Vorm of vrouw?

Charlotte Perriand en de genialiteitskwestie

Charlotte Perriand in de Chaise longue a reglage continu ADAGP-AChP 2006
Charlotte Perriand in de Chaise longue a reglage continu ADAGP-AChP 2006
Sanne Thomas • 31 okt 2026

"Wij borduren hier geen kussens!" Met deze woorden zou architect Le Corbusier de destijds nog beginnend meubelontwerpster Charlotte Perriand in 1927 de deur hebben gewezen. Het citaat wordt regelmatig gebruikt om de genderongelijkheid in de wereld van architectuur en design te illustreren.

Initiatieven als de reizende tentoonstelling Charlotte Perriand: L' Art d'habiter/ The art of dwelling houden Perriand daarentegen nadrukkelijk uit de slachtofferrol. Hij legt in plaats daarvan op basis van Perriands persoonlijk archief de nadruk op haar innovatieve designs en visie voor maatschappelijke verandering. Deze tentoonstelling werd eerder in Krefeld en Salzburg getoond en is momenteel te zien in Barcelona. Hij vindt plaats in een periode van herwaardering van vrouwelijke kunstenaars door musea. Zo kreeg expositie Buone Nuove/ Good news in 2021/2022 vorm in museum MAXXI in Rome en krijgen modernistisch designers als Eileen Gray, Lina Bo Bardi en Sophie Taeuber Arp de laatste jaren almaar meer erkenning voor hun werk. Het doel lijkt daarbij steeds weer te zijn om aan te tonen dat deze vrouwen in genie niet onderdeden voor hun mannelijke collega's. Dat ze meer konden dan borduren of meubelmaken. Dat ze innovatief waren, origineel. 

Deze poging om de genderongelijkheid recht te zetten is in het geval van een designer als Perriand begrijpelijk. Het auteurschap over iconische stoelontwerpen zoals de Fauteuil dossier basculant, de Fauteuils Grand Confort en de Chaise longue à réglage continu werd haar immers lange tijd ontzegd. Het is echter de vraag of dit streven om het genie van vrouwelijke designers in retrospectief aan te tonen de ongelijkheid werkelijk verhelpt.

Gedeelde vormen
Zo dicht men tegenwoordig aan Perriand een vijftal designinnovaties toe, waartoe een verblijf in Japan haar in de jaren veertig geïnspireerd zou hebben: de open plattegrond, functionaliteit als ontwerpuitgangspunt, nieuwe organische meubelvormen, verbinding van binnen- met buitenruimte en de ‘Cellule’, een concept voor de compacte functionele leefruimte. De designs die Perriand maakte, zijn absoluut eigen, vooruitstrevend en hoogstaand in materiaal en design. Toch staan deze innovaties in het licht van grotere designontwikkelingen van die periode. 

Het concept van de open plattegrond kwam bijvoorbeeld in 1924 tot uitdrukking in het Rietveld Schröder-huis met zijn verschuifbare muren. Het was ook een kernprincipe van de wereldwijde modernistische stroming The International Style. De functionele vormgeving aangepast aan de behoeften van alledag, waartoe Japan Perriand onder meer bij het ontwerp van boekenkast Nuage inspireerde, beantwoordt evengoed aan het credo ‘form follows function’. De modernisten maakten zich daarmee in de jaren dertig in het westen hard voor een vormgeving gebaseerd op functie in plaats van ornament. En waar Perriand in de jaren veertig dankzij de flexibiliteit van Japanse bamboe nieuwe organische stoelvormen ontwikkelde, daar deden Ray en Charles Eames destijds in Amerika hetzelfde met de van multiplex vervaardigde Kazam! Machine. Net als Perriand ontwierp ook de Oostenrijks-Amerikaanse architect Richard Neutra in die tijd in Los Angeles gebouwen die geïntegreerd waren in het landschap en binnen- met buitenruimte verbonden. 
In een poging tot optimaal ontwerp van de compacte functionele leefruimte speelde Perriand bij het ontwerp van skioord Les Arcs met het concept van de 'Cellule'. Dit concept toont grote gelijkenis met Le Corbusiers onderzoek naar de perfecte proporties en indeling van een kleine leefruimte, zoals verwezenlijkt in de wooncellen van het klooster Couvent de La Tourette in het Franse Éveux. Perriands en Le Corbusiers inspanningen waren deel van een algemeen streven om de woonomstandigheden na de Tweede Wereldoorlog te verbeteren. 

Perriands ontwerpen en die van tijdgenoten hebben dus eenzelfde vormentaal. Niet omdat de een de ander imiteerde, maar omdat vormentaal voortkomt uit een gedeelde tijdgeest en stroming. Het toeschrijven van deze 'ontdekkingen’ aan Perriands genie helpt niet om de overschaduwde positie van vrouwelijke designers recht te zetten. 

Begaafd of bedreven
In plaats van de genialiteit van enkele vrouwen zoals Perriand aan te tonen en voorbij te gaan aan de sociale ongelijkheid in de designwereld, is het mogelijk beter het concept van genie zelf kritisch onder de loep te nemen. Het literaire geniebegrip ontstond in de loop van de achttiende eeuw. In Engeland legde de neoplatonist Shaftesbury in zijn Letter concerning enthusiasm (1708) er de grondslag voor. Het kunstenaarschap is volgens hem een aangeboren gave en geen vaardigheid: belangrijk zijn originaliteit en spontaneïteit. Maar in de loop van de tijd zijn er vraagtekens gesteld bij dit concept. 

Zo beheerste in de jaren dertig en veertig de ‘vorm versus vent’-dialectiek in Nederland het literaire debat. Literatoren stelden de vraag: is (dicht)kunst het product van een grote persoonlijkheid en aangeboren talent (ventisme) of is het een uitkomst van heersende stijl en tijdgeest, die iemand zich eigen kan maken door opleiding en oefening? Of in de woorden van de vormist: 'Als een bloem, een gewas, losgekomen van de grond waarin het ontstaan is?” Komt kunst voort uit genie of uit sociale context en oefening? 

Kunsthistorica Linda Nochlin beargumenteerde in de jaren zeventig in haar befaamde essay Why have there been no great female artists? dat kunstenaars niet ‘groot’ worden uit genie, godgegeven talent of een wonder, maar dankzij training, opleiding, opvoeding en sociale instituten. Belangrijker nog: volgens haar redenering blijft genderongelijkheid uit zicht zolang we aangeboren talent centraal blijven stellen in het vraagstuk wat een kunstenaar groot maakt. Als Perriand in werkelijkheid een van de ‘genieën’ was, weerlegt dat nog niet de bestaande aanname dat groot artistiek talent onder vrouwen de uitzondering is. Waarom zijn er anders niet evenveel vrouwelijke als mannelijke grote designers? 

Als je daarentegen de sociale context en haar kansen om zich te ontwikkelen onderzoekt, laat de vraag zich beantwoorden. Perriand had kansen die veel andere vrouwen niet hadden. Haar moeder steunde haar om zich in 1920 in te schrijven aan de Ecole de L’Union Centrale des Arts Decoratifs. Ook haar vaders ervaring als kleermaker en haar liefdesrelatie met medeontwerper Pierre Jeanneret zullen invloed hebben gehad. Haar talent kreeg de tijd en opleiding en de kans zich in de designwereld verder te ontwikkelen, daar waar de meeste vrouwen die mogelijkheid destijds niet kregen.

Leaky pipeline
Ondanks haar kansen bleef ook Perriand niet verschoond van discriminatie. Zo verloor ze het auteurschap van haar stoelen voor lange tijd aan Le Corbusier. Bovendien is de omvang en bekendheid van haar architectonische werk altijd achtergebleven bij die van haar interieurwerken.  

Het werk van emeritus-hoogleraar Architectuurtheorie Hilde Heynen laat zien hoezeer genderongelijkheid in de wereld van de architectuur tot op de dag van vandaag een issue is. In de essays die ze tussen 1993 en 2022 schreef, vestigt Heynen de aandacht op een opzienbarend feit: hoewel er in Europa evenveel mannen als vrouwen architectuur studeren, worden de vrouwen gedurende hun carrière almaar onzichtbaarder. In een architectuurwereld waar werkweken van 40+ uur de norm zijn, moeten vrouwen, van wie nog altijd verwacht wordt voor de kinderen te zorgen, te vroeg in hun carrière verstek laten gaan. Met het gevolg dat architectuurprijzen en vermeldingen in toonaangevende vaktijdschriften uiteindelijk naar mannelijke vakgenoten gaan. Een fenomeen dat bekend staat als de ‘leaky pipeline’. 

Perriands architectuur lijdt tot op de dag van vandaag onder eenzelfde onderrepresentatie. Een toonaangevend overzichtswerk als Kenneth Frampton’s Modern architecture bevat in het namenregister meer dan honderd vermeldingen van Le Corbusier en besteedt drie volledige hoofdstukken aan hem. Perriand wordt slechts tweemaal kort genoemd en uitsluitend in een opsomming van ontwerpers. 

Onzichtbaar ongelijk
De tentoonstelling en de aan Perriand gewijde documentaires van Europees cultureel platform Arte brengen hier momenteel verandering in. Natuurlijk is het daarbij een nobel streven om vrouwelijk designers uit de slachtofferrol te willen houden. Al is het maar om te voorkomen wat er bijvoorbeeld in het geval van de feministische receptie van Amerikaans dichter Sylvia Plath gebeurde. De aandacht voor Plaths controversiële huwelijk met dichter Ted Hughes overschaduwde nog decennia na haar dood haar dichtkunst en degradeerde deze daarmee tot een dagboek over haar mans mishandelingen. 

In het geval van designers zoals Perriand wordt er momenteel gekozen het werk voor zichzelf te laten spreken. De tentoonstelling draagt Perriand voornamelijk uit als visionair, zonder haar sociale positie te belichten. Het gevaar hiervan is echter dat de genderongelijkheid onderbelicht blijft. Met het gevolg dat het publiek de designer uiteindelijk onterecht wegzet als een van de mindere goden, omdat de omvang van het levenswerk en de mate van naamsbekendheid op de achtergrond toch hun invloed hebben op onze perceptie van de designer.                                                     

Zou het Perriand en andere vrouwelijk designers daarom niet meer eer aandoen hun ontwikkeling, sociale positie en werk meerzijdig te belichten, in plaats van hun slachtofferschap dan wel hun genie aan te tonen? Trekt het vrouwelijk designers en architecten niet veel effectiever uit de onzichtbaarheid als we in tentoonstellingen, documentaires, artikelen en biografieën, zowel de kansen, de artistieke prestaties als ook de maatschappelijke obstakels die ze tegenkwamen aan het licht brengen? 


Steun LOVER!
LOVER draait uitsluitend op vrijwilligers en donaties. Wil je dat het oudste Nederlandse feministische tijdschrift blijft bestaan? Help ons met een (eenmalige) donatie. Elke euro is welkom en wordt gewaardeerd. Meer informatie vind je hier.
Meer LOVER? Volg ons op Instagram, LinkedIn en Facebook.