Vier eeuwen liefde en verzet onder de gewelven van de Nieuwe Kerk

Een seksschommel in de darkroom van Club Church. Een trouwakte uit 1632. Een dossier van de zedenpolitie uit de Tweede Wereldoorlog. In De Nieuwe Kerk in Amsterdam hangen ze straks naast elkaar. De tentoonstelling ‘Queer Amsterdam, de roze stad’ brengt vier eeuwen queergeschiedenis samen. Met meer dan zestig objecten, persoonlijke verhalen en kunstwerken neemt de tentoonstelling bezoekers mee van de zeventiende eeuw tot hedendaagse discussies over transgender- en intersekse rechten. LOVER was aanwezig bij het persevenement op 28 mei.
Midden op het podium van de iconische Club Church in Amsterdam presenteert kunstenaar Erik Alkema een van zijn wandkleden. Op de stof: een seksschommel, met de donkere muren van de nachtclub op de achtergrond. De kleden zijn gebaseerd op foto’s die hij na sluitingstijd maakte. Ooit werkte hij er als schoonmaker en was hij er vaste bezoeker. De club was voor Alkema een plek voor seksuele verkenning, maar nooit zonder angst. Jarenlang leefde hij met de vrees een hiv-besmetting op te lopen. “Onze seks is nou eenmaal onveilig,” dacht hij toen. Drie maanden na hun huwelijk vertelde zijn man dat hij hiv had opgelopen. Pas toen Alkema prep ging gebruiken, besefte hij hoeveel angst er in zijn seksleven had gezeten. Jaren later kreeg hij, na lang aandringen bij artsen, de diagnose darmkanker. Zes operaties volgden, waarbij zijn rectum werd verwijderd. “Ik vond het een raar idee om iets uit je lichaam zomaar weg te doen,” vertelt hij. “Vooral iets waar ik zoveel plezier aan heb gehad.” Sindsdien heeft hij geen seks meer gehad in Club Church. Zijn werk is een ode aan de toonaangevende Amsterdamse seksclub, maar ook een persoonlijke reflectie op queer seksualiteit en zijn reis door ziekte, angst en schaamte.
Dit is precies de toon die Queer Amsterdam wil raken: groot en klein tegelijk. Een volledige geschiedenis van emancipatie, verteld via de levens van mensen zoals Alkema.
Vanaf daar loopt de tentoonstelling chronologisch door tien thema’s. Zo is er in het thema “Verborgen liefde en hartstocht” onder andere een maquette van het Paleis op de Dam te zien. Dit was ooit een populaire “kruysplaats” waar mannen elkaar via hoestjes en subtiele voetaanrakingen konden ontmoeten. Er komen ook modernere thema’s aan bod, bijvoorbeeld in het thema “Queer nu!”, waarin hedendaags activisme en queer vluchtelingen centraal staan. Hoewel de tentoonstelling verschijnt in het jaar waarin wordt stilgestaan bij vijfentwintig jaar openstelling van het huwelijk voor paren van hetzelfde geslacht, wilden de samenstellers voorkomen dat het homohuwelijk het centrale verhaal zou worden. Tijdens de perspresentatie benadrukten zij dat wettelijke gelijkheid nooit het eindpunt van queer emancipatie is. Wie de geschiedenis bekijkt, ziet immers dat de strijd hier niet ophoudt. Er zijn te veel andere gevechten, van toen en nu, om dát verhaal te laten overheersen.
Een van de meest aangrijpende momenten in de tentoonstelling gaat over een strijd die zelden in de spotlight staat, namelijk die van intersekse mensen. Bezoekers zien beelden uit de documentaire Kiezen, snijden, zwijgen van Marieke Schoutsen en Sharan Bala. Deze gaan gepaard met een kunstinstallatie gemaakt van de medische dossiers van Bala. Ernaast staat de tweeduizend jaar oude marmeren Hermafroditus uit de collectie van Allard Pierson. Dit is een figuur uit de Griekse mythologie die eeuwenlang symbool stond voor de liefde zelf, lang voordat medische protocollen intersekse lichamen tot geheim maakten.
De kern van deze tentoonstelling wordt door de makers omschreven als een onthulling van het verschil tussen wat zichtbaar mocht zijn en wat verborgen moest blijven. Die geschiedenis krijgt een extra lading door originele documenten uit het Stadsarchief Amsterdam. Bezoekers worden bijvoorbeeld geconfronteerd met het geheime confessieboek waarin een zeventiende-eeuwse politieagent noteerde hoe hij vrouwen door het raam van ene Willemijn van der Veen “elkaar zag zoenen en strelen”. De beschuldigingen leidden tot zware gevangenisstraffen. Het verhaal van Willemijn wordt in de tentoonstelling verteld via audiofragment. Een ander dossier bevat de registraties van de zedenpolitie uit de Tweede Wereldoorlog, die homoseksuele Amsterdammers systematisch bijhield. Op de lijst staat onder meer een Joodse naaister die werd opgepakt vanwege een relatie met een ‘Arische’ vrouw en uiteindelijk in Kamp Westerbork belandde.
Ook de aidscrisis krijgt een eigen, indringende ruimte. Er hangt een portret van Martin Schenk, gefotografeerd door Erwin Olaf voor een campagne over veilige seks, kort voordat Schenk zelf aan aids overleed. Ernaast: een aidsquilt met honderden handgemaakte naamvlaggen, een herdenking van ongeveer 350 mensen die in Nederland aan de ziekte stierven. En rouwkaarten uit de privécollectie van Erwin van Rheenen, die er zelf over zegt dat hij ze niet kan wegdoen, want “dan zijn die mannen echt verdwenen.” Hier worden abstracte cijfers vervangen door namen, gezichten en verlies dat nog steeds voelbaar is.
Queer Amsterdam opent te midden van WorldPride 2026 en blijft negen maanden staan, ongewoon lang voor een tentoonstelling in de Nieuwe Kerk. Vanaf het najaar krijgen vmbo-scholieren een gratis lesprogramma aangeboden: eerst een rondleiding die het gesprek op gang moet brengen, daarna een creatieve opdracht die momenteel wordt ontwikkeld met een theatermaker. De gedachte hierachter is simpel: elke nieuwe generatie moet het gesprek over diversiteit, seksuele identiteit en gender opnieuw leren voeren. Uit recent onderzoek van de UvA blijkt namelijk dat minder dan de helft van middelbare scholieren homoseksualiteit als normaal ziet.
Die urgentie zit verweven in de gehele tentoonstelling. De vrijheid om jezelf te zijn in Amsterdam wordt hier gevierd, maar nooit voorgesteld als vanzelfsprekend of afgerond. Terwijl de wereld, en ook Nederland, opnieuw te maken heeft met een kilte richting de queer gemeenschap, herrinert Queer Amsterdam eraan dat ieder element van emancipatie, van het homohuwelijk tot het simpele recht om hand in hand over straat te lopen, ooit bevochten moest worden. Daarmee wordt duidelijk dat de titel ‘roze stad’ niet vanzelfsprekend is. Amsterdam is een stad die queer is, niet omdat de emancipatie voltooid is, maar omdat daar voortdurend opnieuw voor wordt gestreden.
De tentoonstelling is samengesteld in nauwe samenwerking met IHLIA LGBTI Heritage, het Nederlandse queer-erfgoedarchief dat al decennia tentoonstellingen, organisaties en evenementen ondersteunt zonder zelf ooit in de schijnwerper te staan. Met Queer Amsterdam krijgt dat archief, en de verhalen die het al die jaren bewaarde, eindelijk een podium dat vier eeuwen beslaat.
Queer Amsterdam, de roze stad is van donderdag 9 juli 2026 tot en met zondag 4 april 2027 te zien in de Nieuwe Kerk Amsterdam.
Steun LOVER!
LOVER draait sinds de start in 1974 volledig op vrijwilligers en donaties. Wil je dat een van Nederlands oudste feministische tijdschriften blijft bestaan? Help ons door een (eenmalige) donatie. Elke euro is welkom en wordt gewaardeerd. Meer informatie vind je hier.





