Cassandra, Freud en de onmogelijke geloofwaardigheid van vrouwen

Freud via Pixabay
Freud via Pixabay
Luba Brodsky • 30 mei 2026

Vrouwen die spreken over seksueel geweld worden zelden alleen beoordeeld op wat ze zeggen. Hun geloofwaardigheid hangt vaak samen met hun emoties en hun seksualiteit. Het ongeloof van vrouwen loopt als rode draad door de eeuwen heen, van de Griekse mythe van Cassandra tot hedendaagse verkrachtingszaken. Steeds opnieuw verschuift de aandacht van de dader naar de vrouw die hem aan het licht brengt. Want binnen een cultuur die vrouwen opsplitst in Madonna’s en ‘hoeren’, hangen er altijd voorwaarden aan de geloofwaardigheid van een vrouw. 

Wanneer een kind liegt, grijpen ouders overal ter wereld terug naar het verhaal van de jongen die wolf riep. In dit verhaal vertelt een jongetje steeds opnieuw dezelfde leugen, totdat zijn geloofwaardigheid opraakt, met als resultaat de dood van een kudde onschuldige schapen. Er is echter een ander verhaal uit de Griekse mythologie dat naar mijn mening veel fundamenteler is voor onze maatschappelijke verhouding tot waarheid, al wordt het veel minder vaak verteld. Dat is het verhaal van Cassandra. Cassandra werd door de god Apollo vervloekt met accurate profetieën die niemand geloofde. Door deze vloek bracht Cassandra de hele Trojaanse Oorlog door in ondraaglijke frustratie, gedoemd om te zien hoe haar dierbaren fatale fouten maakten.   

In sommige versies wordt ze niet alleen genegeerd, maar opgesloten, uiteindelijk als ‘oorlogsbuit’ ontvoerd en samen met Agamemnon vermoord. Ik denk steeds vaker aan Cassandra wanneer ik kijk naar de manier waarop vrouwen spreken over geweld, en de manier waarop hun woorden worden ontvangen. Geloofwaardigheid is een vorm van autoriteit, en die vorm van autoriteit heeft tot op de dag van vandaag een gender. 

Het is een patroon dat oud genoeg is om mythologie te worden, maar actueel genoeg om nog steeds dagelijks te functioneren. In het fin de siècle kreeg dat patroon een medische term: hysterie. Het komt van het Griekse woord hystera, baarmoeder. Eeuwenlang werd gedacht dat vrouwelijke emotie voortkwam uit een ‘zwervende baarmoeder’

Hysterie speelde een grote rol in het werk van Sigmund Freud. In zijn vroege praktijk hoorde Freud van vrouwelijke patienten die spraken over seksueel misbruik in hun jeugd. Aanvankelijk nam hij hun verhalen serieus. Hij formuleerde zelfs dat de hysterie vaak terug te voeren was op vroege seksuele ervaringen. 

Die conclusie had alleen één ongemakkelijke implicatie: als zijn patienten de waarheid spraken, betekende dat dat seksueel geweld binnen families veel vaker voorkwam dan hij wilde erkennen. Dat vaders en echtgenoten vaak de daders waren.

Freud raakte steeds verder verstrikt in de sociale gevolgen van wat hij hoorde. Dit was een enorme aantasting van de patriarchale orde waarin hij opereerde. En dus veranderde hij zijn interpretatie. Hun herinneringen werden hernoemd tot fantasieën. Volgens Freud verlangden vrouwen onbewust naar de seksuele situaties die zij beschreven. 

Het is een mechanisme dat herkenbaar is gebleven. De vrouw die spreekt over geweld, wordt niet alleen tegengesproken, maar bestempelt als onbetrouwbare verteller. 

Die dynamiek resoneert met een veel oudere culturele logica, die ook in de mythe van Cassandra aanwezig is. In sommige versies van het verhaal wordt haar vervloeking door Apollo gekoppeld aan haar weigering om zich seksueel aan hem te onderwerpen. Haar straf is uniek vrouwelijk. Cassandra’s keuze om ongehoorzaam te zijn aan een man maakte haar tot hysterische vrouw in de ogen van iedereen om haar heen. Het is alsof vrouwelijke autonomie en geloofwaardigheid elkaar uitsluiten. 

Deze spanning keert terug in een andere theorie van Freud, namelijk het Madonna/hoer-complex: het idee dat vrouwen grofweg in twee categorieën verdeeld kunnen worden. Enerzijds is er de Madonna: puur, bescheiden, moederlijk en seksueel terughoudend. Anderzijds de hoer: de openlijk seksueel actieve vrouw, die niet gerespecteerd mag worden. “Where such men love, they have no desire, and where they desire, they cannot love,” schreef hij. 

Wat dat in de praktijk betekent, werd bijvoorbeeld zichtbaar in Ierland in 2018, tijdens een verkrachtingszaak waarbij de advocaat van de verdachte de string van een 17-jarig meisje omhoog hield in de rechtszaal. Het ondergoed werd gepresenteerd als impliciet bewijs van toestemming. De vraag was niet langer wat er gebeurd was, maar of een meisje in een kanten string het recht had om nee te zeggen. Wereldwijd volgden protesten onder de hashtag #ThisIsNotConsent. De 27-jarige verdachte werd vrijgesproken.

Daarin schuilt een tweestrijd waar veel vrouwen mee geconfronteerd worden. Cassandra werd gestraft omdat ze nee zei tegen Apollo. Maar vrouwen worden net zo goed gewantrouwd wanneer ze wel seksueel actief zijn. De seksualiteit van een vrouw kan haar kwetsbaar maken, ongeacht hoe open of verscholen die is. Er is geen enkele manier om dit spelletje te winnen. 

Ook in het geval van Gisèle Pelicot was dit mechanisme van ongeloof en verschuivende verantwoordelijkheid sterk aanwezig. Haar echtgenoot, Dominique Pelicot, hield jarenlang een nauwkeurig gedocumenteerd archief bij van de verkrachtingen van zijn vrouw, opgeslagen onder de veelzeggende bestandsnaam ‘abuse’. Deze verkrachtingen werden herhaaldelijk door hem gepland, en werden uitgevoerd door tweeënzeventig verschillende mannen over een periode van negen jaar. Zelfs met de video’s als onweerlegbaar bewijs bleven veel mannen hun schuld ontkennen. 

Sommigen beweerden te denken dat Gisèle maar deed alsof ze sliep, ongeacht het feit dat ze Dominique Pelicot hadden ontmoet in een chatroom genaamd ‘Without her knowledge’. Anderen stelden dat het geen verkrachting was geweest, omdat ze toestemming van haar echtgenoot had gekregen. Weer anderen gaven de schuld aan hun testosteron. Die beargumenteerden dat ze simpelweg niks konden inbrengen tegen hun lichamelijke verlangens.

In de rechtszaal werd Gisèle Pelicot bevraagd over haar seksleven. Of ze een swinger was, een exhibitionist. Hier duikt Freuds beeld van de hoer alweer op. Zelfs in een rechtszaal kan een vrouw niet gezien worden als seksueel actief én een slachtoffer. Ook haar emoties werden onderwerp van toetsing: waarom ze niet bozer was, waarom ze niet genoeg huilde. 

In die zin staat Gisèle Pelicot niet alleen, maar in een lange lijn van vrouwen wier ervaringen pas erkend worden als ze volledig voldoen aan een fictief ideaal van het perfecte slachtoffer: Onderworpen, maar duidelijk; emotioneel, maar niet hysterisch. Dat zien we telkens opnieuw. Bij Anita Hill, die in 1991 seksueel grensoverschrijdend gedrag van de Amerikaanse rechter Clarence Thomas aankaartte en bekritiseerd werd, omdat ze zich niet genoeg verzet had. Bij voetbaltrainer Vera Pauw, die sprak over seksueel geweld binnen de voetbalwereld en vervolgens jarenlang verwikkeld raakte in discussies over haar geloofwaardigheid. Bij talloze andere vrouwen die hun misbruikers ongestraft hebben zien weglopen. Misschien is dat waarom ik nog zo vaak aan Cassandra denk. 


Steun LOVER!
LOVER draait sinds de start in 1974 volledig op vrijwilligers en donaties. Wil je dat een van Nederlands oudste feministische tijdschriften blijft bestaan? Help ons door een (eenmalige) donatie. Elke euro is welkom en wordt gewaardeerd. Meer informatie vind je hier.