beeldpoldervaart
beeldpoldervaart
Saskia Poldervaart • 1 jun 2010

Waarom zijn we niet meer solidair met werksters?

De onmisbaarheid van zorg

Zelfverklaarde feministen staan voorop om de werkster te verwelkomen als dé mogelijkheid om die felbegeerde carrière met een schoon huis te combineren. En dat voor maar een paar euro's per uur. Dus wat let je? Maar waar blijft dan ons feministisch streven naar gelijkwaardigheid van zorg, vraagt Saskia Poldervaart zich af. Gebruiken we stiekem de rug van de werkster om bij het glazen plafond in de buurt te komen?

Na in de jaren zeventig actief mee gediscussieerd te hebben over het belang van huishoudelijk werk in het 'huishoudelijke arbeiddebat' 1, merkte ik tot mijn verbazing dat tegenwoordig bijna al mijn feministische collegaís en vrienden een werkster hebben die ze gemiddeld een tiende betalen van hun eigen uurloon. Ik was helemaal geschokt toen Heleen Mees in een van haar columns in het NRC schreef over het huishouden als ëlaagwaardige arbeidí. Ik protesteer tegen het neerkijken op zorgarbeid. Ik zal niet snel stellen dat niemand een werk(st)er mag nemen, of beweren dat je met iedere vrouw solidair moet zijn 2, maar ik maak me wel zorgen over een situatie waarin er zo hiÎrarchisch over huishoudelijk werk wordt gedacht. Hoe komt het toch dat de meeste mensen in het Westen denken dat een hoogopgeleide vrouw haar eigen WC niet (meer) kan schrobben (laat staan een hoger opgeleide man) maar dat 'we' daarvoor 'anderen' nodig hebben? Hebben we voor niets zo lang gediscussieerd over de onmisbaarheid van huishoudelijk werk voor het in stand houden van de maatschappij, werk dat net zo belangrijk is als het produceren van goederen? Blijkbaar zijn we, feministen van de tweede golf, ook de feministische zorgtheorieën van de jaren 80 en 90 vergeten die ons leerden dat zorg te maken heeft met moraal en politiek, en dat huishoudelijke arbeid een onderdeel van zorg vormt. Of negeren we misschien opzettelijk de betekenis van dit gedachtegoed bij het nemen van een werk(st)er?

Mannelijk waardensysteem

Het huishoudelijke arbeiddebat van zoín veertig jaar geleden maakte duidelijk dat huishoudelijke arbeid onmisbaar is voor de instandhouding van de mannelijke werkende bevolking. De hierna langdurig gevoerde discussie over 'loon voor huishoudelijke arbeid' leidde tot de conclusie dat salaris voor huisvrouwen veel nadelen had (zoals de arbeidsdeling tussen de seksen: niet alle vrouwen willen 'alleen' huisvrouw zijn, maar ook heft zo'n loon het isolement en het dienstbaar zijn voor anderen van het huisvrouwenbestaan niet op)3. In de jaren tachtig werd de theorie van Carol Gilligan over zorg door velen omarmd. Zij stelde dat zorg in de maatschappij ondergewaardeerd wordt door de dominantie van het mannelijk waardesysteem. Volgens Gilligan denken en handelen vrouwen vanuit een zorgzaamheidsethiek (vanuit persoonlijke betrokkenheid) en mannen vanuit een rechtvaardigheidsethiek (vanuit regels en wetten). Deze theorie creÎert zo een tegenstelling tussen zorg en rechtvaardigheid, en tussen vrouwelijkheid en mannelijkheid. Hoewel Gilligan terecht het simpele idee van 'gelijkheid' bekritiseert omdat daarbij de betaalde arbeid van mannen de norm wordt, kan de wereld niet verdeeld worden in vrouwen en mannen met een daarbij behorende ethiek. Dit vlakt de rol uit van andere positioneringen zoals klasse, etniciteit, opleiding en noem maar op.

In het westerse denken bestaat er nauwelijks theoretische aandacht voor zorg, juist omdat in dit denken de rationele autonome man versus de afhankelijke zorgende vrouw als uitgangspunt is genomen. Het huishoudelijke arbeiddebat en Gilligan hebben het maatschappelijk belang van zorg en specifieker, het huishouden aangetoond. Joan Tronto bracht in 1993 het debat over het politieke belang van zorgethiek nog een stap verder met de publicatie van Moral Boundaries, A Political Argument for an Ethic of Care, waarin ze het denken in opposities oversteeg.4 Met haar definitie van zorg als ëeen activiteit die alles omvat wat we doen om onze wereld in stand te houden, voort te zetten en te corrigeren, zodat we er zo goed mogelijk in kunnen levení toont zij niet alleen de onmisbaarheid van zorg, maar ook dat iedereen zorgtaken kan uitvoeren. Bij zorg gaat het ook om hoe mensen met elkaar omgaan en dit bepaalt voor een groot deel de kwaliteit van het leven. Iedereen heeft te maken met zorg. Zorg is niet alleen gericht op zichzelf, want mensen zijn altijd afhankelijk van elkaar. Volgens Tronto gaat het in het zorgproces om arbeid, om de identiteit van mannen en vrouwen, om de moraal (goede zorg vereist aandacht, inlevingsvermogen, het relativeren van eigen belangen) en om politiek. Zij pleit voor een zorgethiek waarin wordt aangegeven hoe onze huidige morele en politieke theorieÎn werken om de ongelijkheden in macht en privileges te handhaven en 'anderen' (vrouwen, maar ook al of niet gekleurde mannelijke bedienden en arbeiders) die het verzorgende werk uitvoeren, degraderen.

De laatste tien jaar zijn er in de globaliseringsdiscussie publicaties verschenen over de domestic workers en over de organisatie van deze huishoudelijke werksters (met name de Philipijnse).5 Hierin wordt benadrukt dat het bij globalisering om veel meer gaat dan economische verhoudingen en bij zorgarbeid om meer dan sekse. Thera van Osch, van de Stichting voor Zorgeconomie, integreert de globaliseringsdiscussie in het denken over westerse zorgarbeid en concentreert zich in eerste instantie op de economische aspecten van onbetaalde zorgarbeid. Volgens haar is deze arbeid van vitaal belang voor de samenleving. Het is de basis en ook de grootste sector van de economie: van het totale arbeidsvolume in Nederland is momenteel circa 51% onbetaald en 49% betaald.6 Osch laat zien dat onbetaalde arbeid gedeeltelijk vervangen kan worden door betaalde arbeid, maar dat een groot deel moeilijk of niet vervangbaar is omdat er menselijke waardes aan vastzitten die niet te koop zijn op de arbeidsmarkt. Denk maar aan het geven van ouder-kind liefde, aan het gezellig maken van je huis, aan het vieren van verjaardagen van familieleden. Deze intrinsieke waarde van zorgarbeid is onmogelijk in geld uit te drukken. Osch pleit dan ook voor een gezonde balans tussen betaalde en onbetaalde arbeid voor iedereen.

Advocaten

Vinden we bovenstaande theorieÎn nu terug in het huidige debat over zorg? Sterker nog, kunnen we wel over een debat spreken nu het eerder lijkt te gaan om het uitbesteden van zoveel mogelijk zorgarbeid via werksters of nannies zodat we dit werk kunnen negeren? Trontoís pleidooi voor de (politieke) erkenning van het belang van zorg lijkt in het dominante feministische vertoog overspoeld te worden door de discussie over het glazen plafond. In deze discussie lijkt de positie van lager opgeleide vrouwen (en mannen) die nooit in de buurt van het glazen plafond komen, gemakkelijk over het hoofd gezien. Dat zorgarbeid onmisbaar is voor elke man en vrouw wordt geheel vergeten. Het is geen ëlaagwaardige arbeidí zoals de gelijkheidsfeministe Heleen Mees stelt, integendeel: deze arbeid is meer van nut dan de arbeid die zij als ëhoogwaardigí omschrijft zoals het werk van advocaten. Door zorgarbeid zo te degraderen blijft de machtsongelijkheid tussen vrouwen onderling gehandhaafd, leren mensen niet hoe ze zichzelf en hun omgeving moeten verzorgen, wordt genegeerd dat zorg ook met moraal te maken heeft en blijft het verzorgende werk als minderwaardig werk beschouwd worden.7

Vlieger

In mijn visie is het geheel uitbesteden van zorg, waar feministen die alleen streven naar seksegelijkheid zo vurig voor pleiten, niet alleen onmogelijk (niet alle zorgarbeid is te omschrijven of in geld uit te drukken), maar ook onwenselijk als je denkt aan sociale omgang binnen een gezin. Net zoals de Raad voor het Jeugdbeleid in 1995 voorstelde, wil ik een pleidooi houden dat ieder kind drie dingen leert: economische zelfstandigheid (dat is iets anders dan alleen het najagen van een carriËre), zorgzelfstandigheid (iedereen zou zichzelf en anderen moeten kunnen verzorgen) en maatschappelijke betrokkenheid (er is meer dan alleen je eigen huis, gezin, familie en werk). Door het nemen van een werkster komt de zorgzelfstandigheid van eventuele partner en kinderen al snel in de knel: de werkster (of werker) ruimt de rommel wel op! Maar waarom zouden hoog opgeleide mannen en vrouwen hun eigen vloer niet meer kunnen dweilen? Waarom zouden we op dit onmisbare werk neerkijken?

Daarnaast wordt door de uitbesteding van het huishouden de ongelijke taakverdeling tussen de seksen versterkt. Zoals een feministische collega vertelde: 'Sinds ik een werkster heb is de strijd met vriendlief over de taakverdeling gestopt. Als ik over de taakverdeling begin verwijst hij naar de werkster.' Bovendien is het mijn ervaring dat, als mannen net als vrouwen het huishouden en kinderen verzorgen, ze aardigere mensen worden. Helemaal als het gaat om het verlenen van zorg aan anderen. Hiermee ontwikkelen en praktiseren mensen morele capaciteiten als aandachtigheid, compassie en onderlinge betrokkenheid.8

Als je dan toch huishoudelijke arbeid of andere zorgarbeid wilt uitbesteden, dan zou je dit werk goed moeten belonen. En met goed bedoel ik dat je je eigen uurloon als richtlijn neemt. Dan pas erken je het belang van deze soort arbeid. Zie je het uitbesteden van het huishouden als een nobel streven om illegalen aan het werk te helpen? Die vlieger gaat enkel op als je hen ook goed betaalt en je je ook betrokken met je werk(st)er gaat voelen door bijvoorbeeld te pogen iets aan haar of zijn illegale status te verbeteren. Helaas ken ik ook de verhalen waarbij de feministische werkgeefster haar (illegale) werkster zoveel mogelijk vermijdt omdat zij geen enkele connectie met haar voelt of wil voelen. Maar zijn we dan niet heel ver van het begin van de tweede feministische golf afgedwaald? Waar blijft dan het feministische streven naar gelijkwaardigheid en betrokkenheid?

Handen uitsteken

Kortom: Het uitbesteden van zorg moeten we niet als iets feministisch zien. Eerder het tegendeel, omdat we tot nu toe deze zorg alleen laten verrichten door vrouwen (of mannen) die we weinig betalen. Daarnaast tonen we meestal weinig interesse in zowel de persoon die het uitvoert als in het werk dat het inhoudt. Hierdoor degraderen we het huishouden tot slecht betaalde dienstverlening, waarmee we verder zo weinig mogelijk te maken willen hebben. Zo blijven we gevangen in het dominante, alleen op eigen belang gerichte waardesysteem, waarbij alles draait om de economie en de intrinsieke waarde van zorg wordt vergeten. Feminisme is meer dan de strijd tussen de seksen, het gaat ook om andere ongelijkheden. Laten we dus solidair zijn met onze werk(st)ers (als we die hebben) door hen goed te betalen en het belang van hun werk ook aan onze eventuele partner en kinderen duidelijk te maken door deze zelf ook eens hun handen te laten uitsteken.

 

Notos 

 

Een Comedyhuis productie: www.comedyhuis.nl

Met: Soula Notos en Esther-Clair Sasabone

Foto's: Jeroen Pater Idee: Soula Notos

 

NOTEN

1 Zie voor dit debat onder meer: Anja Meulenbelt: 'De ekonomie van de koesterende functie', in Te Elfder Ure 20, Feminisme I, Nijmegen, SUN, 1975, p. 638-675.

2 Zie voor een kritiek op simplistische tegenstellingen en solidariteiten het Tijdschrift voor Genderstudies, nr. 4, jrg.12, 2009.

3 Zie Saskia Grotenhuis: 'Loon voor huishoudelijke arbeid?', in Socialisties-Feministiese Teksten 4, 1980, p. 126-153.,

4 Joan C. Tronto, Moral Boundaries. A Political Argument for an Ethic of Care, New York 1993.

5 Zie onder meer Marianne H. Marchand and Anne Sisson Runyan: Gender and Global Restructuring. Sightings, Sites and Resistances London, Routledge, 2000. Vaak wordt er een onderscheid gemaakt tussen Globalisering I en II, waarbij de eerste de economische en de tweede globalisering al het werk van de nannies, schoonmakers, sekswerkers et cetera betreffen van de niet-westerse mensen voor de westerse gezinnen en mannen. Opmerkelijk is, zo wordt geconstateerd, dat globalisering II bijna geheel wordt genegeerd in de westerse, dominante, neoliberale globaliseringsdiscussie.

6 Zie www.zorgeconomie.org

7 Als positief punt van het uitbesteden van huishoudelijk werk noemt men soms dat als zorgarbeid betaald wordt, het ook een hoger aanzien heeft. Maar dat is dus niet het geval als men het als ëlaagwaardige arbeidí blijft beschouwen waar je als hoogopgeleide vrouw maar beter ver weg van moet blijven.

8 Selma Sevenhuijsen: De zorg van het emancipatiebeleid. Een benadering vanuit de zorgethiek. Brochure Universiteit van Utrecht, Nederlands Genootschap voor Vrouwenstudies (NGV), 2001, p. 42. Deze morele capaciteiten gelden natuurlijk vooral voor de andere aspecten van zorg en niet zozeer voor het schoonmaken, maar vergis je niet in de trots die schoonmaak(st)ers in het goed uitvoeren van hun werk ervaren! Terwijl het uitbesteden van de zorg voor kinderen met argusogen wordt bekeken, wordt het uitbesteden van het schoonmaakwerk normaal of zelfs wenselijk gevonden. Maar schoonmaakwerk blijft een onderdeel van zorg.

 

Illustratie bovenaan: Lisa van Winsen

Uw reactie

Uw reactie

maria van rechten

dinsdag 16 aug 2011 00:00

De seksestrijd is een gevolg van apartheidswetgeving vrouw versus man in onze wetten. Als we die wetgeving met de hele ratteplan weghalen, dan wordt de weg geopend naar wetgeving waarin we onze relaties eerlijk kunnen vormgeven. Normaalgesproken is er een verbod op het benadelen van een contractgenoot. Iemand gratis laten werken is domweg verboden. Echter de huwelijkswetgeving, die alle relaties tussen man en vrouw regelt (ook samenwoning) kent deze regel niet. In het kader van deze wetgeving is het verplicht dat één van de twee wordt benadeeld. De bedoeling van de wetgever is dat de vrouw wordt benadeeld.Wordt wakker vrouwelijk Nederland! Ook de zedenrubriek in het Strafwetboek is een prachtig voorbeeld van apartheidswetgeving. Ook als je die schrapt, blijft geweld bij seksuele agressie gwoon strafbaar, maar zonder al die zooi of tie erin is geweest of niet. Penetratie is een seksuele daad die met liefde, verliefdheid, tederheid, passie, plezier voor 2 heft te maken. Als er geweld gebruikt wordt , is dat geen seksualiteit, maar geweld.En dat is gewoon strafbaar in het algemene gedeelte van het wetboek van strafrecht. Seksualiteit proberen te verenigen in één wet zaait verwarring tussen privé en publiek. Weg met de apartheidswetgeving voor vrouwen

Maria van Rechten

dinsdag 9 nov 2010 00:00

Susan Hol, niet alleen de werkster, maar de huisvrouw (vooral die met een bijbaan), wordt behandeld als onderhorige. Lees op Wikipedia de overlegpagina's van het lemma Huisvrouw, pseudo Mammaanna.
Maria van Rechten

Saskia Wanrooij

zondag 31 okt 2010 00:00

Dank je wel Jenneke Arens voor je compliment, maar met complimenten komen we er niet. Er moet meer gebeuren.

Maria van Rechten

zondag 31 okt 2010 00:00

Wanneer worden jullie nu eens wakker! De huwelijkswetgeving dient te worden afgeschaft, anders blijft de vrouw vazal van de man. Onze positie, de positie van iedere vrouw, wordt door de huwelijkswetgeving vormgegeven, ook als je bewust alleen blijft wonen. Als alleenwonende ben je weliswaar juridisch-econnomisch zelfstandig, maar als je gaat samenwonen, verlies je deze status. Dan word je juridisch-economisch afhankelijk van je vriend. Dit geldt niet voor mannen. Als de alleenstaande man gaat samenwonen, dan behoudt hij zijn juridisch-economische zelfstandigheid en is bovendien eigenaar van de gigantische arbeidsinbreng van zijn vrouw, zowel wat betreft het betaalde als het onbetaalde werk. De positie van de samenwonende of gehuwde vrouw is geschraagd door gunsten. Een uiterst vernederende situatie voor alle vrouwen. In de huwelijkswetgeving valt de positie van de man onder algemeen recht en de positie van de vrouw onder vazalliteitsrecht. Dit is geen reden om in paniek te raken.Het gaat erom de patriarchale wetgever te verzoeken onze persoonlijke dienstbaarheid aan de man op te heffen. In artikel 1 lid 2 BW heeft de wetgever immers persoonlijke dienstbaarheden onder welke benaming dan ook, verboden.De huwelijkswet en het huwelijksvermogensrecht dienen te worden afgeschaft. Daarvoor in de plaats dienen we onze samenwerking te regelen op basis van bijvoorbeeld een vennootsschap of maatschap. Het huisvrouwschap in de huidige vorm moet als een vorm van slavernij worden ontmaskerd. In Frankrijk waar nu al enige weken achtereen gedemonstreerd wordt tegen de verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd, laat wederom het beeld zien van de vrouw die als moeder de toekomstige pensioenbetalers baart en grootbrengt zonder dat zij zelf recht heeft op dit pensioen. Niet het moederschap is de oorzaak van haar armoede, maar de huwelijkswet die de feodale verhouding met haar man regelt. Deze feodale verhouding begint op de eerste dag van samenwoning. Kinderen krijgen en opvoeden is een goede zaak en kan sec NIET de oorzaak zijn van de armoede van vrouwen. De oorzaak is de wetgeving die de man het vruchtgebruik geeft van haar gratis arbeidsinbreng evenals het vruchtgebruik van haar salaris als minderverdiener. De belastingwetgeving staat bol van de vazallitetsconstructies, die tot doel hebben mannen te verrijken ten koste van vrouwen. Ik wil desgevraagd deze zaak mondeling uit de doeken doen of anders een artikel over dit onderwerp schrijven.Even een reactie op Susan Delsing: Nee Susan, een huishoudloon is geen oplossing. Met de huidige wetgeving blijft de man eigenaar van dit huishoudloon.En wie wordt dan onze werkgever: de Staat of onze mannen! En bij de eerste de beste inflatie zitten we weer in de min. Dan is ons huishoudloon misschien wel niets meer waard. Ons doel moet zijn: 50 procent van het BNP op onze naam krijgen. Dat kan als de binnenkomende verdiensten eigendom wordt van de twee (of meer) leden van het samenwerkingsverband. Beiden voor 50 procent eigenaar van het inkomen en vervolgens moeten beiden evenveel betalen aan de huishouding. De huishoudende partner beheert het huishoudgeld. Dit kan allemaal in wetgeving worden vastgelegd.En uiteraard betalen beiden hetzelfde bedrag aan belastingen en zijn beiden op zelfstandige titel verzekerd, enzovoort, enzovoort. Het wordt de hoogste tijd dat we de patriarchale wetgever met zijn eigen wetgeving schaakmat zetten. Het is twee voor twaalf, word wakker.

Maria van Rechten

zondag 31 okt 2010 00:00

Wanneer worden jullie nu eens wakker! De huwelijkswetgeving dient te worden afgeschaft, anders blijft de vrouw vazal van de man. Onze positie, de positie van iedere vrouw wordt door de huwelikswetgeving vormgegeven, ook als je bewust alleen blijft wonen. Als alleenwonende ben je weliswaar juridisch-econnomisch zelfstandig, maar als je gaat samenwonen, verlies je deze status. Dan word je juridisch-economisch afhankelijk van je vriend. Dit geldt niet voor mannen. Als de alleenstaande man gaat samenwonen, dan behoudt hij zijn juridisch-economische zelfstandigheid en is bovendien eigenaar van de gigantische arbeidsinbreng van zijn vrouw, zowel wat betreft het betaalde als het onbetaalde werk. De positie van de samenwonende of gehuwde vrouw is geschraagd door gunsten. Een uiterst vernederende situatie voor alle vrouwen. In de huwelijkswetgeving valt de positie van de man onder algemeen recht en de positie van de vrouw onder vazalliteitsrecht. Dit is geen reden om in paniek te raken.Het gaat erom de patriarchale wetgever te verzoeken onze persoonlijke dienstbaarheid aan de man op te heffen. In artikel 1 lid 2 BW heeft de wetgever immers persoonlijke dienstbaarheden onder welke benaming dan ook, verboden.De huwelijkswet en het huwelijksvermogensrecht dienen te worden afgeschaft. Daarvoor in de plaats dienen we onze samenwerking te regelen op basis van bijvoorbeeld een vennootsschap of maatschap. Het huisvrouwschap in de huidige vormmoet als een vorm vazn slavernij worden ontmaskerd. In Frankrijk waar nu al enige weken achtereen gedemonseerd wordt tegen de verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd, laat wederom het beeld zien van de vrouw die de toekomstige pensioenbetalers via het omslagstelsel baart en grootbrengt zonder dat zij zelf recht heeft op dit pensioen. Niet het moederschap is de oorzaak van haar armoede, maar de huwelijkswet die de feodale verhouding met haar man regelt. Deze feodale verhouding begint op de eerste dag van samenwoning. Kinderen krijgen en opvoeden is een goede zaak en kan sec NIET de oorzaak zijn van de armoede van vrouwen. De oorzaak is de wetgeving die de man het vruchtgebruik geeft van haar gratis arbeidsinbreng evenals het vruchtgebruik van haar salaris als minderverdiener. De belastingwetgeving staat bol van de vazallitetsconstructies, die tot doel hebben mannen te verrijken ten koste van vrouwen. Ik wil desgevraagd deze zaak mondeling uit de doeken doen of anders een artikel over dit onderwerp schrijven.

susan Delsing

vrijdag 13 aug 2010 00:00

ik pleit al heel lang voor een wettelijk loon voor de ouder die thuisblijft (meestal de moeder)en de zorg van de kinderen en dus het huishouden, op zich neemt.

Saskia Wanrooij

maandag 9 aug 2010 00:00

Het is een sprookje te menen dat huishoudelijke arbeid niet wordt betaald. Alle huishoudelijke arbeid wordt betaald.Uitsluitend de huishoudelijke arbeid die in het kader van de huwelijkswetgeving wordt verricht, moet verplicht gratis worden verricht. De wetgever voert een dubbele boekhouding voor de twee seksen. En net als in iedere dubbele boekhouding wordt het ene gat met het andere gestopt met het doel om het één en ander aan het speurend vrouwenoog te onttrekken. Laten we het over de praktijk van alledag hebben. Uit een NIBUD-onderzoek en uit een frans onderzoek van het INSEE valt het volgende te concluderen: Mannen verdienen gemiddeld 2 X zoveel als vrouwen. Beiden storten hetzelfde bedrag in de huishoudpot. Hij houdt dus een groot bedrag over om zijn vrijetijdsbesteding te kunnen betalen.De bijverdienste van de vrouw is de basis van de huishoudelijke uitgaven. De man vult die aan. Een grappige bijkomstigheid uit het franse onderzoek is, dat de man de kleding van de vrouw betaalt. Kennelijk is zij zijn statussymbool.Dit geldt uiteraard alleen in Frankrijk. Er heerst armoede voor vrouwen binnen het koppel. Deze armoede telt niet mee in de statistieken. Er wordt gedaan alsof zijn geld ook haar geld is. Dit is niet het geval. Laten we ook eens ophouden met allerlei ander namen te verzinnen voor het werk van de huisvouw. Zij verricht arbeid. Zorg wordt normaliter betaald. En als een vrouw thuiszit, dan wil dat zeggen, dat ze thuis werkt. Er zijn ook mannen die hun werk met liefde verrichten: bijv. de dominee op de kansel. Niettemin wordt hij gewoon betaald. Ik kan nogwel een tijdje door gaan, maar ik vrees dat vrouwen eens gewoon het Burgerlijk Wetboek moeten gaan lezen, inclusief alle rechterlijke uitspraken. Het invullen van je geslacht op een belastingformulier is niet voor de flauwekul. Man-zijn heeft andere rechtsgevolgen, dan vrouw-zijn.

Susan Hol

donderdag 1 jul 2010 00:00

Het is en blijft een lastig onderwerp. Persoonlijk vind ik dat je de zooi die je zelf maakt ook zelf moet opruimen. Maar huishoudelijk werk is toch echt behoorlijk vervelend om te doen en ook nogal tijdrovend als je trouw de zooi die je maakt opruimt, dus ik snap heel goed dat mensen die het kunnen betalen dit werk uitbesteden. Wat ik niet snap is dat de werk(st)er nog steeds behandeld wordt als de onderhorige in vroeger tijden. Z/hij heeft als modern medemens recht op eerlijke betaling en een menswaardige (sociale belangstelling) behandeling. Je kunt ook een professioneel schoonmaakbedrijf inhuren. Je hebt dan een zakelijke relatie, zij komen met een ploeg, gaan in een uur als een tornado door je huis en klaar. Het kost misschien meer, maar dan heb je ook wat. Hoe komt het dat er feministen zijn, zo doordrongen van het belang van de gelijkwaardige behandeling zou je denken, in hun privéleven de werk(st)er geen passend loon gunnen? Ik ken er trouwens die dat wél doen. Als de werk(st)er zelf niet in staat is te onderhandelen over een eerlijk loon en een enigszins fatsoenlijke behandeling, zal de werkgeefster/gever daarin het voortouw moeten nemen. Al klinkt ook dit weer tamelijk paternalistisch...

janiek

vrijdag 11 jun 2010 00:00

Ook van mij alle bijval die je je kunt wensen. Dit is het feminisme dat mij het meeste aanspreekt.

jenneke arens

dinsdag 8 jun 2010 00:00

Dit is me uit het hart gegrepen. Dank je wel Saskia voor het zo helder verwoorden.