Het lichaam als laatste kapitaal

De opkomst van afslankmedicijnen zoals Ozempic is in korte tijd uitgegroeid tot een cultureel fenomeen. Celebrities worden ervan verdacht het middel te gebruiken, sociale media vullen zich met voor- en nafoto's en farmaceutische bedrijven zagen hun winst stijgen. Ozempic lijkt meer te worden dan een ‘geneesmiddel’, het is een symbool van een tijdperk.
Het debat over Ozempic concentreert zich vaak op de vraag of het gebruik ervan verantwoord is. Critici waarschuwen voor bijwerkingen, een nieuwe golf van schoonheidsidealen en voor de medicalisering van lichaamsgewicht. Voorstanders benadrukken juist de gezondheidsvoordelen en de verlichting die het middel kan bieden aan mensen die jarenlang hebben geworsteld met obesitas.
Maar deze beide zijden raken slechts gedeeltelijk aan de vraag waarom juist dit middel zo’n enorme culturele aantrekkingskracht heeft. De populariteit van Ozempic vertelt namelijk niet alleen iets over gezondheid of gewichtsverlies. Het vertelt ook iets over de manier waarop laat kapitalistische samenlevingen omgaan met onzekerheid, verantwoordelijkheid en controle.
De fascinatie voor Ozempic maakt zichtbaar hoe het lichaam steeds meer wordt behandeld als vorm van kapitaal: een project (het lichaam) dat voortdurend verbeterd en geoptimaliseerd moet worden.
Het lichaam als investering
De Franse socioloog Pierre Bourdieu beschrijft hoe sociale ongelijkheid niet uitsluitend voortkomt uit verschillen in inkomen of bezit. Mensen beschikken volgens hem over uiteenlopende vormen van kapitaal: economisch kapitaal, cultureel kapitaal, sociaal kapitaal en symbolisch kapitaal. Later hebben sociologen deze inzichten verder ontwikkeld met een toevoeging van het concept lichaamskapitaal.
Lichaamskapitaal verwijst naar de sociale en economische waarde die aan lichamelijke kenmerken wordt toegekend. Aantrekkelijkheid, fitheid en jeugdigheid functioneren niet alleen als persoonlijke eigenschappen. Ze kunnen ook worden omgezet in kansen en status.
Zo laat uiteenlopend onderzoek zien dat aantrekkelijke mensen gemiddeld positiever worden beoordeeld, hogere inkomens verdienen en als competenter worden gezien. Gezondheid en vitaliteit worden geassocieerd met discipline, zelfbeheersing en succes. Het lichaam is een soort visitekaartje waarop sociale verwachtingen worden neergezet.
Het lichaam wordt hiermee een maatstaf voor discipline en verantwoordelijkheid. Vanuit dit perspectief is Ozempic meer dan een geneesmiddel. Het is een technologie die belooft het lichaam beter beheersbaar te maken, om te gebruiken als kapitaal wat geoptimaliseerd kan worden.
Van schoonheid naar optimalisatie
Er is de afgelopen decennia een verschuiving geweest. Waar eerdere generaties vooral werden geconfronteerd met idealen rond schoonheid en slankheid, worden mensen vandaag aangespoord om zichzelf op vrijwel elk vlak te optimaliseren. Niet alleen je uiterlijk, maar ook je slaap, je concentratievermogen, je energie, je vruchtbaarheid, je mentale gezondheid en zelfs je verouderingsproces worden neergezet als domeinen die actief gemanaged kunnen worden.
De hedendaagse cultuur draait niet alleen om mooi zij, het draait om efficiëntie.
Dat zien we terug in verschillende fenomenen: biohacking, longevity-projecten, supplementen industrieën, hormoon tracking en gezondheidsapps. Figuren als Bryan Johnson, die miljoenen investeert in het vertragen van veroudering, presenteren het lichaams als een technisch systeem dat voortdurend kan worden verbeterd. Online subculturen rond looksmaxxing benaderen uiterlijk op een vergelijkbare manier: een verzameling variabelen die geoptimaliseerd kunnen worden om sociale waarde te vergroten.
Hoewel bovenstaande in de praktijk verschillen zien zij allemaal het lichaam als een project wat nooit af is.
Ozempic sluit aan bij deze logica. Het middel belooft niet alleen gewichtsverlies, het vertegenwoordigt de bredere fantasie dat complexe lichamelijke processen beheersbaar zijn.
De transformatie van zelfzorg
De populariteit van deze fenomenen kan niet los worden gezien van bredere maatschappelijke ontwikkelingen. Sinds de jaren tachtig heeft zich in veel westerse landen een verschuiving voorgedaan van collectieve naar individuele verantwoordelijkheid. Onder invloed van neoliberale politiek werden steeds meer maatschappelijke vraagstukken gezien als persoonlijke verantwoordelijkheden. Van burgers wordt verwacht dat zij ondernemers van zichzelf worden: voortdurend bereid zichzelf te verbeteren.
Dit heeft ook invloed op hoe gezondheid wordt gezien. Waar gezondheid vroeger in werd beschouwd als een publieke kwestie, wordt dit nu gepresenteerd als een individueel project. Dan had je maar betere keuzes moeten maken.
De Britse mediatheoreticus Rosalind Gill beschrijft hoe hedendaagse vormen van disciplinering niet langer werken via externe dwang, maar via zelfregulering.
Mensen worden aangemoedigd zichzelf voortdurend te monitoren, te evalueren en te verbeteren. In dit opzicht is zelfoptimalisatie zogenaamd niet een verplichting maar juist vrijheid. Deze vorm van macht presenteert zich als autonomie. De vraag is echter hoeveel autonomie er werkelijk overblijft wanneer vrijwel elk aspect van het leven wordt geïnterpreteerd als een individueel verbeterproject.
Waarom juist nu?
De populariteit van Ozempic en andere optimalisatie technologieën roept een belangrijkere vraag op: waarom is de behoefte aan controle over het lichaam juist nu zo groot? Een mogelijk antwoord ligt in de toenemende maatschappelijke onzekerheid.
Voor veel mensen zijn belangrijke aspecten van het leven minder voorspelbaar geworden. Betaalbare huisvesting staat onder druk. Arbeidsmarkten worden flexibeler en onzekerder. Zorgsystemen kampen met personeelstekorten. Klimaatverandering en geopolitieke spanningen versterken gevoelens van instabiliteit. Tegelijkertijd neemt het vertrouwen in politieke instituties af.
Terwijl grote maatschappelijke structuren zich steeds meer verwijderen van individuele invloed, blijft het lichaam een domein waarop handelen zichtbaar resultaat lijkt op te leveren.
Je kan de woningmarkt niet veranderen, maar wel calorieën tellen. Je kan geen invloed uitoefenen op geopolitieke ontwikkelingen, maar wel een dieet volgen. Je kan de zorgcrisis niet oplossen, maar wel supplementen slikken of gezondheidsdata verzamelen.
Vanuit dit perspectief krijgt de obsessie met gezondheid een nieuwe betekenis. Het gaat om het gevoel van controle in een wereld die steeds moeilijker controleerbaar is.
Het lichaam als laatste politieke ruimte
Feministische denkers hebben lang benadrukt dat zelfzorg een politieke dimensie heeft. Audre Lorde beschreef zelfzorg als een vorm van zelfbehoud binnen structuren die bepaalde groepen systematisch uitputten en marginaliseren.
Maar de politieke betekenis van zelfzorg lijkt vandaag te zijn vervangen door economische logica. De zelfzorgindustrie verkoopt een belofte: onzekerheid kan worden verminderd door de juiste investeringen in jezelf. Zelfzorg wordt hiermee een markt.
De politieke dimensie van zelfzorg is verandert van collectief overleven in een permanente opdracht tot zelfverbetering. Misschien verklaart dat waarom lichaams optimalisatie vandaag zo'n centrale plaats inneemt in de maatschappij.
Het lichaam is een plaats waar maatschappelijke onzekerheden worden uitgevochten. Economische druk, politieke machteloosheid en existentiële onzekerheid worden vertaald naar vragen over voeding, gewicht, gezondheid en prestaties.
De aantrekkingskracht van Ozempic ligt daarom niet alleen in de mogelijkheid om af te vallen. Het middel belichaamt een bredere culturele belofte: dat controle mogelijk blijft, zelfs wanneer veel andere vormen van controle lijken te verdwijnen.
Een feministische analyse hoeft daarom niet te eindigen bij de vraag of mensen Ozempic wel of niet zouden moeten gebruiken. Een interessante vraag is waarom zoveel mensen het gevoel hebben dat hun lichaam het enige domein is waarop nog invloed kan worden uitgeoefend.
Zolang die vraag onbeantwoord blijft, zullen nieuwe vormen van optimalisatie blijven opduiken. Niet omdat dit de onderliggende problemen oplossen, maar omdat dit inspeelt op een verlangen dat veel dieper ligt dan gezondheid alleen: het verlangen naar grip in een tijdperk van onzekerheid.
De politieke uitdaging van dit moment ligt volgens mij in het creëren van maatschappelijke omstandigheden waarin een goed leven niet afhankelijk is van individuele zelfoptimalisatie. Geen controle over het lichaam, maar een collectieve zeggenschap over de voorwaarden waaronder mensen leven.
Pas dan houdt het lichaam op de laatste vorm van kapitaal te zijn.
Steun LOVER!
LOVER draait sinds de start in 1974 volledig op vrijwilligers en donaties. Wil je dat een van Nederlands oudste feministische tijdschriften blijft bestaan? Help ons door een (eenmalige) donatie. Elke euro is welkom en wordt gewaardeerd. Meer informatie vind je hier.





