l 2009620205452
l 2009620205452
Mariette Hermans • 1 jun 2009

Bekend zaad

In Nederland is anoniem donorsperma sinds vijf jaar taboe. Kinderen moeten hun biologische vader kunnen achterhalen, zo luidt de Nederlandse mores. De praktijk blijkt weerbarstiger.

Scherp was de toon tijdens een bijeenkomst van Meer dan gewenst, de belangenorganisatie voor homoseksuele en lesbische ouders. Twee moeders vertelden hier over hun kinderen, verwekt met zaad van een anonieme donor. Hun keuze voor anoniem zaad kon bepaald niet op bijval uit de zaal rekenen. Wat deden ze hun kinderen aan? Tijdens het schrijven van mijn boek Roze ouders1 en het vormgeven van mijn eigen kinderwens, stuitte ik steeds maar weer op de norm van het bekende vaderschap. Weten wie vader is wordt essentieel geacht voor kinderen, zelfs al hebben ze al twee ouders (v). Hij hoeft geen rol te spelen in het leven van een kind, dat niet, maar het moet wél bekend zijn wie hij is.

Gordijntje
Ooit hadden Nederlandse spermabanken een A- en een B-loket, voor Anoniem en Bekend-te-worden sperma. Met de invoering van de Wet Donorgegevens Kunstmatige Bevruchting op 1 juni 2004 werden alle A-loketten gesloten. Door die hele concrete formulering stel ik me dat altijd heel letterlijk voor: twee aparte balies, waar op die bewuste datum het gordijntje van balie A voor eeuwig dichtgeschoven wordt. Sindsdien is het in ons land niet meer mogelijk om een kind te verwekken met sperma van een geheel anonieme donor. Donorzaad komt nooit meer alleen.
Spermabanken zijn nu verplicht om de gegevens van hun donoren door te geven aan de Stichting Donorgegevens Kunstmatige Bevruchting, die ze bewaart voor de kinderen die ervan komen. Het gaat dan om fysieke en sociale feiten over de donor en om zijn naam en adres. Als moeder weet je niet met wiens zaad je een kind maakt, en de donor weet niet bij wie zijn sperma terechtkomt. Maar kinderen kunnen er wel achter komen wie de donor was. Tenminste, dat suggereert de wet. De werkelijkheid blijkt echter complexer dan de theorie. Op de website www.donorgegevens.nl staan raadselachtige formuleringen die me doen vermoeden dat het mijn gedroomde kind misschien helemaal niet zal lukken om een vader van vlees en bloed te ontmoeten. Iets wat in het uiterste geval toch juist mogelijk zou moeten zijn volgens de bekende-vader-lobby. Wie goed leest, ontdekt al snel een complicerende gelaagdheid in de beschikbare donorinformatie en de leeftijd waarop kinderen die kunnen opvragen. Het zit zo. Vanaf 12 jaar kan een kind algemene gegevens over de donor opvragen: zijn uiterlijk, gezinssituatie, opleiding en beroep – en een aantal karaktereigenschappen waarmee hij zichzelf heeft omschreven. Na aanvraag ontvangt een kind die gegevens via de post. So far so good.
Als het kind 16 jaar is, kan het naast deze fysieke en sociale gegevens ook naam, geboortedatum en adres van de donor opvragen. En hier schuilt addertje nummer één onder het gras. Want achter ‘adres’ staat tussen haakjes ‘zo recent mogelijk’. Zou het kunnen dat de donor per ongeluk of zelfs expres zijn adreswijziging niet heeft doorgegeven? Ik lees verder: ‘Wij bekijken of de gevraagde gegevens beschikbaar zijn. Als er geen persoonsgegevens zijn, krijgt u daarvan bericht. Zijn de persoonsgegevens wél beschikbaar, dan zullen we altijd eerst de donor traceren en informeren. Als de donor toestemming geeft de gegevens te verstrekken, nodigen we u uit voor een gesprek, eventueel samen met uw ouders.’ De gegevens kunnen dus niet beschikbaar zijn. En addertje twee: een donor kan weigeren. Sta ik dus straks te liegen tegen mijn kind als ik haar vertel dat zij op haar zestiende haar vader kan ontmoeten?
Tijd om de wet erbij te pakken. Artikel 3, lid 2 beschrijft inderdaad dat de donor schriftelijk moet instemmen met de verstrekking van de gegevens. Vervolgens staat er dit: ‘Verstrekking blijft, indien de donor daarmee niet instemt, uitsluitend achterwege indien, in aanmerking genomen de gevolgen die niet-verstrekking voor de verzoeker zou kunnen hebben, zwaarwegende belangen van de donor meebrengen dat verstrekking niet behoort plaats te vinden.’ Ik denk dat ik het snap. De donor kan bezwaar maken en de Stichting beslist of dat bezwaar opweegt tegen het belang van het kind.

Zaadgebrek
Wat ik zeker snap is dat een donor liever anoniem blijft. Dat hij niet geconfronteerd wil worden met pubers die op hem lijken. De cijfers wijzen er ook op dat veel donoren zo denken, want hun aantal is de laatste vijf jaar drastisch afgenomen. De wachtlijst voor KID bij het Amsterdams Centrum voor Seksuele Gezondheid is inmiddels gesloten, je kunt je niet meer aanmelden bij gebrek aan zaad. Ook het wettelijk goedgekeurde B-loket moet daar haar gordijntje sluiten bij gebrek aan materiaal. Dat betekent dat vrouwen met een kinderwens niet geholpen kunnen worden en hun toevlucht moeten zoeken tot donoren uit de kennissenkring of via internet. Ook steken ze de grens over naar België. Daar kun je overigens alleen anoniem donorzaad krijgen; het B-loket heeft daar nooit bestaan.

Anne Brewaeys deed in de jaren tachtig en negentig in België onderzoek onder lesbische gezinnen met een anonieme donor. Zij onderscheidde in de discussie over spermadonoren drie standpunten: totale anonimiteit, de mogelijkheid voor het kind om niet-identificeerbare informatie over de donor op te vragen en de mogelijkheid om wel identificeerbare informatie op te vragen.2 In theorie heeft de Nederlandse regering voor de derde optie gekozen; in de praktijk kan het neerkomen op hooguit optie twee.

Wat zou erop tegen zijn, zo vraag ik mij inmiddels af, als we de wet aanpassen aan die werkelijkheid? Als we gaan werken met een iets beperkter scenario van bekendwording? Belgische kinderen die opgroeien met twee moeders die gebruikmaakten van een anonieme donor, hebben vaak geen behoefte om hun biologische vader te leren kennen, zo blijkt uit onderzoek.3 Wel zijn ze nieuwsgierig naar zijn beroep, zijn gezin en hoe hij eruit ziet. Precies die zaken die de Stichting Donorgegevens onder ‘fysieke en sociale gegevens’ schaart.
Het downtunen van de wet zou betekenen dat we aansluiten bij deze en andere onderzoeksgegevens. Ook kunnen we eerlijker zijn over wat we kinderen kunnen bieden. Want de suggestie dat het altijd mogelijk is om de persoonsgegevens van de biologische vader te krijgen terwijl dat niet waar is, pakt op termijn misschien wel ingewikkelder uit dan wanneer het gewoon niet mogelijk is. Dat laatste zorgt er misschien ook voor dat er weer meer mannen zaad willen doneren. En dat zou goed nieuws zijn voor vele Nederlandse vrouwen met een kinderwens.

Noten:
1 Mariette Hermans & Rita Buiting, Roze Ouders (2008).
2 Anne Brewaeys et al., ‘Lesbian mothers who conceived after donor insemination: a follow up study.’ In: Human Reproduction, 10 (1995), p. 2731-2735.
3 Anne Brewaeys, Donor insemination, family relationships and child development in lesbian and heterosexual families (Rijksuniversiteit Leiden, Proefschrift Academisch Ziekenhuis Leiden, 1997).

Illustratie: Farida Laan

Uw reactie

Uw reactie