui&amp;rsquo;. Ook was er de stichting Superman, waarvan de aanhangers zich vrouwvriendelijk dachten te betonen door de officier van justitie in alle ernst te vragen om vervolging van de producent van een T-shirt waarop twee parende muizen waren afgebeeld. De vrouwtjesmuis zat vastgeklemd in een val en het mannetje maakte dankbaar gebruik van die situatie. &amp;lsquo;Het ziet er naar uit dat we het voortouw gaan nemen in een proefproces rond seksueel geweld&amp;rsquo;, schreef de stichting in een zelfvoldane brief. Zulke dingen maakten het destijds niet gemakkelijk om &amp;lsquo;feministische mannen&amp;rsquo; serieus te nemen. Toch stamt uit diezelfde tijd een van Nederlands grootste &amp;eacute;chte feministische helden: de Leidse gynaecoloog en emeritus hoogleraar Eylard van Hall (1934; zie foto, red.). Veel van wat we in de vrouwengezondheidszorg gewoon en vanzelfsprekend vinden, is te danken aan het feit dat hij onophoudelijk de moed had om zich tegen de heersende moraal van zijn vakgebied te keren. Van Hall was fel gekant tegen de medicalisering van zaken als zwangerschap, bevalling en overgang. Van natuurlijke processen moest je geen ziekte maken, vond hij. Dat diende alleen maar de belangen van de farmaceutische industrie en van snijgrage artsen. Het was hem een doorn in het oog dat zijn collega&amp;rsquo;s klachten van vrouwen automatisch toeschreven aan hormonale processen, alsof er sprake zou zijn van een biologisch lot van vrouwen. Hij publiceerde over de vooroordelen van mannelijke artsen jegens vrouwelijke pati&amp;euml;nten, over hun machtspositie en de rol van seksualiteit. Toen de vrouwenbeweging in 1980 in een zwartboek de seksistische, onderdrukkende en contactgestoorde praktijken van veel gynaecologen hekelde, verklaarde hij publiekelijk dat het hier nog maar het topje van de ijsberg betrof. Zijn collega&amp;rsquo;s zagen dat als verraad, zelfs als &amp;lsquo;heulen met de vijand&amp;rsquo;, wat Van Halls gelijk alleen maar onderstreepte, maar waarvoor hij wel een prijs betaalde. Zijn imago als &amp;lsquo;feministische gynaecoloog&amp;rsquo; was gevestigd, en dat was niet als compliment bedoeld. Toch bleef hij onvermoeibaar doorgaan. Als opleider van arts-assistenten trok hij zo veel mogelijk vrouwen aan (&amp;lsquo;de meisjes van Van Hall&amp;rsquo; werden ze denigrerend genoemd) omdat hij het onrechtvaardig vond dat vrouwen werden geweerd uit een vak dat juist over vrouwen ging. Later zou hij ervoor zorgen dat er aan de Universiteit van Leiden een leerstoel vrouwengezondheidszorg werd ingesteld. De Britse auteur Ian McEwan is nog niet tot zulke olympische hoogten gestegen, maar ook hij is iemand die vrouwen in het openbaar serieus neemt. In een artikel in The Independent schreef hij: &amp;lsquo;The moment women stop reading, the novel will be dead.&amp;rsquo; McEwan kent vrouwen hier ruiterlijk de eer toe die zij als lezeressen verdienen. Onderzoek uit binnen- en buitenland toont al jarenlang consistent aan dat 85% van de lezers van literatuur vrouwen zijn (van boven de vijftig, nog wel). Toen dat voor het eerst aan het licht kwam, brak er in het literaire veld grote commotie los. Afgaand op de verontwaardigde commentaren kon je niet anders dan concluderen dat het einde van de literatuur nu zo ongeveer nabij was, met alleen nog maar lezende vrouwen. Alsof het hun schuld was dat mannen en jongeren amper meer lezen. Niemand behalve McEwan kwam ooit op de gedachte om deze vrouwen juist te prijzen voor hun onschatbare bijdrage aan het voortbestaan van de literatuur. Ook journalist Fr&amp;eacute;nk van der Linden huilt niet met de honden mee. Waar zijn collega Jeroen Pauw in interviews graag uitlegt dat er bij Pauw &amp;amp; Witteman maar weinig vrouwen aan tafel zitten omdat die nu eenmaal zelden iets interessants te vertellen hebben, maakte Van der Linden afgelopen voorjaar voor de NCRV een achtdelige serie televisie-interviews met uitsluitend vrouwen, Sterke vrouwen genaamd. Hij sprak met onder meer Neelie Kroes, Heleen Mees, Marri&amp;euml;tte Hamer en Kristien Hemmerechts en verschafte hen een podium om uitgebreid over hun professionele en persoonlijke ambities te vertellen. Meer zulke televisie, en meer zulke mannen.</content>
	</url>
	<url>
		<loc>http://www.tijdschriftlover.nl/politiek_en_maatschappij/feministisch_bloggen</loc>
		<title>Feministisch bloggen</title>
		<content><![CDATA[Wie zei ook alweer dat web 2.0 stervende is? En wie dat het feminisme niet meer leeft? Goed, de internetfora zijn misschien niet het platform van een brede maatschappelijke discussie geworden en de meeste politici die een paar jaar geleden enthousiast gingen bloggen, laten het ondertussen afweten. Maar het feminisme? Als je niet hardnekkig blijft zoeken naar een massabeweging zoals de &amp;lsquo;Tweede Golf&amp;rsquo;, maar ervan uitgaat dat feminisme vandaag de dag alleen in meervoud &amp;ndash; &amp;lsquo;feminismen&amp;rsquo;- voorkomt, dan zie je ze opeens overal, die &amp;lsquo;feminismen&amp;rsquo;. En op het kruispunt tussen web 2.0 en &amp;lsquo;feminismen&amp;rsquo; 3.0 bevindt zich de boeiende wereld van feministische bloggers. Ik ben eens gaan surfen en hier en daar in de golven gedoken. Daarbij viel mij een enkel verschil op. In ons eigen land wordt meestal op persoonlijke titel geblogd of is het blog onderdeel van de website van een tijdschrift. Over de grenzen, met name in de VS, is bloggen een collectief gebeuren. Maar ik werd vooral getroffen door een duidelijke overeenkomst: bevlogenheid en een kritische geest kenmerken vrijwel alle weblogs die zich als feministisch presenteren. Als ik dicht bij huis begin, zijn er twee &amp;lsquo;blogauteurs&amp;rsquo; waar ik niet omheen kan. Anja Meulenbelt (anjameulenbelt.sp.nl/weblog), bijna synoniem met de tweede feministische &amp;lsquo;golf&amp;rsquo; in Nederland, heeft een weblog bij haar partij, de SP. Zij schrijft bijna dagelijks en haar stukken zijn activistisch getint. Al is zij vooral begaan met de problematiek van Isra&amp;euml;l en de Gazastrook, haar feminisme richt zich ook op zaken die (moslim)vrouwen in ons land aangaan. Het hoofddoekdebat, de Haagse heksenjacht op gescheiden activiteiten voor vrouwen, om maar iets te noemen. Verder is daar natuurlijk de schrijfplek van Karin Spaink (www.spaink.net), waar je, behalve haar columns voor LOVER, kritische artikelen vindt over vraagstukken rond privacy en automatisering en over onze gezondheidszorg. Er zijn ook blogs die verbonden zijn aan feministische bladen. Op de site van Opzij blogt hoofdredacteur Margriet van der Linden (blog.opzij.nl) over wat haar raakt in het nieuws, zij het met mate. LOVER maakt er meer werk van: het log van tijdschriftlover.nl heeft minstens &amp;eacute;&amp;eacute;n nieuw bericht per week, soms zijn het er wel vijf. Opiniestukjes worden afgewisseld met recensies en nieuws. Heel anders gaat het er in Amerika aan toe. Daar bloggen feministen veel meer collectief. De meest bekende is feministing.com, gestart in 2004 en geleid door een zestal jonge vrouwen in their twenties. Er verschijnen vaak meerdere berichten per dag over zeer uiteenlopende onderwerpen. Zo wordt het bijna een alternatief nieuwskanaal. Wat heel leuk is aan deze site: je kunt er ook community-bloggen. Dat wil zeggen dat je een eigen account aan kunt maken en ook jouw teksten op de site mag zetten. Daarnaast is er feministe.us/blog, ook gerund door jonge, hoog opgeleide vrouwen. Hun artikelen halen meestal tussen de 50 en 100 reacties. Er wordt discussie gegenereerd. Het Britse tevens collectieve blog the F-word (thefword.org.uk/blog) dateert uit 2001 en richt zich uitdrukkelijk op jongere feministen. Er verschijnt vrijwel dagelijks een nieuw bericht, meestal met een uitgesproken feministische insteek. Wat mij heel erg opviel aan deze Engelstalige blogs, is dat zij zich duidelijk keren tegen homo- en transfobie. Diversiteit lijkt het belangrijkste streven van de nieuwe &amp;lsquo;feminismen&amp;rsquo;. Ga eens lezen hoe dat wordt verwoord in het manifesto van het jonge blog zeldalily.com. Dit zijn slechts een paar schuimkoppen uit de branding van feministische blogs. Wie het echt leuk vindt, kan naar hartelust verder surfen via de blogrolls van de sites die ik heb aangereikt. Wie dan nog niet genoeg heeft, of gewoon nieuwsgierig is, moet maar eens gaan kijken op de weblogs van enkele LOVER-schrijfsters. www.marijejanssen.nl is een blog over onder andere feministische porno, janiek.wordpress.com gaat &amp;lsquo;over de gewone dingen des levens&amp;rsquo; en mariettehermans.wordpress.com richt zich vooral op HLBT emancipatie.]]></content>
	</url>
	<url>
		<loc>http://www.tijdschriftlover.nl/politiek_en_maatschappij/zwarte_piet_in_de_bijlmer</loc>
		<title>Zwarte Piet in de Bijlmer</title>
		<content><![CDATA[Sinterklaas. Een racistische Nederlandse traditie waaraan je als zwarte moeder vooral niet moet meedoen? Nee, vindt Anja Breslau. Sinterklaas is bovenal een kinderfeest. En daar hoort op zijn minst &amp;eacute;&amp;eacute;n Zwarte Piet bij. In Suriname heb ik als klein meisje nooit Sinterklaas gevierd, aangezien mijn ouders het een racistisch feest vinden. Ik ben dan ook opgevoed met het idee dat Zwarte Piet de knecht is van de goedheiligman. Weer worden zwarte mensen in een onderdanige positie geplaatst door de blanken. Mijn ouders zijn ervan overtuigd dat Zwarte Piet deze rol nooit zal ontstijgen. De roet van de schoorsteen als oorzaak voor Piets zwarte kleur ten spijt: hij blijft een bediende met een zwart voorkomen en dikke lippen. Ondanks de uitgebreide viering van Kerst, heb ik het niet vieren van Sint altijd als een groot gemis ervaren. Hoewel ik er als kind niet echt bij stil stond wat ik dan voelde, wilde ik gewoon graag deel uitmaken van het feest; ik miste de mystiek en de gezelligheid. Nu bestaat Suriname uit veel verschillende vreedzaam naast elkaar levende culturen. Het uitpakken van cadeautjes op 5 december was dan ook een strikt persoonlijke keuze, ik had dus ook vriendjes en vriendinnetjes die w&amp;eacute;l Sinterklaas vierden. Wanneer mijn vader lag te slapen, slopen mijn broers, zussen en ik stilletjes naar buiten om Sint zijn verjaardag bij anderen te vieren. Ik geloof niet dat mijn ouders hier ooit achter zijn gekomen. We voelden ons hier ook nooit schuldig over. Het was ons &amp;lsquo;grote geheim&amp;rsquo;, waar we nog steeds samen om kunnen lachen. Gl&amp;uuml;hwein Ook in Nederland, waarheen we op mijn dertiende verhuisden, bleef het Sinterklaasfeest taboe. Omdat ik op de Mavo het enige zwarte meisje was dat ook nog eens 5 december niet mocht vieren, voelde ik mij uitgesloten van alle festiviteiten. Hoe ik ook zeurde of argumenteerde, mijn ouders bleven vasthouden aan hun standpunten. Ik wendde me naar mijn witte Hollandse leraar. Hij bood mij de gelegenheid om na schooltijd surprises in elkaar te knutselen, zodat ze het thuis niet zouden merken. Samen met mijn klasgenoten bleven we na schooltijd en hielpen we elkaar met het maken van de mooiste gedichten. Het Sinterklaas-feest verwierf zo een bijzondere plek in mijn hart. Ik begon meer en meer overtuigd te raken: Sinterklaas gaat niet over het verdriet om het slavernijverleden, maar om de mystiek van het kinderfeest. Nadat ik zelf moeder ben geworden van twee kinderen, heb ik vaak in stilte nagedacht over mijn ouders&amp;rsquo; interpretatie van Zwarte Piet. Dit vraagstuk heeft mij jaren beziggehouden, maar telkens weer zag ik de blijdschap en vreugde op de gezichtjes van mijn kinderen als ze iets in hun schoen vonden. Ik herinner mij een moment waarop ik als enige zwarte vrouw aan de grachtengordel woonde en wij gezamenlijk met alle buren pakjesavond vierden. Wij vrouwen onder elkaar bakten vaak speculaasjes en pepernootjes met de kinderen en maakten voor ons zelf gl&amp;uuml;hwein met sinaasappel, kaneel en rozijnen. De mannen verkleedden zich als Piet en de kinderen genoten volop van hun pakjes. Uiteindelijk heb ik dan ook mijn beslissing om Sint te vieren aan mijn ouders kenbaar gemaakt. Voor hen was dit een verdrietig en teleurstellend moment. In eindeloze gesprekken hebben we geprobeerd om wederzijds begrip voor elkaar op te brengen. Inmiddels hebben mijn ouders het opgegeven om hun mening hierover aan mij op te dringen. Anti-sinterklaasnorm Ik ben stellig van mening dat volwassenen hun pijn niet mogen projecteren op hun nageslacht. Daarmee bagatelliseer ik de slavernij en discriminatie niet, maar wil ik benadrukken dat Sinterklaas een kinderfeest is. Gesterkt door deze overtuiging, ben ik ook nieuwe betekenis gaan geven aan het Sintfeest. Sinds wij in de Amsterdamse Bijlmer zijn komen te wonen, merk ik wel hoe diep sommige wonden zijn. De tijd dat ik werkzaam ben geweest op een peuterspeelzaal, staat voor mij nog steeds symbool voor het breken met de anti-Sinterklaas norm. Het duurde even, maar door eindeloos praten en briefjes in de bussen gooien, groeide ons Sinterklaasfeest van de speelzaal uit tot een enorm buurtfeest waarbij de Sinterklaasliedjes tot diep in de nacht klonken. Alleen vierden wij geen Sinterklaas, wij vierden het Pietenfeest! In plaats van de goedheiligmanverering heb ik Zwarte Piet zijn oorspronkelijke rol laten ontstijgen door h&amp;eacute;m als mythische figuur centraal te stellen. Hoogtepunt was dan ook onze pietenoptocht van buurtkindertjes, al is ons dit niet altijd in dank afgenomen. Vaak genoeg zijn er kleine pietjes uitgescholden en kreeg de speelzaal boze brieven van buurtbewoners. Ieder jaar heb ik dit geprobeerd te voorkomen door mensen uit te nodigen om erover te komen praten. Het blijft echter een langdurig emotioneel proces dat je op sociaal niveau niet kunt afdwingen. Momenteel ben ik werkzaam op verschillende scholen in Amsterdam Zuid-Oost. Ieder jaar pretendeert een extern comit&amp;eacute; actie te ondernemen tegen die onderwijsinstellingen die besluiten om 5 december niet geruisloos te laten passeren. Met steeds weer dezelfde toon en argumentatie presenteert het comit&amp;eacute; haar conflict: Zwarte Piet is een racistische vertoning omdat hij de rol aanneemt van de underdog. Sommige scholen voelen zich genoodzaakt om te luisteren naar volwassenen die een kinderfeest afkeuren en Sinterklaas voorgoed uit de schoolbanken willen verbannen. Hiermee los je mijns inziens de discussie niet op, maar stel je hem slechts uit. Door mijn gesprekken met ouders hierover zijn veel van hen er nog een keer over gaan nadenken en vieren nu met hun kind Sinterklaas. Ik denk dat je steeds met elkaar in gesprek moet blijven en elke keer opnieuw moet zoeken waar de grens ligt. Mijn eigen kinderen zijn nu volwassen. Mijn zoon kijkt al uit naar het moment dat hij het Pietenfeest met zijn eigen gezin kan vieren, omdat dit de momenten uit zijn jeugd zijn die grote indruk op hem hebben gemaakt, vertelt hij mij. Uiteindelijk gaat het om een cultureel feest dat voor veel kinderen grote vreugde biedt, juist door de mystiek van Zwarte Piet. Anja Breslau is als &#039;Ouder Contact Functionaris&#039; van een welzijnsorganisatie werkzaam voor verschillende scholen. Illustrator: Joost van Wilgenburg]]></content>
	</url>
	<url>
		<loc>http://www.tijdschriftlover.nl/politiek_en_maatschappij/this_is_what_a_feminist_looks_like</loc>
		<title>This is what a feminist looks like</title>
		<content>&amp;lsquo;This is what a feminist looks like&#039; - de rubriek waar LOVER feministische prominenten aan het woord laat over feministische mannen. Cisca Dresselhuys, oud-hoofdredacteur van Opzij, trapt af. In een tijd waarin het boek Mannen die vrouwen haten van de Zweedse detectiveschrijver Stieg Larsson maandenlang op de bestsellerlijst staat, is het spannend te schrijven over vrouwvriendelijke mannen. Voorzover we dat kunnen beoordelen natuurlijk. Feminisme &amp;amp; mannen: dat was jarenlang een ingewikkelde combinatie, want waren feministes juist geen mannenhaatsters? Dat was toch wat je altijd hoorde als je mensen, vaak mannen, over feministes hoorde praten? Ik heb altijd een duidelijk standpunt gehad over mannen, dat heel goed verwoord stond op de sticker, die jarenlang op de redactie van Opzij heeft gehangen: &amp;lsquo;Ik houd van mannen, maar niet van hun plannen&#039;. Beter had ik het zelf niet kunnen bedenken. Het gaat niet om &amp;lsquo;de soort&#039;, maar om wat sommigen van die soort bedenken, zeggen en doen. Om er achter te komen hoe invloedrijke mannen over vrouwen en emancipatie denken, bedachten we bij Opzij ooit de serie &amp;lsquo;Langs de Feministische Meetlat&#039;, waarvoor ik ruim vijftien jaar bekende mannen interviewde. In het totaal zo&#039;n 170. Vast onderdeel van het gesprek was de visie van de bewuste man op emancipatie, vrouwen en hun rol in de maatschappij. Als ze vader waren, hadden we het over hun vaderschap en ook het huishouden kwam ter sprake: welke taken verrichtten deze heren in huis, behalve het buiten zetten van de vuilnisbakken? (Ik herinner me nog een verrassende mannentaak: wijlen Wim Duisenberg, ex-minister van financi&amp;euml;n en later Europees bankdirecteur, vertelde hoe hij thuis de kapotte gloeilampen verving, alsof dat een dagelijkse en veeleisende affaire was.) Te oordelen naar de cijfers die we uitdeelden, waren veel mannen niet bepaald vrouwvriendelijk en emancipatoir. Eigenlijk was de meetlat meer een thermometer, want er vielen ook cijfers onder de nul. Het laagst scoorden - ik weet het nog precies uit m&#039;n hoofd - SGP-voorman Bas van der Vlies en schrijver Harry Mulisch, beiden een -3. Boven het verhaal van Van der Vlies stond de kop: &amp;lsquo;Ik wil het feminisme bestrijden&#039;, boven dat van Harry Mulisch: &amp;lsquo;Vriendschap met een vrouw ken ik niet&#039;. Geen staaltjes van vrouwvriendelijkheid. Het hoogste punt noteerden Kees van Kooten, ex-minister Jan Pronk en ex-Defensiestaatssecretaris Cees van der Knaap, alledrie een +7. Hogere cijfers zijn nooit uitgedeeld in die vijftien jaar. Hoe vaak men mij niet gevraagd heeft: hoe komt dat cijfer precies tot stand? Zijn daar statuten van? Deze laatste vraag kwam altijd van een man, mannen houden van cijfers, maar zijn er tegelijkertijd bang voor. Een aantal mannen dat ik om een interview vroeg, weigerde, juist vanwege het feit, dat ze een punt zouden krijgen. Natuurlijk waren er geen statuten, kom zeg. Eigenlijk was die hele puntentelling min of meer een grapje, het ging al die jaren vooral om het persoonlijke verhaal: hoe zit die man in elkaar en welke rol spelen vrouwen en emancipatie in zijn leven? Waren er bij die 170 mannen nu veel mannen die deugden, of juist helemaal niet deugden? Ook dat is mij vaak gevraagd. Het liefst had men willen horen, dat het allemaal boeven, chagrijnen of onbetrouwbare types waren die we, als vrouwen, het best links konden laten liggen. Maar zo was het niet. De meeste Meetlatmannen waren aardig, interessant en vaak heel leerzaam. Dat heeft alles te maken met het verschijnsel interviewen. Als je namelijk lang met mensen praat, ga je ze steeds beter begrijpen en veel begrijpen leidt heel vaak tot aardig vinden. Maar dat wil niet zeggen dat het allemaal toonbeelden van emancipatoir gedrag waren, dat zeker niet. Eigenlijk heb ik als hoofdredacteur van Opzij maar drie &amp;eacute;cht feministische mannen leren kennen: mannen, die het niet bij emancipatoire woorden lieten, maar van wie ook de daden vrouwvriendelijk waren. Dat waren: Jeroen de Wildt, weduwnaar van Joke Smit en al vele jaren werkzaam op het gebied van emancipatie onder meer als ambtenaar bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; de man achter de website www.emancipatie.nl prof. dr. Joop Visser, ooit lid van de (laatste) Emancipatieraad, leerling van de feministische econome Marga Bruyn-Hundt, hoogleraar aan de universiteit van Utrecht en nog altijd een warm pleitbezorger van emancipatiezaken; en als derde de psycholoog Vincent Duindam van de universiteit van Utrecht, kenner en voorvechter van het verschijnsel &amp;lsquo;de zorgende vader,&#039; zelf jarenlang een zorgende vader voor zijn twee dochters. Ik weet nog hoe zij drie&amp;euml;n figureerden in een artikel over &amp;lsquo;Mannen die Deugen&#039; in Opzij. Of zij dat eigenlijk fijn vonden, heb ik nooit aan ze gevraagd. Misschien zijn ze wel vreselijk gepest met die &amp;lsquo;onderscheiding&#039;. Tot nu toe heb ik persoonlijk nog geen echte aanvulling van dit driemanschap leren kennen, maar wie weet, wat de toekomst nog brengt. Een paar actuele voorbeelden van mannen, die het, als ze goed hun best doen en standvastig blijven in hun woorden en daden, op een dag feministisch genoemd kunnen worden: 1. Wubbo Ockels, ruimtevaarder en hoogleraar: &amp;lsquo;Duurzame energie is een mensenrecht, waarop ik vooral de vrouwen zou willen aanspreken. Die denken namelijk toch meer aan de toekomst&#039;. (Tegenlicht, VPRO-tv, oktober 2008). 2. Acteur Colin Firth (een prachtige mister Darcy in de tv-serie Pride and Prejudice naar het boek van Jane Austen): &amp;lsquo;Het is een ramp als acteurs zich laten volspuiten met botox of plastische chirurgie ondergaan. Op die manier kunnen mensen zich niet meer goed uitdrukken en dat is toch essentieel voor acteurs. Waarom zou je in vredesnaam de snaren van een viool zo strak maken dat ze niet meer vibreren?&#039;. (BBC-radio, augustus 2009). 3. Tv-recensent Marcel Peereboom Voller: &amp;lsquo;Wie het Europees kampioenschap voetbal voor vrouwen in Finland live wil volgen, is aangewezen op Eurosport. Die zender ziet blijkbaar wel brood in het vrouwenvoetbal. En terecht. Het zijn aantrekkelijke en opvallend sportieve wedstrijden&#039;. (De Telegraaf, 31 augustus 2009). 4. Journalist en schrijver Jeroen Smit, auteur van de bestseller De Prooi, over de ondergang van ABN-Amro: &amp;lsquo;In besturen waarin ook vrouwen en mensen uit andere culturen zitten, is er meer gedoe en de vergaderingen duren langer, maar er zijn ook meer checks and balances. Er moet een wet komen die bepaalt dat over tien jaar 40 procent van de besturen uit vrouwen bestaat, net als in Noorwegen. Vanzelf gaat dat niet, want als mannen de keuze hebben, kiezen ze altijd een man, een kloon van zichzelf. EU-commissaris Neelie Kroes zei dat het bij Lehman Brothers nooit zo was afgelopen als het Lehman Sisters was geweest. En kijk eens naar het tv-programma Deal or no deal: vrouwen zijn daar veel beter in. Als zij 30% kans op een ton maken en ze krijgen tegelijkertijd een bod van 10.000 euro, dan kiezen ze voor die 10.000 euro. Mannen niet, die willen die ton, want hun vriendin zit op de tribune of hun concurrent en die zullen ze eens een poepie laten ruiken. Voor hen is het de dood of de gladiolen.&#039; (NRC Handelsblad, 31 juli 2009). En nu eens kijken hoeveel voorbeelden LOVER hieraan toe weet te voegen. Tekst: Cisca Dresselhuys</content>
	</url>
	<url>
		<loc>http://www.tijdschriftlover.nl/politiek_en_maatschappij/world_of_womencraft</loc>
		<title>World of Womencraft</title>
		<content><![CDATA[Bijna 80 procent van de Nederlandse vrouwen speelt wel eens een computerspel, blijkt uit het Nationaal Gaming Onderzoek 2008
