Heksen in Den Haag
Waarom vrouwelijke macht woede oproept

Ruim de helft van de vrouwelijke politici krijgt te maken met (online) intimidatie, verbale agressie, bedreigingen en seksistische opmerkingen. Waarom roept vrouwelijke macht zoveel woede op? En waarom grijpen mannen zo vaak naar een eeuwenoude belediging: de heks?
Het is woensdagavond 5 januari 2022. Een milde winterlucht hangt boven Den Haag; de straten zijn droog. Een man loopt met een brandende fakkel, opgefokt en doelgericht, door een rustige straat. Hij filmt zichzelf en zendt het live uit via sociale media. Bij het huis waar hij stopt woont D66-politica Sigrid Kaag. Een jaar later wordt de man in hoger beroep veroordeeld tot vijf maanden cel. Maar het incident staat niet op zichzelf.
Doodsbedreigingen en Ku Klux Klan
Burgemeester van Amsterdam, Femke Halsema, ontvangt al jaren doodsbedreigingen. Drie jaar geleden verzamelden zich een menigte van zo’n 600 boze mannen voor de ambtswoning van de burgemeester; met z’n allen roepen ze ‘kanker hoer’. De reden voor deze testosteronontploffing was het feit dat de huldiging van hun favoriete voetbalclub, om veiligheidsredenen, niet in het centrum werd gehouden.
Ook voormalig leider van BIJ1, Sylvana Simons, kreeg na haar intrede in de politiek te maken met enorme hoeveelheden haat. Haar stond een kanon aan racisme en seksisme te wachten. Twintig mensen werden veroordeeld voor hun uitlatingen. Eén van hen, Marcel K. uit Kudelstaart, photoshopte het hoofd van Simons op beelden van de Ku Klux Klan.
Vrouwen zijn in de Nederlandse politiek nog altijd ondervertegenwoordigd. Hoewel het aandeel vrouwen in de Tweede Kamer stijgt, is het nog steeds maar 43,3 procent. Op gemeentelijk niveau is slechts 36 procent van de raadsleden vrouw en vrouwelijke wethouders zijn met minder dan een derde nog zeldzamer. Tegelijkertijd zijn vrouwelijke politici oververtegenwoordigd wanneer het gaat om haatberichten en bedreigingen. Uit onderzoek van De Groene Amsterdammer en de Utrecht Data School uit 2021 bleek dat tien procent van de tweets richting vrouwelijke Tweede Kamerleden bestond uit haat. Alleen Kaag ontving in datzelfde jaar al 13.235 haatdragende berichten – zo’n 88 per dag.
Mannelijke politici krijgen online óók het nodige over zich heen. In het steeds verder gepolariseerde politieke landschap kunnen zowel landelijke politici als gemeenteraadsleden rekenen op een constante stroom aan scheldpartijen, bedreigingen en complotbeschuldigingen. Maar waar kritiek op mannen vaak inhoudelijk blijft, krijgen vrouwen er iets anders bij: denigrerende taal, seksistische opmerkingen en persoonlijke aanvallen. Het is een eeuwenoud patroon: vrouwen die zichtbaar macht claimen, worden niet alleen bekritiseerd, maar symbolisch uit de categorie ‘normale mensen’ geduwd. Binnen beledigende taal is er één woord dat opvallend vaak terugkomt: heks.
De heks van Den Haag
Tijdens protesten tegen coronamaatregelen werden borden gedragen met teksten als ‘Kaag de heks’ en ‘heks van Den Haag’. Op sociale media verschijnt het woord regelmatig onder berichten over vrouwelijke bestuurders die impopulaire maatregelen nemen. In 2021 reageerde PVV-leider Geert Wilders op het aftreden van D66-leider Sigrid Kaag door haar op X te bestempelen als ‘heks’ en de hashtag #Hexit te gebruiken. Ondersteund door satirische cartoons die Kaag als heks op een bezem tonen, bereikte deze framing snel een breed publiek.
Kaag, Halsema, Simons – maar ook – Merkel, Thatcher, Clinton. Elke vrouw met macht en invloed krijgt op den duur de figuurlijke puntmuts opgezet. Merkel was ‘Oberhexe’, Clinton ‘the wicked witch of the left’, en na Thatcher’s dood schoot het nummer Ding-Dong! The Witch is Dead hoog de hitlijsten binnen. Het label heks is meer dan een scheldwoord; het is een eeuwenoud stereotype voor vrouwen die zich buiten traditionele normen bewegen. Zij worden symbolisch buiten de samenleving geplaatst. Het suggereert dat hun macht onnatuurlijk, hun ambitie gevaarlijk en hun zichtbaarheid bedreigend is.
De erfenis van de heksenjacht
Tussen de vijftiende en zeventiende eeuw zijn er in Europa tienduizenden vrouwen vervolgt en ter dood gebracht omdat zij een heks zouden zijn. De heksenvervolgingen worden vaak als iets ‘willekeurigs’ gepresenteerd, een irrationele massahysterie. Of het lag aan de vrouwen die raar gedrag vertoonden, of aan hen die leefden voor de verlichting en te dom waren om te begrijpen dat heksen helemaal niet bestaan. Maar daarmee wordt een gegenderde dimensie ontkend, terwijl deze wel degelijk een rol speelde: tachtig procent van de mensen die vervolgd werden voor hekserij was immers vrouw.
Een tekst die sterk bijdroeg aan het beeld van de vrouwelijke heks was het handboek Malleus Maleficarum uit 1486, geschreven door de inquisiteur Heinrich Kramer. Het boek, waarvan de titel letterlijk ‘De heksenhamer’ betekent, was bedoeld als handleiding voor het opsporen, ondervragen en veroordelen van vermeende heksen. In de eeuwen daarna werd het een van de meest invloedrijke teksten binnen de Europese heksenvervolgingen.
In het werk wordt hekserij nadrukkelijk gekoppeld aan vrouwelijkheid. Kramer stelt dat vrouwen vatbaarder zouden zijn voor hekserij, omdat zij volgens hem emotioneel zwakker, goedgeloviger en moreel instabieler zijn dan mannen. Volgens de auteur zouden vrouwen sneller verleid worden door de duivel en daardoor eerder een pact met hem sluiten.
Een belangrijk onderdeel van dit beeld is de sterk geseksualiseerde voorstelling van hekserij. In het boek worden heksen niet alleen beschreven als mensen die magie gebruiken, maar ook als vrouwen die zich overgeven aan zondige en afwijkende seksualiteit. Zo beschrijft Kramer hoe heksen volgens hem seksuele relaties met demonen zouden hebben. Daarnaast worden zij ervan beschuldigd abortussen te veroorzaken en onvruchtbaarheid en impotentie te bewerkstelligen. Een directe bedreiging voor het christelijke gezinsleven en de seksuele orde. Vrouwen die niet voldeden aan het ideaal van kuise, gehoorzame vrouwelijkheid, konden daardoor gemakkelijker verdacht worden.
Maar de vervolgingen waren niet alleen gebaseerd op religieuze ideeën. Historici laten zien dat beschuldigingen van hekserij vaak voortkwamen uit sociale spanningen in gemeenschappen. Beschuldigde vrouwen waren vaak dan ook oudere vrouwen, weduwen, wijze vrouwen, lesbiennes, spinsters, vroedvrouwen, kruidenkenners of vrouwen die buiten de traditionele rol van gehoorzame echtgenote en moeder vielen.
Ze konden economisch zelfstandig zijn, een conflict hebben met buren of simpelweg als lastig of ongehoorzaam worden gezien. Maar deze vrouwen hadden ook iets gemeenschappelijks: ze gedroegen zich op een manier die buiten de grenzen viel van wat men van vrouwen verwachtte. Ze weken af van de normen die werden bepaald door invloedrijke instituties zoals de kerk, het gezin, de staat en daagden daarmee bestaande machtsstructuren uit.
De grens tussen privé en publiek
De nadruk op strikte genderrollen – waarin vrouwen vooral werden gezien als moeders, verzorgers en huisvrouwen – maakte het in vroegmoderne samenlevingen makkelijker om vrouwen die buiten die rol vielen te verdenken van hekserij. Binnen die logica was hun taak om de volgende generatie op te voeden tot gehoorzame en vrome christenen. Vrouwen die zich niet naar deze verwachtingen voegden, bijvoorbeeld door onafhankelijk te zijn, autoriteit te claimen of zich buiten de grenzen van traditionele vrouwelijkheid te bewegen, konden al snel als verdacht of gevaarlijk worden gezien.
Vrouwen die hun woede uitten of anderen uitscholden, liepen ook een groter risico om van hekserij te worden beschuldigd. Van vrouwen werd verwacht dat zij nederig, bescheiden en dankbaar waren. Wanneer zij hiervan afweken en bijvoorbeeld hun stem verhieven of openlijk hun onvrede uitten, werden zij sneller als afwijkend of problematisch gezien. Ook leeftijd speelde een rol. Voor tijdgenoten was het eenvoudiger om een ‘oude’ vrouw, een vrouw die de menopauze al had doorgemaakt, als heks te bestempelen. Men geloofde dat zulke vrouwen uit jaloezie de vruchtbaarheid van jongere vrouwen zouden willen aantasten. Vruchtbaarheid gold immers als het hoogste goed.
Achter dat idee schuilde een breder sentiment: dat de belangrijkste, en zogenaamd ‘natuurlijke’, rol van vrouwen lag in het baren van kinderen en het moederschap. Bij die rol hoorden eigenschappen als zorgzaamheid, onbaatzuchtigheid en aandacht voor anderen. Van vrouwen werd verwacht dat zij hun eigen belangen opzijzetten ten gunste van familie en gemeenschap. De antropoloog Michelle Rosaldo beschreef dit in Women, Culture, and Society als een fundamentele scheiding tussen de privésfeer en de publieke sfeer. In veel samenlevingen worden vrouwen voornamelijk verbonden met de privésfeer — het gezin, het huishouden en de zorg — terwijl mannen vaker de publieke sfeer domineren.
Die tweedeling vormt een belangrijk kader voor hoe de rollen van mannen en vrouwen worden begrepen. De privésfeer omvat alles wat met het huiselijke leven te maken heeft: het opvoeden van kinderen, het verzorgen van het huishouden, het onderhouden van familiebanden. De publieke sfeer daarentegen omvat instituties, politiek, bestuur en andere vormen van maatschappelijke besluitvorming. Binnen dit denkkader werd het huis gezien als het natuurlijke domein van vrouwen. Van hen werd verwacht dat zij zich bezighielden met zorg en gezin. Deelname aan publieke aangelegenheden, zoals politiek of bestuur, werd eerder gezien als een mannelijke verantwoordelijkheid.
Heksenvervolgingen creëerden een klimaat van angst dat andere vrouwen eraan herinnerde wat er kon gebeuren wanneer zij buiten de sociale en gendernormen traden. Vrouwen leefden in de middeleeuwen in constante angst voor vervolgingen. En vooral deze angst is belangrijk. Angst werkt namelijk zelfregulerend: uit angst leggen vrouwen zichzelf beperkingen op. Het fungeerde zo, net zoals in moderne tijden, als motivatie om je strak aan de regels te houden. Wie kijkt naar de vrouwen die het vaakst werden beschuldigd, ziet hoe veelzeggend dat patroon is.
Wanneer vrouwelijke politici tegenwoordig als ‘heks’ worden bestempeld, verwijst dit zelden naar magie. Het is een symbolische manier om hen af te schilderen als gevaarlijk, manipulatief of onnatuurlijk machtig. Politiek was historisch een mannelijk domein. Vrouwen die daarin zichtbaar en invloedrijk worden, doorbreken impliciet de verwachting dat vrouwen bescheiden, zorgzaam en ondersteunend zijn. Door een bestuurlijke functie te bekleden, treden zij immers een terrein binnen dat historisch niet voor hen was bedoeld. In die logica houden zij zich niet bezig met hun ‘werkelijke’ taak: het huiselijke, de kinderen, de privésfeer.
Een nieuwe tijd, dezelfde jacht
Zoals historica Lucy Worsley opmerkt: we denken graag dat we boven de mensen staan die in het verleden op heksen jaagden. Maar het sentiment dat eraan ten grondslag lag, bestaat nog steeds. Ook vandaag worden er heksenjachten gehouden – zij het in digitale vorm. Wanneer vrouwelijke politici een standpunt innemen, volgt er regelmatig een storm van beschuldigingen en scheldwoorden. Nog altijd geldt dat een ‘goede’ vrouw er één is die niet te veel dwarsligt, die zich klein houdt en zich vooral met het huiselijke bezighoudt. Zeker niet iemand die mannen vertelt wat ze wel of niet mogen doen.
In die zin staat de heks symbool voor iets groters: een bedreiging voor het christelijke gezin, maar vooral voor een patriarchale maatschappelijke structuur. Vrouwen die daadwerkelijk macht verwerven, invloed krijgen en beleid kunnen veranderen, raken aan een ordening waarin mannelijke hegemonie lange tijd vanzelfsprekend was. Dat kan beangstigend zijn.
De politica wordt daardoor niet alleen bekritiseerd om haar standpunten, maar ook gesymboliseerd als de ‘moeilijke vrouw’: iemand die zich niet naar traditionele genderrollen voegt en daardoor als ontwrichtend wordt beschouwd. Het woord ‘heks’ fungeert in die context als een culturele shortcut, een manier om een vrouw die te zichtbaar, te onafhankelijk of te machtig wordt geacht weer symbolisch buiten de orde te plaatsen. Niet omdat ze magie zou bedrijven, maar omdat ze zich begeeft in een domein waar vrouwen historisch gezien nooit helemaal welkom zijn geweest.
Steun LOVER!
LOVER draait uitsluitend op vrijwilligers en donaties. Wil je dat Nederlands oudste feministische tijdschrift blijft bestaan? Help ons door een (eenmalige) donatie. Elke euro is welkom en wordt gewaardeerd. Meer informatie vind je hier.





