Iedereen een X of niks #2

Pleidooi voor afschaffing van sekseregistratie

260124 Beeld door Julie Rosebud
260124 Beeld door Julie Rosebud
Miranda Valkenburg (hoofdredacteur a.i.)

Het lijkt zo vanzelfsprekend, die V of M of – sinds kort – X in je paspoort. Maar waarom wordt sekse nog vastgelegd? Voor de wet is iedereen tegenwoordig immers gelijk. Waarom schaffen we die hele sekseregistratie niet gewoon af? In deel 2: biologische argumenten

In het vorige artikel over sekseregistratie beargumenteerde ik waarom deze juridisch inmiddels overbodig is geworden. Dit tweede artikel gaat over biologie. Is de binaire indeling in vrouwtjes en mannetjes wel zo logisch en vanzelfsprekend als velen veronderstellen?

Het lijkt zo overzichtelijk wanneer een kind wordt geboren: heeft de baby een vagina, dan is het een meisje. Heeft de baby een penis, dan is het een jongetje. Vanuit voortplantingsperspectief is de binaire indeling in vrouwtjes en mannetjes best logisch. Om nageslacht te produceren heb je immers een eicel nodig (meestal aanwezig in lichamen met een vagina) en een zaadcel (vaak aanwezig in lichamen met een penis). Maar uiterlijke geslachtskenmerken zijn niet de enige die iemands gender definiëren, zo toont biologisch onderzoek aan.

De biologische complexiteit van gender
In 1903 ontdekte Nadat Nettie Stevens het X- en Y-chromosoom. Dat stond decennialang bekend als ‘gendermarker’: bij bevruchting levert het vrouwtje een X en het mannetje een X of een Y. De XX-combinatie leidt tot een meisjesbaby en de XY-combinatie tot een jongetjesbaby, zo was de aanname. In 1990 kwam een onderzoeksgroep in Londen erachter dat slechts één gen op het Y-chromosoom bepaalt hoe gender zich ontwikkelt. Dit SRY-gen stuurt allerlei processen en andere genen aan, en daarbij gebeurt van alles dat invloed heeft op hormonen, genderbepaling en genderidentiteit. Dat geldt zowel voor de ontwikkeling van de geslachtsorganen als voor de ontwikkeling van de hersenen, die zich bovendien op andere momenten tijdens de zwangerschap ontwikkelen. Uit hersenonderzoek blijken sterke correlaties tussen specifieke gebieden in ons brein en onze genderidentiteit, en die laatste correspondeert – in het binaire gedachtengoed – niet noodzakelijkerwijs met de ontwikkeling van de geslachtsorganen.

Kortom, gender is een complexe aangelegenheid. Voor genderidentiteit is niet één chromosoom of gen, zelfs niet een handjevol genen bepalend. Het zijn er eerder honderden of duizenden. In dat ingewikkelde samenspel zijn allerlei mutaties, combinaties en variaties mogelijk. Meestal komen iemands uiterlijke geslachtskenmerken overeen met de mentale genderidentiteit. Maar voor een klein deel van de bevolking geldt dat niet. Zo’n twee tot vier procent van de mensen – dus tussen de 350.00 en 700.000 mensen – worden geboren met een intersekse-conditie. Zij hebben andere chromosomen, reproductieve organen, geslachtsklieren of genitaliën dan typisch verwacht voor meisjes of jongens.

Wanneer een kind geboren wordt, moet het binnen drie werkdagen worden aangegeven bij de gemeente. Ouders van kindjes die geboren worden met ‘onduidelijke’ of ‘afwijkende’ uitwendige geslachtskenmerken moeten dus vrij snel na de geboorte een keuze maken – wordt de baby gedefinieerd als meisje of als jongetje? – en niet zelden wordt zo’n kleintje geopereerd om het op de gemaakte keuze te laten lijken.

Sekse als sociaal construct
De complexiteit en variatiemogelijkheden maken duidelijk dat de binaire indeling geen recht doet aan de biologische realiteit. Biologie is één ding, maatschappelijke en psychologische factoren vormen de andere kant van de medaille. Deze hebben invloed op hoe gender tot uiting komt – of mag komen. In een sterk gegenderde samenleving is er weinig tot geen ruimte voor ‘afwijken van de norm’. Sinds de media-aandacht voor genderdysforie is toegenomen, woorden als ‘non-binair’ en ‘intersekse’ hun intrede hebben gedaan en steeds meer mensen het bestaan van trans accepteren en/of zich als zodanig uiten, herkennen meer mensen zich daarin. Woorden hebben nu eenmaal invloed op onze waarneming: is er geen woord voor een fenomeen, dan ‘bestaat’ het niet.

Zowel sekse als gender(identiteit) zijn tot op zekere hoogte maatschappelijke constructies. Grote delen van de samenleving erkennen alleen de vrouwelijke en mannelijke sekse en genderidentiteit. Die rigide tweedeling beantwoordt echter niet aan de biologische realiteit en schiet ernstig tekort om alle variaties van sekse en gender te omvatten.

Genderdiversiteit is van alle tijden
Genderdiversiteit is geen nieuwerwetse uitvinding of modegril, maar zo oud als de mensheid zelf. Voordat het westen de wereld ging domineren, bestonden er al eeuwenlang non-binaire genderrollen en -identiteiten. Veelal werden deze gerespecteerd en gewaardeerd in spirituele of sociale rollen. Een rondje langs genderidentiteiten wereldwijd levert een kleurrijke waaier aan variaties op. Oude culturen die meer dan twee genders erkennen, zijn onder meer de Buginezen in Indonesië, de Zapotekse cultuur in Mexico en groepen in Samoa en op Hawaï. Ook de oorspronkelijke bewoners van de huidige VS kenden drie tot vijf genders. Tijdens het kolonialisme werd het westerse binaire idee van alleen ‘vrouw’ en ‘man’ wereldwijd opgelegd en werden ‘afwijkende’ genderrollen onderdrukt.

De nieuwe transgenderwet – die er niet kwam
Mondjesmaat gaan gelukkig steeds meer mensen inzien dat er meer is dan de smaken ‘vrouw’ en ‘man’. Dat vindt ook zijn weerslag in wetgeving. In Nederland is het sinds 1985 mogelijk om het geslacht op je geboorteakte te laten wijzigen. In 2014 is de wet aangepast, omdat de oude wet wrede voorwaarden bevatte, zoals verplichte sterilisatie en een onomkeerbare geslachtsveranderende operatie. Pogingen om de wetgeving verder te versoepelen en vernederende voorwaarden eruit te halen, mislukten door weerstand in de Tweede Kamer.

Tegenstanders van de – ingediende, maar onlangs ingetrokken – vernieuwde transgenderwet riepen dat vrouwen niet langer veilig zouden zijn in wc’s en kleedkamers. Alsof mannen die vrouwen willen lastigvallen, de moeite nemen om hun M bij de gemeente te laten wijzigen in een V, met een verplichte bedenktijd van een paar weken. Ook zouden kinderen mogelijk spijt kunnen krijgen van hun juridische geslachtswijziging. Uit onderzoek naar genderdysforie bleek hier geen enkele onderbouwing voor. Bovendien, als een jongere tóch gaat twijfelen, dan is de administratieve verandering even snel weer aangepast.

Iedereen een X… of niks
De juridische indeling in vrouwtjes en mannetjes heeft geen enkel nut meer. Daarnaast zijn er biologische argumenten die voor afschaffing van sekseregistratie door de overheid pleiten. Wellicht denkt u: waarom moet dit op de schop, alleen omdat een kleine minderheid er last van heeft? Nou, bijvoorbeeld omdat pasgeboren baby’s dan geen risicovolle operatie meer hoeven te ondergaan. En omdat onze trans, non-binaire en intersekse medemensen een hoop ellende bespaard blijft. En omdat er verder niemand ook maar enige hinder van ondervindt. Schaalgrootte is overigens zelden een steekhoudend argument. Bij minder omvangrijk leed en letsel zijn hele rijksvaccinatieprogramma’s opgezet en wetten ingevoerd.

Laten we de hokjes opdoeken. Iedereen een X. Of nog beter: niks.

Volgende keer
Welke praktische bezwaren kleven er aan afschaffing van sekseregistratie? Welke hobbels en struikelblokken moeten hiertoe geslecht worden? En hoe groot en ingewikkeld zijn die eigenlijk? Deze vragen beantwoord ik in mijn volgende artikel over de onzin van sekseregistratie.

Vorige keer
Juridisch gezien is sekseregistratie tegenwoordig overbodig. Wil je weten waarom? Lees dan mijn vorige artikel.


Steun LOVER!
LOVER draait uitsluitend op vrijwilligers en donaties. Help ons door een (eenmalige) donatie. Elke euro is welkom en wordt gewaardeerd. Meer informatie vind je hier

Meer LOVER? Volg ons op XInstagramLinkedIn en Facebook.