Epstein Island: The Movie

A Character Study

Susan Kraakman
Susan Kraakman
Romy van der Houven
Romy van der Houven • 16 mei 2026

In de eerste maanden van 2026 bracht het Witte Huis verschillende batches van de Epstein-files naar buiten. Mijn eerste reactie op de miljoenen pagina’s was een ongemakkelijke mix van nieuwsgierigheid, spanning en lichte walging – alsof ik een kaartje had gekocht voor de sequel van een psychologische thrillerblockbuster. De eerste film uit de reeks, P-Diddy, trok destijds immers veel bekijks; in alle kranten wereldwijd verschenen opinies van commentatoren. Terwijl ik me door de documenten bewoog, volgde de ene na de andere mentale jump scare. Hoewel er op dat moment meer vragen dan vrijgegeven Epstein-files door mijn hoofd spookten, leek één vraag nog weken te blijven hangen: wat zit er in het water – of de champagne – van de superelite?

Meet The Cast

De onthullingen van de inmiddels beruchte beroemdheden in de documenten volgden het ‘perfecte’ Hollywoodscript. Richting het einde van de film vallen plots alle onderlinge verhoudingen samen en ontdekt de kijker dat de personages onderdeel zijn van hetzelfde web. Die naar mijn mening enigszins uitgekauwde plottwist in de filmwereld voelde hier, in de echte wereld, als alles behalve een cliché. Naast Bonnie & Clyde (Epstein en Maxwell) bleken nog veel meer bekende namen een rol te spelen in ‘Epstein Island’. Ook Donald Trump, Prince Andrew en de twee Bill’s (Gates en Clinton) doken op in de documenten. Elon Musk deed in 2012 nog een tevergeefse poging om onderdeel te worden van de exclusieve cast en mailde Epstein: “What day/night will be the wildest party on your island?”

Welke rollen de vermeende castleden daadwerkelijk speelden, blijft vooralsnog een vaag verhaal. Tot op heden is strafrechtelijk gezien niet met zekerheid te zeggen wie van hen antagonisten en medeplichtigen waren, en wie ‘slechts’ omstanders en – in een naïef optimistische interpretatie – onschuldigen. Met die kanttekening kan mijn oorspronkelijke onderzoeksvraag worden teruggebracht tot: waarom gaan relatief veel machtige elitefiguren over de schreef? En misschien nog verontrustender: dragen ook veel ‘gewone’ mensen een monster in zich, maar blijft het simpelweg achter tralies?

The Making Of

Het geklaag van mijn vriendinnen wanneer mijn inmiddels uitgeputte Netflix-crimecatalogus onze filmkeuze weer eens bemoeilijkte, bleek nu niet voor niets te zijn geweest. Als vanzelf begon ik te broeden op verklaringen. Motief, middelen en gelegenheid – althans, zo had ik onthouden. De hypothesen die zich vervolgens in mijn hoofd nestelden, leken allemaal plausibel. Dus wat onderscheidt een potentiële dader uit de superelite van de gewone burger, volgens deze klassieke drie-eenheid? Voor dat gedachte-experiment kreeg Jeffrey Epstein de eer te fungeren als mijn casus.

Ik verplaats me – met enige tegenzin – in Epstein en kom tot de conclusie dat ik het leven als stinkend rijke, machtige, succesvolle witte man eigenlijk behoorlijk saai zou vinden. Het is niet voor niets dat een film waarin de hoofdpersoon een vlekkeloos leven leidt, geen publiek trekt. Zonder spanning, risico of kicks, geen voldoening. Wanneer prikkels waar de gemiddelde mens al ruimschoots genoeg aan zou hebben hun effect verliezen, verschuift de grens van wat nog iets oproept. Wat eerst uitzonderlijk voelt, wordt vanzelfsprekend. Dan volgt de zoektocht naar iets nieuws: eerst een kleine grens over, daarna nog een. Langzaam schuift de norm op en kan wat ooit grensoverschrijdend leek, steeds normaler gaan aanvoelen. Dus ik noteer: motief.

Epstein beschikte bovendien over een productiebudget om zijn verlangens te financieren waar menig Hollywoodstudio jaloers op zou zijn. Na zijn dood werd zijn vermogen geschat op bijna 500 miljoen euro. Geld maakte van Epstein niet alleen een villain, maar ook de producent van een zorgvuldig afgeschermde werkelijkheid. Hij creëerde een wereld waarin de grens tussen fictie en realiteit voor hem geleidelijk vervaagde. Little Saint James, zijn privé-eiland vol luxueuze villa’s, vormde het decor. De privéjets waren de shuttles tussen sets, en de beloften van kansen het script waarmee hij meisjes zijn verhaal in trok. Epsteins netwerk, dat zich over continenten en zeeën uitstrekte, functioneerde haast als een pervers internationaal castingbureau voor de rekrutering van slachtoffers. En zonder een regisseur die ooit ‘cut’ roept wanneer het fout gaat – iemand die toezicht houdt en kan ingrijpen – ontspoort de productie vanzelf. Dus ik noteer: middelen en gelegenheid.

Character Study

Tevreden kijk ik naar mijn notitieblok. Mijn voorlopige hypothese luidt dus: extreme rijkdom, macht, status en privilege kunnen leiden tot een vorm van gewenning, waarbij gewone prikkels hun aantrekkingskracht verliezen. Ik lees mijn hypothese hardop voor: ‘mensen uit de superelite die zich schuldig maken aan seksueel geweld, kunnen daarin een kick zoeken die ze in andere ervaringen niet meer vinden.’ Tel daar de afwezigheid van toezicht, begrenzing en consequenties én de constante toegang tot potentiële slachtoffers bij op, en je hebt de belangrijkste ingrediënten voor een toxische cocktail. Zoals bij veel vormen van gewenning kan de grens bovendien langzaam opschuiven: steeds extremere prikkels lijken nodig om nog dezelfde spanning op te roepen.

Toch wringt mijn hypothese. Want als de behoefte aan steeds sterkere prikkels voldoende zou zijn om zulke extremen te verklaren, zouden er veel meer daders moeten rondlopen. Dat dwingt me om mijn casus, Jeffrey Epstein, opnieuw onder de loep te nemen. Misschien moet ik verder terug in de tijd – nog vóór zijn succes – om te achterhalen what makes a sexual predator. Dan heb ik een ingeving: het profiel van een prototypisch self-made millionaire lijkt verdacht veel op die van een seriële pleger van seksueel geweld. Om niet zomaar succesvol te worden, maar door te dringen tot de absolute mondiale top, moet je volgens mij tot op zekere hoogte een aantal specifieke eigenschappen hebben. Ik vermoed dat je een toegangsticket tot de superelite afrekent met een tikkeltje narcisme, machtshonger en entitlement, een onverzadigbare behoefte aan validatie, de bereidheid om over lijken te gaan en het durven nemen van risico’s. Het gevoel van onaantastbaarheid krijg je er als welkomstcadeau bij.

Ik kan weer rustig ademhalen. Als mijn hypothese klopt, hoef ik niet bang te zijn dat een groot deel van de mensheid zo’n monster in zich draagt. En dat het enige wat nodig is om het los te laten, het weghalen van een paar tralies is. Misschien creëert macht geen monsters, en breekt ze ook niet zomaar hun kooi open. Misschien blijken sommige monsters simpelweg opvallend goed de weg naar boven te vinden.