De uitbesteding van zwangerschap

De opkomst van social surrogacy

Beeld door Ilse Groot Nuelend5
Beeld door Ilse Groot Nuelend5
Nienke Amarins Hettinga
Nienke Amarins Hettinga • 23 mei 2026

Actrice Lily Collins en regisseur Charlie McDowell kondigden begin dit jaar via Instagram aan  dat ze een kind hadden gekregen via een draagmoeder. Sommigen feliciteerden het stel, anderen spraken zich kritisch uit richting ‘’rijkelui’’ die een ‘’vrouwenlichaam huren.’’ De discussie werd al snel weggezet als ongepast of zelfs misogyn. Want hoe durf je vragen te stellen bij iemands kinderwens? 

Tegenwoordig durven we nauwelijks te benoemen wat zo wringt aan de explosieve groei van draagmoederschap, in Hollywood en daarbuiten. Dat we geacht worden uitsluitend te spreken over ‘’surrogacy journeys,’’ terwijl achter die taal een miljardenindustrie schuilgaat die draait op een machtsverhouding: rijke mensen kopen reproductieve arbeid van armere vrouwen. 

En nee, we weten nooit volledig waarom iemand kiest voor een draagmoeder. Misschien spelen medische redenen mee, misschien onvruchtbaarheid, misschien iets anders. Maar wanneer steeds meer beroemdheden, modellen, actrices en rijke ondernemers kiezen voor draagmoederschap, ontstaat wel degelijk een patroon dat vragen oproept. Niet alleen over voortplanting, maar over klasse, ongelijkheid en het lichaam van vrouwen. 

Want wat gebeurt er met de samenleving wanneer rijken de luxe hebben om een zwangerschap uit te besteden?

Hollywood en reproductieve ongelijkheid

Hollywood is al jaren de etalage van draagmoederschap. Kim Kardashian, Paris Hilton, Sarah Jessica Parker, Nicole Kidman, Khloé Kardashian en Priyanka Chopra maakten allemaal gebruik van een draagmoeder. Wat ooit een uitzonderlijke oplossing leek voor medische noodsituaties, is in deze cultuur steeds normaler geworden.

En opvallend vaak gaat het daarbij niet alleen om onvruchtbaarheid. In interviews met Amerikaanse fertiliteitsartsen wordt openlijk gesproken over socialsurrogacy: draagmoederschap om sociale, professionele of esthetische redenen. Omdat een zwangerschap niet “in het schema past”. Omdat een actrice haar lichaam niet wil veranderen. Omdat een model bang is opdrachten kwijt te raken. Omdat zwangerschap carrière vertraging betekent.

De Californische fertiliteitsarts Vicken Sahakian zei daarover zonder gêne dat hij steeds meer vrouwen ziet die simpelweg niet zwanger willen zijn. Niet vanwege medische risico’s, maar omdat zwangerschap hun werk, uiterlijk of carrière zou beïnvloeden. Hij noemde zwangerschap zelfs letterlijk een verminking van het lichaam.

En precies daar wordt iets zichtbaar wat feministen al decennialang proberen te benoemen: zwangerschap is in onze kapitalistische samenleving nooit neutraal geweest. Zwangerschap kost tijd, geld, gezondheid, energie, carrièrekansen en lichamelijke veiligheid. 

Alleen hebben rijke vrouwen steeds vaker de mogelijkheid om die kosten door een andere vrouw te laten betalen.

Van emancipatie naar uitbesteding

Draagmoederschap wordt vaak verkocht als vooruitgang. Als keuzevrijheid. Als reproductieve autonomie. En natuurlijk klinkt dat aantrekkelijk: dankzij technologie niet langer beperkt worden door je biologie. Maar emancipatie voor wie precies? Want terwijl rijke vrouwen vrijheid kopen, leveren armere vrouwen letterlijk hun lichaam.

Dat is de fundamentele paradox van commercieel draagmoederschap: de reproductieve lasten verdwijnen niet. Ze worden verschoven. Zwangerschap verdwijnt niet uit de samenleving; dit verplaatst zich naar lichamen die economisch minder macht hebben.

De draagmoeder loopt nog steeds risico op blijvende lichamelijke schade, depressie of complicaties tijdens de bevalling. De draagmoeder draagt de fysieke pijn, leeft negen maanden onder medische controle, moet contracten tekenen over wat ze mag eten, drinken of doen. 

Dat is waarom kritiek op draagmoederschap uiteindelijk neerkomt op klasse. Niet omdat mensen anderen geen kinderen gunnen, maar omdat de praktijk bijna altijd draait om een scheve machtsrelatie. De ene kant koopt reproductieve vrijheid; de andere verkoopt reproductieve arbeid.

In theorie heet dat een vrije keuze. In de praktijk is economische ongelijkheid nooit neutraal.

Het lichaam als infrastructuur

Wat opvalt in discussies over draagmoederschap is hoe weinig aandacht er uitgaat naar de draagmoeder die daadwerkelijk zwanger is.  Het gesprek draait bijna altijd om de wensouders en hun droom van een gezin. De draagmoeder verdwijnt naar de achtergrond als, alsof een lichaam infrastructuur is geworden.

Feministische critici wijzen er al jaren op dat commerciële draagmoederschap opvallend veel overeenkomsten vertoont met andere vormen van reproductieve of lichamelijke arbeid die vooral door armere vrouwen worden uitgevoerd. Denk aan huishoudelijk werk, zorgarbeid, sekswerk of eiceldonatie. Het neoliberale systeem maakt van vrouwelijke lichamen een markt.

Dat zie je wereldwijd gebeuren. Toen landen als India, Thailand en Nepal strengere regels invoerden vanwege misstanden in de industrie, verplaatste de markt zich simpelweg naar andere armere landen. Oekraïne werd jarenlang een hotspot voor internationaal draagmoederschap, totdat de oorlog uitbrak. Nu verschuift de industrie richting landen in Afrika.

Vraag jezelf af: waarom zijn draagmoeders zelden miljardairs? Waarom zijn het vrijwel nooit vrouwen uit de rijkste klasse die voor anderen zwanger worden? Omdat economische noodzaak hier geen detail is, maar de motor van het systeem.

De klassenbaarmoeder

Misschien staan we aan het begin van een nieuwe vorm van reproductieve klasse politiek. Een wereld waarin rijke vrouwen biologisch moederschap kunnen delegeren, terwijl armere vrouwen de fysieke consequenties blijven dragen.

Dat klinkt extreem, totdat je kijkt naar de richting waarin de markt beweegt.

In Californië kost een draagmoederschap traject inmiddels makkelijk meer dan 150.000 dollar. Dat bedrag omvat fertiliteitsklinieken, juridische contracten, medische procedures, agentschappen en compensatie voor de draagmoeder. Alleen de allerrijksten kunnen zich dat veroorloven. Ook zwangerschap zelf wordt iets wat geoptimaliseerd, gecontroleerd en uitbesteed kan worden.

De implicatie daarvan is enorm. Want eeuwenlang gold zwangerschap als een biologisch lot dat vrouwen, ongeacht klasse, in zekere zin met elkaar verbond. Natuurlijk waren er altijd verschillen in zorg, veiligheid en privileges, maar zwangerschap zelf was niet uit te besteden. 

Het feit dat dit nu steeds meer een trend lijkt te worden in rijkere klassen verandert iets fundamenteels; zeker in een cultuur waarin vrouwelijke lichamen permanent onder toezicht staan. Hollywood draait immers niet alleen op talent, maar ook op eeuwige jeugd, dunheid, beschikbaarheid en schoonheid. Zwangerschap past slecht in dat plaatje. Dus ontstaat een systeem waarin rijke vrouwen de schade van zwangerschap kunnen vermijden, terwijl armere vrouwen die schade tegen betaling absorberen.

Dat is kapitalisme dat zich een weg baant tot in de baarmoeder.

Het wrange is dat deze ontwikkeling juist voortkomt uit een samenleving die zwangerschap structureel afstraft. Vrouwen verliezen inkomen, promotiekansen, zichtbaarheid en economische zekerheid zodra ze moeder worden. In plaats van dat systeem te veranderen, bouwen we nu een industrie waarmee rijke vrouwen de gevolgen ervan kunnen ontwijken.

In plaats van betere zwangerschap rechten, betaalbare kinderopvang, veilige arbeidsvoorwaarden en sociale bescherming, normaliseren we een markt waarin de fysieke last simpelweg wordt doorgeschoven naar economisch kwetsbaardere vrouwen.

En hoe normaler dat wordt, hoe groter de druk op alle vrouwen om onaangetast te blijven door moederschap.

De feministische spagaat

Binnen feministische kringen bestaat al decennialang verdeeldheid over draagmoederschap. Liberale feministen benadrukken keuzevrijheid: als een vrouw vrijwillig besluit draagmoeder te worden, waarom zou dat problematisch zijn?

Andere feministen stellen juist dat vrije keuze betekenisloos wordt binnen extreme economische ongelijkheid. Hoe vrij is een keuze wanneer geldgebrek meespeelt? Wanneer één partij miljoenen bezit en de ander hun lichaam inzet om financieel te overleven? Het is geen toeval dat rijke westerse klanten vaak afhankelijk zijn van minder rijke vrouwen. Het is geen toeval dat de industrie floreert in economisch kwetsbare regio’s. 

Misschien moeten we daarom stoppen met doen alsof draagmoederschap alleen gaat over individuele keuzes. Het gaat ook over systemen, over markten en over ongelijkheid. Over welke lichamen beschermd worden en welke lichamen beschikbaar blijven voor consumptie.

Als we blijven bewegen richting deze ontwikkeling krijgen we een wereld waarin de rijken zwanger kunnen zijn, maar het steeds minder hoeven te worden. Waarin de lagere klassen juist steeds vaker zwanger worden voor anderen. 

Dit is geen sciencefiction. Dit is een logisch eindpunt van een neoliberale en kapitalistische samenleving waarin alles koopbaar wordt, zelfs voortplanting. 

Steun LOVER!
LOVER draait sinds de start in 1974 volledig op vrijwilligers en donaties. Wil je dat een van Nederlands oudste feministische tijdschriften blijft bestaan? Help ons door een (eenmalige) donatie. Elke euro is welkom en wordt gewaardeerd. Meer informatie vind je hier.