Waarom representatie zonder rechtvaardigheid niets waard is

Triomfantelijk meldde de Daily Mail op instagram dat Japan een vrouwelijke premier krijgt. Sanae Takaichi, ook wel bekend als Japans Iron Lady, wordt er gepresenteerd als een symbool van feministische vooruitgang: een motorrijdende, heavy-metal luisterende vrouw aan de top.
Maar zodra je iets verder kijkt, valt op hoe weinig feministisch er eigenlijk aan haar leiderschap is. Takaichi komt uit de ultra-conservatieve tak van de Japanse Liberal Democratische Partij. Een partij die decennialang macht uitoefende zonder de positie van vrouwen te verbeteren. Takaichi verzet zich openlijk tegen hervormingen op het gebied van gendergelijkheid, verdedigt traditionele familiewetten en roept op tot nationalitisch sentiment. Dat ze de eerste vrouw in deze functie is, verandert weinig aan het feit dat haar politieke koers vooral een voortzetting is van een al gevestigd systeem.
De vergelijking met Margaret Thatcher, haar eigen grote voorbeeld, maakt het nog pijnlijker. Thatcher brak in de jaren tachtig weliswaar een glazen plafond, maar sloeg vervolgens de grond onder de arbeidersklasse vandaan, zoals het sluiten en privatiseren van staatsbedrijven, het beperken van de macht van vakbonden en het terugdringen van sociale voorzieningen. Het idee dat een vrouw aan de macht vooruitgang betekent, is een illusie die vooral de status quo dient. Het mag feministisch lijken wanneer een vrouw de machtigste stoel van het land bekleedt; dat betekent niet dat vrouwenrechten, sociale voorzieningen of gelijkheid positief ontwikkelen.
Van Japan naar Nederland
En dan, dichter bij huis, de euforie rond Rob Jetten, de eerste homoseksuele minister-president. Ook dat werd in liberale kringen bijna automatisch als historisch gepresenteerd. Maar waarom eigenlijk? De seksuele oriëntatie van een politicus zegt niets over diens politieke keuzes. Identiteit is geen garantie voor solidariteit.
Het maakt namelijk weinig uit of een minister-president homo is als hij tegelijkertijd beleid voert dat de sociale zekerheid uitholt, de zorg duurder maakt en kwetsbare groepen verder onder druk zet. Het maakt weinig uit wie je liefhebt wanneer je politieke koers vooral bestaat uit bezuinigingen en neoliberale dogma’s.
Evenals bij Takaichi wordt er een symbolische overwinning gevierd, terwijl de daadwerkelijke politiek die wordt voorgesteld vooral het systeem versterkt dat zoveel mensen juist buitensluit. Een regenboogvlag in het torentje verandert niets aan de leefbaarheid met een minimumloon, de toegankelijkheid van de GGZ, de genocide in Gaza of de kansen van mensen die elke dag strijden om rond te komen.
Representatie is geen bevrijding
Een vrouw of homoseksueel persoon wordt naar voren geschoven als bewijs dat alles mogelijk is. Maar de vraag die bijna nooit gesteld wordt, is: voor wie wordt het mogelijk? Tegen welke prijs? Het is niet genoeg wanneer iemand uit een minderheidsgroep de top bereikt. Het gaat erom wat diegene vanuit die positie doet. Zet iemand zijn of haar macht in om structuren van ongelijkheid af te breken?
Takaichi en Jetten zijn in veel opzichten elkaars tegenpolen, maar ze delen één cruciale eigenschap: ze worden bewonderd om wie ze zijn en niet om wat ze doen. En zolang die logica blijft overheersen, blijft representatie iets wat machtsstructuren juist in stand houdt.
Het doet er niet toe of je vrouw, homoseksueel of een andere minderheid bent, wanneer je niet bereid bent poltiek te voeren die daadwerkelijk het leven van gewone mensen verbetert. Identiteit zonder solidariteit is geen emancipatie. Of zoals het Instagram-account @kakelversememes het zo scherp verwoordde:
Not gay as in Rob Jetten. Queer as in eat the rich.
Steun LOVER!
LOVER draait sinds de start in 1974 volledig op vrijwilligers en donaties. Wil je dat een van Nederlands oudste feministische tijdschriften blijft bestaan? Help ons door een (eenmalige) donatie. Elke euro is welkom en wordt gewaardeerd. Meer informatie vind je hier.





