“We bestaan alleen als een witte man ons ontdekt”
Een zin uit de film 'Wat Is Suriname', één van de tien films in de nieuwe tentoonstelling over Koloniaal filmerfgoed in Eye Filmmuseum

Wie mag verhalen vertellen en wie niet? Wie heeft een stem en wie niet? Welk perspectief wordt als ‘waar’ gezien? In hoeverre reflecteert een bepaald perspectief de realiteit? Dit zijn vragen die de films van elf internationale kunstenaars over het koloniale verleden oproepen.
What I have inherited is the strength.
The strength of my ancestors.
Dit is de eerste zin in de opening van de tentoonstelling New Perspectives on Colonial Film Heritagein het Eye Filmmuseum in Amsterdam. Op 2 april mochten we een preview bijwonen van deze tentoonstelling, met daarin het werk van elf internationale kunstenaars.
Films uit de koloniale tijd, waarvan de sporen tot op de dag van vandaag zichtbaar zijn, bevinden zich in de collectie van Eye. In de tentoonstelling gaan elf kunstenaars, afkomstig uit diverse landen, in dialoog met Eye’s deelcollectie van zo’n 2.000 koloniale films afkomstig uit voormalig bezette gebieden in Indonesië en Suriname. De kunstenaars hebben twee jaar lang onderzoek gedaan naar de verzameling van deze vaak problematische beelden. Het zijn vaak beelden door de ogen van de koloniale bezetters: tijdsdocumenten die vanuit een eurocentrische blik getuigden van – en bijdroegen aan – een systeem van waarde-onttrekking. Tien nieuwe films zijn er uiteindelijk gemaakt, gebaseerd op deze films. Ze leggen koloniale structuren en praktijken bloot en bevragen de rol van film in het bestendigen van macht. Want wat liet een camera in de handen van een koloniale maatschappij zien? En wat niet?
De kunstenaars
Gastcurator Hicham Khalidi leidde de tentoonstelling in: “This is a unique moment. Eleven artists with eleven different perspectives. It’s a beautiful diverse set up. It’s hardly done. Soon we will see the exhibition together. The public will go in and we will merge with 100 year plus old people who didn’t get asked to be on film, but still are. Just for that reason alone, we should honour them.”
Khalidi stelde elke kunstenaar kort voor. Voor iedereen werd geapplaudisseerd:
- Mahardika Yudha (1981, Indonesië) met haar film Let’s Talk About the Film Wonderen uit Pygmy-Land, 2026.
- Miranda Pennel (1963, Engeland) met haar film A Person of the Forest, 2026.
- Sabine Groenewegen (1985, Nederland) met haar film Excerpts from a Plantocracy, 2026.
- Paula Albuquerque (1974, Nederland/Portugal) met haar film Becoming Opaque, 2026.
- Jameisha Prescod (1998, Engeland) met haar film What We Inherit, 2026.
- Timoteus Anggawan Kusno (1989, Indonesië) met zijn film Silap Mata Bayang Berbalam, 2026.
- Esther Figueroa (1975, Jamaica) met haar film Wat is Suriname, 2025.
- Afrian Purnama (1989, Indonesië) met zijn film Sumatra, Jawa, Kalimantan (Gazes from the Colony), 2026.
- Riar Rizaldi (1990, Indonesië) met zijn film Tropenkolder, 2026.
Na de inleiding was het tijd om zelf de tentoonstelling te ervaren. We waanden ons in een compleet donkere ruimte. Grote doeken en installaties waarop de verschillende films werden geprojecteerd, nodigden ons uit om een kijkje te nemen in het verleden. Bijna alle films waren in zwart-wit. Indrukwekkend vond ik de film van Esther Figueroa, Wat is Suriname. Deze vierkanaals filminstallatie is samengesteld uit 31 films over Suriname. Op elk doek speelde een ander beeld. Toch vormden de beelden samen één geheel. De zin ‘We bestaan alleen als een witte man ons ontdekt’bleef bij mij lang hangen.
Negatief erkennen
Deze zin legt eigenlijk pijnlijk bloot hoe geschiedenis lange tijd is vastgelegd vanuit een koloniaal, westers perspectief. Want wie bepaalt wat ‘bestaan’ betekent? In de context van het kolonialisme betekende ‘ontdekken’ niet dat iemand er daarvoor niet was, maar dat het zichtbaar werd voor de Europese wereld. Inheemse samenlevingen bestonden natuurlijk al eeuwen, maar werden pas vastgelegd en benoemd door Europeanen. ‘Bestaan’ betekent hier dus: erkend worden binnen een dominant systeem.
‘Erkend worden’ klinkt in het algemeen vrij positief, maar dat was niet zo binnen de koloniale context. Het betekende eerder dat je gedefinieerd werd door een ander of vastgelegd werd vanuit een externe blik. Dus je ‘bestaat’ ineens in archieven. Niet in de manier zoals je jezelf ziet, maar vaak in een vernederende of reducerende vorm. Koloniale ‘erkenning’ maakte iemand zichtbaar, maar dan wel als object, onderwerp of zelfs inferieur. Mensen werden gefilmd als ‘exotisch’, ‘primitief’ of ‘anders’. Hun cultuur werd niet begrepen - er werd meestal ook geen moeite gedaan die te begrijpen -, maar gecategoriseerd en beoordeeld. Ze werden wel gezien, maar niet serieus genomen als gelijken.
Gefragmenteerde blikken
De uitspraak gaat ook over macht en representatie, want wie mag verhalen vertellen? Wie heeft een stem en wie niet? Wiens perspectief wordt als ‘waar’ gezien? De meerkanaalse opstelling van Figueroa versterkt dit idee van gefragmenteerde blikken: als jouw beeld alleen via de blik van een ander wordt vastgelegd, lijkt het alsof jouw bestaan daarvan afhankelijk is. Hier gaat ‘bestaan’ niet alleen over aanwezigheid, maar ook over gezien worden als volledig mens.

Esther Figueroa, Wat is Suriname, 2025 Eye Filmmuseum Amsterdam
Foto/Photo: Studio Hans Wilschut
De Edward Said theorie
Door die koloniale blik werd het beeld van het Westen over de niet-westerse wereld gevormd, vaak negatief, maar vooral eenzijdig. Het Westen kreeg niet alleen een negatief beeld, maar ook geen alternatief beeld. De koloniale blik was lange tijd de enige lens. Beeldvorming is geen toeval. Door koloniale politieke, economische en culturele macht bepaalde Europa wat er gefilmd werd, hoe het werd gefilmd en daardoor hoe het werd geïnterpreteerd. Het Westen had de macht om het beeld überhaupt te bepalen.
Dit mechanisme werd al beschreven door Edward Said in Orientalism, waarin hij beschrijft hoe de niet-westerse wereld door het Westen werd voorgesteld als mysterieus, irrationeel, anders. Niet om het Oosten te begrijpen, maar om het Westen als superieur en rationeel neer te zetten. Dus het beeld van ‘de ander’ zegt vaak net zoveel over hoe het Westen in dit geval zichzelf wilde zien.
Dit werkt nog steeds door in onze huidige samenleving. In films, documentaires, nieuwsmedia, onderwijs en alledaagse aannames. Daardoor hebben we soms onbewuste vooroordelen en ontstaan er stereotypen, simplificaties en een ‘wij versus zij’-denken. Door de koloniale blik leerden we dus niet alleen ‘de ander’ te zien op een bepaalde manier, maar ook onszelf als ‘de norm’ of als ‘het centrum’.
Misschien is dat wel de meest hardnekkige erfenis van het koloniale beeld.
Steun LOVER!
LOVER draait uitsluitend op vrijwilligers en donaties. Wil je dat Nederlands oudste feministische tijdschrift blijft bestaan? Help ons door een (eenmalige) donatie. Elke euro is welkom en wordt gewaardeerd. Meer informatie vind je hier.





