271010 0
271010 0
Janiek Kistemaker • 7 nov 2010

Verwende prinsesjes (2)

Het sprookje van de keuzevrijheid

In dit hoofdstuk van Verwende Prinsesjes wast Elma Drayer ons allemaal stevig de oren. Of we nu zijn als die bijstandsmoeder die al achttien jaar de staat als kostwinner heeft of als die hoogopgeleide jonge vrouw die denkt zich meer te kunnen ontplooien door zich in haar hobby’s terug te trekken. Of slechts lid van een samenleving die het als een onaantastbaar vrouwenrecht lijkt te zien dat wij de keuzevrijheid genieten om ons desgewenst tot het aanrecht te beperken. Hoe is het in ’s hemelsnaam mogelijk dat wij met ons allen de keuze voor economische afhankelijkheid als het toppunt van vrijheid en een onbetwistbaar recht beschouwen?

Ooit was het een van de speerpunten van de Tweede Feministische Golf: vrouwen dienden economisch onafhankelijk te zijn. Want wat was daar niet allemaal bij te winnen? Een steviger gevoel van eigenwaarde, een grotere maatschappelijke inbreng, een steun in de rug voor algehele weerbaarheid binnen en buiten het huwelijk. Het kostwinnersmodel stond op de nominatie voor verdwijning. Hoe kan het dat daar zo weinig van terecht is gekomen, vraagt Elma Drayer zich verbaasd af.

Als een van de hoofdoorzaken wijst Drayer het invoeren van de Algemene Bijstandswet in 1965 aan. En dan vooral de daaraan gekoppelde vrijstelling van sollicitatieplicht voor alleenstaande ouders. Op de top van de echtscheidingsgolf die volgde werd door veel vrouwen “de ene kostwinner voor de andere ingeruild: de man voor de staat.” Pas in 1991 probeerde de politiek het tij van toenemende armoede onder met name vrouwen te keren door een sollicitatieplicht in te voeren op het moment dat de kinderen boven de twaalf waren. Een paar jaar later werd de grens omlaaggetrokken naar vijf jaar en eind jaren negentig poogde de overheid álle bijstandsmoeders sollicitatieplichtig te maken. Behalve een stroom van protest vanuit alle hoeken van de samenleving en een haperende praktijk op het niveau van de gemeenten leverde dit geen substantiële toename van de arbeidsparticipatie van vrouwen op.

Elma Drayer stelt dat dit beleid en deze mentaliteit onder het mom van sociale zekerheid te bieden juist het tegengestelde doet: “de manier waarop Nederland zijn bijstandsmoeders ontziet is niet barmhartig of sociaal, maar uitgesproken onbarmhartig en on-sociaal.” En: “De overtuiging dat bijstandsmoeders per definitie zielig zijn en dat je ze daarom per definitie met rust moet laten, leidt in de praktijk tot levenslange afhankelijkheid. En daar is niemand bij gebaat.”

Het vuur van Drayer’s morele verontwaardiging laait pas echt hoog op zodra zij het gaat hebben over hoger opgeleide thuisblijfmoeders. Met vlijmscherpe ironie citeert zij uit een aantal artikelen in de landelijke pers, waarin deze vrouwen aan het woord worden gelaten of zelfs in het zonnetje gezet. Bijvoorbeeld over de 42-jarige Suzanne, die “haar baan opgaf om bij haar twee kinderen, hond en drie paarden te zijn. Ze heeft naar eigen zeggen ‘een lekker leven’, en wie haar dagindeling bestudeerde, kon dat alleen maar beamen. ‘Ik heb een prachtig huis, een hulp voor vijf uur in de week en tijd om elke dag uren bij mijn paarden door te brengen.” Schaamteloze kapitaalvernietiging, oordeelt Drayer.

Hoewel zij erop wijst dat dit dedain tegenover betaalde arbeid onderdeel is van een veel breder gedragen vrijheidsstreven en afkeer van het ‘calvinistische’ arbeidsethos, is het Elma Drayer toch vooral een doorn in het oog dat wij op dit punt met ons allen een gender-ongelijkheid in stand houden die moeilijk als emancipatoir te verkopen valt. En toch gebeurt dat met een hardnekkige vanzelfsprekendheid. Zij citeert uit het rapport Samen Werken, Samen Leven, dat minister Plasterk in 2009 liet opstellen. “Keuzevrijheid en zelfbeschikking zijn belangrijke elementen van het feministische en emancipatorische gedachtegoed. Binnen ons huidig emancipatorisch beleid komen deze begrippen in het gedrang, omdat er zo’n grote focus ligt op arbeidsparticipatie volgens een mannelijk model en naar mannelijke maatstaven.”

Al jaren pleit Elma Drayer een einde aan deze vorm van keuzevrijheid te maken. Meestal krijgt zij daarop veel verontwaardigde kritiek.

Hoe denken de bezoekers van het LOVER weblog hierover?

Lees ook de nummers één en drie uit deze serie!

Uw reactie

Uw reactie

Inge

zondag 14 nov 2010 00:00

Gistermiddag "verwende prinsesjes" van Elma Draayer gekocht en gelezen. Vervolgens via uitzending gemist haar betoog in P&W en Schepper& co bekeken. Prima dat zij dit onderwerp weer eens onder de aandacht brengt. In Nederland geldt voor een ongelooflijk aantal vrouwen dat zij niet economisch zelfstandig zijn. Vreemd en onverstandig. Ik heb het zelf altijd als een vanzelfsprekendheid gezien en ben nimmer financieel afhankelijk geweest van een partner. Toen ik drie jaar geleden alleen kwam te staan, was dan ook enkel een uitbreiding van de kinderopvang nodig. Sinds dit jaar ben ik, omdat ik me dat kon veroorloven, een halve dag per week minder gaan werken. Zodoende kan ik een dag in de week zelf de kinderen (thans in groep 1 t/m 4 van de basisschool) naar school brengen en halen. Voldoende om ook wat dat betreft " bij te blijven". De overige dagen heb ik het volste vertrouwen in de medewerkers van de voorschoolse en naschoolse opvang. De kinderen en ik vertoeven 42 uur per week op resp. school/opvang en werk (incl. reistijd). De combinatie en afwisseling geven precies de juiste energie voor alles en, niet onbelangrijk, voldoende inkomen.

janiek

maandag 8 nov 2010 00:00

Kijk, dit zijn waardevolle reacties, die laten zien dat Elma Drayer weliswaar gelijk heeft, maar dat zij ook wel het een en ander over het hoofd ziet. Randvoorwaarden zoals een eerlijke verdeling van de zorg en het werkelijk voorhanden zijn van passend werk, maar wat te denken van de cultuuromslag die op veel plaatsen nog altijd nodig is om mannen zover te krijgen dat zij vrouwen ook daadwerkelijk accepteren binnen hun domein. Het klimaat is op meer dan een punt nog altijd buitengewoon ontmoedigend.

Tamar

maandag 8 nov 2010 00:00

Ik denk er hetzelfde over als Jacoba. Wel vind ik het jammer dat er in dit soort discussies weinig ruimte is voor de vraag, of er uberhaupt werk te vinden is. Door de crisis is dat op dit moment nogal lastig. Ik ben net afgestudeerd en bijna al mijn vriendinnen die in dezelfde situatie zitten, na jaren van wetenschappelijk onderwijs en veelbelovende resultaten, kunnen niets vinden. En onder je niveau is vaak ook moeilijk, want dan ben je weer overgekwalificeerd.

Jacoba Boersma

maandag 8 nov 2010 00:00

Hoog of laagopgeleid, ik denk dat vrouwen net zo goed aan het werk moeten als mannen. En dat die keuzevrijheid er echt wel mag zijn, maar niet op kosten van de staat en niet alleen maar voor vrouwen. Echter, hier is wel een cultuursverandering voor nodig omdat dit ook betekent dat de zorgverdeling thuis moet veranderen. Ik denk niet dat het wenselijk is om kinderen fulltime in de opvang te plaatsen, maar door de opvang niet alleen het probleem van de vrouwen te maken, maar van beide ouders haal je een heel grote angel uit het probleem weg.
Maar of je moet wachten tot die cultuuromslag van mensen zelf komt? Blijkbaar zijn vrouwen een speciaal ras en hebben ze recht op keuzevrijheid op het gebied van werk. En mannen hebben blijkbaar recht op keuzevrijheid op het gebied van zorgen. Ik vind dat niet logisch en vind dat je dat binnen je relatie zelf moet uitdokteren, niet dat dit zogenaamd biologisch bepaald is.